Het OM recht overeind houden

Meer zaken vereenvoudigd afdoen

2025 was voor het OM in verschillende opzichten een ander jaar dan anders. Een inbreuk op de ICT leidde tot maanden van uitval van systemen. Dit had binnen en buiten het OM grote gevolgen. Ondanks de zware omstandigheden hebben de medewerkers van het OM en zijn ketenpartners ervoor gezorgd dat het OM en het recht goeddeels overeind bleven: dankzij hun grote inzet heeft de behandeling van strafzaken toch doorgang kunnen vinden. Door de inbreuk zijn wel achterstanden ontstaan en heeft het OM niet alle doelstellingen kunnen realiseren.

Het is niet vanzelfsprekend dat het OM ook de komende jaren het recht overeind kan houden. De inbreuk toonde eens te meer aan dat de verouderde ICT van het OM te kwetsbaar en niet toekomstbestendig is. Om de basis op orde te krijgen zijn structurele investeringen in de ICT nodig. Daarnaast baren verschillende ontwikkelingen zorgen. Cijfers van het CBS laten zien dat er een einde is gekomen aan de langdurige daling van criminaliteit.[1] De politie kampt met een gebrek aan opsporingscapaciteit. Zaken die het OM voor de rechter wil brengen blijven in sommige arrondissementen te lang op de plank liggen door gebrek aan capaciteit in de keten.

Toenemende druk op democratische verworvenheden, de internationale veiligheidssituatie en geopolitieke spanningen zijn van grote invloed op het werk van het OM, de politie en de rechtspraak. Het OM werkt aan verschillende plannen om voorbereid te zijn op militaire, hybride, en anti-rechtstatelijke dreigingen. Om de strafrechtketen weerbaar te maken zijn investeringen in onder meer kennis, capaciteit, materieel en informatievoorziening noodzakelijk.

Goede en betrouwbare strafrechtspleging draagt bij aan vertrouwen in de rechtsstaat en rust in de samenleving. Juist in deze onrustige en onzekere tijden is het van belang dat de rechtsorde aantoonbaar wordt gehandhaafd. Dat moet sneller en beter dan tot nu toe gebeurt. Het OM wil komen tot de instroom van een ander type strafbare feiten en meer zaken vereenvoudigd afdoen. Daarmee wil het OM meer en beter recht doen aan slachtoffers.

Instroom van een ander type zaken: meer aandacht voor online criminaliteit

In de praktijk krijgen veel overtredingen en misdrijven geen opvolging. Dat komt door de grote hoeveelheid gepleegde strafbare feiten en het ontbreken van menskracht om die allemaal op te pakken. Voor dat laatste is maatschappelijk begrip, zolang er een basisniveau van strafrechtelijke handhaving aanwezig is en ervaren wordt.

In 2025 is met de politie een beweging ingezet om te komen tot een instroom van strafbare feiten die meer in overeenstemming is met het actuele criminaliteitsbeeld. Dat betekent dat bij bepaalde feiten de vraag gesteld moet worden of het strafrecht wel primair het aangewezen instrument is. Denk aan zaken waarbij slachtoffer en dader met elkaar tot een passende uitkomst kunnen komen, of zaken zoals (winkel)diefstal met relatief geringe financiële schade waarbij de benadeelde partij zelf mogelijkheden heeft om preventieve maatregelen te treffen. Deze beweging zal in 2026 ondersteund worden door een actualisering van de Aanwijzing voor de opsporing.

Het vertrouwen in de rechtsstaat en de legitimiteit van het strafrecht komen in het geding als (nieuwe) vormen van criminaliteit stelselmatig onvoldoende aandacht krijgen. Zo is het niveau van handhaving voor online criminaliteit op dit moment onvoldoende om richting de maatschappij de norm te bevestigen dat ook in de online wereld de regels niet overtreden mogen worden. Onder online criminaliteit vallen delicten die buiten de digitale wereld ook plaatsvinden, zoals oplichting en afpersing. Bij online criminaliteit worden ICT-systemen gebruikt als middel. Hierdoor worden deze delicten sneller en op grotere schaal, dus met meer slachtoffers, gepleegd. Online criminaliteit vormt slechts een fractie van de instroom bij het OM, terwijl de Veiligheidsmonitor 2025 van het CBS laat zien dat bijna de helft van alle slachtoffers van criminaliteit te maken heeft gehad met een online delict.[2] De strafrechtelijke aanpak van cybercrime en digitale criminaliteit is complex door snelle technologische ontwikkelingen en het vaak grensoverschrijdende karakter van deze zaken. De bestrijding van deze vormen van criminaliteit vraagt veelal om langdurig (technisch) onderzoek, specifieke expertise en samenwerking met externe partijen, zoals banken en datacenters. Omdat online criminaliteit niet ophoudt bij de landsgrenzen zit aan deze zaken vaak een internationale component. Voor een uiterst complexe zaak met honderden slachtoffers ontvangt het OM echter dezelfde vergoeding als voor een juridisch eenvoudige zaak met één slachtoffer. Met de verdere verschuiving van de inzet van offline naar online criminaliteit wringt dit in toenemende mate.

