Supersnelrecht
Supersnelrecht betekent dat verdachten binnen de termijn van de inverzekeringstelling, dus binnen drie dagen, worden berecht. De zaken die behandeld worden op een supersnelrecht zijn openlijk geweld, vernielingen, brandstichting en geweld tegen personen met een publieke functie maar als zich andere feiten voordoen, kunnen deze ook op de supersnelrechtzitting worden gezet.
In verband met de korte termijn tussen aanhouding en behandeling ter zitting moet het gaan om bewijstechnisch gezien relatief eenvoudige zaken. OM, rechter en verdediging moeten tijdig kunnen beschikken over een compleet dossier. Dat betekent dat complexere zaken waarin aanvullend onderzoek nodig is (zoals bij grote ordeverstoringen) in het algemeen niet in aanmerking komen voor supersnelrecht.
Gewoon snelrecht
Naast supersnelrecht bestaat ook nog het ‘gewone’ snelrecht. Snelrecht houdt in dat de verdachte die na inverzekeringstelling in bewaring wordt gesteld, binnen de bewaringstermijn van veertien dagen voor de politierechter moet verschijnen.
Met de toepassing van het lik-op-stuk-beleid wil het OM het signaal afgeven dat gewelddadig gedrag niet wordt getolereerd en direct wordt afgestraft.
In de dagvaarding die u ontvangt kunt u lezen welk feit de officier van justitie u ten laste legt. Dat is het strafbare feit waarvan men u verdenkt. Ook vindt u in de dagvaarding waar en wanneer de behandeling van uw zaak ter terechtzitting zal plaatsvinden. Op de achterkant van de dagvaarding vindt u informatie over de rechten waarvan u gebruik kunt maken, zoals het recht op een tolk en het recht op rechtsbijstand. Als u de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst, kunt u de officier van justitie om een tolk vragen.
Misschien vindt u dat u ten onrechte bent gedagvaard. U kunt dan bij de griffie van de rechtbank een bezwaarschrift indienen. U hebt hiervoor 8 dagen de tijd. Het bezwaarschrift richt u aan de rechtbank waar u moet voorkomen. In het bezwaarschrift omschrijft u zo duidelijk mogelijk waarom u het niet eens bent met de dagvaarding. Bijvoorbeeld omdat u meent dat u niet schuldig bent. De rechtbank zal een beslissing nemen over uw bezwaarschrift. Het kan zijn dat de rechter u vragen over uw bezwaar stelt. Vindt de rechter uw bezwaar ongegrond of nietontvankelijk, dan wordt uw zaak gewoon op de in de dagvaarding vermelde plaats en tijd behandeld. Overleg vooraf met uw advocaat of een bezwaarschrift
in uw geval zin heeft.
In strafzaken bent u niet verplicht om een advocaat in de arm te nemen. U mag dus uw eigen verdediging voeren. Wordt u verdacht van een misdrijf dan is het wel verstandig om een advocaat in te schakelen. Wilt u zich laten bijstaan door een advocaat, schakel die dan zo snel mogelijk in. Hij kan zich dan tijdig op uw zaak voorbereiden. Als u de rechtsbijstand niet zelf kunt betalen, dan kan uw advocaat een toevoeging voor u vragen. U betaalt dan wel een eigen bijdrage. Hoe hoog die bijdrage is, is afhankelijk van uw inkomen en vermogen. Uw advocaat of het bureau voor rechtshulp kan u hier meer over vertellen.
Als u in voorarrest zit krijgt u automatisch een advocaat toegewezen. U kunt ook om een andere advocaat vragen. Ook als u hebt bekend dat u het strafbare feit hebt gepleegd, of u bent van plan om dit op de zitting te bekennen, dan nog kan het verstandig zijn om de hulp van een advocaat in te roepen. Hij weet immers precies hoe alles in z?n werk gaat en welke mogelijkheden u hebt.
Als in uw zaak een slachtoffer schade heeft geleden dan kan deze op de zitting een schadevergoeding vragen. Als de rechter deze schadevergoeding toekent moet u dit bedrag aan het slachtoffer betalen.
Van uw zaak is een dossier gemaakt. Hierin zitten stukken van de politie, openbaar ministerie enz. U kunt uw dossier inzien bij de griffie van de rechtbank. Het beste is hiervoor van te voren een afspraak te maken. U kunt stukken uit het dossier overschrijven of tegen betaling om een kopie van de stukken vragen. Natuurlijk kunt u dit ook aan uw advocaat overlaten. Die zal vaak inzage willen in de stukken om zich goed voor te kunnen bereiden op de zaak.
bron: Justitie folder U moet terechtstaan
Indien u wordt verdacht van een strafbaar feit, is het Openbaar Ministerie onder bepaalde voorwaarden bevoegd om anderen hiervan op de hoogte te stellen en daarbij in het bezit te stellen van (delen) van uw strafdossier. Deze bevoegdheid is geregeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de Aanwijzing Wjsg.
