Organisatie

Medewerkers, kwaliteit en bedrijfsvoering

Het OM is een landelijke organisatie, verdeeld over tien arrondissementen. Op de tien arrondissementsparketten beoordelen officieren van justitie, samen met administratieve en juridische specialisten, jaarlijks enkele honderdduizenden zaken (voor exacte cijfers over onder meer misdrijven, overtredingen, verkeersboetes en beroepen daartegen: zie het hoofdstuk ‘Het OM in cijfers’). De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend, komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket. Daar heet de vertegenwoordiger van het OM 'advocaat-generaal'.

Daarnaast heeft het OM een aantal landelijke onderdelen. Zo richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit, en bestrijdt het Functioneel Parket milieucriminaliteit, fraude en criminele geldstromen. Het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) is het landelijke onderdeel van het OM dat zich richt op verkeerszaken en handhaving van de openbare orde. Onder het gezag van het OM valt ook de Rijksrecherche, die strafbaar gedrag van ambtenaren onderzoekt. Het OM kent bovendien de onderdelen Informatievoorziening OM (IVOM) en het in 2025 gestarte Landelijke Bedrijfsvoering OM (LBOM).

De landelijke leiding van het OM berust bij het College van procureurs-generaal in Den Haag. Samen met zijn ondersteuning vormt het College het OM-hoofdkantoor: het Parket-Generaal.

Mens & organisatie

De bezetting van het OM steeg in het jaar 2025 met 1,5%. Voor de rijksambtenaren was de groei 1,3% en voor de rechterlijke ambtenaren (officieren van justitie en advocaten-generaal) 2,9%. Op 31 december 2025 waren er 6830 medewerkers werkzaam binnen het OM. Deze medewerkers zijn goed voor 6448 fte.

Het eerste half jaar van 2025 was het verzuimcijfer bij het OM stabiel met een voortschrijdend jaargemiddelde van 5,4%, nagenoeg gelijk aan voorgaande jaren (2022, 2023 en 2024). In juli kreeg het OM te maken met de ICT-inbreuk. De impact hiervan is vanaf augustus terug te zien in het ziekteverzuim. In de periode van augustus tot en met december steeg het ziekteverzuim naar percentages variërend tussen de 6,0% en 7,7%. Het gemiddelde ziekteverzuim over geheel 2025 komt daarmee uit op 6,2% *.

Tabel 1: Ziekteverzuim Openbaar Ministerie, percentage per jaar
20205,1%
20214,7%
20225,3%
20235,3%
20245,2%
20256,2%

*Het ziekteverzuim is de verhouding tussen het totaalaantal verzuimde kalenderdagen en de potentieel beschikbare kalenderdagen in de observatieperiode, uitgedrukt in een percentage.

De ICT-inbreuk had directe gevolgen voor de dagelijkse werkzaamheden van alle OM-medewerkers. Medewerkers en managers zijn in deze periode wekelijks geïnformeerd over workarounds, aangepaste werkinstructies en relevant beleid en richtlijnen.

Mens & Organisatie richtte HR-processen die niet via de gebruikelijke digitale weg konden plaatsvinden, tijdelijk anders is. Waar systemen uitvielen, zijn handmatige werkwijzen ingevoerd om essentiële HR-processen doorgang te laten vinden en de dienstverlening aan medewerkers te borgen. Ook is er aandacht geweest voor en ondersteuning bij vraagstukken rondom werkdruk en het maken van werkafspraken in lokale teams.

Het programma Aanpak Werkdruk heeft de ambitie om werkdruk structureel aan te pakken door enerzijds de ervaren werkbelasting te verlagen en anderzijds de belastbaarheid van medewerkers te vergroten. Werkdruk is voor iedereen anders en veranderingen zijn niet altijd meteen zichtbaar. Daarom zijn maandelijks de ervaringen over werkdruk, energie en balans bij een vaste groep medewerkers gemeten en heeft het programma in 2025 initiatieven ontwikkeld die doorwerken op drie verschillende niveaus: individueel, team en organisatie. Daarbij ligt de focus vooral op het op gang brengen van het gesprek, richting geven en ondersteunen. Het onderwerp moet een duurzaam onderdeel worden van het dagelijks werk: minder centraal sturen, meer ruimte laten aan leidinggevenden en teams om zelf het gesprek te voeren.

