Het OM in cijfers

Van instroom tot afhandeling

Inleiding

Het terugdringen van de voorraden en het verkorten van de doorlooptijden was ook in 2025 voor het OM een belangrijk thema. De ICT-verstoring waarmee het OM in de zomer van 2025 te maken kreeg, domineerde de aanpak daarvan sindsdien. Het OM moest zijn systemen loskoppelen van het internet waardoor het werk gedurende enkele maanden op basis van noodprocessen is verricht. Hierdoor zijn administratieve achterstanden ontstaan in de verwerking in de ICT-systemen. Aan het einde van 2025 waren deze achterstanden voor het grootste deel weggewerkt.

Schaarste in de strafrechtketen is een ander belangrijk thema. De ontwikkelingen die in het criminaliteitsbeeld zichtbaar worden, vertalen zich niet automatisch door in het zaaksaanbod van het OM. Niet alle zaken kunnen door de rechter worden behandeld. Dat vraagt steeds om scherpe keuzes. Deze ontwikkelingen kleuren het jaar 2025 waarop in dit hoofdstuk wordt teruggekeken. Het werk van het OM wordt hierbij in cijfers gepresenteerd en daarop wordt een toelichting gegeven. Het beeld dat daaruit spreekt, is goed vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Ontwikkelingen in het criminaliteitsbeeld

Voor het vierde jaar op rij ligt het aantal ter kennis gekomen misdrijven bij de politie rond hetzelfde niveau. In 2025 registreerde de politie 808.300 misdrijven. Dat is met 0,3 procent meer geregistreerde misdrijven nagenoeg gelijk aan het niveau een jaar eerder.

Dat de geregistreerde criminaliteit bij de politie landelijk gezien stabiel blijft, wil niet zeggen dat er sprake is van een onveranderd veiligheidsbeeld. De impact van criminaliteit groeit, terwijl dit niet altijd goed zichtbaar wordt in de geregistreerde criminaliteit. Aangiftebereidheid speelt hierbij een belangrijke rol, net als de ‘pakkans’.

Al langere tijd nemen bepaalde vormen van traditionele criminaliteit af. In 2021 registreerde de politie 23.500 woninginbraken en 5 jaar later 21.600. Het aantal gewapende overvallen nam in deze periode af van 700 in 2021 naar 540 in 2025. Zakkenrollerij nam in 2024 al in een jaar tijd met 24 procent af. In 2025 is een verdere afname te zien naar 40 procent minder incidenten met betrekking tot zakkenrollerij in twee jaar tijd. Hetzelfde geldt voor winkeldiefstallen. De politie registreerde in 2024 al 13 procent minder winkeldiefstallen dan een jaar eerder. In 2025 nam het aantal geregistreerde winkeldiefstallen met nog eens 5 procent verder af.

Een opvallende daling is ook zichtbaar in het aantal bij de politie ter kennis gekomen misdrijven voor online criminaliteit. Het gaat hierbij enerzijds om cybercrime waarbij een ICT-middel het doelwit is. Deze vorm van criminaliteit kan niet bestaan zonder de aanwezigheid van ICT-middelen. Hierbij valt te denken aan hacks of dreigementen door middel van ransomware. Anderzijds gaat het om gedigitaliseerde criminaliteit. Deze vorm van criminaliteit vindt met name via ICT-middelen plaats. Het gaat hierbij specifiek om online fraudevormen. Waar in 2024 nog sprake was van een verdere toename van 12 procent aan geregistreerde online misdrijven, is in 2025 een afname te zien van 16 procent. Vooral voor fraude met online handel wordt een scherpe daling in de geregistreerde criminaliteit zichtbaar, evenals voor cybercrime.

Voor drugshandel is een verdere toename te zien met 7 procent evenals voor wapenhandel met 10 procent. Het aantal branden en ontploffingen nam in 2024 al in een jaar tijd met een kwart toe. In 2025 is eveneens een verdere groei te zien van 8 procent.

Groei is ook te zien in het aantal geregistreerde geweldsmisdrijven. Het aantal openlijke geweldsmisdrijven en het aantal bedreigingen zijn beide met 7 procent gestegen. Het aantal mishandelingen nam met 5 procent toe. Het aantal openbare orde misdrijven is in een jaar tijd met 21 procent gestegen. Groei zit ook in het aantal ter kennis gekomen misdrijven voor discriminatie met 19 procent.

Een verdere toename van 13 procent is zichtbaar in het aantal aangiften en meldingen van seksuele misdrijven. Wanneer ook naar overtredingen wordt gekeken, is sprake van een toename van 19 procent. Hierbij valt te denken aan seksuele intimidatie dat zowel offline als online kan plaatsvinden.

Per 1 juli 2024 is de nieuwe Wet seksuele misdrijven in werking getreden. Hierin zijn meer vormen van seksueel overschrijdend gedrag strafbaar geworden, zoals het seksueel contact hebben terwijl er geen sprake is van volledig wederzijdse instemming. Ook seksuele intimidatie is strafbaar geworden, zowel offline als online. Deze nieuwe wet en de toegenomen aandacht voor seksueel geweld houdt mogelijk verband met de stijging van het aantal meldingen en aangiften.

Vanaf 2022 is sprake van een hoog aantal geregistreerde incidenten voor rijden onder invloed. Sindsdien lag het aantal geregistreerde misdrijven voor rijden onder invloed jaarlijks rond de 43.000 incidenten. In 2025 is dit met 11 procent gestegen naar 47.900 incidenten. Het gaat hierbij vooral om het rijden onder invloed van alcohol of drugs.

De ontwikkelingen in de criminaliteit zijn van invloed op het aantal verdachten dat in beeld komt tijdens de opsporing en vervolging. Bij traditionele vormen van criminaliteit is de pakkans dikwijls hoger, omdat de verdachte vaker op heterdaad wordt betrapt. Bij vormen van online criminaliteit komen minder verdachten in beeld. De aangiftebereidheid voor deze vorm is ruim de helft lager dan voor de traditionele criminaliteit, zo blijkt uit de veiligheidsmonitor 2025 van het CBS. Daarnaast is de schaalgrootte kenmerkend voor online criminaliteit: één of enkele verdachten kunnen in de online wereld veel meer slachtoffers maken dan offline mogelijk zou zijn. Ook de impact op de maatschappij kan groot zijn. Vanwege technologische ontwikkelingen zoals de invloed van AI en het grensoverschrijdende karakter ontwikkelt online criminaliteit zich snel.

Het veranderende criminaliteitsbeeld vraagt voortdurend om scherpe keuzes waar de schaarse capaciteit in de opsporing en vervolging op moet worden ingezet en welke deskundigheid nodig is bij de aanpak van complexe zaken.

Resultaten Veiligheidsagenda

De minister van Justitie en Veiligheid, de Regioburgemeesters en het College van procureurs-generaal van het OM hebben in afstemming met de Korpsleiding van de politie een gemeenschappelijke Veiligheidsagenda opgesteld voor de periode 2023-2026. Dit zijn de onderwerpen die, uiteraard met inachtneming van de lokale prioriteiten, altijd meegewogen worden bij de inzet van de politie. Centraal staan de thema’s georganiseerde misdaad en criminele geldstromen, de bestrijding van mensenhandel, cybercrime, gedigitaliseerde criminaliteit en online seksueel misbruik. De afgesproken normen en de resultaten van 2025 staan vermeld in de tabel.

Tabel 1: Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden (csv's) door arrondissementsparketten naar aandachtsgebied
Beleidsafspraken uit de VeiligheidsagendaRealisatie 2023Realisatie 2024

Norm
2025     

Realisatie 2025

Realisatie '25
t.o.v. norm '25

Ondermijning georganiseerde criminaliteit
Aantal aangepakte CSV's1.8001.7481.5301.778116%
Criminele geldstromen
Waarde beslag (in mln euro's)228,6234,7210,0192,292%
Mensenhandel
Aantal OM-verdachten
mensenhandel
21019622021296%
Aantal eenheidsoverstijgende
onderzoeken
1714>171280%
Cybercrime
Aantal cybercrime regulier33635140037093%
waarvan alternatieve of
aanvullende interventies
362210044
waarvan CSV50618057
Aantal fenomeenonderzoeken3646432967%
waarvan alternatieve of
aanvullende interventies
1418224
Aantal high tech crime
onderzoeken
17202020100%
Gedigitaliseerde
criminaliteit
Aantal gedigitaliseerde
criminaliteit regulier
3.3026.6172.7005.144191%
waarvan alternatieve of
aanvullende interventies
1.4254.6496753.328
Aantal
fenomeenonderzoeken
41255100%
Online seksueel
kindermisbruik
Inzet gericht op
misbruiker/vervaardiger
116861308968%
Inzet gericht op keyplayers
(/netwerken)
68242039195%
Inzet gericht op
bezitters/verspreiders
444524-395

-

Totale inzet62863460052387%

Het aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s) lag in 2025 met 1.778 ruim boven de afgesproken norm van 1.530 aangepakte csv’s. Het gaat hierbij om projectmatige en zogenaamde ‘korte klap’ onderzoeken naar georganiseerde criminaliteit evenals onderzoeken naar high impact crimes door teams grootschalige onderzoeken (TGO’s) met een link naar de georganiseerde criminaliteit. Van de 1.778 csv-onderzoeken waren er 736 drugsgerelateerd en 102 csv-onderzoeken hadden betrekking op wapens en explosieven.

