Vraag en antwoord

Kruimelpad

Inhoud pagina: Vraag en antwoord

Links ziet u categorieën met vragen en antwoorden. Staat uw vraag hier niet bij, dan kunt u algemene vragen over het Openbaar Ministerie en de werking van het strafrecht voorleggen aan Postbus 51.

U kunt de informatiedienst van Postbus51 bereiken op werkdagen tussen 8.00 en 20.00 uur via telefoonnummer 0800-8051 of via het contactformulier.

Heeft u specifieke en / of inhoudelijke vragen over uw zaak, dan kunt u contact opnemen met het parket waar uw zaak in behandeling is.

Zoeken in de index

Zoeken binnen de index
178 items (10 getoond)

Met dit wetsvoorstel is voor het inzetten van bijzondere opsporingsmethoden (zoals observatie, infiltratie, pseudo-koop en de telefoontap) niet langer een redelijk vermoeden van een strafbaar feit nodig. Aanwijzingen dat een terroristische aanslag wordt voorbereid, zijn voldoende voor het inzetten van bijzondere opsporingsmogelijkheden. Van dergelijke aanwijzingen is sprake, als feiten en omstandigheden duiden op de voorbereiding van een aanslag.

De rechter-commissaris moet toestemming geven voor het tappen van telefoons, de officier van justitie voor het gebruik van andere bijzondere opsporingsmethoden. Daarnaast mag de officier van justitie in bepaalde gebieden personen preventief laten fouilleren en voertuigen en voorwerpen laten onderzoeken.

Het wetsvoorstel kent verder meer bevoegdheden toe, om in een verkennend onderzoek informatie te verzamelen over groepen van personen waarbinnen mogelijk een aanslag wordt beraamd. Ook kunnen bij een terroristische dreiging verdachten eerder in bewaring worden genomen, dan nu nog het geval is. Niet langer zijn bij een verdenking van een terroristisch misdrijf ernstige bezwaren vereist; een redelijk vermoeden van schuld is in de toekomst voldoende.

Tenslotte maakt het wetsvoorstel het mogelijk dat volledige inzage van processtukken van een terroristisch misdrijf wordt uitgesteld, als voortijdige openbaarmaking de voorbereiding van de zaak tegen een verdachte bemoeilijkt, of schadelijk is voor de voorbereiding van strafzaken tegen eventuele medeverdachten. De dagvaarding van een verdachte bij een terroristisch misdrijf kan dan maximaal twee jaar worden uitgesteld.

Per 1 februari 2005 is de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van kracht. Vanaf die datum moeten mensen die veroordeeld zijn voor een misdrijf waarop in de wet een gevangenisstraf staat van maximaal vier jaar of meer, verplicht DNA-celmateriaal afstaan.

Onder veroordeelden worden personen verstaan die veroordeeld zijn tot een gevangenisstraf, taakstraf, terbeschikkingstelling, plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, een inrichting voor stelselmatige daders of een inrichting voor jeugdigen.

Het materiaal wordt bewaard in de DNA-databank. Met de gegevens uit die DNA-databank kunnen daders van (zware) misdrijven sneller worden opgespoord. En worden misdrijven soms zelfs voorkomen.

Wat is DNA onderzoek?

Deoxyribo Nucleic Acid (DNA) is de stof in ons lichaam die alle erfelijke informatie bevat. In het DNA ligt bijvoorbeeld vast wat voor kleur ogen iemand heeft. Ieder DNA is uniek; alleen eeneiige tweelingen hebben hetzelfde DNA. Bij alle andere mensen verschilt het DNA zo duidelijk dat er nooit twijfel bestaat van wie het is.

Bij veel misdrijven vindt DNA-onderzoek plaats. De DNA-gegevens die verzameld worden, leveren de politie een schat aan informatie op. Onderzoek gebeurt zowel op de plek waar de misdaad plaatsvond, als op andere relevante plaatsen zoals bij de slachtoffers. Op die manier verzamelt de politie allerleisporen. Die kunnen verwijzen naar de mogelijke dader(s). Maar de sporen kunnen ook verdachten uitsluiten.

Om het DNA van verdachten (en per 1 februari 2005 van veroordeelden) te onderzoeken, wordt bij hen wangslijmvlies afgenomen. De cellen daarvan wordenonderzocht. Van dit DNA-celmateriaal wordt een aantal gebieden bekeken die van mens tot mens verschillen. Dat levert per gebied een getal op. Het lijstje met getallen dat hier uitkomt heet DNA-profiel.

