INDIGO afdoening

Landelijk Parket - 18 februari 2016

Duizenden kinderpornomeldingen per jaar. Daar moeten de kinderpornoteams in de regio en de Landelijke Eenheid mee dealen. In die enórme stapel zaken is het onmogelijk om alle verdachten voor de rechter te brengen. En dat is ook niet nodig, zegt landelijk officier van justitie kinderporno Michelle Spoormaker. "Vaak zien we mannen die afglijden in hun pornofantasie. Of verdachten die eerder een groot probleem hebben dan dat ze pedofiel zijn. Die verdachten zijn gebaat bij snelle hulpverlening. De INDIGO-afdoening voorziet daarin."

Het aantal kinderpornomeldingen is enorm. Alleen al vanuit het buitenland komen van bedrijven zoals Facebook of YouTube duizenden meldingen van 'indecent material' binnen. Naast de meldingen hebben de regio’s ook nog te maken met aangiftes. Op jaarbasis worden rond de 450 zaakdossiers door de politie afgeleverd bij het Openbaar Ministerie. Officier Spoormaker prioriteert als eerste alle meldingen die binnenkomen bij de Landelijke Eenheid in Zoetermeer. Zij bepaalt welke zaken doorgaan naar de eenheden Voor de eerste schifting gelden daarom specifieke criteria. Zaken waarbij sprake is van fysiek misbruik, recidive of van gevoelige beroepen, pakken de teams in ieder geval op.

Groen, oranje, rood

Waar hoort een verdachte thuis, in het strafrecht of in de hulpverlening? Die vraag stelt officier van justitie Ingeborg Muller zich steeds bij kinderpornozaken. "Ik zie allerlei soorten kinderpornoverdachten. Van de contactgestoorde, autistische man op zolder tot de populaire zwemleraar die juist heel vaardig is in het contact met kinderen. Zo bestaan er dus ook verschillende gradaties van gevaarlijk zijn en daar passen weer verschillende afdoeningen bij."

De kinderpornoteams prioriteren de zaken met groen, oranje of rood. Groen is simpel gezegd de onderlaag, de enkele downloader. Oranje de voetbaltrainer die kinderporno op zijn computer heeft. De rode categorie is onder meer de 'hands on-verdachte' die zelf kinderporno vervaardigt. "Bij die laatste groep verdachten zetten we in ieder geval het strafrecht in en gaan we vervolgen. Die verdachten komen met hulpverlening niet zomaar over hun probleem heen. In tegentelling tot de groene zaken, de grote bulk, waarbij het strafrecht vaak niet de oplossing is. Die groep verdachten is juist wel gebaat bij hulpverlening. De ruimte om de rode zaken op te pakken, creëer je door de groene laag op een andere manier af te doen."

Die mogelijkheid biedt INDIGO: het Initiatief Niets Doen Is Geen Optie. Een afdoening die alleen gepast is bij verdachten van de laag-gemiddelde kinderpornomelding. De politie doet in zo'n geval geen uitgebreid strafrechtelijk onderzoek. Als de verdenking INDIGO-waardig lijkt, zoeken rechercheurs de verdachte thuis op. Ter plekke doen ze een quickscan op de computer en andere gegevensdragers zoals USB-sticks, smartphones en camera’s en nemen die in beslag als er strafbaar materiaal op staat. Als de politie met die quickscan niet iets ernstigers aantreft dan van tevoren ingeschat, krijgt de verdachte een voorwaardelijk sepot aangeboden waardoor hij niet naar zitting hoeft.

Voorwaarde is wel dat de verdachte zich bij de reclassering meldt en meteen de hulpverlening in gaat voor de duur van minimaal twee jaar. Ook houdt de politie de computer en gegevensdragers van de verdachte al die tijd in beslag. Mocht de verdachte zich niet aan de voorwaarden houden, dan bekijkt de politie alsnog alles en moet de verdachte zich verantwoorden bij de rechter. Het strafrecht staat dus niet buitenspel. Het is op de achtergrond aanwezig, een stevige stok achter de deur.

37 afdoeningen

In de periode van januari tot december 2015 zijn landelijk 37 zaken afgedaan met INDIGO, oftewel een voorwaardelijk sepot. Marcel de Vlieger, teamleider van het kinderpornoteam Rotterdam, maakt regelmatig gebruik van INDIGO. "Onlangs nog. We kregen een melding van een verdachte die een enkel kinderpornoplaatje had gedownload. Het bleek een alleenstaande man van 37 jaar oud te zijn. We belden bij hem thuis aan in burger. Op het moment dat de verdachte open deed, zagen we wat voor vlees we in de kuip hadden. Het huis was een bende. De verdachte leed onder extreme verzamelwoede. Dit was een vereenzaamde man met een groot probleem." De Vlieger stelt hardop de vraag wat bij deze verdachte belangrijker was: het downloaden van kinderporno op internet of zijn hulpvraag? "Wij denken het laatste en daarom hebben Michelle Spoormaker en ik de INDIGO-afdoening bedacht."

