U wordt verdacht

Kruimelpad

Inhoud pagina: U wordt verdacht

Zoeken binnen de index

De politie of onder bepaalde omstandigheden burgers, kunnen een verdachte van een strafbaarfeit aanhouden. In de wet staat beschreven wie als verdachte kan worden aangemerkt.

Verdachte art.27 van Strafvordering

lid 1.Als verdachte wordt voordat de vervolging is aangevangen aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit.

Feiten en omstandigheden kunnen zijn: waarneming van strafbare gedragingen, verklaringen van getuigen, sporen bij misdrijven en anonieme tips. Ook ervaringsoordelen van opsporingsambtenaren mogen een basis voor verdenking opleveren.(bron: Tekst en Commentaar Strafvordering Kluwer)

Wanneer mag een burger een verdachte aanhouden?

In art 53 van het wetboek van strafvordering staat: In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd den verdachte aan te houden. In de meeste gevallen wordt de aanhouding verricht door de politie maar burgers kunnen dus wanneer zij getuigen zijn dat iemand de wet overtreedt de verdachte aanhouden en overdragen aan de politie. Dit is wel aan voorwaarden gebonden (zie ook burgerarrest)

Zie ook de folder van justitie: U wordt verdacht (pdf)

De politie mag voor verhoor een persoon maximaal zes uur op het politiebureau vasthouden. In die zes uur telt de nacht niet mee. Het kan dus voorkomen dat een persoon ook s'nachts op het bureau moet blijven. Als dat voor het onderzoek nodig is, kan de (hulp)officier van justitie bevelen dat de verdachte langer dan zes uur moet worden vastgehouden. Hij wordt dan in verzekering gesteld.

In de wet staat dat de verdachte niet verplicht mag worden bij te dragen aan zijn veroordeling. Hij is niet tot antwoorden verplicht, dat moet hem voor aanvang van het verhoor medegedeeld worden en die mededeling moet in het proces verbaal worden opgenomen. Volgens de Hoge Raad moet als verhoor worden beschouwd "alle vragen aan een door een opsporings ambtenaar als verdachte aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een zeker strafbaar feit" het bevragen van de personalia maakt geen deel uit van het verhoor.

Zie ook de folder van justitie: U wordt verdacht (pdf)

De officier van justitie kan voorafgaand aan het verzoek tot bewaring, een vordering tot een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) doen. Hij kan dat ook tegelijk met het verzoek tot bewaring doen. Het opsporingsonderzoek van de politie wordt dan voortgezet door de rechter-commissaris.

Tijdens het gerechtelijk vooronderzoek kan de rechter-commissaris getuigen horen. Ook kan hij de politie of officier een aantal bevoegdheden geven in het kader van het onderzoek, zoals het openmaken van post, het afluisteren van telefoongesprekken en het doorzoeken van een woning.
De rechter-commissaris kan dieper op uw persoonlijke situatie ingaan dan de politie. Zo kan hij de reclassering vragen een voorlichtingsrapport over u te maken, en eventueel kan hij een psychiatrisch rapport vragen. Het kan zijn dat u voor dit laatste ter observatie moet worden opgenomen. Ook kunt u de rechter-commissaris vragen of hij getuigen, die uw verhaal kunnen bevestigen, wil horen.

Als er geen gerechtelijk vooronderzoek wordt gedaan, kan uw advocaat de rechter-commissaris vragen om onderzoek in uw belang te doen. Vindt de rechter-commissaris dat het onderzoek klaar is, dan stuurt hij alle stukken naar de officier van justitie. Die zal vervolgens moeten beslissen of hij de vervolging tegen u verder voortzet of niet.

Zie ook de folder van justitie: U wordt verdacht (pdf)


De (hulp)officier van justitie kan bepalen dat de verdachte langer op het bureau moet blijven dan de zes uur voor verhoor. Hij wordt dan in verzekering gesteld. De verzekering stelling kan maximaal drie dagen duren. In uitzonderlijke gevallen kan de officier van justitie de termijn van de inverzekeringstelling met drie dagen verlengen.zie aanwijzing inverzekeringstelling
Als de verdachte drie dagen en vijftien uur heeft vastgezeten moet hij voor de rechter-commissaris zijn geleid. Die rechter toetst of de inverzekeringstelling juridisch in orde is.