Ondermijnende criminaliteit wordt tevens bestreden door de aanpak van criminele geldstromen. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat crimineel geld verdiend kan worden, dat het illegaal verdiende geld in het legale circuit komt of blijft rondcirkelen binnen het illegale circuit. Het bedrijfsproces en het verdienmodel van criminelen moeten worden gefrustreerd en verstoord. Het ontnemen (of ‘afpakken’) van het met criminaliteit verdiende vermogen is één van de instrumenten die door politie en het OM kan worden ingezet. In 2025 is voor 192,2 miljoen euro beslag gelegd. Hiermee is het beoogde bedrag aan waarde beslag in 2025 voor 92 procent gerealiseerd.

Voorzichtige groei is weer te zien op het aantal verdachten voor mensenhandel na een terugval in 2024. In 2025 liggen de resultaten weer op het niveau van 2023 waarmee de gewenste streefwaarde voor 2025 dicht is genaderd.

Voor cybercrime regulier is het aantal verdachten in 2025 met ruim 5 procent toegenomen ten opzichte van 2024, maar daarmee is de beoogde doelstelling in 2025 niet volledig gerealiseerd. Verder zijn 29 fenomeenonderzoeken en 20 high tech crime onderzoeken tactisch afgerond.

Fenomeenonderzoeken zijn complexe onderzoeken die uitgevoerd worden door de cybercrimeteams van de politie en die gericht zijn op de bestrijding van cybercriminelen en hun geavanceerde technologische methoden om misdrijven te plegen. Deze onderzoeken worden omvangrijker en steeds vaker is hierbij internationale samenwerking vereist.

Gedigitaliseerde criminaliteit is een nieuw thema in de Veiligheidsagenda. Deze vorm van online criminaliteit omvat zeer veel typen delicten en doet zich in steeds nieuwe verschijningsvormen voor. In deze Veiligheidsagenda wordt de aandacht primair gericht op vier specifieke vormen van gedigitaliseerde criminaliteit. Het gaat om fraude met online handel, online fraude met betaalproducten, online voorschotfraude en online identiteitsfraude. Het aantal voor 2025 ten doel gestelde reguliere zaken voor dit thema is ruimschoots gerealiseerd. De opvolging van deze zaken kan zowel in het strafrecht als daarbuiten middels een alternatieve afdoening plaatsvinden. In het jaarverslag van de politie worden de resultaten uitgebreid toegelicht.

Aanpak criminele samenwerkingsverbanden en ondermijnende criminaliteit

De bestrijding van zware georganiseerde criminaliteit en actieve criminele samenwerkingsverbanden is een belangrijke prioriteit van het OM, waarin veel tijd en capaciteit wordt geïnvesteerd. Het OM doet er met de opsporingspartners alles aan om de dreiging van de georganiseerde misdaad weg te nemen en de georganiseerde (drugs)criminaliteit te reduceren en beheersbaar te maken. De aanpak richt zich echter ook op andere vormen van ernstige georganiseerde ondermijnende criminaliteit, zoals de hieronder weergegeven cijfers laten zien. Vaak gaat het om complexe en langdurige opsporingsonderzoeken met een groot aantal verdachten, getuigen en slachtoffers, steeds vaker met internationale dimensies.

Die georganiseerde drugscriminaliteit is sterk internationaal georiënteerd, maar de effecten ervan zijn vaak lokaal zichtbaar. Een goed voorbeeld hiervan is de uithalersproblematiek; de succesvolle aanpak daarvan lijkt een waterbedeffect tot gevolg te hebben, waarbij de uithalers steeds vaker in andere zeehavens vlak buiten Nederland actief zijn.

In 2025 zijn 2.504 nieuwe of lopende strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden (csv-onderzoeken) uitgevoerd. Dat is een lichte toename van 4 procent ten opzichte van 2024. Verdere groei is te zien in het aantal csv-onderzoeken onder leiding van de arrondissementsparketten. Het aantal csv-onderzoeken onder leiding van het Functioneel Parket neemt al enkele jaren af. Voor langere tijd was eenzelfde ontwikkeling in het aantal csv-onderzoeken onder leiding van het Landelijk Parket, maar in 2025 is hierin weer een lichte kanteling te zien.

Bij de aanpak van georganiseerde criminaliteit is de laatste jaren steeds meer sprake van samenwerking tussen parketten, bijvoorbeeld als het gaat om de aanpak van een fenomeen. Hierbij leveren de landelijke onderdelen van het OM – het LP en het FP – vaker dan voorheen ook een bijdrage aan csv-onderzoeken van de arrondissementsparketten. Deze csv-onderzoeken tellen mee bij het aantal csv-onderzoeken door de arrondissementsparketten, maar komen niet terug in de cijfers van het LP en het FP. Dit terwijl die bijdrage wel veel tijd en capaciteit kost. Dit verklaart de gewijzigde verhouding in het aantal csv-onderzoeken tussen deze OM-onderdelen.

De resultaten die in de gezamenlijke onderzoeken worden geboekt zijn niet de resultaten van één OM-onderdeel, maar die van het OM als geheel. Vanuit dat perspectief is een toename van het aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv’s te zien, waarbij steeds meer sprake is van parket-overstijgende samenwerking.

Tabel 2: Totaal aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's
20212022202320242025
Arrondissementsparketten/ Politie/KMAR/BOD1.7011.6971.8931.8952.006
Functioneel Parket/Politie/ BOD400335282285251
Landelijk Parket/Politie/ KMAR/BOD281337251230247
Totaal2.3822.3692.4262.4102.504

Om een beeld te krijgen van de centrale thematiek van de csv-onderzoeken is een onderscheid te maken naar het belangrijkste aandachtsgebied. In veel gevallen heeft een onderzoek meerdere aandachtsgebieden. Zo kennen drugsonderzoeken regelmatig witwassen of vuurwapens en explosieven als tweede aandachtsgebied. Witwassen komt omgekeerd vaak voor in combinatie met drugshandel. En vuurwapens en explosieven zijn vaak in combinatie met drugshandel, brandstichting of levensdelicten. Cybercrime komt regelmatig in combinatie met fraude voor. Veel criminele groeperingen zijn immers op verschillende criminele terreinen actief.

Van de csv-onderzoeken die worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de arrondissementsparketten richt het merendeel zich op de productie van en handel in drugs en het witwassen van de daarbij verdiende winsten. Langere tijd groeide het aantal onderzoeken naar criminele organisaties die zich bezighouden met de handel in cocaïne en heroïne. In 2025 ligt dit aantal onderzoeken nog steeds op een hoog niveau maar is de snelheid van de verdere groei afgeremd tot een kleine 2 procent ten opzichte van 2024. Het aantal onderzoeken naar synthetische drugs neemt voor het tweede jaar op rij af. In 2025 zijn 6 procent minder onderzoeken dan een jaar eerder. Toch blijft de focus hiermee met name op de aanpak van productie en handel en smokkel van harddrugs. Het aantal onderzoeken naar grootschalige hennepteelt neemt verder af naar 47 onderzoeken in 2025. Een daling is ook te zien in het aantal onderzoeken naar mensenhandel met 13 procent ten opzichte van 2024. Daarentegen is verdere groei te zien in het aantal csv-onderzoeken naar geweldsmisdrijven van 102 onderzoeken in 2024 naar 117 onderzoeken in 2025 evenals in het aantal csv-onderzoeken naar brandstichting van 20 onderzoeken in 2024 naar 52 onderzoeken in 2025. Ook het aantal onderzoeken met als aandachtsgebied wapens en explosieven stijgt verder van 100 onderzoeken in 2024 naar 120 onderzoeken in 2025. Met 59 onderzoeken vinden in 2025 ook meer onderzoeken plaats naar ideologische misdaad. Hierbij valt te denken aan jihadisme, soevereinen, links of rechts extremisme.

