Afghaanse oorlogsmisdaadverdachte aangehouden in Rotterdam

De politie heeft dinsdag een 64-jarige Afghaan met de Nederlandse nationaliteit, Sadeq A., aangehouden in zijn woonplaats Rotterdam. Hij wordt verdacht van het plegen van oorlogsmisdrijven in 1979 in Afghanistan. De rechter-commissaris in Den Haag heeft vandaag de voorlopige hechtenis van A. met 14 dagen verlengd.

Sadeq A. zou, als toenmalig commandant van commando-eenheid 444 van het Afghaanse regeringsleger, op 20 april 1979 betrokken zijn geweest bij moorden in en rond de wijk Kerala, van de hoofdstad van de Afghaanse provincie Kunar, Asadabad.

Moorden

De commando-eenheid heeft onder bevel van A. aan verschillende moorden deelgenomen. De Nederlandse Afghaan zou bovendien ook zelf geschoten hebben. De door de verdachte geleide elite-eenheid van het toenmalige communistische regime was vermoedelijk betrokken bij het afslaan van een aanval van Mujahedin op de provinciehoofdstad in de nacht van 19 op 20 april 1979. In de nasleep van die aanval zouden door de regeringsmilitairen op grote schaal in het dorp woonachtige mannen en jongens uit de huizen zijn gehaald en gedood. Sommigen zouden ter plekke zijn neergeschoten, anderen door soldaten meegevoerd en elders vermoord.

Een aantal heeft de gevangenneming overleefd en is de volgende dag vrijgelaten. Twee van hen, destijds 15-jarige jongens, verklaren dat zij door de militairen werden opgelijnd, maar op het laatste moment gespaard werden vanwege hun jeugdige voorkomen. De vader van één van de jongens en de oudere broer en oom van de ander zouden naast hen hebben gestaan en ter plekke zijn doodgeschoten.

Na de moorden hebben de overgebleven vrouwen en kinderen Kerala verlaten. Hun huizen hebben jarenlang leeggestaan.

Nederland

Bij de Sovjet-invasie van Afghanistan in december 1979, is het regime waar A. voor werkte ten val gebracht en werd hij gevangen gezet. Toen de politieke wind in Afghanistan opnieuw van richting veranderde, werd hij in 1990 vrijgelaten. Uiteindelijk kwam  de Afghaan naar Nederland, waar hij in de jaren 90 asiel kreeg en uiteindelijk Nederlander is geworden.

Onderzoek

Naar aanleiding van een aangifte van nabestaanden is het Team Internationale Misdrijven van de  Nederlandse Politie (TIM) in 2008 een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de in Nederland wonende verdachte.

Gedurende het onderzoek zijn onder meer inwoners van Asadabad, voormalige Mujahedin-strijders, partijgenoten van A. en militairen van het toenmalig Afghaans regeringsleger als getuigen verhoord.

Op 8 april 2015 zijn vier woningen en een voertuig in Rotterdam, Bussum, Wateringen en Dordrecht doorzocht. Tevens zijn meerdere personen, onder wie familie van de verdachte, als getuigen verhoord.

Oorlog in Afghanistan

Op 27 april 1978 vond in Afghanistan de zogeheten Saur revolutie plaats, een staatsgreep waarbij de communistische partij, de Democratische Volkspartij Afghanistan, aan de macht kwam. De staatsgreep werd gevolgd door een burgeroorlog tussen de communistische regering en de zogeheten Mujahedin. Sindsdien is in het land de ene oorlog naadloos overgegaan in de volgende. Een situatie die voortduurt tot op de dag van vandaag.

Onwenselijke straffeloosheid

In Afghanistan is het nu ruim 35 jaar oorlog. Omdat daders van oorlogsmisdrijven niet straffeloos mogen blijven, blijft dit conflict de aandacht van het Nederlandse Openbaar Ministerie houden. Eerder zijn twee in Nederland woonachtige voormalige Afghaanse generaals veroordeeld voor martelingen waarvoor zij in hun tijd bij de Afghaanse veiligheidsdienst KhAD verantwoordelijk waren. Een ander onderzoek naar Afghaanse oorlogsmisdrijven en gedwongen verdwijningen werd in 2013 voortijdig gesloten wegens de dood van de in Nederland woonachtige verdachte. Het leidde wel tot duidelijkheid over het lot van duizenden die door het toenmalige regime waren opgepakt en vermoord.

Nederland wil geen veilige haven zijn voor oorlogsmisdadigers en het zet zich in voor de bestrijding van straffeloosheid voor internationale misdrijven. Bovendien is bestrijding van straffeloosheid van belang voor de Afghaanse gemeenschap in Afghanistan en daarbuiten. Straffeloosheid draagt ook bij aan voortduring van conflicten. Daarom zet het TIM alles op alles om oorlogsmisdadigers op te sporen en te vervolgen, al duurt dat soms jaren.

Oproep

Het Nederlandse Openbaar Ministerie verzoekt personen die op of omstreeks 20 april 1979 aanwezig zijn geweest in of rond Kerala, Dam Kelai of Assadabad en die getuige zijn geweest van gebeurtenissen die in verband met het onderzoek van belang kunnen zijn, contact op te nemen met de Nederlandse politie.

Personen die destijds als regeringsmilitair of overheidsfunctionaris aanwezig zijn geweest, kunnen in het bijzonder over belangrijke informatie voor het Nederlandse onderzoek beschikken. Deze categorieën personen wordt dan ook met extra klem verzocht informatie aan de Nederlandse politie te verstrekken.

Het Team Internationale Misdrijven van de Nederlandse Politie is bereikbaar op het telefoonnummer +31-6-51287774, via het e-mailadres warcrimesunit@klpd.politie.nl en via het facebookaccount www.facebook.com/dutcharrestkerala. U kunt eventueel sms'en of een ‘missed call’ plaatsen, u wordt dan teruggebeld. Contact in het Dari, Pashtu, Engels, Duits of Nederlands is mogelijk.