Beslissing: 19 september 2014 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Grote luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Vermoedelijk verhandelen vliegtuigcomponent met vervalst certificaat. Bron van vervalsing mogelijk in Azië, geen onmiddellijke dreiging voor veiligheid door publicatie van veiligheidsinformatiebulletin. Verder strafrechtelijk onderzoek niet geïndiceerd.
Beslissing OM
in de zaak tegen een onbekende verdachte, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een voorvalmelding van [het Nederlandse onderhoudsbedrijf A]. Deze organisatie was blijkens de melding benaderd door [Italiaanse luchtvaartmaatschappij B] over een ontvangen vliegtuigcomponent en een bijbehorend certificaat. Volgens dat certificaat was het component in 2007 door [A] vrijgegeven, terwijl de organisatie dat component niet heeft verstrekt. [B] zou het component hebben ontvangen van [het Nederlandse onderhoudsmanagementbedrijf C] in Nederland. Navraag leerde dat dit component door [C] was aangeschaft bij [de Indonesische luchtvaartmaatschappij D] via het eveneens in Indonesië gevestigde onderhoudsbedrijf [E].
Deze melding is bij het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL) binnengekomen en op 5 februari 2014 door de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat aan het OM doorgegeven. Op 31 maart 2014 werd door de Inspecteur-Generaal aanvullende informatie gestuurd.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrift), art. 326 Wetboek van Strafrecht (oplichting) en/of bepalingen uit luchtvaartregelgeving.
Feiten en omstandigheden
Uit het onderzoek blijkt het volgende. [B] heeft vliegtuigonderdelen besteld bij en ontvangen van [C]. Deze onderdelen waren voorzien van een certificaat van vrijgave voor gebruik (Authorized Release Certificate).
Bij het in gebruik nemen van de vliegtuigonderdelen ontdekte [B] dat, in afwijking van de EASA reglementen, op het EASA FORM 1 bij rubriek 12 (status work) de code SV was opgenomen, een code die onder de geldende EASA reglementen niet is toegestaan. Rubriek 13 gaf aan dat de code SV in overeenstemming met reglement 145 van EASA was uitgevoerd. Het certificaat leek ondertekend door een medewerker van [A].
Uit onderzoek is voorts gebleken dat niet [A] de leverancier was van bedoelde onderdelen, doch dat [C] de onderdelen van [E] te Indonesië heeft gekocht. Niet is gekomen vast te staan dat [C] wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de onderdelen waren voorzien van valse of vervalste certificaten. Mogelijk dat de onderdelen aan [C] zijn doorverkocht met valse of vervalste certificaten.
Op basis van een voorvalmelding van [A] is door EASA een veiligheidsinformatiebulletin (Safety Information Bulletin) gepubliceerd met de aanbeveling om, kort gezegd, bepaalde onderdelen niet in te zetten totdat de luchtwaardigheid is vastgesteld. Door EASA is als bijlage bij dit bulletin een lijst met relevante onderdelen toegevoegd.
Door [A] is om hen moverende redenen geen aangifte gedaan.
Beslissing
Voor het mogelijk succesvol instellen van een opsporingsonderzoek ter zake van vermoedelijke overtreding van art. 225 Wetboek van Strafrecht (valsheid in geschrift), art. 326 Wetboek van Strafrecht (oplichting) en/of bepalingen uit luchtvaartregelgeving (hierbij kan worden gedacht aan het in gevaar brengen van personen), is het nodig dat er getuigen en/of een of meerdere verdachte(n) in binnen- en buitenland moeten worden getraceerd en gehoord. Daarnaast moet worden gedacht aan het doorzoeken en eventueel in beslag nemen van administraties en/of onderdelen bij betrokken partijen in binnen- en buitenland, waarbij het voor wat betreft buitenlandse betrokkenen noodzakelijk zou zijn hiervoor rogatoire commissies samen te stellen en rechtshulpverzoeken in te dienen.
Dit alles overziend, mede rekening houdend met het gegeven dat de bron van de vervalsing mogelijk moet worden gezocht in Azië, alsmede het gegeven dat door publicatie van het veiligheidsinformatiebulletin van EASA er geen onmiddellijke dreiging bestaat voor de veiligheid van het vliegverkeer en het er op dit moment voor moet worden gehouden dat het een incident betreft, acht de luchtvaartofficier van justitie verder strafrechtelijk onderzoek niet geïndiceerd.