Cybercrime vormt eveneens een belangrijk aandeel in het aantal csv-onderzoeken dat onder leiding van de arrondissementsparketten wordt verricht. Daarnaast is een toename te zien in het aantal onderzoeken naar fraude van 72 onderzoeken in 2024 naar 81 onderzoeken in 2025 en in het aantal onderzoeken naar vermogensdelicten van 61 onderzoeken in 2024 naar 74 onderzoeken in 2025.

Tabel 3: Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door het Landelijk Parket naar aandachtsgebied
20212022202320242025
Grootschalige hennepteelt10979635047
Cocaïne & heroïne280345472497505
Synthetische drugs271236279253238
Mensenhandel141157149133116
Mensensmokkel3059563433
Wapens & explosieven797789100120
Witwassen182167164168186
OMG's26181187
Hollandse netwerken22211
Ideologische misdaad3732334559
Kinderporno00000
Geweld & zeden817780102117
Brandstichting9992052
Levensdelicten113111998181
Cybercrime 143155196217226
Fraude6263697281
Vermogensdelicten7448616174
Overig6262615363
Totaal1.7011.6971.8931.8952.006

Het aantal csv-onderzoeken dat onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Parket wordt uitgevoerd, vaak door de eenheid Landelijke Opsporing en Interventies, trok in 2022 nog aan naar 337 onderzoeken, maar loopt daarna weer terug naar 251 onderzoeken in 2023 en 230 onderzoeken in 2024. In 2025 is weer lichte groei te zien naar 247 onderzoeken. Het Landelijk Parket concentreert zich daarbij steeds meer op grote onderzoeken met een langere looptijd en grotere complexiteit. Ook levert het Landelijk Parket steeds vaker bijstand aan andere parketten evenals aan de aanpak van criminele machtsstructuren en de crypto-aanpak. Net als bij de arrondissementsparketten is een substantieel deel van de csv-onderzoeken gericht op de opsporing van drugsgerelateerde misdrijven, hoewel het aantal onderzoeken naar synthetische drugs na een piek in 2022 weer op een wat lager niveau ligt. Ook het aantal onderzoeken naar cocaïne en heroïne is weer afgenomen van 52 onderzoeken in 2024 naar 41 onderzoeken in 2025. Verdere groei wordt zichtbaar in het aantal onderzoeken naar kinderporno van 30 naar 39 onderzoeken. Ook cybercrime vormt een belangrijk aandeel in het aantal csv-onderzoeken dat onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Parket wordt gedraaid. Daarnaast zijn in 2025 meer onderzoeken te zien op geweldsmisdrijven en ideologische misdaad.

Tabel 4: Aantal strafrechtelijke onderzoeken naar csv's door het Functioneel Parket naar aandachtsgebied aangeleverd door alle opsporingsdiensten
20212022202320242025
Grootschalige hennepteelt10002
Cocaïne en heroïne4449435241
Synthetische drugs4177363335
Mensenhandel & mensensmokkel1824241112
Wapens & explosieven10156610
Witwassen4243292624
OMG's11011
Hollandse netwerken00001
Ideologische misdaad222027715
Internationale misdaad910522
Kinderporno1216243039
Cybercrime3642294041
Levensdelicten117442
Fraude12213
Vermogensdelicten11011
Geweld & zeden583611
Overig272219107
Totaal281337251230247

Strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden die onder verantwoordelijkheid van het Functioneel Parket worden uitgevoerd, concentreren zich op fraude, criminele geldstromen en milieucriminaliteit. Het merendeel van de csv-onderzoeken wordt verricht in samenwerking met de FIOD, de politie en de opsporingsdiensten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA-IOD), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-IOD) en de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). Vanaf 2024 is een toename van kleinschalige en kortlopende onderzoeken inzake milieucriminaliteit. Het aantal csv-onderzoeken naar fraude is verder afgenomen.

Tabel 5: Aantal uitspraken rechter in ondermijningszaken
20212022202320242025
Milieu746355101109
Fraude326272227184132
Criminele geldstromen10
Totaal400335282285251

Indien de resultaten van het strafrechtelijk onderzoek daar de mogelijkheid toe geven, kan de officier van justitie besluiten om één of meerdere verdachten strafrechtelijk te vervolgen. In 2025 behandelde het OM bijna 2.100 strafzaken tegen een verdachte met een relatie naar de georganiseerde criminaliteit. Het merendeel van de ondermijningszaken is voorgelegd aan de rechter. In 2025 sprak de rechter in 1.386 ondermijningszaken een vonnis uit, waarbij 1.234 verdachten schuldig werden bevonden en 118 verdachten werden vrijgesproken.

Tabel 6: Aantal veroordelingen tot een vrijheidsstraf in ondermijningszaken
20212022202320242025
Schuldig1.1131.2381.2731.2781.234
Vrijspraak178201191118118
Overig62104353234
Totaal1.3531.5431.4991.4281.386

Van de 1.234 strafzaken waarin de verdachte door de rechter schuldig werd bevonden legde de rechter in 1.115 gevallen, ofwel in 90 procent, een vrijheidsstraf op. In 242 zaken was dat in combinatie met een taakstraf. In totaal legde de rechter aan 315 personen een taakstraf op. In 111 zaken werd (ook) een geldboete opgelegd voor een totaal bedrag van ruim € 5,9 miljoen.

Tabel 7: Aantal veroordelingen tot een vrijheidsstraf in 2025 naar aandachtsgebied
20212022202320242025
< 1 jaar379364368396393
1-2 jaar151170224202204
2-5 jaar281288370405380
> 5 jaar95177167149138
Totaal9069991.1291.1521.115

Verreweg de meeste verdachten, in totaal 568, werden veroordeeld tot een vrijheidsstraf voor de productie van en handel in drugs. Circa 35 procent werd veroordeeld tot een vrijheidsstraf tot één jaar en zo’n 34 procent tot een vrijheidsstraf van 2 tot 5 jaar. In totaal werden 138 verdachten
veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan 5 jaar, waarvan 23 verdachten tot een straf van 10 tot 20 jaar en 2 verdachten tot een straf van 20 tot 30 jaar. Voor één verdachte volgde een levenslange gevangenisstraf.

Tabel 8
< 1 jaar1-2 jaar2-5 jaar> 5 jaarTotaal
Productie en handel drugs15610123873568
Mensenhandel & mensensmokkel271510759
Wapens & explosieven20616850
Witwassen20616143
OMG's10001
Hollandse netwerken00101
Geweld & zeden3013391294
Brandstichting728320
Levensdelicten55102343
Cybercrime271715059
Vermogensdelicten1664026
Fraude42196471
Criminele geldstromen01203
Milieu2350028
Overig19815749
Totaal3932043801381.115

In 2025 zijn door de politie opnieuw 1.534 aanslagen met explosieven op woningen en bedrijven geregistreerd. In 2024 ging het om 1.543 aanslagen dan wel pogingen daartoe ten opzichte van zo’n 900 in 2023. Het betreft een fenomeen dat de afgelopen jaren een enorme vlucht heeft genomen. De achtergrond van de explosies is veelal gelegen in een conflict in het criminele drugscircuit. Maar er lijkt steeds meer sprake van kopieergedrag.

Het komt ook voor dat explosieven worden geplaatst vanwege burenruzies, relationele conflicten of om zakelijke redenen. Regelmatig zijn hierbij jonge tot zeer jonge verdachten betrokken. Ondanks de inzet van het strafrecht en de relatief hoge pakkans en de zware straffen voor het plaatsen van explosieven, wordt nog geen merkbare afname van dit inmiddels landelijke fenomeen geconstateerd. Dit is een voorbeeld van een maatschappelijk probleem waarop de inzet van het strafrecht alleen niet voldoende is om deze effectief aan te kunnen pakken. Dit betekent dat de inspanningen gericht zijn geweest op de ontwikkeling van preventie en alternatieve interventies. Het door de minister van Justitie en Veiligheid opgerichte Strategisch Offensief Tegen Explosies waarin verschillende partners zich hebben verenigd is hier een mooi voorbeeld van, net als het gebruik van de FieldLab-methode.

