Het drugsbeleid in Nederland richt zich op het voorkomen en beperken van de risico's van drugsgebruik voor de gebruiker, voor zijn directe omgeving en voor de samenleving. Zowel hard- als softdrugs zijn verboden in Nederland. Dat is het uitgangspunt. Harddrugs worden in het algemeen gezien als veel slechter voor de gezondheid dan softdrugs. Daarom heeft de politiek begin jaren 90 van de vorige eeuw- besloten dat het mogelijk moest zijn om verkooppunten toe te staan die onder strenge voorwaarden softdrugs mochten verkopen. Zo zouden de mensen die af en toe een joint wilden roken zich niet binnen het illegale circuit hoeven te bewegen om dat te kunnen doen. Daardoor zou er ook minder verleiding zijn om over te gaan op harddrugs. Per gemeente kon dan worden beslist óf en hoeveel coffeeshops men wilde toestaan.
Omdat het echter wel om strafbare feiten bleef gaan werd afgesproken dat politie en OM niet zouden controleren in die door de gemeentepolitiek toegestane verkooppunten tenzij de voorwaarden werden overtreden. Zo is het ‘gedoogbeleid’ ontstaan. Echter als één van de voorwaarden wordt overtreden, wordt er niet meer gedoogd en worden de regels van de Opiumwet ook ín de coffeeshop gehandhaafd.
Buiten de coffeeshop gelden alleen de wettelijke regels (geen enkele vorm van gedoogbeleid) en moeten politie en OM deze handhaven. Regel is dan dat alle drugs worden afgenomen en in principe proces-verbaal wordt opgemaakt. Daarmee komen we bij de zg. ‘achterdeurproblematiek’. Voor de bevoorrading van toegestane coffeeshops bestaan geen regels en die is dus ook áltijd strafbaar.
Na bijna twintig jaar bovenbeschreven beleid te hebben gevoerd in relatie tot softdrugs is momenteel sprake van evaluatie en herbezinning door het kabinet.
De overheid probeert de maatschappelijke overlast door veelplegers terug te brengen. Hieruit voortvloeiend heeft de officier van justitie sinds 1 april 2004 de mogelijkheid om tegen veelplegers de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders te eisen. Voor uitleg over de zogenaamde ISD-regeling zie de rubriek veelplegers
Het maatschappelijk belang bij het drugsbeleid is de volksgezondheid en de openbare orde. Dat zie je terug in de strafmaat die de wetgever aan de feiten in de Opiumwet heeft verbonden en in de prioritering. Omdat de politiecapaciteit ontoereikend is om alle strafbare feiten aan te pakken moeten er prioriteiten worden gesteld Zo wordt de aanpak van de grootschalige productie van en handel in drugs belangrijker gevonden dan het bezit van een kleine hoeveelheid drugs voor persoonlijk gebruik.
In de praktijk betekent dit dat wanneer de politie bij iemand niet meer dan 5 gram hasj of niet meer dan 5 hennepplanten aantreft, de drugs wel in beslag genomen zullen worden maar er geen strafvervolging ingesteld zal worden. Hiervan kan afgeweken worden als het om een verdachte gaat die nog geen 18 jaar.
Productie, handel en bezit van alle middelen zijn in Nederland verboden. Politie en openbaar ministerie pakken grootschalige productie en (grensoverschrijdende) handel streng aan. Daarbij gelden voor middelen op lijst I van de Opiumwet (harddrugs) zwaardere straffen dan voor die op lijst II (softdrugs en slaap- en kalmeringsmiddelen). Het vervolgingsbeleid beleid richt zich vooral op de productie en handel van drugs. Aan opsporing van bezit van kleine hoeveelheden drugs voor eigen gebruik geeft de politie geen voorrang.
Zie ook de Aanwijzing Opiumwet
Op steun en informatiepunt drugs en veiligheid en www.drugsinfo.nl kan men algemene informatie vinden over de werking van drugs en de gevolgen van drugsgebruik.
Er zijn landelijke afgesproken voorwaarden waar elke coffeeshop zich aan moet houden:
Als men zich hier niet aan houdt wordt er gecontroleerd door de politie op basis van de Opiumwet.
Ook de burgemeester heeft –als er sprake is van een vergunningsituatie- een mogelijkheid om als de vergunningvoorwaarden zijn overtreden, in te grijpen door middel van het bestuursrecht. De bovengenoemde voorwaarden zullen ook altijd aan de vergunning worden gekoppeld, maar dat kunnen er meer zijn.
Het niet naleven van de regels zorgt vaak voor sluiting van de coffeeshop.
Zie ook: Aanwijzing Opiumwet