Wanneer is inverzekeringstelling mogelijk?

  • Het is in het belang van het onderzoek nodig dat u langer op het bureau blijft voor verhoor;
  • De beslissing tot inverzekeringstelling is genomen door de hulpofficier van justitie
  • Hij heeft u voor hij die beslissing nam verhoord;
  • Voor het feit waarvan u verdacht wordt is volgens de wet voorlopige hechtenis toegestaan, bijvoorbeeld diefstal of een drugsdelict

Toetsing van de inverzekeringstelling door de rechter-commissaris

Uiterlijk 3 dagen en 15 uur na de aanhouding wordt u naar de rechtercommissaris gebracht en door hem gehoord. De rechter-commissaris werkt voor de rechtbank. Hij bepaalt of uw inverzekeringstelling terecht is. Ook komt het voor dat u door de rechter-commissaris al in bewaring wordt gesteld (zie pagina 6 en 7). U kunt hem tijdens het verhoor verzoeken u vrij te laten. Hij zal dat doen als hij inverzekeringstelling onrechtmatig acht.

Uw advocaat

Na uw inverzekeringstelling wordt een advocaat aangewezen die u gratis rechtsbijstand zal verlenen. Dit is een onafhankelijke advocaat die op dat moment dienst (piket) heeft. De politie neemt contact met de advocaat op. U kunt ook zelf een advocaat kiezen. In veel gevallen zal ook de door u gekozen advocaat kosteloos rechtsbijstand verlenen. Dit is afhankelijk van uw inkomen en vermogen. U doet er goed aan hierover in het eerste gesprek met hem te spreken.

De reclassering

Ook de reclassering wordt door de politie gewaarschuwd als u in verzekering bent gesteld. De reclassering spant zich in voor de maatschappelijke (her-) inpassing van verdachten en/of daders die met het strafrecht in aanraking komen. Daarmee wordt tegelijkertijd beoogd herhaling van strafbaar gedrag te voorkomen. Per verdachte of veroordeelde wordt nagegaan wat de problemen zijn en wordt een plan van aanpak opgesteld. Daarin staan alle activiteiten, zoals taakstraffen, die door de reclassering of anderen zullen worden uitgevoerd*. Om tot zo'n plan van aanpak te komen zal een reclasseringsambtenaar contact met u opnemen. U kunt met hem uw problemen bespreken en samen proberen tot een oplossing te komen. Ook kan de reclassering in een vroeg stadium informatie over uw persoonlijke omstandigheden aan de officier van justitie geven. Dit kan van belang zijn voor het beoordelen van de vraag of u langer mag worden vastgehouden.

* Bron: Stichting Reclassering Nederland

Verlenging van de inverzekeringstelling of niet?

Uw inverzekeringstelling duurt in eerste instantie 3 dagen. In deze periode overlegt de politie met een officier van justitie wat er verder moet gebeuren. Er zijn drie mogelijkheden:

  • De officier van justitie vindt dat u in het belang van het onderzoek nog langer moet worden vastgehouden. Hij kan de inverzekeringstelling op het politiebureau nog eens verlengen met maximaal 3 x 24 uur. Van dit bevel tot verlenging krijgt u een afschrift;
  • De officier van Justitie vindt dat u in het belang van het onderzoek niet langer vastgehouden hoeft te worden en geeft opdracht u in vrijheid te stellen;
  • De officier van justitie vindt het onderzoek inmiddels ver genoeg gevorderd om een beslissing te kunnen nemen over de verdere gang van zaken. U wordt dan aan hem voorgeleid.

Beperkingen en rechten

Als het nodig is kan men u op het politiebureau bepaalde beperkingen opleggen.
U mag bijvoorbeeld niet telefoneren of post verzenden. De politie heeft het recht u te fouilleren. Ook kunnen ze voorwerpen die van belang kunnen zijn voor het onderzoek in beslag nemen. Als u het niet eens bent met de inbeslagneming kunt u daarover uw beklag doen bij de rechtbank. Uw advocaat kan u hier meer informatie over geven.

