Beslissing: 9 april 2015 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Grote luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Voorvalmelding passagier over vlucht na klapband tijdens uittaxiën. Geen sprake van opzet of grove nalatigheid. Verder strafrechtelijk onderzoek niet geïndiceerd.
Beslissing OM
in de zaak tegen de gezagvoerder van een buitenlands luchtvaartmaatschappij, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een voorvalmelding van een passagier van een buitenlandse luchtvaartmaatschappij. De melding ging over een voorval op [datum in het jaar] 2014 vanaf [Nederlandse luchthaven]. Onderweg naar de startbaan was een forse knal te horen aan de rechterzijde van het vliegtuig en het toestel ging iets scheef hangen. Het toestel stopte onmiddellijk en de passagiers hadden de verwachting dat een inspectie zou komen naar vermoedelijk een klapband. De verbazing was groot dat ondanks het gevoel van een lekke band er toch werd besloten om te starten. Tijdens de start was duidelijk merkbaar dat de rechterband kapot was; het flappen van het rubber was te horen. Navraag bij stewardessen gaf aan dat de knal was veroorzaakt omdat de piloot over een obstakel had gereden. De landing was beangstigend, gezien de geluiden en het trekken van het toestel naar de linkerzijde. Aan de zijkant van het vliegveld stonden drie brandweerwagens gereed. Bij het uitstappen was te zien wat er mis was: aan alle kanten stak het rubber van de buitenste rechterband met alle beschadigingen naar buiten. De melder vindt het onbegrijpelijk dat er werd gekozen om met een klapband nog te starten. Navraag bij de buitenlandse luchtvaartmaatschappij leverde voor hem een teleurstellend antwoord op. Het zou oncomfortabel, maar niet gevaarlijk zijn geweest.
Deze melding is bij het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL) binnengekomen en heeft de Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport aan het OM doorgegeven. In opdracht van de luchtvaartofficier van justitie heeft de luchtvaartpolitie onderzoek gedaan naar het betreffende voorval.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 5.3 Wet luchtvaart (zodanig deelnemen aan het luchtverkeer dat daardoor personen of zaken in gevaar worden of kunnen worden gebracht).
Feiten en omstandigheden
Binnen het strafrechtelijk onderzoek is onder meer (na vordering door de officier van justitie) onderzoek gedaan naar:
- de gegevens uit het luchthavenregister van [Nederlandse luchthaven] van [datum in het jaar] 2014 tussen 06.00 en 15.00 uur
- de beschikbaarheid van camerabeelden [Nederlandse luchthaven] op [datum in het jaar] 2014
- de radiocommunicatie tussen de betreffende vlucht en andere vertrekkende en inkomende vluchten en de luchtverkeersleiding van [Nederlandse luchthaven] rond het tijdstip van vlucht [vluchtnummer] op [datum in het jaar] 2014
- de geldende procedures van de fabrikant van het betreffende vliegtuig, zijnde Boeing m.b.t. het landingsgestel van de Boeing 737, type 700-900
- de situatie ter plaatse, zijnde intersectie [intersectie], luchthaven [Nederlandse luchthaven].
Aan de hand van het strafrechtelijk onderzoek kan worden geconcludeerd dat de cockpitbemanning van vlucht [vluchtnummer] op [datum in het jaar] 2014 vanaf [Nederlandse luchthaven] tijdens het taxiën vermoedelijk niet heeft opgemerkt dat het vliegtuig over taxiverlichting was gereden en met zijn rechterwiel in een soort afwateringsgeul terecht is gekomen, waardoor een band was geklapt. Dat de klapband mogelijk door passagiers is gehoord en dat ten gevolge hiervan de stand van het vliegtuig was gewijzigd, brengt niet met zich dat dit ook door de cockpitbemanning behoefte te worden opgemerkt. Bovendien is dit type vliegtuig niet voorzien van een indicator in de cockpit die de bandenspanning weergeeft.
Voorts is gebleken dat tussen de cockpitbemanning en het personeel van de luchtverkeersleiding op [Nederlandse luchthaven] voor, tijdens en na de start niet is gesproken over mogelijke problemen met het landingsgestel.
Vast staat dat de luchtverkeersleiding door cockpitpersoneel van een ander, later arriverend vliegtuig, werd geattendeerd op rubber resten die op de landingsbaan waren waargenomen en dat bij intersectie [intersectie] een beschadigde baanverlichting was waargenomen. Hierdoor is het vermoeden ontstaan dat vlucht [vluchtnummer] vermoedelijk met een geklapte band aan het rechter landingsgestel is vertrokken, waarop de luchthaven van [bestemming] alsmede [buitenlandse luchtvaartmaatschappij] in kennis werden gesteld. Om die reden zijn door de luchthavenautoriteiten van [bestemming] hulpdiensten in paraatheid gebracht.
Beslissing
Dit alles overziend, kan naar het oordeel van de luchtvaartofficier niet worden gesteld dat personeel van [vluchtnummer] opzettelijk handelen dan wel grove nalatigheid kan worden verweten. Van strafbaar handelen is naar zijn oordeel geen sprake. Verder strafrechtelijk onderzoek acht hij niet geïndiceerd.[1]
[1] De luchtvaartpolitie heeft deze beslissing teruggekoppeld aan de melder.