Links ziet u categorieën met vragen en antwoorden. Staat uw vraag hier niet bij, dan kunt u algemene vragen over het Openbaar Ministerie en de werking van het strafrecht voorleggen aan Informatie Rijksoverheid
Informatie Rijksoverheid is bereikbaar op werkdagen tussen 8.00 en 20.00 uur via telefoonnummer 1400 of met het contactformulier.
Heeft u specifieke en / of inhoudelijke vragen over uw zaak, dan kunt u contact opnemen met het parket waar uw zaak in behandeling is.
Per 1 februari 2005 is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van kracht. Vanaf die datum moeten mensen die veroordeeld zijn voor een misdrijf waarop in de wet een gevangenisstraf staat van maximaal vier jaar of meer, verplicht DNA-celmateriaal afstaan.
Onder veroordeelden worden personen verstaan die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf, taakstraf, terbeschikkingstelling, plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, een inrichting voor stelselmatige daders of een inrichting voor jeugdigen.
Het materiaal wordt bewaard in de DNA-databank. Met de gegevens uit die DNA-databank kunnen daders van (zware) misdrijven sneller worden opgespoord. En worden misdrijven soms zelfs voorkomen.
Wat is DNA onderzoek?
Deoxyribo Nucleic Acid (DNA) is de stof in ons lichaam die alle erfelijke informatie bevat. In het DNA ligt bijvoorbeeld vast wat voor kleur ogen iemand heeft. Ieder DNA is uniek; alleen eeneiige tweelingen hebben hetzelfde DNA. Bij alle andere mensen verschilt het DNA zo duidelijk dat er nooit twijfel bestaat van wie het is.
Bij veel misdrijven vindt DNA-onderzoek plaats. De DNA-gegevens die verzameld worden, leveren de politie een schat aan informatie op. Onderzoek gebeurt zowel op de plek waar de misdaad plaatsvond, als op andere relevante plaatsen zoals bij de slachtoffers. Op die manier verzamelt de politie allerleisporen. Die kunnen verwijzen naar de mogelijke dader(s). Maar de sporen kunnen ook verdachten uitsluiten.
Om het DNA van verdachten (en per 1 februari 2005 van veroordeelden) te onderzoeken, wordt bij hen wangslijmvlies afgenomen. De cellen daarvan wordenonderzocht. Van dit DNA-celmateriaal wordt een aantal gebieden bekeken die van mens tot mens verschillen. Dat levert per gebied een getal op. Het lijstje met getallen dat hier uitkomt heet DNA-profiel.
De politie of onder bepaalde omstandigheden burgers, kunnen een verdachte van een strafbaarfeit aanhouden. In de wet staat beschreven wie als verdachte kan worden aangemerkt.
Verdachte art.27 van Strafvordering
lid 1.Als verdachte wordt voordat de vervolging is aangevangen aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit.
Feiten en omstandigheden kunnen zijn: waarneming van strafbare gedragingen, verklaringen van getuigen, sporen bij misdrijven en anonieme tips. Ook ervaringsoordelen van opsporingsambtenaren mogen een basis voor verdenking opleveren.(bron: Tekst en Commentaar Strafvordering Kluwer)
Mag een burger een verdachte aanhouden?
In art 53 van het wetboek van strafvordering staat: In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd den verdachte aan te houden. In de meeste gevallen wordt de aanhouding verricht door de politie maar burgers kunnen dus wanneer zij getuigen zijn dat iemand de wet overtreedt de verdachte aanhouden en overdragen aan de politie. Dit is wel aan voorwaarden gebonden (zie ook burgerarrest)
Zie ook de folder: U wordt verdacht (pdf)
Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) heeft als taak om ervoor te zorgen dat criminele winsten worden afgenomen. Het OM kan bij de start van een onderzoek beslag (laten) leggen op het criminele vermogen, zodat de criminele winst na veroordeling daadwerkelijk in de staatskas vloeit. Naast de primaire taak om criminele winsten af te nemen, heeft het BOOM de rol om opgebouwde kennis en ervaring over de ontnemingswetgeving te delen met justitiële ketenpartners zoals bijvoorbeeld politie, in binnen- en buitenland, en andere OM-onderdelen. In 2008 is voor ruim 23,4 miljoen euro aan opgelegde ontnemingsmaatregelen geïncasseerd van veroordeelde criminelen.
Wanneer u slachtoffer wordt van een misdrijf kunt u daarvan aangifte doen bij de politie. Met de aangifte doet u een verzoek tot strafvervolging van de verantwoordelijken. De politie is verplicht om uw aangifte op te nemen en zal u op de hoogte houden van wat er met uw aangifte gebeurt.
De politie zal naar aanleiding van uw aangifte in de meeste gevallen onderzoek doen om de waarheid boven tafel te krijgen en verdachten van een misdrijf op te sporen. Toch kan het voorkomen dat de politie besluit om geen onderzoek in te stellen, naar aanleiding van de aangifte. Dit kan om verschillende redenen: het belang ervan is te gering, er is geen opsporingsindicatie (te weinig zicht op de dader(s)) of er is al te veel verlopen sinds het strafbare feit gepleegd is.