Op het terrein van leren en ontwikkelen is in 2025 is gewerkt aan een landelijke onboarding leerlijn ‘OMboarding’. Nieuwe medewerkers worden in deze leerlijn aan de hand genomen tijdens de eerste maanden, waardoor een overzichtelijke en eenduidige basis wordt gelegd. De nieuwe collega’s maken kennis met relevante werkinstructies, de gedragscode en kernwaarden van het OM.

Met het vaststellen van de herijkte beleidsnotitie ‘Een meer inclusief en divers OM’ begin 2025 kreeg de aandacht voor diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid binnen het OM een nieuwe impuls. De focus lag daarbij op de implementatie van objectief werven en selecteren, het creëren van banen voor mensen met een beperking, de implementatie van inclusief taalgebruik en het afronden en opvolgen van de opleiding inclusief leiderschap.

Op vrijwel alle OM-onderdelen is in 2025 een start gemaakt met het voeren van gestructureerde selectiegesprekken gericht op wat iemand kán. Het aantal individuele plaatsingen voor mensen met een beperking is gestegen van 84,58 banen naar 92,63 banen. Deelname aan de Nederlandse Inclusiviteitsmonitor leerde dat het OM als steeds inclusiever wordt ervaren. Bij medewerkers die zich zichtbaar of onzichtbaar anders voelen en medewerkers met een migratieachtergrond leeft dit gevoel iets minder. Ook in 2025 werd er OM-breed aandacht besteed aan onder andere Diversity Day, Nationale Coming Out Day en de Internationale dag voor mensen met een beperking.

Integriteit

Om hun werk goed en geloofwaardig te doen, dienen OM’ers aan hoge eisen van integriteit te voldoen en zich daarvan bewust te zijn. Dit betekent dat medewerkers zaken die een risico voor zichzelf of de organisatie kunnen zijn proactief moeten melden bij hun leidinggevende en bereid moeten zijn te reflecteren op eigen gedrag.

Leidinggevenden hebben een verder strekkende verantwoordelijkheid. Zij dienen voorbeeldgedrag te laten zien en een (sociaal) veilige werkomgeving te creëren waarin dilemma’s en lastige situaties besproken kunnen worden. Zij dienen medewerkers aan te spreken en op te treden als de integriteit in het geding is.

Het Bureau Integriteit OM (BIOM) draagt als onafhankelijk expertisecentrum bij aan het stimuleren van een gemeenschappelijke integriteitsaanpak door zowel medewerkers als leidinggevenden en ondersteunt hen hierin. In 2025 heeft BIOM verder uitvoering gegeven aan het in 2024 vastgestelde Meerjarenplan. Circa een half jaar is er sprake van onderbezetting geweest, waardoor er minder activiteiten zijn ontplooid dan eerder gepland. Naast de steeds terugkerende activiteiten (met name casusopvolging, opleidingen en vertrouwenspersooncoördinatie) is gewerkt aan verdere professionalisering van het BIOM. Zo zijn er werkprocessen opgesteld en is er een duidelijkere toedeling van verantwoordelijkheden gekomen. Er kwam een Programmaplan Sociale Veiligheid, een Kader Omgangsvormen en een Plan van aanpak herziening Gedragscode. In 2025 is er gestart met intervisie voor alle vertrouwenspersonen. Verder zijn wederom alle managementteams bezocht.

In 2025 zijn er 39 vermoedelijke integriteitsschendingen geregistreerd. Dit is vergelijkbaar met vorig jaar, maar wel een hoger aantal dan de jaren ervoor (toen waren er gemiddeld 30 schendingen per jaar). Hier zijn waar noodzakelijk onderzoeken naar ingesteld en waar nodig maatregelen getroffen. Van deze 39 vermoedelijke schendingen is in 24 gevallen vastgesteld dat het een integriteitschending betrof. Bij de overige zaken is geen schending vastgesteld of is de zaak nog in behandeling. Het OM publiceert elk jaar de gedane meldingen en registraties via de landelijke website.

Het BIOM heeft meer adviesaanvragen ontvangen over gevallen waarin (nog) geen sprake is van een schending, maar er wel zorgen zijn over bijvoorbeeld drugsgebruik (in de omgeving) van een medewerker. Tevens is er een toename in registraties van en vragen over (ongewenste) criminele contacten. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om vermoedens dat een medewerker niet heeft gemeld dat iemand uit de privéomgeving als verdachte van een strafbaar feit is aangemerkt. Hoewel het om relatief kleine aantallen gaat, krijgen deze zaken vanuit het BIOM en het management extra aandacht. De registraties rond kwesties van omgangsvormen lijken stabiel te blijven.