De instroom van misdrijfzaken

In 2025 nam het aantal nieuwe strafzaken dat bij het OM instroomde weer af tot bijna het laagste niveau in de afgelopen 5 jaren.

Het beeld wordt voor een deel beïnvloed door de ICT-verstoring waarmee het OM in 2025 te maken kreeg. Door deze verstoring moest het OM zijn ICT-systemen offline halen, waardoor het OM zijn werk tussen 17 juli 2025 en 25 september 2025 op basis van noodprocessen heeft verricht, veelal via workarounds of handmatig. Hierdoor ontstonden er administratieve achterstanden in de verwerking van de ICT-systemen. Ook nieuwe zaken konden in deze periode niet automatisch vanuit de politie worden binnengehaald. Door de enorme inzet van collega’s zijn deze achterstanden inmiddels bijna ingelopen. Hierdoor is het jaar 2025 afgesloten met nog een achterstand van een kleine 9.000 misdrijfzaken.

Daarnaast lag de instroom van nieuwe strafzaken in 2024 om administratieve redenen zo’n 22.000 misdrijfzaken hoger, vanwege groei van het aantal eenvoudige misdrijven die door parket CVOM worden behandeld. Er moest tijdelijk extra personeel worden aangenomen om deze plotselinge groei het hoofd te bieden. In 2024 zijn de achterstanden in ontvangen zaken weggewerkt, waardoor de instroom van nieuwe strafzaken hoger lag dan feitelijk het geval is geweest. Rekening houdend met deze administratieve ontwikkelingen, laat de feitelijke instroom van nieuwe strafzaken in 2025 een stabiele doorontwikkeling zien. In dit jaarbericht zal verder worden uitgegaan van het aantal zaken zoals dat in de ICT-systemen staat geregistreerd.

In totaliteit registreerde het OM 171.100 nieuwe strafzaken in 2025 waarmee het aanbod aan nieuwe zaken 15 procent is gedaald ten opzichte van 2024.

In 9 procent van de strafzaken was de verdachte nog minderjarig tijdens het plegen van het delict, 89 procent van de verdachten was meerderjarig. In 2 procent van de zaken ging het om een rechtspersoon. Die verhoudingen waren jaren stabiel, maar recent neemt het aandeel minderjarige verdachten in het aantal nieuwe strafzaken toe. Het gaat hierbij niet om buitenstrafrechtelijke afdoeningen. Minderjarige verdachten van lichte delicten worden daar waar passend naar Halt doorverwezen of worden via een reprimande afgedaan. Deze zaken stromen niet als strafzaak bij het OM ter vervolging in.

In 2025 zijn verder 10.600 strafzaken opnieuw ingestroomd om nog een keer behandeld te worden. Het gaat dan vaak om een strafbeschikking die niet geëxecuteerd kan worden of waartegen verzet is ingesteld. In totaal stroomden in 2025 181.700 strafzaken in die door het OM in behandeling zijn genomen.

Instroom in relatie tot de ontwikkelingen in het criminaliteitsbeeld

De ontwikkelingen in de criminaliteit zijn van invloed op de instroom van nieuwe strafzaken. Zo werkt de afname van de meer traditionele vormen van criminaliteit, zoals woninginbraak en winkeldiefstal, ook door in de instroom van verdachten bij het OM. De recente toename van geweldsmisdrijven wordt in het zaaksaanbod van het OM nog niet in de volle breedte zichtbaar, maar wel in geprioriteerde zaakstromen. Voor andere delicten is nog geen zelfde ontwikkeling te zien. Enerzijds kost het tijd om misdrijven op te sporen en is daarvoor soms andere kennis nodig indien het criminaliteitsbeeld verandert. Anderzijds is sprake van schaarste in de gehele strafrechtketen, zo ook in de opsporing van strafbare feiten. In het afgelopen jaar stond deze extra onder druk vanwege de grootschalige capaciteitsinzet bij de NAVO-top. Daarbij speelt ook mee dat de politie in 2025 heeft aangegeven, dat de financiële problemen en personele tekorten de slagkracht en toekomstbestendigheid van de politie onder druk zetten. Dit betekent dat het OM steeds scherpe keuzes moet maken over de inzet van de beschikbare capaciteit op wordt ingezet of waar deze moet worden verlegd, gelet op de ontwikkelingen in de criminaliteit. 

Zo is het aantal rijden-onder-invloedzaken sinds 2022 fors toegenomen, van ongeveer 26.000 naar rond de 45.000 in de afgelopen jaren. Deze toename wordt zichtbaar in de instroom van eenvoudige misdrijven die door de CVOM worden behandeld. In 2024 lag de instroom zo’n 22.000 zaken hoger vanwege het wegwerken van voorraden in de fase voorafgaand aan de instroom van zaken bij het OM. In 2025 registreerde het OM opnieuw 45.200 nieuwe eenvoudige misdrijven waarmee het aanbod aan rijden-onder-invloedzaken hoog blijft.

Al langere tijd is er sprake van een daling in het aantal interventiezaken. In 2021 registreerde het OM nog 111.200 interventiezaken; 5 jaar later in 2025 is dat met 13 procent afgenomen naar 96.700 interventiezaken. In deze zaakstroom wordt de veelvoorkomende criminaliteit behandeld waarbij altijd een verdachte in beeld is. Deze zaken worden veelal via de ZSM-werkwijze afgedaan. Het gaat hierbij om delicten die zich vooral binnen de stad of regio afspelen.

De instroom van het aantal nieuwe onderzoekszaken, ook wel high impact zaken genoemd, nam in 2025 met 8 procent weer af tot 22.200 misdrijven. Dit zijn zwaardere misdrijfzaken waarbij de verdachte meestal in bewaring wordt gesteld. De afname is voor een deel beïnvloed door de ICT-verstoring. In deze periode nam het aantal voorgeleidingen met 28 procent af ten opzichte van dezelfde periode in 2024, met name omdat er in verschillende arrondissementen tijdelijk minder tot geen snelrecht- en supersnelrechtzittingen konden plaatsvinden. Het ging daarbij voornamelijk om meerderjarige verdachten van vermogensmisdrijven en in mindere mate om opiumzaken. Het effect dat naar aanleiding van de ICT-verstoring is opgetreden zal naar verwachting in 2026 weer tot een correctie leiden.

Het aantal minderjarige verdachten in de onderzoekszaken blijft onverminderd hoog. In 2024 waren al 14 procent meer minderjarige verdachten voor deze zwaardere misdrijven ingeschreven, terwijl het aantal volwassen verdachten in deze zaakstroom met 4 procent daalde ten opzichte van 2023. In 2025 zet de groei van het aantal minderjarige verdachten van zwaardere misdrijven zich met 5 procent extra voort. Jeugdige verdachten (12- tot en met 17-jarigen) komen sinds 2024 vaker met justitie in aanraking voor onder meer brandstichting, bedreiging, vrijheidsberoving, (poging) doodslag of moord en ernstige vermogensmisdrijven als straatroven en overvallen of het bezit van een wapen of explosieven. De betrokkenheid van minderjarige verdachten bij deze strafbare feiten nam in de instroom van misdrijven bij het OM in de afgelopen twee jaar met bijna een kwart toe. Het WODC ziet in zijn monitor jeugdcriminaliteit 2000-2023 over de langere periode geen aanwijzingen voor verjonging of verharding van jeugdige verdachten of daders (12- tot 23-jarigen). De recente ontwikkelingen die sinds 2024 in het zaaksaanbod van het OM zichtbaar worden, zijn in de monitor van het WODC nog niet meegenomen.

Het aantal seksuele misdrijfzaken in 2025 blijft met ruim 2.500 nieuwe verdachten stabiel ten opzichte van de jaren 2023 en 2024. Op 1 juli 2024 trad de nieuwe Wet seksuele misdrijven in werking. Sinds de inwerkingtreding van deze nieuwe wet zijn meer vormen van seksueel overschrijdend gedrag strafbaar geworden en dat maakt het voor slachtoffers mogelijk om eerder melding en aangifte te doen. Het aantal geregistreerde seksuele misdrijven bij de politie is in 2025 dan ook met 13 procent toegenomen ten opzichte van 2024. Deze ontwikkeling is nog niet volledig doorgewerkt in de instroom van verdachten bij het OM.