Ook kan men u verbieden om met bepaalde personen contact te hebben.
Bepaalde voorwerpen en kledingstukken kunnen u tijdelijk worden afgenomen.
En u kunt, als u eenmaal in verzekering bent gesteld, gefotografeerd worden.
Soms worden ook vingerafdrukken genomen. Deze beperkingen zijn niet uitputtend.
In de praktijk kunnen u ook andere beperkingen worden opgelegd.

U heeft het recht om tweemaal per dag in de buitenlucht te zijn (luchten), tenminste als dit op het bureau waar u wordt vastgehouden mogelijk is.
Ook heeft u het recht om eten te bestellen. Dat moet u dan wel zelf betalen.

Recht op consulaire ondersteuning

Als u vreemdeling bent in Nederland heeft u het recht om uw ambassade of consulaat in Nederland in te laten lichten over uw arrestatie. Dit gebeurt echter alleen als u daar uitdrukkelijk om vraagt. Ook kan een consulaire vertegenwoordiger u, als u dat wenst én het wordt toegestaan, bezoek.

Zie ook de folder van justitie: U wordt verdacht (pdf)

Na afloop van de inverzekeringstelling wordt u naar het parket ( =bureau) van de officier van justitie gebracht. U wordt dan, zoals het heet, voorgeleid. De officier van justitie heeft uw dossier al van de politie ontvangen.
Hij weet dus wat u zelf hebt verklaard in uw proces-verbaal, wat eventuele getuigen hebben verteld, welke ?sporen? er gevonden zijn, enzovoorts.
Heeft de reclassering een rapport over u gemaakt, dan heeft de officier dat ook.
Verder weet hij of u al eerder in contact bent geweest met politie of justitie. Als u wordt voorgeleid zal de officier van justitie u vragen stellen om zich een voorstelling te maken van wat er is gebeurd.

Na de voorgeleiding zijn er twee mogelijkheden:

  • De officier van justitie vindt het niet nodig dat u nog langer wordt vastgehouden. U wordt dan in vrijheid gesteld. Dit betekent overigens niet dat u overal vanaf bent. De vervolging kan gewoon verder gaan. Besluit de officier om u verder te laten vervolgen, dus om de zaak voor de rechter te laten komen, dan krijgt u uw dagvaarding mee of ontvangt deze thuis (zie verder onder het kopje ?Verdere vervolging? pagina 8);
  • De officier van justitie vindt dat u nog langer moet worden vastgehouden. Hij zal de rechter-commissaris vragen om een ?bevel tot bewaring? af te geven. De rechter-commissaris zal u daarop horen. Ook u wordt in de gelegenheid gesteld om uw mening te geven.

 

De voorlopige hechtenis bestaat uit twee delen. Het eerste deel heet inbewaringstelling (ibs). Dit duurt maximaal 14 dagen. Daarna zal de raadkamer beslissen of men nog langer vastgehouden dient te worden. Dit heet gevangenhouding. Dit duurt maximaal 90 dagen

Begin van de voorlopige hechtenis: de bewaring

Wijst de rechter-commissaris het verzoek van de officier van justitie toe dan geeft hij een bevel tot bewaring. Hiermee begint uw voorlopige hechtenis. Meestal wordt u overgebracht naar een huis van bewaring. Het kan ook zijn dat u weer wordt teruggebracht naar het politiebureau; dit heet 'preventief zitten'. De bewaring duurt maximaal 14 dagen en kan niet worden verlengd.

Gevangenhouding

Na 14 dagen eindigt uw inbewaringstelling. Vindt de officier van justitie dat u in voorlopige hechtenis moet blijven, dan zal hij de rechtbank om een bevel tot gevangenhouding vragen. Dit maakt tevens onderdeel uit van uw voorlopige hechtenis. Voordat de rechtbank hierover een beslissing neemt, wordt u door de rechter opgeroepen. U wordt opnieuw in de gelegenheid gesteld om uw mening te geven. Een bevel tot gevangenhouding geldt voor maximaal 90 dagen.

Beëindiging van de voorlopige hechtenis

De voorlopige hechtenis (bewaring en gevangenhouding bij elkaar) kan tussentijds worden beëindigd. Dat betekent dat u vrij komt. Bij schorsing kunnen bepaalde voorwaarden worden opgelegd; bij opheffing niet. Met andere woorden: opheffing is een definitieve beëindiging; schorsing kan, als u zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt, weer worden teruggedraaid.

