Vraag en antwoord

Kruimelpad

Inhoud pagina: Vraag en antwoord

Links ziet u categorieën met vragen en antwoorden. Staat uw vraag hier niet bij, dan kunt u algemene vragen over het Openbaar Ministerie en de werking van het strafrecht voorleggen aan Informatie Rijksoverheid

Informatie Rijksoverheid is bereikbaar op werkdagen tussen 8.00 en 20.00 uur via telefoonnummer 1400 of met het contactformulier.

Heeft u specifieke en / of inhoudelijke vragen over uw zaak, dan kunt u contact opnemen met het parket waar uw zaak in behandeling is.

Zoeken in de index

Zoeken binnen de index
268 items (10 getoond)

De dodenlijsten bevatten informatie over het lot van ruim 4700 Afghanen, ondergaan in de jaren 1978-1979. De transportorders bevatten informatie over de overdracht van ruim 670 Afghanen tussen de AGSA en de gevangenis. De dodenlijsten bestaan uit rijen met namen in grotendeels alfabetische volgorde, telkens voorzien van naam van de vader, beroep, plaats van herkomst en beschuldiging. Voorbeelden van zulke beschuldigingen zijn: echwani, ashrar en ‘maoistisch antirevolutionair'. Elke lijst is voorzien van een datum tussen 1978 en 1979. Sommigen lijsten dragen een overheidsstempel.

Ook de transportorders bevatten namen, telkens gekoppeld aan namen van de ouder(s), beroep en plaats van herkomst. Daarnaast bevatten deze documenten informatie over de locaties waar de betrokken personen zijn gehoord en gevangen gehouden. De datering van de transportorders geeft informatie over de datum van verhoor en detentie. Verder zijn de documenten voorzien van naam en handtekening van betrokken functionarissen, waaronder die van de overleden verdachte.

Bij snelrecht staat een verdachte die in voorlopige hechtenis zit binnen zeventien dagen voor de rechter, in geval van supersnelrecht binnen drie tot zes dagen. Zaken die niet geschikt zijn voor supersnelrecht of snelrecht kunnen voor de reguliere rechter worden gebracht.

Niet alle zaken zijn geschikt voor snelrecht of supersnelrecht. Hoe sneller je een zaak voor de rechter brengt, hoe korter de politie de tijd heeft om te onderzoeken wat er precies is gebeurd. Daarom zijn alleen zaken die bewijstechnisch relatief eenvoudig zijn geschikt voor supersnelrecht. Bijvoorbeeld als een verdachte bekent het feit te hebben gepleegd. In die gevallen kán supersnelrecht worden toegepast, en kan een verdachte dus binnen drie tot zes dagen nadat het feit gepleegd is voor de rechter worden gebracht. Als de rechter de verdachte veroordeelt wordt de straf ook direct tenuitvoergelegd, de verdachte komt dus niet tussentijdse op vrije voeten.

Vaak is het niet zo snel duidelijk wat er precies is gebeurd en wie wat heeft gedaan. Dan is er meer onderzoek nodig en moeten bijvoorbeeld getuigen worden gehoord om de zaak bewijstechnisch rond te krijgen. De officier van justitie kan immers pas een zaak voor de rechter brengen als er voldoende bewijs is. Als het lukt een zaak binnen de bewaringstermijn rond te krijgen kan iemand voor de snelrechter worden gebracht.

Supersnelrecht

Supersnelrecht betekent dat verdachten binnen de termijn van de inverzekeringstelling, dus binnen drie dagen, worden berecht.  De zaken die behandeld worden op een supersnelrecht  zijn openlijk geweld, vernielingen, brandstichting en geweld tegen personen met een publieke functie maar als zich andere feiten voordoen, kunnen deze ook op de supersnelrechtzitting worden gezet.

In verband met de korte termijn tussen aanhouding en behandeling ter zitting moet het gaan om bewijstechnisch gezien relatief eenvoudige zaken. OM, rechter en verdediging moeten tijdig kunnen beschikken over een compleet dossier. Dat betekent dat complexere zaken waarin aanvullend onderzoek nodig is (zoals bij grote ordeverstoringen) in het algemeen niet in aanmerking komen voor supersnelrecht.