Wanneer u het niet eens bent deze beslissing kunt u een gesprek aanvragen over het nemen van deze beslissing of een brief schrijven naar de betreffende districtschef. Ook kunt u de Officier van Justitie vragen de politie opdracht te geven een onderzoek in te stellen naar aanleiding van uw aangifte.
Het kan ook gebeuren dat de politie besluit de zaak 'op te leggen' nadat eerst een onderzoek is ingesteld naar aanleiding van uw aangifte. Bijvoorbeeld omdat de politie vindt dat er onvoldoende bewijs is om de verdachte met succes te kunnen vervolgen. Als u daarvan bericht krijgt, dan hoeft u het ook hier niet mee eens te zijn. In dit geval kunt u een brief schrijven aan de Officier van Justitie en deze vragen de politie opdracht te geven het proces-verbaal in te sturen naar het openbaar ministerie.
Voor een aantal relatief lichte feiten kunt u bij de meeste politiekorpsen ook digitaal aangifte doen. lees verder
Wilt u anoniem aangifte doen kijk dan op www.meldmisdaad.nl/
Het Openbaar Ministerie is het onderdeel van de rechterlijke macht dat ervoor moet zorgen dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Integenstelling tot wat de naam doet vermoeden is het OM geen ministerie.
Wanneer iemand wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit, krijgt hij of zij met het Openbaar Ministerie te maken. Het Openbaar Ministerie is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met de politie en andere opsporingsdiensten. De officier van justitie treedt op als vertegenwoordiger van het OM en leidt het opsporingsonderzoek.
Het OM houdt ook toezicht op de goede uitvoering van het vonnis van rechters; boetes moeten worden betaald, gevangenisstraffen uitgezeten, taakstraffen goed uitgevoerd.
Bewijsmateriaal
Na een aangifte of ontdekking van een strafbaar feit begint de politie met een onderzoek. De recherche gaat op zoek naar bewijsmateriaal. Hiervoor kan uw medewerking gevraagd worden. Voor de bewijsvoering kunnen namelijk allerlei bijzonderheden van belang zijn. Verklaringen van mensen die iets gezien of gehoord hebben, zijn waardevol.
Voor het politie-onderzoek is het belangrijk dat u zoveel mogelijk details vertelt van wat u gezien of gehoord hebt. U kunt daar gerust de tijd voor nemen. Waarschijnlijk wordt u gevraagd om uw verhaal een paar keer te vertellen. Aan het eind van het gesprek vraagt de politie u de verklaring zorgvuldig te lezen. Als u geen op- of aanmerkingen hebt, kunt u de verklaring ondertekenen. Dit betekent dat u het eens bent met de tekst. Van de verklaring kunt u meestal een
kopie krijgen. Vergeet niet de naam te vragen van de politieman of -vrouw die over de zaak gaat. Dat is handig als u voor informatie contact wilt opnemen met de politie.
De politie zal u de verdere gang van zaken uitleggen. Ook als slachtoffer zult u meest al als getuige worden gehoord. Datzelfde geldt als u aangifte doet van een strafbaar feit.
De verdachte
Als de verdachte voor u een onbekende is, kan de politie u vragen foto’s van mogelijke verdachten te bekijken. Ook kan u gevraagd worden naar videobeelden te kijken of mee te werken aan het maken van een compositietekening. Wanneer de vermoedelijke dader is aangehouden, kan de politie vragen of u naar het bureau wilt komen. De vraag is daar of u de verdachte herkent.
Dat gebeurt met een confrontatiespiegel: een spiegel waar maar aan één kant doorheen kan worden gekeken. U ziet de verdachte wel; hij/zij ziet u niet.
Voortgang
Het kan gebeuren dat u na het afleggen van uw verklaring niets meer hoort. Dit hoeft niet te betekenen dat er niets met uw verklaring wordt gedaan. Het is mogelijk dat de politie het onderzoek niet rond krijgt. De verdachte kan bijvoorbeeld niet worden opgespoord of er is onvoldoende bewijsmateriaal te vinden. De politie besluit dan om de zaak te laten rusten. Dit betekent niet dat u niet wordt geloofd. De politie gaat er in principe vanuit dat uw verhaal waar is, maar kan het juridische bewijs niet leveren. In dat geval komt het niet tot een rechtszaak.
Als u meer wilt weten over het verloop van het onderzoek, informeert u dan bij de politieman of -vrouw die de verklaring heeft opgenomen.
Het OM treft tienduizenden schikkingen per jaar. Mensen die te snel hebben gereden of een winkeldiefstal hebben begaan krijgen bijvoorbeeld een schikking. Gaan zij hierop in dan besparen zij zichzelf een gang naar de rechter.
Ook bij grotere zaken wordt, zij het in beperktere mate, getracht tot een schikking te komen. Een schikking (ook wel transactievoorstel) is voor het OM een manier om strafzaken op een economische manier af te doen. Het OM mag alleen een schikking aanbieden als op zichzelf bewijstechnisch en beleidsmatig voldoende grond is om met succes te vervolgen.