Het OM treft tienduizenden schikkingen per jaar. Mensen die te snel hebben gereden of een winkeldiefstal hebben begaan krijgen bijvoorbeeld een schikking. Gaan zij hierop in dan besparen zij zichzelf een gang naar de rechter.

Ook bij grotere zaken wordt, zij het in beperktere mate, getracht tot een schikking te komen. Een schikking (ook wel transactievoorstel) is voor het OM een manier om strafzaken op een economische manier af te doen. Het OM mag alleen een schikking aanbieden als op zichzelf bewijstechnisch en beleidsmatig voldoende grond is om met succes te vervolgen.

Meestal wordt voor een schikking gekozen als het bewijs voorhanden is, maar wordt gevreesd voor een langdurige, complexe rechtszaak. Zeker als de sanctie die de rechter mogelijk oplegt lager is dan het bedrag van de schikking is dit een welkome weg. Voor de overheid betekent dit een even snelle als rechtvaardige afdoening, voor de verdachte een mogelijkheid een moeizame rechtsgang af te kopen.

Het OM kent als beleid dat in gevoelige zaken waarbij een hoge schikking ter sprake komt altijd als voorwaarde wordt gesteld dat een persbericht wordt uitgegeven. Ook in de zaak rond de Schipholspoortunnel was dit aan de hand: er was genoeg bewijs, de schikking was voor het maximumbedrag en de zaak werd openbaar gemaakt via een persbericht. De toenmalige Minister Korthals heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat hij wil dat het OM in de toekomst terughoudender omgaat met hoge transacties.

Transacties boven de 100.000 gulden moeten aan de minister worden voorgelegd, zodat hij kan bepalen of het OM in redelijkheid kan besluiten de zaak niet aan de rechter voor te leggen. Kern van de zaak is dat bepaalde gevallen niet zomaar met een transactie worden afgedaan maar ter toetsing worden voorgelegd: zij moeten uit de reguliere stroom van min of meer routinematig af te handelen zaken worden gelicht en bijzondere aandacht krijgen.

Behalve transacties van boven de ton verdienen bijzondere aandacht de zaken waarin juridisch of beleidsmatige principiële vragen aan de orde zijn en de gevoelige zaken. De gevoeligheid wordt bepaald door de aard van het strafbare feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd, de gevolgen ervan of de persoon van de verdachte. Een transactie is bijvoorbeeld gevoelig wanneer bij een zaak de integriteit van het openbaar bestuur in het geding is. In de periode juli 2000 tot en met juni 2001 zijn door het OM negentien transacties boven de 100.000 gulden afgesloten.

Art. 287. Wetboek van Strafrecht Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie

Art. 289. Wetboek van Strafrecht Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord, gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Moord wordt algemeen beschouwd als het ernstigste commune misdrijf. Moord is doodslag met voorbedachte raad begaan. Voorbedachte rade wijst op een moment van kalm overleg, van bedaard nadenken voorafgaand aan de uitvoering.

In het geval er een levenslange gevangenis wordt opgelegd betekent dit dat de veroordeelde de rest van zijn leven in detentie zal moeten verblijven.

Jongeren die door de politie aangehouden worden een het overtreden van de vuuwerkregels komen in de regel in aanmerking voor een zogenaamde Halt-afdoening.  

De overtredingen die voor een Haltafdoening in aanmerking komen zijn:

  • voorhanden hebben van toegestaan vuurwerk buiten de toegestane tijd
  • voorhanden hebben van maximaal 300 strijkers
  • afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijd
  • kleinschalige verkoop van strijkers.

Een voorwaarde om voor een haltafdoening in aanmerking te komen is dat de verdachte moet bekennen, afstand doet van het vuurwerk,  in de leeftijd is van 12 tot en met 17 jaar en de ouders van de verdachte in kennis worden gesteld van de verwijzing naar Halt.

Zie ook www.halt.nl

Vanwege capaciteitsproblemen in de rechtspraak heeft het kabinet gezocht naar mogelijkheden de overbezette strafrechters te ontlasten. Eén van die mogelijkheden is de Wet OM-afdoening. Met de invoering van deze wet is een deel van de zaken die eerst door de rechter werden gedaan, bij het OM komen te liggen. De hele strafrechtsketen profiteert van de invoering van de wet. Immers, wat op de allereenvoudigste zaken kan worden bespaard, komt ten goede aan de behandeling van grote en gecompliceerde strafzaken.