Gewoon snelrecht

Naast supersnelrecht bestaat ook nog het ‘gewone’ snelrecht. Snelrecht houdt in dat de verdachte die na inverzekeringstelling in bewaring wordt gesteld, binnen de bewaringstermijn van veertien dagen voor de politierechter moet verschijnen. 

Met de toepassing van het lik-op-stuk-beleid  wil het OM het signaal afgeven dat gewelddadig gedrag niet wordt getolereerd en direct wordt afgestraft.

Nee, er bestaat geen coulanceregeling voor de zogenoemde 'broodrijders'. Wel bestaat de mogelijkheid tot het indienen van een klaagschrift bij de rechtbank.

U bemerkt over het algemeen niet dat u bent gehackt. U kunt uit voorzorg altijd de fix downloaden en de tips voor een veilig gebruik van internet naleven.

The Death Lists give information about the fate of more than 4700 Afghans in 1978-1979. The Transfer Orders contain information about the transfer of more than 670 Afghans between AGSA and prisons.

The Death Lists consist of rows of names, mostly in alphabetic order. With those names are mentioned: father’s name, occupation, place of origin and an accusation.
Examples of such accusations are: echwani, ashrar and Maoist anti-revolutionary. On each list, a date between 1978 and 1979 is written. On some lists, there is a Government-stamp.

The Transfer Orders give names as well, together with the names of parents, occupation and place of origin. In addition, these documents contain information about the locations where those involved were interrogated and detained. The dates on the Transfer Orders give information about the dates of interrogation and detention. Furthermore, the Transfer Orders bear the name and the signature of the involved officials. One of those officials was the deceased suspect.

De meeste lichtere verkeersovertredingen vallen niet onder het strafrecht, maar worden langs administratiefrechtelijke weg afgedaan. Dat houdt in dat de overtreder een beschikking krijgt thuis gestuurd door het CJIB. Op de beschikking staat een korte beschrijving van de overtreding. De overtreder moet via de bijgevoegde acceptgiro een bepaald bedrag betalen. Deze lichtere verkeersovertredingen worden ook wel Mulder-gedragingen genoemd. Ze zijn te herkennen aan de M in de rechterbovenhoek van de CJIB-brief.

Wilt u beroep aantekenen tegen de beschikking? lees dan hier verder

Muldergedragingen worden niet gedocumenteerd; je krijgt dus geen strafblad. Andere, zwaardere verkeersovertredingen vallen onder het strafrecht, hiervoor krijgt de overdtreder een OM transactie aangeboden danwel een strafbeschikking opgelegd. In ernstige gevallen of bij recidive kan de overtreder een dagvaarding ontvangen.

Voor vragen met betrekking tot de betaling van de administratieve beschikking zie www.cjib.nl

Ieder jaar kopen veel Nederlandse vakantiegangers in het buitenland een nepvuurwapen en brengen deze mee terug naar Nederland. Vooral in Zuid-Europese landen als Spanje en Turkije zijn deze imitatiewapens gewoon te koop omdat de plaatselijke wapenwetten minder streng zijn dan in ons land.

In Nederland zijn imitatiewapens verboden en op het bezit ervan staat een forse straf. De komende maanden zullen Koninklijke Marechaussee en Douane extra streng controleren op namaakwapens.

Namaakvuurwapens lijken op echte wapens, bijvoorbeeld als speelgoedwapen of als onderdeel van een spelcomputer, maar ook als aanstekers in de vorm van pistolen of handgranaten. Op het eerste gezicht is het moeilijk om namaakvuurwapens te onderscheiden van echte, zelfs door experts. De uiterlijke verschillen zitten in details of in het kleurgebruik. Criminelen maken hier dankbaar gebruik van. Bij een gewapende overval zien slachtoffers het verschil niet tussen een echt of een namaakwapen. Ook het tonen van een nepwapen in het openbaar, zelf als spel, kan een agressieve sfeer of geweld uitlokken.