Meestal wordt voor een schikking gekozen als het bewijs voorhanden is, maar wordt gevreesd voor een langdurige, complexe rechtszaak. Zeker als de sanctie die de rechter mogelijk oplegt lager is dan het bedrag van de schikking is dit een welkome weg. Voor de overheid betekent dit een even snelle als rechtvaardige afdoening, voor de verdachte een mogelijkheid een moeizame rechtsgang af te kopen.
Het OM kent als beleid dat in gevoelige zaken waarbij een hoge schikking ter sprake komt altijd als voorwaarde wordt gesteld dat een persbericht wordt uitgegeven. Ook in de zaak rond de Schipholspoortunnel was dit aan de hand: er was genoeg bewijs, de schikking was voor het maximumbedrag en de zaak werd openbaar gemaakt via een persbericht. De toenmalige Minister Korthals heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat hij wil dat het OM in de toekomst terughoudender omgaat met hoge transacties.
Transacties boven de 100.000 gulden moeten aan de minister worden voorgelegd, zodat hij kan bepalen of het OM in redelijkheid kan besluiten de zaak niet aan de rechter voor te leggen. Kern van de zaak is dat bepaalde gevallen niet zomaar met een transactie worden afgedaan maar ter toetsing worden voorgelegd: zij moeten uit de reguliere stroom van min of meer routinematig af te handelen zaken worden gelicht en bijzondere aandacht krijgen.
Behalve transacties van boven de ton verdienen bijzondere aandacht de zaken waarin juridisch of beleidsmatige principiële vragen aan de orde zijn en de gevoelige zaken. De gevoeligheid wordt bepaald door de aard van het strafbare feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, de gevolgen ervan of de persoon van de verdachte. Een transactie is bijvoorbeeld gevoelig wanneer bij een zaak de integriteit van het openbaar bestuur in het geding is. In de periode juli 2000 tot en met juni 2001 zijn door het OM negentien transacties boven de 100.000 gulden afgesloten.
Met dit wetsvoorstel is voor het inzetten van bijzondere
opsporingsmethoden (zoals observatie, infiltratie, pseudo-koop en
de telefoontap) niet langer een redelijk vermoeden van een
strafbaar feit nodig. Aanwijzingen dat een terroristische aanslag
wordt voorbereid, zijn voldoende voor het inzetten van bijzondere
opsporingsmogelijkheden. Van dergelijke aanwijzingen is sprake,
als feiten en omstandigheden duiden op de voorbereiding van een
aanslag.
De rechter-commissaris moet toestemming geven voor het tappen van
telefoons, de officier van justitie voor het gebruik van andere
bijzondere opsporingsmethoden. Daarnaast mag de officier van
justitie in bepaalde gebieden personen preventief laten
fouilleren en voertuigen en voorwerpen laten onderzoeken.
Het wetsvoorstel kent verder meer bevoegdheden toe, om in een
verkennend onderzoek informatie te verzamelen over groepen van
personen waarbinnen mogelijk een aanslag wordt beraamd.
Ook kunnen bij een terroristische dreiging verdachten eerder in
bewaring worden genomen, dan nu nog het geval is. Niet langer
zijn bij een verdenking van een terroristisch misdrijf ernstige
bezwaren vereist; een redelijk vermoeden van schuld is in de
toekomst voldoende.
Tenslotte maakt het wetsvoorstel het mogelijk dat volledige
inzage van processtukken van een terroristisch misdrijf wordt
uitgesteld, als voortijdige openbaarmaking de voorbereiding van
de zaak tegen een verdachte bemoeilijkt, of schadelijk is voor de
voorbereiding van strafzaken tegen eventuele medeverdachten. De
dagvaarding van een verdachte bij een terroristisch misdrijf kan
dan maximaal twee jaar worden uitgesteld.
Art. 287. Wetboek van Strafrecht Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie
Art. 289. Wetboek van Strafrecht Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord, gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Moord wordt algemeen beschouwd als het ernstigste commune misdrijf. Moord is doodslag met voorbedachte raad begaan. Voorbedachte rade wijst op een moment van kalm overleg, van bedaard nadenken voorafgaand aan de uitvoering.
In het geval er een levenslange gevangenis wordt opgelegd betekent dit dat de veroordeelde de rest van zijn leven in detentie zal moeten verblijven.
Jongeren die door de politie aangehouden worden een het overtreden van de vuuwerkregels komen in de regel in aanmerking voor een zogenaamde Halt-afdoening.
De overtredingen die voor een Haltafdoening in aanmerking komen zijn:
Een voorwaarde om voor een haltafdoening in aanmerking te komen is dat de verdachte moet bekennen, afstand doet van het vuurwerk, in de leeftijd is van 12 tot en met 17 jaar en de ouders van de verdachte in kennis worden gesteld van de verwijzing naar Halt.
Zie ook www.halt.nl