Strafzaak Wilders

Politicus Geert Wilders is in 2016 door de rechtbank Den Haag veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie.  De zaak dient op dit moment in hoger beroep.

Bijna 6500 mensen deden aangifte van discriminatie naar aanleiding van de uitspraken die Geert Wilders op 12 en 19 maart 2014 in Den Haag deed over “minder Marokkanen”. Het grootste deel van die aangiften volgden na 19 maart, toen Wilders ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag kiezers toesprak.

Tijdens die speech heeft hij het publiek gevraagd of zij meer of minder Marokkanen wilden. Het publiek reageerde daarop met de woorden “minder, minder!”. Wilders gaf het aanwezige publiek het volgende antwoord: “Dan gaan we dat regelen”. Een week eerder, op 12 maart van dat jaar, deed hij eveneens uitspraken over “minder Marokkanen” in een camera-interview met de NOS. 

Het OM heeft een uitvoerige juridische analyse gemaakt van de uitlatingen en de context waarin die hebben plaatsgevonden en komt tot de conclusie dat Wilders in zijn speech willens en wetens de grenzen van het toelaatbare heeft overschreden.

Artikel 137d

Hoger beroep

De strafzaak loopt inmiddels, sinds 2017, in hoger beroep. De rechtbank Den Haag veroordeelde Wilders voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie, voor zijn uitspraken op 19 maart 2014. De rechtbank legde bij dat vonnis geen straf op. Volgens het OM had Wilders echter ook veroordeeld moeten worden voor zijn uitspraak op 12 maart en voor het aanzetten tot haat van Marokkanen. Het OM meent dat strafoplegging daarbij past en heeft hoger beroep ingesteld.

Wraking

Op 17 mei 2018 heeft Wilders tijdens de eerste regiezitting in hoger beroep een wrakingsverzoek gedaan. Dat verzoek is behandeld door een wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Op 18 mei werd duidelijk dat het wrakingsverzoek werd toegewezen: drie nieuwe raadsheren behandelen de zaak in hoger beroep.