Kinderpornozaken zijn vaak onderzoeken van lange adem. Computers en gegevensdragers volledig onderzoeken en alle beelden uitkijken is een tijdrovende klus. Soms is het dossier pas een half jaar na de melding af. Voordat de zaak vervolgens naar zitting gaat, kan het nog een half jaar duren. De Vlieger: "De rechter legt bij dit soort 'gemiddelde' zaken vaak een taakstraf of voorwaardelijke straf op. En dat altijd in combinatie met een hulpverleningstraject. Dat betekent verplicht onder behandeling bij een forensisch psychiatrische instelling. Maar dan zijn we dus inmiddels wel ruim een jaar verder. En heeft een verdachte een jaar lang onbehandeld op zijn proces moeten wachten. Daarom besloten we om de hulpverlening naar voren te halen."

Pedofilie

Klinisch psycholoog en psychotherapeut Michael Bosch, gespecialiseerd in zedenproblematiek, is behandelaar bij de forensische polikliniek Het Dok in Rotterdam. "Ik behandel patiënten die allerlei soorten vergrijpen plegen, zowel licht als ernstig. Het is in mijn werk belangrijk dat ik de hoge risicoprofielen eruit pik. Dat is bijvoorbeeld het geval als iemand een seksueel afwijkende voorkeur heeft zoals pedofilie of als iemand hyperseksueel is of een combinatie daarvan." Pedofilie, een geaardheid of biologische 'afwijking', is in principe niet te behandelen, zegt Bosch. Wel kan hij samen met de patiënt kijken hoe diegene zichzelf kan beheersen waardoor hij niet opnieuw afglijdt. "Om het risico in te schatten, is het zaak om niet alleen te kijken naar het delict type, maar ook naar andere risicofactoren en naar wie degene is die het gedaan heeft. Aan de hand daarvan maak ik een inschatting of een behandeling zal aanslaan en zo ja: in welke vorm." Met de komst van het internet is volgens de klinisch psycholoog een eigen soort delinquent geboren. Internet is makkelijk toegankelijk, goedkoop, anoniem en verlaagt daardoor de drempel om iets te doen wat 'in real life' niet mag. "Dat zijn vaak niet de gevaarlijkste mensen. Van veel delinquenten die geen fysiek misbruik hebben gepleegd, vermoed ik dat ze ook niet in staat zijn om dat te doen. Een flinke tik op de vinger met het INDIGO-traject en ze doen het niet meer."

Schokeffect

Zedendelinquenten houden hun probleem graag onder de pet, uit schaamte en vrees om verketterd te worden. Ze vinden het niet makkelijk om in een behandelgroep te praten over hun gedrag. "We vragen erg persoonlijke dingen. Op welke seksueel opwindende prikkels reageer je nou het meest? Waar ligt je voorkeur? We keren iemand binnenstebuiten." Kinderpornoplaatjes worden volgens Bosch vaak 'verontpersoonlijkt' door de verdachten. Ze ervaren het niet als een echt, levend kind. "'Het zijn toch plaatjes? En het stond toch al op internet, het kwam langs', hoor ik vaak. Soms doe ik een imaginatie-oefening en vraag ik in de groep wie zelf kinderen heeft. Dat zijn er redelijk veel. Ik maak het dan persoonlijk door hen zich voor te laten stellen dat het hun kind is die zoiets overkomt. Dan krijg je het schokeffect: shit, er zit wel een kind achter die foto. Hoe zou jij het als vader vinden dat je kind tot in de lengte der tijd op internet circuleert? Zo confronterend zijn de groepsbehandelingen."

Balans

Lang niet alle zedenverdachten zijn geschikt voor de INDIGO-afdoening. Volgens Marcel de Vlieger van het kinderpornoteam Rotterdam is het belangrijk dat eenheden de INDIGO-afdoening niet als 'wondermiddel' zien. Hij ziet dat als mogelijke kwetsbaarheid. "Onder het mom van: we hebben het al zo druk en doen wel even een INDIGO-traject en rekken dan de criteria wat op. We zijn in 2011 met de pilot begonnen en doen op die manier grote stapels oude zaken af die op de plank lagen te versloffen. Dat motiveert de teams enorm. Zo blijft er ook genoeg capaciteit over voor de grote zaken. De Robert M’s van deze wereld. Het is een prachtig middel, waarbij we wel steeds de juiste balans moeten bewaken."