Financiën

In 2025 was voor het OM een budget van € 1,029 miljard beschikbaar. In dit budget zijn enkele beheerbudgetten opgenomen voor de bekostiging van geoormerkte programma’s of diensten. Zo beheert het OM het budget voor Gerechtskosten, het budget voor Verkeershandhaving en het budget voor de Domeinen Roerende Zaken voor de opslag van in beslag genomen goederen. Het totaal van deze budgetten is € 106,2 miljoen. Het budget voor Personeel en Materieel (P&M) bedroeg € 922,7 miljoen in 2025. Het OM heeft het jaar afgesloten met een negatief resultaat van € 11,3 miljoen, waarvan - € 14,3 miljoen op het budget voor Personeel en Materieel.

Tabel 2: Financiën
BudgetRealisatieVerschil
Personeel en materieel922,7937,0-14,3
Gerechtskosten40,442,7-2,3
Verkeer45,341,53,7
Domeinen20,519,01,5
1.028,91.040,2-11,3

Budgetten in € miljoenen 

Informatievoorziening

Het OM staat de komende jaren voor grote uitdagingen ten aanzien van de informatievoorziening (IV). Het OM bevindt zich wat dat betreft in een overgangsfase. Sterk verouderde informatie- en communicatietechnologie (ICT), die in diverse opzichten niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd, wordt stap voor stap vervangen door moderne, meer toekomstbestendige ICT.

Per 1 maart 2025 werd met het oog op deze uitdagingen een Bestuurlijk Chief Information Officer aangesteld binnen het College. Deze rol is nieuw binnen het OM en is ingesteld om toe te zien op de portefeuille ICT en informatievoorziening, onder eindverantwoordelijkheid van het College. Deze aanstelling geeft aan dat het onderwerp urgent is. Het College verwacht met deze bestuurlijke versterking de komende jaren de grote opgaven binnen de ICT en informatievoorziening tot beheersbare proporties terug te brengen.

Op ICT-gebied was 2025 een roerig jaar. Medewerkers hadden geregeld last van traagwerkende of slecht bereikbare ICT-systemen. Het OM heeft daarmee helaas diverse keren het landelijke nieuws gehaald. In maart en april kampte het OM met twee grote ICT-storingen, waarbij medewerkers geen toegang meer hadden tot hun persoonlijke netwerkschijf of zelfs in het geheel niet meer konden inloggen. In juli werd het OM getroffen door een ICT-inbreuk, waardoor het hele OM uit veiligheidsoverwegingen offline gehaald moest worden. Daardoor was digitale informatie-uitwisseling met partijen in de buitenwereld (ketenpartners, advocaten, burgers, etc.) enkele weken tot maanden niet of slechts beperkt mogelijk en konden OM-medewerkers tot in oktober niet meer digitaal thuiswerken. En ondertussen bleef de kantoorautomatisering, zoals Outlook en SharePoint, met enige regelmaat hinderlijke haperingen vertonen.

In november ontving het College namens bijna 3000 OM-medewerkers een brandbrief over de slecht werkende ICT. Daarin werd gevraagd om (tussentijdse) maatregelen te nemen om de ICT op zeer korte termijn merkbaar te stabiliseren. Juist de combinatie van falende ICT, financiën die onder druk staan en de structureel te hoge werkdruk zorgt er voor, zo was de boodschap, dat de continuïteit en kwaliteit van het werk niet langer kan worden gegarandeerd. Naar aanleiding van deze brief en de grote behoefte aan perspectief vanuit de organisatie heeft het College samen met de algemeen directeur van IVOM een gewaardeerde serie bezoeken gebracht aan alle OM-onderdelen, waarbij collega’s de mogelijkheid kregen hun zorgen en grieven in levenden lijve met hen te delen.

De afgelopen jaren zijn de eerste resultaten geboekt met het stroomlijnen van de bestaande OM-processen en -systemen. Er is een start gemaakt met het strategische vernieuwingsprogramma Emma en er zijn stappen gezet in het verhogen van de continuïteit, de stabiliteit en de veiligheid van de bestaande systemen. Verder beschikt het OM met het organisatieonderdeel IVOM sinds 2022 over een centrale IV-organisatie met als belangrijke opdracht de IV-dienstverlening richting de OM-onderdelen beter te waarborgen. Helaas zijn voor de medewerkers de positieve effecten daarvan nog onvoldoende merkbaar.