Het kost immers tijd om het opsporingsonderzoek naar de strafbare feiten te kunnen afsluiten. Wel is met 5 procent weer een lichte groei te zien in het aantal verdachten voor verkrachting die ter vervolging bij het OM zijn ingeschreven. Hetzelfde geldt voor aanranding waarvoor 4 procent meer verdachten bij het OM zijn ingestroomd ten opzichte van 2024. Tot de seksuele delicten wordt binnen de politie ook het aantal aangiften en meldingen voor aanstootgevend gedrag en misbruik van seksueel beeldmateriaal gerekend, die in het afgelopen jaar beide met ruim 30 procent zijn toegenomen. Bij misbruik van seksueel beeldmateriaal valt te denken aan zogenoemde sextortionzaken, waarbij een verdachte dreigt intieme foto’s of video’s van een slachtoffer te verspreiden als er niet wordt voldaan aan bepaalde eisen. Bij het OM zien de seksuele misdrijven enkel toe op de seksuele strafbare feiten. Wanneer ook bij het aantal geregistreerde delicten bij de politie enkel wordt gekeken naar de seksuele strafbare feiten, dan is het aantal aangiften en meldingen met 8 procent toegenomen ten opzichte van 2024, onder een gelijkblijvend aantal misdrijven die voor dit thema bij het OM zijn geregistreerd.

Het OM beschouwt misbruik van seksueel beeldmateriaal eveneens als een ernstig misdrijf. Het aantal nieuwe verdachten voor dit misdrijf is in de afgelopen 2 jaar sterk gestegen met bijna een kwart ten opzichte van 2024 en met bijna 38 procent ten opzichte van 2023. De verspreiding vindt nagenoeg altijd online of via een ICT-middel plaats. Vanwege het online karakter wordt dit delict vaak als gedigitaliseerde criminaliteit gekenmerkt, maar door nuances kan de nadruk ook op de zedenkant liggen.

Onder gedigitaliseerde criminaliteit worden traditionele delicten verstaan, waarbij ICT wordt ingezet als middel en niet als doel. In de afgelopen jaren lag de focus hierbij vooral op de aanpak van online fraudevormen. Naast de delicten die per definitie online plaatsvinden, vinden ook interpersoonlijke delicten in toenemende mate online plaats. Misdrijven waarbij een ICT-middel het doelwit is, vallen onder de aanpak van cybercrime. Tezamen wordt gesproken over online criminaliteit. Online criminaliteit neemt snel in omvang toe en vormt een steeds grotere bedreiging voor de samenleving. De aanpak daarvan is complex vanwege voortdurende veranderende technologische mogelijkheden en de internationale samenwerking die steeds vaker is vereist. Desondanks wil het OM meer veelvoorkomende online criminaliteit opsporen en vervolgen. Volgens de Veiligheidsmonitor 2025 van het CBS is te zien dat bijna de helft van alle slachtoffers van criminaliteit te maken heeft gehad met een online delict. Het verschil tussen deze bevolkingsenquêtes en het aantal ter kennis gekomen delicten bij de politie voor online fraude en cybercrime is met 8 procent ten opzichte van de totale geregistreerde criminaliteit groot. Hetzelfde geldt voor het aandeel online fraude en cybercrimezaken van 1,3 procent ten opzichte van het totale zaaksaanbod van het OM. Deze verhoudingen zijn niet helemaal met elkaar te vergelijken, omdat een verdachte in de online wereld veel slachtoffers kan maken. Daarnaast is de aangiftebereidheid voor deze vormen van criminaliteit laag. Desondanks onderzoekt het OM de mogelijkheden om de aanpak van veelvoorkomende online criminaliteit zowel intern als samen met de politie te verbreden en te versterken.

Het aantal verdachten van huiselijk geweld laat een lichte toename zien van 3 procent. In 2025 registreerde het OM 8.840 strafzaken vanwege huiselijk geweld, waarmee het aantal zaken bijna weer terug is op het niveau van 2022. Recent is met name een toename te signaleren van geweldsmisdrijven tussen (ex-)partners waarvoor meer zaken voor bedreiging al dan niet in combinatie met mishandeling bij het OM zijn ingeschreven.

In Nederland komen jaarlijks tientallen vrouwen door geweld om het leven. In het merendeel van de gevallen is een partner of ex-partner de dader. Vrouwen zijn veel vaker slachtoffer van moorden gepleegd door een (ex-) partner dan mannen. Vaak gaat aan een zogeheten femicide een patroon van strafbare feiten in de vorm van huiselijk geweld vooraf. Herkenning van rode vlaggen en vroegtijdige ketengerichte aanpak is hierbij essentieel.

Het OM registreert sinds 2024 het aantal verdachten van geweldsmisdrijven met een vrouwelijk slachtoffer. In 2025 kwamen 82 verdachten in moord- en doodslagzaken met een vrouwelijk slachtoffer bij het OM binnen, waarvan 43 verdachten behoorde tot de huiselijke kring van het slachtoffer. In 67 van de 82 moord- en doodslagzaken met een vrouwelijk slachtoffer ging de verdenking om een poging of het treffen van voorbereidingshandelingen daartoe.

Een andere belangrijke zaakstroom betreft de instroom van verdachten van geweld tegen functionarissen met een publieke taak. Mensen met een publieke taak zorgen voor de veiligheid van iedereen. Zij moeten ongehinderd hun werk kunnen doen. Helaas gebeurt het regelmatig dat medewerkers van onder andere openbaarvervoersbedrijven, zorginstellingen, politie en andere werknemers geconfronteerd worden met geweld en agressie. In 2025 registreerde het OM ruim 9.800 verdachten voor agressie en geweld tegen mensen met een publiek taak. Dat is een stijging van bijna 8 procent ten opzichte van 2024, waarmee het aantal zaken na een lichte kentering in 2023 en 2024 nagenoeg weer terug is op het hogere niveau van 2022.

In 55 procent van de zaken is er sprake van verbale agressie zoals belediging, bedreiging of weigering om een bevel op te volgen. In 39 procent gaat het om fysiek geweld variërend van eenvoudige mishandeling, wederspannigheid (verzet met geweld of bedreiging met geweld bij aanhouding) en openlijke geweldpleging. In 3 procent is sprake van ernstige misdrijven zoals zware mishandeling en (poging tot) moord of doodslag. Naar verhouding nam vooral het aantal minderjarige en jongvolwassen verdachten in deze zaakstroom toe.

Landelijke politici vormen eveneens een aparte categorie binnen de zaakstroom geweld tegen functionarissen met een publieke taak. In 2025 waren er 493 meldingen, waarvan er 356 als strafbaar zijn beoordeeld door het OM. Dat is vergelijkbaar met andere jaren.

In 2025 werden 88.200 misdrijven ingeschreven met één of meer slachtoffers. Dit is een afname van bijna 7 procent ten opzichte van 2024, waarmee het aantal slachtofferzaken minder sterk daalde dan het aantal misdrijfzaken in totaliteit. Niet in elke misdrijfzaak zijn direct slachtoffers betrokken, zoals bij witwaspraktijken of drugshandel. In ongeveer de helft van de misdrijfzaken registreert het OM één of meer slachtoffers. Wanneer slachtoffers in een zaak betrokken zijn, houdt het OM rekening met de belangen van het slachtoffer en effectueert het de rechten van het slachtoffer. Het OM werkt doorlopend aan een adequate informatievoorziening gedurende het strafproces, bescherming, het mogelijk maken van de schadebehandeling en correcte bejegening van slachtoffers.

In dit verband is steeds meer aandacht nodig voor strafzaken met grote aantallen slachtoffers. Dit speelt vooral bij onderzoeken gerelateerd aan cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, maar ook bij gevoelige uitingsdelicten, milieucriminaliteit, omvangrijke zedenzaken, kinderporno en kindermisbruik. Het komt regelmatig voor dat honderden aangiften binnen één zaak worden ingediend. Dit leidt tot massaal en andersoortig slachtofferschap. Er wordt samen met de partners gekeken naar de mogelijke vormen van slachtofferzorg, zodat aan de collectieve belangen tegemoet kan worden gekomen.

Het huidige stelsel is immers primair ingericht op individuele zaken met een beperkt aantal slachtoffers, terwijl digitale criminaliteit kan leiden tot grootschalige collectieve schade. Een vervolging in een strafzaak met veel slachtoffers verstopt de strafrechtketen. De vraag is dus of het strafrecht het juiste instrument is voor zaken met duizenden slachtoffers, of dat (civiel)rechtelijke alternatieven effectiever zijn voor herstel en rechtsbescherming. Naar analogie van het coalitieakkoord van het huidige kabinet, kan in dat verband gekeken worden of hiervoor naast het strafrecht een aparte, eenvoudige (civiele) procedure moet worden ingericht, zodat de werklast binnen het strafrecht behapbaar blijft en de strafrechtketen niet verstopt raakt.