Vereenvoudigen en standaardiseren

Achter niet opgepakte of geseponeerde strafzaken gaan slachtoffers schuil van wie het vertrouwen in de rechtsstaat op de proef wordt gesteld. Om het recht sneller en voor meer slachtoffers te laten gelden gaat het OM zijn werkzaamheden vereenvoudigen en standaardiseren.  

Eén van de manieren waarop het OM dit wil doen is het vaker inzetten van de strafbeschikking bij veelvoorkomende criminaliteit.[3] Sinds 1 februari 2025 is een tijdelijke instructie van kracht.[4] Deze heeft als uitgangspunt dat bij veelvoorkomende vermogensdelicten (zoals als eenvoudige diefstal, heling en oplichting) gepleegd door meerderjarigen een strafbeschikking wordt opgelegd. Het OM wil hiermee, zoals door de wetgever beoogd bij de invoering van de Wet OM-afdoening in 2008, bevorderen dat alleen de strafzaken die daar (gezien de aard van het feit en de gewenste justitiële reactie daarop) aanleiding voor geven bij de strafrechter terechtkomen.

Momenteel lopen er twee (vervolg)onderzoeken naar de inzet van de strafbeschikking. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) onderzoekt hoe procesdeelnemers, waaronder slachtoffers, de strafbeschikking in de praktijk ervaren. De procureur-generaal bij de Hoge Raad (PGHR) onderzoekt de intensivering van de strafbeschikking en in hoeverre het OM uitvoering heeft gegeven aan de aanbevelingen uit zijn eerdere rapporten. Het OM wacht de resultaten van deze onderzoeken af voor het met nieuw beleid komt.

Het OM vraagt ook aandacht voor vereenvoudiging van sommige wet- en regelgeving. Zo is de wettelijke regeling voor verplichte zorg onnodig complex. Slechts een zeer beperkt deel van alle zaken waarin verplichte zorg wordt verzocht voor iemand die een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving heeft een link met het strafrecht. De uitvoering vraagt veel van het OM en is daardoor tijdrovend en kostbaar. Wat het OM betreft wordt de positie en de rol van de officier van justitie binnen de Wet verplichte GGZ heroverwogen.  

Vereenvoudiging betekent eveneens dat maatwerk en een persoonsgerichte aanpak geen doelen op zichzelf zijn, maar slechts worden toegepast als dat noodzakelijk of wettelijk voorgeschreven is (zoals het draagkrachtbeginsel). Een te grote nadruk op de persoon van de dader leidt namelijk soms tot een zwaardere straf en kan daarmee ten koste gaan van de rechtsgelijkheid. Bijvoorbeeld door het opleggen van veel bijzondere voorwaarden gericht op behandeling bij een relatief licht delict (‘straffen uit zorg’). Of door bij personen met veel schulden of een laag inkomen een taakstraf te eisen in plaats van een geldboete, waardoor iemand bij een volgend delict vanwege het taakstrafverbod een gevangenisstraf opgelegd krijgt. Op dit soort mechanismen wil het OM scherper worden en waar mogelijk komen tot eenvoudigere richtlijnen voor strafvordering.

Dat er mechanismen in het strafrecht zijn die kunnen leiden tot rechtsongelijkheid blijkt ook uit het onderzoek ‘Van verdenking tot vrijheidsstraf’ van het WODC. Hieruit blijkt dat achtergrondkenmerken van jeugdige en volwassen verdachten (zoals migratieachtergrond en/of sociaal-economische status) een rol spelen bij hun vertegenwoordiging in de verschillende stappen van de strafrechtketen. Mensen met een migratieachtergrond zijn sterker vertegenwoordigd naarmate ze verder in het strafproces komen. Het OM heeft de maatschappelijke plicht om risico’s op rechtsongelijkheid te verminderen en wil voorkomen dat zijn keuzes in situaties ongerechtvaardigd ongelijk uitpakken voor bepaalde groepen mensen. Rond de zomer verschijnt naar verwachting een aanvullend rapport dat mogelijk meer inzicht geeft in de achterliggende oorzaken van de gevonden verschillen en aanknopingspunten biedt om problematische vormen van selectiviteit tegen te gaan. Het OM ziet dit aanvullende rapport met belangstelling tegemoet.