Dat komt vooral doordat de ICT-omgeving van het OM zeer complex is, waardoor het nagenoeg onmogelijk is op heel korte termijn dusdanige verbeteringen te realiseren, dat medewerkers in voldoende mate digitaal kunnen worden ondersteund. Toch doet IVOM er met verschillende ICT-leveranciers dagelijks alles aan om de gewenste stabiele ICT-omgeving te realiseren. Tegen het einde van 2025 zijn met name werkzaamheden verricht aan het herstel van de ICT-inbreuk. Denk hierbij aan het beschikbaar maken van het thuiswerken, de toegang inregelen tot de hoog beveiligde omgeving (OM-veldlaptops) en het doorvoeren van wijzingen op het gebied van de informatiebeveiliging om het risico van nieuwe incidenten te verkleinen. Daarnaast is en wordt nog gewerkt aan het verbeteren van de Outlook-performance door onder andere het bijplaatsen van extra servers, de vervanging van netwerkschijven voor snellere toegang en minder kans op uitval en het bouwen van een nieuwe ZSM-omgeving in het nieuwe zaaksysteem Emma.

Het blijvend ondersteunen van goed werkende ICT-systemen voor OM-medewerkers begint met het oplossen van de meest urgente kortetermijnproblemen. Tegelijkertijd blijft het noodzakelijk om te investeren in een toekomstbestendige informatievoorziening. In 2025 zijn daarom een i-Visie, een i-Strategie en een i-Plan opgesteld. In de i-Visie zijn de meerjarige ambities van het OM op het gebied van informatievoorziening beschreven, mede in relatie tot ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie. De i-Strategie schetst op hoofdlijnen hoe het OM de komende jaren de noodzakelijke transitie binnen het IV-domein wil realiseren. Het i-Plan vertaalt deze uitgangspunten naar een concretere meerjarenplanning.

Met deze samenhangende aanpak van de informatieplanning zet het OM een belangrijke stap naar een beter toegankelijke, wendbare en beter beheersbare informatievoorziening. De drie documenten vormen namelijk de basis voor de beoogde planmatige doorontwikkeling van de ICT-omgeving. Aanvullend is voor de kortere termijn een actie- en verbeterplan opgesteld. Dit plan bevat concrete maatregelen, activiteiten en tussentijdse oplossingen die het OM in staat moeten stellen om in de komende 18 maanden de meest urgente ICT-problematiek aan te pakken en de stabiliteit van de ICT-voorzieningen merkbaar te verbeteren.

Centrale medezeggenschap

Daar waar in het Jaarbericht 2024 nog stond geschreven dat 2024 een dynamisch jaar voor de Centrale Ondernemingsraad (COR) zou worden, was 2025 een zeer bewogen jaar. Met uitdagingen op allerlei vlakken.

In april verzocht de COR het College om hem te informeren over impact beperkende maatregelen bij ICT-storingen. Dat verzoek kwam drie maanden later in een ander perspectief te staan toen het OM in de zomer getroffen werd door een ICT-inbreuk. Na de zomervakantie heeft de COR voorstellen voor loyaliteitscompensatie, meer inspraak voor medewerkers en het versterken van de medezeggenschap aan het College gestuurd. De COR ziet dat er geen snelle oplossing is voor de ICT-problematiek, maar heeft op deze manier aandacht gevraagd voor de impact van de problematiek op de medewerkers. De vele gesprekken met het College hebben als resultaat gehad dat er twee ‘oplaaddagen’ aan alle medewerkers van het OM zijn toegewezen en dat er (nog) steeds en met verhoogde aandacht gewerkt wordt aan het versterken van de medezeggenschap en de ontwikkeling van beleid voor meer inspraak van de medewerkers.

De COR heeft ingestemd met de herziene benoemingsprocedure senior officier van justitie, is nauw betrokken bij ideeën voor een preventiestructuur gericht op de dagelijkse veiligheid en gezondheid van de medewerkers, en heeft input gegeven voor het landelijk medewerkersparticipatieonderzoek (MPO). Voorts heeft de COR geadviseerd over de beleidsnotitie ‘Een meer inclusief en divers OM’ en over de instelling van een vijfde directie (Compliance en Kwaliteitszorg) binnen de LBOM, de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie van het OM.