Het aantal behandelde misdrijfzaken

Sinds enkele jaren wordt binnen het OM fors geïnvesteerd in het terugdringen van de voorraden en het verkorten van de doorlooptijden. Het OM vindt het maatschappelijk niet acceptabel dat slachtoffers, verdachten en andere betrokkenen bij strafzaken soms jarenlang moeten wachten voordat hun zaak wordt behandeld en afgedaan. Het OM kan dat niet alleen. Om zaken tijdig en correct af te kunnen doen, is het OM ook afhankelijk van de Rechtspraak, de politie, de reclassering, het NIFP en diverse andere ketenpartners die net als het OM te kampen hebben met capaciteitsproblemen en achterstanden. Een structurele oplossing hiervan ligt in een gezamenlijke aanpak.

De ICT-inbreuk waarmee het OM te maken kreeg in de zomer van 2025 is hierbij niet behulpzaam geweest. Door het tijdelijk offline zijn van de ICT-systemen, konden nieuwe zaken vanuit de politie niet automatisch bij het OM instromen en het aantal te behandelen zaken liep in korte tijd op. Met hulp van de ketenpartners heeft het OM in deze periode zijn werk op basis van noodprocessen verricht, veelal via workarounds of handmatig. Hierdoor zijn er administratieve achterstanden ontstaan in de verwerking in de ICT-systemen. Er is hard gewerkt aan het inhalen daarvan, maar deze administratieve achterstanden waren aan het einde van 2025 nog niet volledig weggewerkt.

In 2025 konden uiteindelijk 200.600 misdrijfzaken worden behandeld en uitstromen, een deel na een beslissing van het OM en een deel na het vonnis van de rechter. Dit is een afname van bijna 7 procent van het aantal zaken dat is behandeld in 2024.

Misdrijfzaken afgedaan door het OM

In 2025 zijn 45.500 zaken afgedaan met een strafbeschikking. Dat is 23 procent van de totale uitstroom. In 2024 lag dat met 52.900 zaken nog op 25 procent van de totale uitstroom. In dat jaar is een grote hoeveelheid eenvoudige strafzaken door de CVOM weggewerkt. Deze zaakstroom leent zich goed voor toepassing van een strafbeschikking. In 2025 is het aantal te behandelen eenvoudige strafzaken afgenomen.

Ook binnen de arrondissementen wordt actief gestuurd op het verhogen van het aantal afdoeningen via een strafbeschikking. Dit heeft ertoe geleid dat de arrondissementsparketten gezamenlijk in 2025 circa 22.500 zaken met een strafbeschikking hebben afgedaan ten opzichte van circa 21.500 zaken in 2024. Hiermee groeit het aandeel strafbeschikkingen gestaag van 13 procent in 2023 naar 15 procent in 2024 en 17 procent in 2025.

Van de 45.500 zaken die in 2025 zijn afgedaan met een strafbeschikking ging het in 42 procent van de gevallen om een verkeersmisdrijf. In 16 procent van de zaken was sprake van een misdrijf dat strafbaar is gesteld in zogenoemde overige wetten. Hierbij valt te denken aan lichte milieumisdrijven, het niet houden aan de wet wegvervoer goederen of misdrijven die strafbaar zijn gesteld in het vuurwerkbesluit. In 11 procent van de zaken was een vermogensdelict het zwaarst geregistreerde feit. Het gaat dan veelal om diefstal of inbraak zonder geweld, heling of valsheid in geschrift.

In 75 procent van de strafbeschikkingen is een geldboete opgelegd. In 13 procent volgde een taakstraf en in 8 procent een ontzegging van de rijbevoegdheid om motorvoertuigen te besturen. Deze sancties kunnen in combinatie met elkaar worden opgelegd.

Het aantal zaken dat is afgedaan met een voorwaardelijk sepot is in 2025 nagenoeg gelijk gebleven aan 2024. In 9.500 zaken is een voorwaardelijk sepot opgelegd, bijvoorbeeld om zaken buiten het strafrecht op een alternatieve manier op te lossen of omdat er sprake is van een gering feit. Bij voorwaardelijke sepots worden geen bijzondere voorwaarden meer opgelegd. Met de lagere uitstroom in 2025 steeg het aandeel voorwaardelijke sepots licht van 4 procent naar 5 procent van de totale uitstroom. Ook het aandeel onvoorwaardelijke sepots steeg met een procent naar 31 procent van de totale uitstroom. In 38.700 zaken was dat om technische redenen; meestal was er onvoldoende bewijs of was iemand ten onrechte als verdachte aangemerkt. In 20.300 zaken kwam de officier om beleidsmatige redenen tot een sepotbeslissing, bijvoorbeeld vanwege de wenselijkheid van een ander dan strafrechtelijk ingrijpen of omdat de verhouding tot de benadeelde inmiddels is hersteld en omstandigheden zijn gewijzigd. Daarnaast zijn met het wegwerken van voorraden met name door parket CVOM naar verhouding iets meer zaken onvoorwaardelijk geseponeerd vanwege de ouderdom van de zaak. De ervaring is dat deze oude eenvoudige misdrijven bij de rechter niet meer tot een strafoplegging leiden.

In 2025 is ruim 1.800 maal een klachtprocedure ex. artikel 12 Sv behandeld door het gerechtshof tegen de beslissing van het OM om een verdachte niet te vervolgen. Dat is een afname ten opzichte van een jaar eerder, toen 2.000 klachten werden behandeld. In 15 procent was volgens het gerechtshof de klacht gegrond en moest het OM alsnog tot vervolging overgaan.

Zittingscapaciteit bij de rechtbanken en hoven is schaars. Ter ontlasting van de Rechtspraak, zet het OM zich in om zaken met een strafbeschikking af te doen wanneer dit passend is. In sommige gevallen is het OM hierbij verplicht de verdachte te horen. Dit is het geval wanneer beoogd wordt een bepaalde hogere straf of maatregel aan de verdachte op te leggen. Bij andere strafbare feiten is het uitgangspunt ‘niet horen, tenzij’. In die gevallen kan een strafvorderlijke noodzaak een OM-hoorgesprek vereisen, bijvoorbeeld om de schuld van de verdachte zorgvuldig te kunnen vaststellen. Ook de verdachte zelf kan aangeven te willen worden gehoord. Tijdens het OM-hoorgesprek kan de verdachte kenbaar maken welke persoonlijke gevolgen de beoogde sanctie zal hebben. Bij minderjarige verdachten wordt standaard een OM-hoorgesprek gevoerd. Bij een OM-hoorgesprek kan een verdachte zich laten bijstaan door een raadsman.

In 2025 is in 32.000 zaken een verdachte uitgenodigd voor een OM-hoorgesprek met de officier van justitie. Dat is 16 procent van alle zaken die in 2025 zijn afgedaan. In 47 procent van deze zaken is een strafbeschikking opgelegd, in 26 procent is besloten de zaak alsnog voor te leggen aan de rechter. In 10 procent volgde een voorwaardelijk sepot.

Afdoening van zaken na een OM-hoorgesprek

Zittingscapaciteit bij de rechtbanken en hoven is schaars. Ter ontlasting van de Rechtspraak, zet het OM zich in om zaken met een strafbeschikking af te doen wanneer dit passend is. In sommige gevallen is het OM hierbij verplicht de verdachte te horen. Dit is het geval wanneer beoogd wordt een bepaalde hogere straf of maatregel aan de verdachte op te leggen. Bij andere strafbare feiten is het uitgangspunt ‘niet horen, tenzij’. In die gevallen kan een strafvorderlijke noodzaak een OM-hoorgesprek vereisen, bijvoorbeeld om de schuld van de verdachte zorgvuldig te kunnen vaststellen. Ook de verdachte zelf kan aangeven te willen worden gehoord. Tijdens het OM-hoorgesprek kan de verdachte kenbaar maken welke persoonlijke gevolgen de beoogde sanctie zal hebben. Bij minderjarige verdachten wordt standaard een OM-hoorgesprek gevoerd. Bij een OM-hoorgesprek kan een verdachte zich laten bijstaan door een raadsman.