Iedereen die betrapt wordt op het invoeren van een imitatiewapen is strafbaar en wordt strafrechtelijk vervolgd, ook jongeren. Het wapen wordt in beslag genomen en de bezitter kan rekenen op een fikse boete.

De politie of onder bepaalde omstandigheden burgers, kunnen een verdachte van een strafbaarfeit aanhouden. In de wet staat beschreven wie als verdachte kan worden aangemerkt.

Verdachte art.27 van Strafvordering

lid 1.Als verdachte wordt voordat de vervolging is aangevangen aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit.

Feiten en omstandigheden kunnen zijn: waarneming van strafbare gedragingen, verklaringen van getuigen, sporen bij misdrijven en anonieme tips. Ook ervaringsoordelen van opsporingsambtenaren mogen een basis voor verdenking opleveren.(bron: Tekst en Commentaar Strafvordering Kluwer)

Mag een burger een verdachte aanhouden?

In art 53 van het wetboek van strafvordering staat: In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd den verdachte aan te houden. In de meeste gevallen wordt de aanhouding verricht door de politie maar burgers kunnen dus wanneer zij getuigen zijn dat iemand de wet overtreedt de verdachte aanhouden en overdragen aan de politie. Dit is wel aan voorwaarden gebonden (zie ook burgerarrest)

Zie ook de folder: U wordt verdacht (pdf)

Bewijsmateriaal
Na een aangifte of ontdekking van een strafbaar feit begint de politie met een onderzoek. De recherche gaat op zoek naar bewijsmateriaal. Hiervoor kan uw medewerking gevraagd worden. Voor de bewijsvoering kunnen namelijk allerlei bijzonderheden van belang zijn. Verklaringen van mensen die iets gezien of gehoord hebben, zijn waardevol.
Voor het politie-onderzoek is het belangrijk dat u zoveel mogelijk details vertelt van wat u gezien of gehoord hebt. U kunt daar gerust de tijd voor nemen. Waarschijnlijk wordt u gevraagd om uw verhaal een paar keer te vertellen. Aan het eind van het gesprek vraagt de politie u de verklaring zorgvuldig te lezen. Als u geen op- of aanmerkingen hebt, kunt u de verklaring ondertekenen. Dit betekent dat u het eens bent met de tekst. Van de verklaring kunt u meestal een
kopie krijgen. Vergeet niet de naam te vragen van de politieman of -vrouw die over de zaak gaat. Dat is handig als u voor informatie contact wilt opnemen met de politie.
De politie zal u de verdere gang van zaken uitleggen. Ook als slachtoffer zult u meest al als getuige worden gehoord. Datzelfde geldt als u aangifte doet van een strafbaar feit.

De verdachte
Als de verdachte voor u een onbekende is, kan de politie u vragen foto’s van mogelijke verdachten te bekijken. Ook kan u gevraagd worden naar videobeelden te kijken of mee te werken aan het maken van een compositietekening. Wanneer de vermoedelijke dader is aangehouden, kan de politie vragen of u naar het bureau wilt komen. De vraag is daar of u de verdachte herkent.
Dat gebeurt met een confrontatiespiegel: een spiegel waar maar aan één kant doorheen kan worden gekeken. U ziet de verdachte wel; hij/zij ziet u niet.

Voortgang
Het kan gebeuren dat u na het afleggen van uw verklaring niets meer hoort. Dit hoeft niet te betekenen dat er niets met uw verklaring wordt gedaan. Het is mogelijk dat de politie het onderzoek niet rond krijgt. De verdachte kan bijvoorbeeld niet worden opgespoord of er is onvoldoende bewijsmateriaal te vinden. De politie besluit dan om de zaak te laten rusten. Dit betekent niet dat u niet wordt geloofd. De politie gaat er in principe vanuit dat uw verhaal waar is, maar kan het juridische bewijs niet leveren. In dat geval komt het niet tot een rechtszaak.
Als u meer wilt weten over het verloop van het onderzoek, informeert u dan bij de politieman of -vrouw die de verklaring heeft opgenomen.

Naar boven

Zoeken