De noodzaak tot vereenvoudiging geldt ook voor de (infra)structuur waarmee zaken worden afgedaan. Eenvoudigere en meer gestandaardiseerde ICT-systemen verminderen de kwetsbaarheid van onze digitale werkomgeving. Ook met het oog op de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is een meer gestandaardiseerde ICT-infrastructuur noodzakelijk. Ook op ZSM gaat het OM de werkwijze vereenvoudigen. De kern van de ZSM-werkwijze (snel en zorgvuldig zaken afdoen) is een kostbaar goed en staat niet ter discussie. Maar deze werkwijze wordt uniformer ingericht met meer digitale samenwerking.

Recht doen aan slachtoffers

Het recht overeind houden geldt uiteraard ook voor slachtoffers. Daar hoort bij dat slachtoffers goed worden geïnformeerd. Twee onderzoeken lieten zien dat het OM daar verbeteringen in moet aanbrengen. De Algemene Rekenkamer concludeerde dat het OM zijn wettelijke informatieplicht aan slachtoffers onvoldoende naleeft. De procureur-generaal bij de Hoge Raad constateerde dat het informeren van slachtoffers over sepotbeslissingen niet altijd volgens de wettelijke voorschriften verloopt. In hoofdstuk PM (Kwaliteit en Toezicht) is te lezen welke maatregelen het OM op dit gebied neemt.

Slachtoffers hebben geregeld recht op een schadevergoeding. In samenwerking met Slachtofferhulp Nederland maakt het OM het voor slachtoffers makkelijker om hun verzoek om schadevergoeding in te vullen. Soms kan één zaak zeer veel aangevers, slachtoffers of benadeelden hebben. Dit komt met name voor bij online criminaliteit (zoals internetoplichting), maar ook bij milieucriminaliteit en omvangrijke zaken naar aanleiding van seksuele misdrijven. Het komt regelmatig voor dat honderden aangiften binnen een zaak worden gedaan. Dit legt een aanzienlijke druk op de werkprocessen en (juridische en ICT-) systemen van de strafrechtketen, die niet ontworpen zijn om met dergelijke volumes om te gaan. Bovendien vergen deze zaken een forse personele inzet. Het OM onderzoekt hoe het bij zaken waarin sprake is van grote aantallen aangevers of slachtoffers aan hen desondanks zoveel mogelijk recht kan doen.

Slachtoffers van huiselijk geweld lijden vaak jarenlang onder fysiek, psychisch of seksueel geweld. Het is één van de meest ingrijpende vormen van criminaliteit. Het vindt plaats achter de voordeur, maar heeft verstrekkende maatschappelijke gevolgen. Uiteindelijk kunnen incidenten in de zwaarste gevallen leiden tot femicide. Na enkele fatale incidenten in 2025 staat de veiligheid van vrouwen en meisjes terecht maatschappelijk volop in de belangstelling. Met extra middelen voor de aanpak van femicide investeert het OM onder meer in de operationele capaciteit voor huiselijk geweld en geeft het voorrang aan deze zaken.  

Met de hierboven geschetste maatregelen wil het OM, in een onrustigere en sterker gedigitaliseerde wereld, de strafrechtelijke handhaving op peil houden en het (OM) recht overeind houden. Om hiermee een bijdrage te leveren aan het vertrouwen in onze rechtsstaat.

[1] https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2025/langdurige-daling-criminaliteit-ten-einde-?onepage=true#c-5--Conclusie-en-discussie

[2] https://veiligheidsmonitor.databank.nl/mosaic/kernrapport

[3] Sinds de inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening in 2008 kan de officier van justitie delicten waarvoor volgens het Wetboek van Strafrecht een straf opgelegd kan worden van maximaal zes jaar zonder tussenkomst van de rechter zelf afdoen met een OM-strafbeschikking. De officier van justitie kan met een strafbeschikking geldboetes, taakstraffen, een ontzegging van de rijbevoegdheid en gedragsaanwijzingen (zoals een contactverbod, meldplicht of verplichte deelname aan cursussen op het gebied van agressieregulatie of alcohol- en drugsgebruik) opleggen.

[4] Tijdelijke instructie intensivering strafbeschikking bij veelvoorkomende vermogensdelicten (2025I003) | Openbaar Ministerie