In 2025 is in 32.000 zaken een verdachte uitgenodigd voor een OM-hoorgesprek met de officier van justitie. Dat is 16 procent van alle zaken die in 2025 zijn afgedaan. In 47 procent van deze zaken is een strafbeschikking opgelegd, in 26 procent is besloten de zaak alsnog voor te leggen aan de rechter. In 10 procent volgde een voorwaardelijk sepot.

Ontwikkeling van rechtbankvonnissen in misdrijfzaken

Schaarste aan zittingscapaciteit bij de rechtbanken en hoven blijft een actueel thema. In de afgelopen jaren is door OM en ZM veel geïnvesteerd om met name de hoge voorraad te behandelen zaken door de politierechter terug te dringen die in de loop van de tijd was ontstaan. In het eerste half jaar van 2025 nam de totale voorraad te plannen misdrijfzaken met 10 procent af ten opzichte van eind 2024. De acties rondom de aanpak van de voorraden en doorlooptijden werden daarmee al goed zichtbaar in de voorraad te plannen misdrijfzaken. Mede door de ICT-verstoring waarmee het OM in de zomer van 2025 te maken kreeg, zakte de voorraad te plannen misdrijfzaken verder met 16 procent minder zaken aan het einde van 2025 ten opzichte van het daaraan voorafgaande jaar. Deze afname manifesteerde zich in de voorraad te plannen zaken voor de politierechter die eind 2025 met 18 procent is geslonken. Voor de kinderrechter bleef de voorraad nagenoeg stabiel, mede door de verhoogde instroom van jeugdmisdrijven. De voorraad te plannen misdrijfzaken voor de meervoudige kamer, de meest ernstige zaken, is door de ICT-verstoring niet geraakt. In 2025 nam het aanbod aan nieuwe zaken voor de meervoudige kamer getalsmatig af waardoor de voorraad te plannen zaken met 12 procent is geslonken. Wel neemt de zaakszwaarte in deze voorraad toe, gemeten aan de hand van het aantal verwachte behandelingen op zitting die nodig zal zijn om de zaak af te kunnen doen. De uitstroom van zaken via de meervoudige kamer was in 2025 dan ook iets lager dan beoogd. Ondanks deze ontwikkelingen en alle inspanningen blijft de beschikbare zittingscapaciteit bij de rechtbanken en hoven een punt van aandacht dat steeds om scherpe keuzes vraagt rondom de inname van zaken, de beoordeling en planning daarvan.

In 2025 stroomden in totaal 82.300 zaken uit met een eindvonnis van de rechter. Dat is een afname van 5 procent ten opzichte van 2024. Toen deed de rechter 86.200 zaken af. Het aantal door de meervoudige kamer uitgesproken vonnissen is ten opzichte van 2024 met 2 procent afgenomen van 12.300 naar 12.100. Het aantal vonnissen van de politierechter is met 6 procent gedaald van 69.900 in 2024 naar 65.900 in 2025. De kinderrechter behandelde in 2025 4.300 zaken; een toename van 5 procent ten opzichte van 2024.

De rechter legde in 2025 in 76 procent van de behandelde zaken een straf op aan de verdachte. Verder werd in 2 procent de verdachte schuldig bevonden, maar volgde geen straf. Het aandeel verdachten dat door de rechter werd vrijgesproken is met 6 procent gelijk gebleven aan 2024. Ruim 15 procent van de zaken werd ter terechtzitting gevoegd. Dat betekent dat de rechter een strafzaak voegt bij een andere strafzaak tegen dezelfde verdachte en één vonnis uitspreekt over zowel de hoofdzaak als de gevoegde zaak.

Wanneer de rechter besloot een vrijheidsstraf aan de verdachte op te leggen, ging het in 2025 in 90 procent van de zaken om een vrijheidsstraf van maximaal 1 jaar. Dat is een lichte daling van 1 procent ten opzichte van 2025. In 4 procent, ofwel ruim 1.300 keer, sprak de rechter een gevangenisstraf uit tussen 1 en 2 jaar. Ruim 5 procent van de verdachten kreeg een langere straf opgelegd. Daarmee zijn in 2025 naar verhouding iets meer langduriger vrijheidsstraffen opgelegd dan in voorgaande jaren.

In 2025 zijn 3 verdachten veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Het aantal veroordelingen tot tbs of een opname in een speciale inrichting ligt met 1.220 zo’n 8 procent hoger dan in 2024.

In 2025 is minder vaak hoger beroep aangetekend. In 13.200 strafzaken ging(en) de verdachte en/of het OM in hoger beroep; in 2024 was dat nog in 16.000 strafzaken. In 2.300 zaken is het hoger beroep uiteindelijk ingetrokken. In 2025 is in 12.440 strafzaken een arrest gewezen. Met name een aantal mega-zaken kon door het Ressortsparket en de Gerechtshoven worden afgehandeld. Ook de uitstroom van standaardzaken nam toe.

Doorlooptijden

De ontwikkelingen in de instroom, het wegwerken van de voorraden en de verdere toename van het aantal opgelegde OM-strafbeschikkingen zijn van invloed op de doorlooptijd van strafzaken. Zowel binnen de strafrechtketen als voor het OM is het verkorten van de doorlooptijd een belangrijk thema. Te lange doorlooptijden zijn onwenselijk, omdat zij tekort doen aan het belang van slachtoffers van misdrijven en het recht van verdachten op berechting binnen een redelijke termijn.

Het OM heeft zelf invloed op de doorlooptijd vanaf het moment dat de zaak instroomt tot het moment dat de zaak zelfstandig door het OM kan worden afgedaan, bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepotbeslissing. In 2025 is de gemiddelde doorlooptijd tussen het moment van instroom en uitstroom van een door het OM afgedane ZSM-zaak afgenomen. In 2024 kostte het gemiddeld 110 dagen om een zaak te laten uitstromen. In 2025 is dat gedaald naar gemiddeld 105 dagen.

De doorlooptijd vanaf het moment dat het OM besluit de zaak voor de rechter te brengen tot aan het vonnis is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het OM en de Rechtspraak. De gemiddelde doorlooptijd van een ZSM-strafzaak die door de rechter wordt afgehandeld, is in 2025 licht gestegen naar 237 dagen. In 2024 was dat nog gemiddeld 230 dagen. Dit houdt onder meer verband met de stappen die ook in het afgelopen jaar zijn gezet in het programmatisch wegwerken van de voorraden; wanneer oudere zaken in de voorraad worden afgehandeld, neemt de gemiddelde doorlooptijd toe.

De doorlooptijd in zwaardere onderzoekszaken is eveneens toegenomen. In 2025 stroomde een onderzoekszaak binnen gemiddeld 249 dagen uit; in 2024 was dat gemiddeld 219 dagen. De gemiddelde doorlooptijd van de zware ondermijningszaken, ook wel megazaken genoemd, steeg in 2025 naar gemiddeld 664 dagen. In 2024 was dat nog gemiddeld 632 dagen.

Binnen de strafrechtketen is specifieke aandacht voor de doorlooptijd van jeugdzaken, zaken met een verdachte van een ernstig verkeersongeluk (art. 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) en ernstige zedenzaken. Daarvoor zijn in 2019 zogenaamde ketennormen vastgesteld, met een gezamenlijke opdracht voor de ketenpartners om die normen te behalen. Voor jeugdmisdrijven zijn deze ketennormen in 2024 herzien; de oude normen voor jeugdzaken – die lang geleden waren vastgesteld – pasten niet meer bij de toenemende ernst van jeugdzaken.

Het algemene beeld is dat ondanks de inspanning op deze ketennormen de gewenste doorlooptijden voor deze categorieën zaken nog niet konden worden behaald. Door toename van het aantal jeugdmisdrijven, de zwaarte daarvan en schaarse capaciteit in de strafrechtketen, staan de resultaten voor deze zaakstroom onder druk. Wel is een verbetering in de doorlooptijd van zedenmisdrijven zichtbaar. Voor deze zaakstroom werkt het OM nauw samen met politie aan verbeterde sturing in de opsporing en aanpak van de voorraden. In het afgelopen jaar konden hierdoor flinke slagen worden gemaakt in het wegwerken van de voorraden.

In de herziene ketennormen voor jeugdzaken in 2024 is de doorlooptijd van OM-beslissingen verbijzonderd naar de beoogde wijze van afdoening. Voor alle trajecten geldt een gewenste eindnorm van 80 procent, met 70 procent als groeinorm voor 2025.