U kunt zelf verzoeken om opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis. Uw advocaat kan u hierover informeren.

Protesteren

U kunt tegen een bevel tot gevangenhouding, de verlenging daarvan, of de beslissing van de rechtbank om het verzoek tot opheffing of schorsing van de gevangenhouding af te wijzen in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Hiervoor hebt u drie dagen de tijd. U kunt maar eenmaal in hoger beroep gaan. Als u dus tegen het eerste bevel tot gevangenhouding hoger beroep hebt aangetekend, kunt u dat niet meer doen tegen een verlenging. Bent u tegen de eerste verlenging in hoger beroep gegaan, dan kunt u dat niet meer tegen een tweede verlenging doen. Uw advocaat kan u meer vertellen over deze procedure.


Indien u wordt verdacht van een strafbaar feit, is het Openbaar Ministerie onder bepaalde voorwaarden bevoegd om anderen hiervan op de hoogte te stellen en daarbij in het bezit te stellen van (delen) van uw strafdossier. Deze bevoegdheid is geregeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de Aanwijzing Wjsg.

Deze bevoegdheid wordt allereerst gebruikt om de personen en instanties te informeren die direct betrokken zijn bij de behandeling van uw strafzaak en de uitvoering van een eventueel opgelegde straf. Hierbij valt te denken aan:

  • de rechters die uw zaak beoordelen;
  • de deskundige die opdracht heeft gekregen tot het uitvoeren van een (psychologische) rapportage;
  • het Centraal justitieel incasso bureau, dat belast is met het innen van opgelegde boetes.

Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie in sommige gevallen de bevoegdheid om personen en instanties te informeren die niet direct betrokken zijn bij de behandeling van uw strafzaak, maar wel een zwaarwegend belang hebben om te worden geïnformeerd. Hierbij valt te denken aan:

  • uw werkgever, indien u in een 'gevoelige' branche zit en het feit waarvan u wordt verdacht mogelijk onverenigbaar is met een goede uitoefening van uw beroep (u werkt bijvoorbeeld op een crèche terwijl u wordt verdacht van ontucht met kinderen);
  • de verhuurder van uw woning, indien het feit waarvan u wordt verdacht mogelijk de veiligheid van de woning in gevaar brengt (u wordt bijvoorbeeld verdacht van het thuis kweken van hennep, terwijl bekend is dat een hennepkwekerij de brandveiligheid van de woning in gevaar brengt);
  • de Belastingdienst, indien het feit waarvan u wordt verdacht onder het toezicht van deze dienst valt (u wordt bijvoorbeeld verdacht van het plegen van belastingfraude).

Uitgangspunt is dat in beginsel alleen informatie wordt verstrekt, indien er een vonnis is van de strafrechter of de zaak is geëindigd in een transactie of een strafbeschikking van het OM. Verstrekking in een eerder stadium is mogelijk als het belangrijk is dat de informatie snel verstrekt wordt én de officier van justitie heeft geoordeeld dat de feiten strafrechtelijk kunnen worden bewezen.

In het eerder genoemde voorbeeld van de crèchemedewerker die verdacht wordt van ontucht met kinderen, kan het noodzakelijk zijn om de crèche snel in te lichten over de verdenking. De crèche kan dan vervolgens beslissen of er aanleiding is om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door de verdachte op non-actief te stellen.

Indien u verdachte bent geweest in een strafproces kunt u onder bepaalde omstandigheden een vergoeding krijgen voor schade die u hebt geleden als gevolg van voorlopige hechtenis, klinische observatie of inverzekeringstelling. Dat kan als uw strafproces niet leidt tot het opleggen van een straf(maatregel). U kunt ook voor schade­vergoeding in aanmerking komen als er wél een straf(maatregel) wordt opgelegd, maar dan op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.

