Nieuwsberichten

Lik-op-stuk beleid rond jaarwisseling
Ook dit jaar zullen veel mensen de jaarwisseling feestelijk vieren. Feestverstoorders zullen zoals gebruikelijk stevig worden aangepakt, aldus Henk Korvinus, coördinerend hoofdofficier van justitie tijdens de jaarwisseling.

Vuurwerkbarometer 2014/2015
In de vuurwerkbarometer is te zien hoeveel verboden vuurwerk de politie rondom de jaarwisseling 2014 - 2015 in beslag heeft genomen.

Opportuun december 2014
Ingrijpen of niet. De aanpak van jihadistische uitreizigers kent lastige afwegingen. Wieteke Koorn, Ferry van Veghel en Bart den Hartigh kennen dilemma's in hun werk bij het Landelijk Parket. "Binnen de grenzen van de rechtsstaat gaan we ver.'
Uitgelicht
Vraag en antwoord
Het Openbaar Ministerie is het onderdeel van de rechterlijke macht dat ervoor moet zorgen dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden is het OM geen ministerie.
Wanneer iemand wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit, krijgt hij of zij met het Openbaar Ministerie te maken. Het Openbaar Ministerie is de enige instantie in Nederland die verdachten voor de strafrechter kan brengen. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met de politie en andere opsporingsdiensten. De officier van justitie treedt op als vertegenwoordiger van het OM en leidt het opsporingsonderzoek.
Het OM houdt ook toezicht op de goede uitvoering van het vonnis van rechters; boetes moeten worden betaald, gevangenisstraffen uitgezeten, taakstraffen goed uitgevoerd.
Er bestaan nog al wat misverstanden over welke zaken door het Openbaar Ministerie in behandeling worden genomen en welke niet.
Het OM is verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Deze staan vermeld in het wetboek van strafrecht. Dit zijn zaken als moord, doodslag, vernieling, diefstal, heling, belediging, afpersing, valsheid in geschriften, mishandeling en bedreiging.
Ook in andere wetten, zoals o.a. de Wet Milieubeheer, Wet Personenvervoer, Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften, Leerplichtwet en de Gezondheids-en Welzijnswet voor dieren, kunnen strafbepalingen zijn opgenomen die bij overtreding door het Openbaar Ministerie in behandeling kunnen worden genomen.
Klachten over al dan niet terecht ontslag, een geschil met de aannemer die zijn beloftes niet nakomt of een geschil met uw buurman over de juiste plaats van de schutting horen bij de burgerrechter thuis en niet bij het OM.
Supersnelrecht
Supersnelrecht betekent dat verdachten binnen de termijn van de inverzekeringstelling, dus binnen drie dagen, worden berecht. De zaken die behandeld worden op een supersnelrecht zijn openlijk geweld, vernielingen, brandstichting en geweld tegen personen met een publieke functie maar als zich andere feiten voordoen, kunnen deze ook op de supersnelrechtzitting worden gezet.
In verband met de korte termijn tussen aanhouding en behandeling ter zitting moet het gaan om bewijstechnisch gezien relatief eenvoudige zaken. OM, rechter en verdediging moeten tijdig kunnen beschikken over een compleet dossier. Dat betekent dat complexere zaken waarin aanvullend onderzoek nodig is (zoals bij grote ordeverstoringen) in het algemeen niet in aanmerking komen voor supersnelrecht.
Gewoon snelrecht
Naast supersnelrecht bestaat ook nog het ‘gewone’ snelrecht. Snelrecht houdt in dat de verdachte die na inverzekeringstelling in bewaring wordt gesteld, binnen de bewaringstermijn van veertien dagen voor de politierechter moet verschijnen.
Met de toepassing van het lik-op-stuk-beleid wil het OM het signaal afgeven dat gewelddadig gedrag niet wordt getolereerd en direct wordt afgestraft.
U kunt met al uw vragen over het verloop en de afhandeling van uw aangifte terecht bij het Slachtofferloket. Dit geldt zowel voor vragen over de afhandeling van uw aangifte bij de politie (de opsporingsfase) als over de afhandeling van de strafzaak bij het Openbaar Ministerie (de vervolgingsfase). Het gaat bijvoorbeeld om vragen als 'Hoe ver staat het met de opsporing van de verdachte?', 'Wanneer komt de verdachte voor?' of ‘Kom ik in aanmerking voor een schadevergoeding?' en 'Wanneer krijg ik mijn geld?'. Maar ook met vragen voor Slachtofferhulp Nederland over emotionele hulp kunt u terecht bij het Slachtofferloket.
De medewerkers van het Slachtofferloket informeren het slachtoffer tijdens het gehele strafproces. De medewerkers geven informatie en uitleg over de procedures, de zitting en de uitspraak. Ze kunnen een gesprek met de officier van justitie plannen. Ook ondersteunen zij het slachtoffer bij het verhalen van de schade, als het slachtoffer een schriftelijke slachtofferverklaring wil opstellen of gebruik wil maken van zijn spreekrecht.
Let op, in de eerste week na uw aangifte zijn uw gegevens vaak nog niet bij het Slachtofferloket bekend. Zij kunnen u dan waarschijnlijk nog geen informatie geven over de afhandeling van uw aangifte. Het is in dat geval beter om even te wachten voordat u met het Slachtofferloket contact opneemt.
Meer informatie op deze site voor slachtoffers van misdrijven
Mensen die het niet eens zijn met een beschikking, kunnen beroep instellen bij de officier van justitie. Op de achterkant van de brief van het CJIB staat beschreven hoe dat moet. In afwachting van het oordeel van de Officier van Justitie hoeft de boete nog niet betaald te worden.
Beroep instellen kan overigens alleen als het gaat om relatief lichte verkeersovertredingen (Mulder-gedragingen). Op de brief van het CJIB staat dan een grote M in de rechterbovenhoek.
De openbaarheid van zittingen speelt een belangrijke rol binnen onze rechtsstaat. U kunt toezien en controle uitoefenen op het werk van het openbaar ministerie en de rechtbank. Dat zittingen openbaar moeten zijn, is dan ook vastgelegd in de wet. Om precies te zijn in artikel 269 van het Wetboek van Strafvordering.
Toch zijn niet alle zittingen openbaar. Het artikel noemt ook een aantal uitzonderingen. Een rechter mag een zitting afschermen voor pers en publiek, bijvoorbeeld als hij de privacy van een slachtoffer in een zedenzaak wil beschermen. Een andere uitzondering zijn alle strafzaken met een minderjarige verdachte. Dergelijke niet-openbare zittingen worden ook wel zittingen met gesloten deuren genoemd.
Strafzittingen kunnen in de meeste gevallen vanaf de leeftijd van 12 jaar worden bijgewoond.
De taakstraf heeft in de wet een plaats gekregen tussen geldstraf en vrijheidsstraf. Zij biedt daardoor zowel een alternatief voor een hogere geldstraf als voor een korte vrijheidsstraf. De taakstraf kan ook door het Openbaar Ministerie worden opgelegd. Behalve als zelfstandige hoofdstraf kan een taakstraf worden gecombineerd met een geldboete en/of een korte vrijheidsstraf.
Een taakstraf wordt niet opgelegd voor ernstige zeden- en geweldsmisdrijven of in bepaalde gevallen van recidive.
Het OM mag voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf straffen opleggen. De officier van justitie kan met een strafbeschikking een straf, een maatregel of een aanwijzing opleggen. Dit kan alleen bij misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat en bij overtredingen. En alleen indien de schuld aan het feit is vastgesteld. Het OM kan geen gevangenisstraf opleggen, dat blijft een taak van de rechter.