In 2025 vond de beoordeling OM-strafbeschikking in 68 procent van de jeugdzaken plaats binnen 120 dagen. In 2024 was dat nog in 74 procent van de jeugdzaken. De ICT-verstoring heeft een negatieve invloed uitgeoefend op de afhandeling van OM-strafbeschikkingen in jeugdzaken. Deze jeugdzaken worden op een OM-hoorzitting met rechtsbijstand en in aanwezigheid van ouders voorzien van een passende afdoening. De doorlooptijd bij de beslissing dagvaarden is licht verbeterd. In 2025 heeft in 71 procent van de jeugdzaken de beoordeling binnen 60 dagen plaatsgevonden. In 2024 was dat 70 procent. Voor de overige afdoeningsbeslissingen door het OM geldt ook een beoordelingstermijn van 60 dagen. In het afgelopen jaar lukte dat in 67 procent van de jeugdzaken ten opzichte van 66 procent in 2024. Van de jeugdzaken die voor de rechter zijn gedagvaard, kon de kinderrechter vervolgens in 51 procent van de zaken binnen 120 dagen eindvonnis wijzen en de meervoudige kinderkamer in 36 procent van de jeugdzaken binnen 180 dagen. In deze trajecten kon zowel de gewenste eindnorm van 80 procent als de groeinorm van 70 procent nog niet worden gerealiseerd. Met het toegenomen aanbod aan jeugdzaken vergt het nog een aanzienlijke inspanning om ook de zwaardere jeugdzaken voortvarend bij de kinderrechter en meervoudige kamer te berechten.

Van de 745 ernstige verkeersdelicten (art. 6 WVW) die in 2025 behandeld werden, zijn er 540 (72 procent) aan de rechter voorgelegd. Het lukte slechts in 25 procent van de zaken om deze binnen de ten doel gestelde termijn van 1 jaar na het incident op zitting te behandelen. In 2024 was dat nog in 20 procent van de ernstige verkeersdelicten. Hoewel het resultaat in 2025 licht verbeterde, is de gewenste norm met afstand niet gehaald. Het OM is niet tevreden over deze resultaten, temeer omdat het leed bij nabestaanden in deze zaken onherstelbaar groot is. Daarom wil het OM de komende jaren via een set aan maatregelen de doorlooptijden van verwijtbare ernstige ongevallen verkorten. Het OM stuurt sinds 1 januari 2025 op het verkorten van de doorlooptijd van de eigen (vervolgings)beslissing na binnenkomst van het proces-verbaal. Die beslissing moet in 85 procent van de zaken binnen zes maanden genomen kunnen worden. In 2025 lukte dat in 74 procent van de zaken, waarmee deze ambitie nog niet helemaal is gerealiseerd.

In 2025 zijn ruim 1.500 zedenmisdrijven door de rechter behandeld. Dat is een lichte afname ten opzichte van 2024 toen in bijna 1.600 zedenmisdrijven door de rechter eindvonnis is gewezen. In die periode zijn extra zaken uit de voorraden weggewerkt. In 2025 lukte het in 45 procent van de zedenmisdrijven om een eerste zitting te houden binnen een half jaar nadat de zedenzaak bij het OM was ingestroomd; in 2024 werd in 41 procent van de zedenmisdrijven de gewenste doorlooptijd gerealiseerd. Hoewel dit percentage in 2025 licht is verbeterd, ligt de norm van 80 procent nog niet binnen bereik. Er zijn meerdere oorzaken waarom de normen en de praktijk ver uiteen liggen. De norm gaat uit van een ideale situatie waarin er geen grote voorraden zijn en voldoende zittingscapaciteit bij de rechtbanken beschikbaar is. Daarnaast heeft ook het NIFP met schaarste te kampen, waardoor vaak moet worden gewacht op pro justitia rapportages die veelal bij zedenmisdrijven worden opgevraagd. Verder is juist in dit type zaken goed opsporingsonderzoek van groot belang. Bewijs verzamelen is vaak lastig. Zedenzaken hebben steeds vaker ook een digitale component en helaas in meerdere gevallen vele slachtoffers. Het vergt de nodige tijd om onderzoek te doen om slachtoffers, getuigen en verdachten te achterhalen of te bevragen. Daarnaast vraagt het technische bewijs na een aanranding of verkrachting ook medische capaciteit, die schaars is. Wel is duidelijke verbetering gerealiseerd in het traject instroom en beoordeling van de zaak door het OM. In het afgelopen jaar is de voorraad nog te beoordelen zedenzaken door het OM met 58 procent geslonken. Van de zedenzaken die in 2025 door het OM zijn beoordeeld, vond dat in 72 procent plaats binnen 60 dagen na binnenkomst van de zaak bij het OM, terwijl dat in 2024 nog 59 procent was.

De behandeling van overtredingszaken

Een overtreding is in het strafrecht een relatief licht strafbaar feit. Vaak betreft het strafbare feiten die worden gepleegd in het verkeer of overlastfeiten. In 2021 ging het daarbij ook om overtredingen op grond van de regionale noodverordeningen Covid-19 en de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19. Om die reden ligt vanaf 2022 het aantal nieuw ingestroomde overtredingen bij het OM weer op een wat lager niveau.

Het parket CVOM behandelt nagenoeg alle overtredingszaken voor het OM. Vanuit het oogpunt van rechtmatigheid, stelt het parket CVOM allereerst vast of er sprake is van bewezen schuld. In 2025 stroomden 303.300 dossiers in om te beoordelen. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2024. Toen registreerde het parket CVOM 317.200 dossiers. Zo’n 25 procent van de dossiers werd afgekeurd omdat het proces-verbaal nog niet aan de wettelijke vereisten voldeed en ging retour naar de politie. Een groot deel van de goedgekeurde dossiers – namelijk 92.000 – is doorgestuurd naar het CJIB om namens het OM een strafbeschikking op te leggen. Een ander deel van de zaken - zo’n 100.000 zaken – is geregistreerd door het parket CVOM voor eigen behandeling.

In totaal, dus inclusief de 100.000 zaken, registreerde het OM in 2025 152.600 nieuwe overtredingszaken. Dit is een afname van 19 procent ten opzichte van 2024. De instroom van nieuwe overtredingszaken lag in dat jaar extra hoog vanwege het wegwerken van voorraden die in het portaal voorafgaand aan de instroom bij parket CVOM waren ontstaan. In 2024 zijn hierdoor 27.000 overtredingszaken extra bij het OM ingestroomd.

Het aantal behandelde overtredingszaken is met 7 procent afgenomen. In 2025 zijn 45.700 overtredingszaken met een OM-strafbeschikking afgedaan, wat neerkomt op 26 procent van de totale uitstroom van overtredingszaken. Ten opzichte van 2024 is dit licht toegenomen, toen betrof dit aandeel 25 procent van het aantal behandelde overtredingszaken. In 86 procent van deze zaken is door het OM een geldboete opgelegd en in 13 procent volgde een ontzegging van de bevoegdheid om een motorvoertuig te besturen. In de overige zaken legde het OM veelal een taakstraf op.

Verder zijn in 2025 51.400 zaken door de kantonrechter behandeld, waarmee de verhouding door de rechtbank afgedane zaken met 29 procent gelijk is gebleven aan 2024. In 2025 zijn met 78.600 opnieuw veel zaken onvoorwaardelijk geseponeerd. Evenals in het voorgaande jaar gaat het om 45 procent van de afgehandelde overtredingszaken. Vanwege capaciteitsgebrek en zaken waarin de executie is mislukt en die met inachtneming van de verjaringstermijn niet meer op zitting konden worden aangebracht, moesten in 2025 opnieuw veel oude overtredingszaken onvoorwaardelijk worden geseponeerd.

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Als burgers het niet eens zijn met een verkeersboete die hen wordt opgelegd, kunnen ze in beroep gaan bij de officier van justitie conform de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). In 2025 zijn bijna 7,6 miljoen verkeersboetes opgelegd. 7 procent van de beboete burgers, zo’n 528.200, ging in beroep bij de officier van justitie tegen de boete. Ook in 2024 ging het om bijna 7 procent van de burgers die een boete hebben gekregen. De medewerkers van parket CVOM beoordeelden uiteindelijk 494.700 beroepschriften. Als de burger het niet eens is met de beslissing van het OM bestaat de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de kantonrechter. Dat gebeurde in 72.100 gevallen. In totaal deed de kantonrechter in 81.200 beroepszaken een uitspraak. Hiermee kon in 2025 voor een deel worden ingelopen op de nog altijd grote voorraad nog te behandelen beroepschriften.