Deze bevoegdheid wordt allereerst gebruikt om de personen en instanties te informeren die direct betrokken zijn bij de behandeling van uw strafzaak en de uitvoering van een eventueel opgelegde straf. Hierbij valt te denken aan:
Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie in sommige gevallen de bevoegdheid om personen en instanties te informeren die niet direct betrokken zijn bij de behandeling van uw strafzaak, maar wel een zwaarwegend belang hebben om te worden geïnformeerd. Hierbij valt te denken aan:
Uitgangspunt is dat in beginsel alleen informatie wordt verstrekt, indien er een vonnis is van de strafrechter of de zaak is geëindigd in een transactie of een strafbeschikking van het OM. Verstrekking in een eerder stadium is mogelijk als het belangrijk is dat de informatie snel verstrekt wordt én de officier van justitie heeft geoordeeld dat de feiten strafrechtelijk kunnen worden bewezen.
In het eerder genoemde voorbeeld van de crèchemedewerker die verdacht wordt van ontucht met kinderen, kan het noodzakelijk zijn om de crèche snel in te lichten over de verdenking. De crèche kan dan vervolgens beslissen of er aanleiding is om maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door de verdachte op non-actief te stellen.
De officier van justitie kan getuigen en deskundigen oproepen om op de zitting te verschijnen. Deze getuigen en deskundigen worden in de dagvaarding genoemd. U kunt ook zelf getuigen en deskundigen oproepen of meenemen naar de zitting, als u denkt dat zij voor u belangrijke verklaringen kunnen afleggen. Denkt u dat zij niet willen komen, dan kunt u de officier van justitie vragen hen te dagvaarden. De kosten die verbonden zijn aan het oproepen en verschijnen van getuigen en deskundigen op uw verzoek, moet u zelf betalen (bijvoorbeeld reis- en verblijfskosten).
Bent u van plan om getuigen en deskundigen op te roepen, mee te nemen of te laten dagvaarden dan moet u dat uiterlijk 3 dagen voor de zitting persoonlijk of per aangetekende brief aan de officier van justitie laten weten. U geeft hierbij hun naam, beroep en adres op. De officier zorgt vervolgens voor de oproeping of dagvaarding. De officier kan echter ook weigeren bepaalde getuigen of deskundigen op te roepen. Hij zal u over deze beslissing informeren. Bent u het hier niet mee eens dan kunt u op de zitting bij de rechter een verzoek indienen om de officier van justitie alsnog deze personen op te laten roepen of te dagvaarden. Getuigen en deskundigen die door de officier van justitie worden gedagvaard, zijn verplicht om te verschijnen en een verklaring af te leggen.
bron: Justitie folder U moet terechtstaan
Uitstel van de zitting kunt u krijgen als u kunt aantonen dat u zich niet voldoende op de behandeling hebt kunnen voorbereiden. U moet dan wel de reden opgeven. Ook kan de zitting worden uitgesteld als u op het geplande tijdstip onmogelijk aanwezig kunt zijn - bijvoorbeeld omdat u ziek bent. Voor het vragen van uitstel kunt u terecht bij de griffie van het gerecht waar u moet voorkomen. Vraag dit uitstel zo spoedig mogelijk na ontvangst van de dagvaarding. U kunt dit natuurlijk ook aan uw advocaat overlaten. De rechter is niet verplicht de zitting uit te stellen. Informeer daarom op de dag van de zitting bij de griffie of de zitting is uitgesteld of dat de zaak toch wordt behandeld, zonder dat u er bij bent.
bron: Justitie folder U moet terechtstaan
U bent niet verplicht op de zitting te verschijnen. U kunt uw verdediging overlaten aan uw advocaat, maar u moet hem daarvoor machtigen. De rechter moet beoordelen of hij daarmee instemt. Als hij dat nodig vindt, kan hij de behandeling aanhouden. U ontvangt dan een oproeping om te verschijnen. Verstek Indien u niet reageert op de dagvaarding, niet op de zitting verschijnt en uw advocaat niet machtigt uw verdediging te voeren, kan de rechter uw zaak bij verstek behandelen.
Is de rechter van mening dat het voor de behandeling van de zaak belangrijk is dat u aanwezig bent op de rechtszitting zal hij geen verstek verlenen.De zaak wordt dan uitgesteld en u wordt nogmaals opgeroepen. De rechter kan u zo nodig laten halen door de politie.
Wilt u wel reageren maar niet op de zitting verschijnen, dan kunt u de rechter een brief schrijven. In deze brief geeft u uw mening over hetgeen u in de dagvaarding wordt verweten. De rechter kan dit dan in zijn oordeel betrekken.