Een schadevergoeding kan eveneens worden toegekend voor schade die u hebt geleden als gevolg van vrijheids­beneming in het buitenland, in verband met een door Nederlandse autoriteiten gedaan verzoek om uitlevering.
Indien de gewezen verdachte is overleden, kan de schadevergoeding ook worden aangevraagd door zijn of haar erfgenamen
Onder ´schade´ wordt in bovengenoemde gevallen verstaan het nadeel dat de gewezen verdachte geleden heeft, voor zover dit niet uit vermogensschade bestaat.

Bij de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding wordt onder meer rekening gehouden met uw levens­omstandigheden. Indien de schadevergoeding wordt toegekend, wordt deze verrekend met geldboetes en andere schuldsommen die u nog verschuldigd bent aan de Staat. De rechter kan beslissen om in plaats van u een schadevergoeding toe te kennen, een ´verrekening´ toe te passen met de vrijheidsstraf die u in een andere zaak is opgelegd. De dagen die u (achteraf gezien ten onrechte) in detentie hebt doorgebracht, worden dan in mindering worden gebracht op deze vrijheidsstraf.
Tegen een door de rechtbank genomen beslissing inzake de schadevergoeding kunt u binnen een maand nadat de beslissing naar u is opgestuurd in beroep gaan bij het gerechtshof.
Voorwaarden

U kunt in aanmerking komen voor een schadevergoeding voor ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis indien de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
- U bent verdachte geweest in een strafproces.
- Dit strafproces heeft niet geleid tot oplegging van een straf(maatregel), of wel geleid tot een straf­(maatregel), maar dan op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten.
- U hebt schade ondervonden als gevolg van de ondergane inverzekeringstelling, klinische observatie of voorlopige hechtenis.
- Naar het oordeel van de rechter zijn gronden van billijkheid aanwezig.

Aanvraag
U moet het verzoek indienen binnen drie maanden na beëindiging van de zaak, bij het gerecht waarvoor de zaak (het laatst) werd vervolgd of zou worden vervolgd. De raadkamer van dit gerecht neemt een beslissing over uw verzoek. Deze raadkamer moet zoveel mogelijk samengesteld zijn uit leden die op de (eventuele) terechtzitting hebben gezeten. De behandeling van uw verzoek vindt in het openbaar plaats.

Indienadres
De rechtbank (kantongerecht, arrondissementsrechtbank)


Uitvoerende instantie
De rechtbank (kantongerecht, arrondissementsrechtbank)

Zie ook: U wordt verdacht (pdf)

Dagvaarding

Wanneer de officier van justitie uw zaak aan de rechter wil voorleggen zult u een dagvaarding krijgen om voor de rechter te verschijnen.

Seponeren

De officier van justitie kan ook besluiten om uw zaak te seponeren. Hij ziet dan af van verdere vervolging, uw zaak wordt dus niet aan de rechter voorgelegd. De politie en de officier van justitie bewaren de gegevens wel. Als u nog eens wordt aangehouden, worden deze gegevens erbij gehaald.

Naar de rechter

Bent u inmiddels op vrije voeten gesteld, maar uw zaak wordt wel voortgezet, dan ontvangt u uw dagvaarding thuis. Zit u nog in voorarrest dan ontvangt u uw dagvaarding in het huis van bewaring. Als de rechtbank tweemaal een bevel tot gevangenhouding heeft verlengd en u heeft nog steeds geen dagvaarding ontvangen, dan moet u in vrijheid worden gesteld. Het totale voorarrest kan dus uiterlijk 110 dagen duren: 6 dagen inverzekeringstelling, 14 dagen bewaring en 3x30 dagen gevangenhouding.

De eventuele rechtszitting begint binnen deze termijn. Zit u vast dan loopt uw voorarrest door totdat de rechter een uitspraak in uw zaak heeft gedaan, tenzij er geen redenen zijn om u langer vast te houden.

Meer informatie over de gang van zaken op de zitting vindt u in de folder ?U moet terechtstaan? die u kunt aanvragen bij het Ministerie van Justitie.

Zie ook de folder van justitie: U wordt verdacht (pdf)


Wanneer men de maximale duur van het verhoor door de politie, de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis (bewaring en gevangenhouding) bij elkaar optelt komt men op een periode van 110 dagen en 15 uur.

Zie ook de rubriek u wordt verdacht

Naar boven

naar homepage

Zoeken