De politie of onder bepaalde omstandigheden burgers, kunnen een verdachte van een strafbaarfeit aanhouden. In de wet staat beschreven wie als verdachte kan worden aangemerkt.

Verdachte art.27 van Strafvordering

lid 1.Als verdachte wordt voordat de vervolging is aangevangen aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit.

Feiten en omstandigheden kunnen zijn: waarneming van strafbare gedragingen, verklaringen van getuigen, sporen bij misdrijven en anonieme tips. Ook ervaringsoordelen van opsporingsambtenaren mogen een basis voor verdenking opleveren.(bron: Tekst en Commentaar Strafvordering Kluwer)

Wanneer mag een burger een verdachte aanhouden?

In art 53 van het wetboek van strafvordering staat: In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd den verdachte aan te houden. In de meeste gevallen wordt de aanhouding verricht door de politie maar burgers kunnen dus wanneer zij getuigen zijn dat iemand de wet overtreedt de verdachte aanhouden en overdragen aan de politie. Dit is wel aan voorwaarden gebonden (zie ook burgerarrest)

Zie ook de folder van justitie: U wordt verdacht (pdf)

Ieder jaar kopen veel Nederlandse vakantiegangers in het buitenland een nepvuurwapen en brengen deze mee terug naar Nederland. Vooral in Zuid-Europese landen als Spanje en Turkije zijn deze imitatiewapens gewoon te koop omdat de plaatselijke wapenwetten minder streng zijn dan in ons land.

In Nederland zijn imitatiewapens verboden en op het bezit ervan staat een forse straf. De komende maanden zullen Koninklijke Marechaussee en Douane extra streng controleren op namaakwapens.

Namaakvuurwapens lijken op echte wapens, bijvoorbeeld als speelgoedwapen of als onderdeel van een spelcomputer, maar ook als aanstekers in de vorm van pistolen of handgranaten. Op het eerste gezicht is het moeilijk om namaakvuurwapens te onderscheiden van echte, zelfs door experts. De uiterlijke verschillen zitten in details of in het kleurgebruik. Criminelen maken hier dankbaar gebruik van. Bij een gewapende overval zien slachtoffers het verschil niet tussen een echt of een namaakwapen. Ook het tonen van een nepwapen in het openbaar, zelf als spel, kan een agressieve sfeer of geweld uitlokken.

In 2001 nam de politie in Nederland ruim 300 imitatiewapens in beslag die bij misdrijven waren gebruikt.

Iedereen die betrapt wordt op het invoeren van een imitatiewapen is strafbaar en wordt strafrechtelijk vervolgd, ook jongeren. Het wapen wordt in beslag genomen en de bezitter krijgt een boete van maximaal 270 euro. Veel gestelde vragen nepwapens (Justitie.nl)

De meeste lichtere verkeersovertredingen vallen niet onder het strafrecht, maar worden langs administratiefrechtelijke weg afgedaan. Dat houdt in dat de overtreder een beschikking krijgt thuis gestuurd door het CJIB. Op de beschikking staat een korte beschrijving van de overtreding. De overtreder moet via de bijgevoegde acceptgiro een bepaald bedrag betalen. Deze lichtere verkeersovertredingen worden ook wel Mulder-gedragingen genoemd. Ze zijn te herkennen aan de M in de rechterbovenhoek van de CJIB-brief.

Muldergedragingen worden niet gedocumenteerd; je krijgt dus geen strafblad. Andere, zwaardere verkeersovertredingen vallen onder het strafrecht, hiervoor krijgt de overdtreder een OM transactie aangeboden of een dagvaarding.

Voor vragen met betrekking tot de betaling van de administratieve beschikking zie www.cjib.nl

Ja, in een drietal opzichten. Als in het kader van een onderzoek in Nederland informatie uit het buitenland noodzakelijk is. Als er op Nederlandse ambassades of in het kader van bijstand aan de Nederlandse Antillen reden is voor inzet. Tenslotte zijn sinds 2001 Nederlanders strafbaar die buitenlandse ambtenaren omkopen. De Rijksrecherche probeert daar zicht op te krijgen en daar strafrechtelijk onderzoek naar te doen.

Naar boven

Zoeken