De COR heeft het initiatief genomen voor een uitgebreide briefing over AI en de implicaties daarvan voor het OM. Deze sessie leverde waardevolle inzichten op over kansen, risico’s, compliance-vraagstukken en de impact op medewerkers en processen. Op basis van de opbrengsten heeft de COR besloten om AI als vast en jaarlijks terugkerend thema op de agenda te plaatsen. Hiermee onderstreept de COR het belang van blijvende aandacht voor digitale ontwikkelingen, gegevensbescherming en verantwoord gebruik van technologie.

De COR is en blijft in nauw contact met de achterban, onder meer via de eigen COR-vertegenwoordiging en het voorzittersoverleg tussen de voorzitters van de lokale ondernemingsraden en de voorzitter van de COR. De COR heeft vele gesprekken gehad en zal nog veel gesprekken hebben met het College over ICT, financiën en de doorontwikkeling van de landelijke bedrijfsvoering. De COR is en blijft hierdoor goed geïnformeerd en zal aandacht blijven vragen voor de impact van deze ontwikkelingen op de medewerkers van het OM.

Kwaliteit en toezicht

Het OM wil reflecteren op het eigen handelen in strafzaken, zodat hiervan geleerd kan worden. Niet alleen om herhaling van incidenten te voorkomen, maar ook om nieuwe succesvolle werkwijzen te ontwikkelen. Binnen het OM wordt op landelijk niveau op verschillende manieren (collegiaal) geadviseerd en gereflecteerd, intern en extern.

Intern

De Centrale Toetsingscommissie (CTC) is een belangrijk intern orgaan voor de binnen het OM belegde onafhankelijke toetsing van en advisering op het gebruik van bijzondere opsporingsbevoegdheden. De CTC heeft in 2025 in totaal ruim 180 keer advies uitgebracht.

De CTC heeft drie ‘algemene’ kamers die het College adviseren over de voorgenomen inzet van een aantal ingrijpende bijzondere opsporingsbevoegdheden en -methodieken, zoals infiltratie en het opnemen van vertrouwelijke communicatie in woningen. Per 1 april 2025 worden ook verzoeken tot beperking van de herkenbaarheid van officieren van justitie beoordeeld door de CTC. De afgelopen jaren lag de uitvoering hiervan bij de OM-commissie Veilig Opsporen en Vervolgen (VOV). De inbedding in de CTC past in de ontwikkeling naar een meer uniforme advisering van het College van procureurs-generaal.

In een aparte vierde kamer adviseert de CTC over het al dan niet kunnen doen van toezeggingen aan getuigen (kroongetuigendeals). Deze kamer is hier specifiek mee belast en ontwikkelt permanent deskundigheid op dit terrein. Naast leden van het OM sluiten in deze kamer ook leden van de politie, een gedragswetenschapper/psycholoog en een onafhankelijk ethicus aan. Naast een inhoudelijke, juridische toets vindt er in deze zaken een nevengeschikte weging plaats van opsporings- en vervolgingsbelangen enerzijds en veiligheidsbelangen anderzijds. Het OM heeft in 2025 bestuurlijke werkafspraken gemaakt met de NCTV over de invulling van deze nevengeschikte afweging.

De ‘OM-Aanwijzing hoge transacties’ schrijft voor dat alle transacties ex artikel 74 Sr waarbij sprake is van betaling van een geldsom aan de Staat met een boetecomponent van € 200.000 of meer én transacties met een totale transactiewaarde van €1.000.000 of meer aangemerkt dienen te worden als ‘hoge transacties’. Deze transacties moeten getoetst worden door de onafhankelijke Toetsingscommissie Hoge Transacties. Na positief advies van de Toetsingscommissie beslist het College van procureurs-generaal met inachtneming van het advies, of het transactievoorstel aan de verdachte wordt aangeboden. Na negatief advies van de Toetsingscommissie wordt de zaak in handen gesteld van de hoofdofficier van justitie om een nieuwe vervolgingsbeslissing te nemen. Als wordt besloten tot een hoge transactie, maakt het OM dat in beginsel door middel van een persbericht bekend. In 2025 is over nul zaken gepubliceerd. Ter vergelijking: in 2021 is er over drie zaken gepubliceerd, in 2022 over nul zaken, in 2023 over één zaak en in 2024 over twee zaken. In 2025 is het Instellingsbesluit van de Toetsingscommissie Hoge Transacties aangepast en is een nieuw lid benoemd. Verder is aan twee leden desverzocht ontslag verleend.

Met de inwerkingtreding op 1 juli 2021 van de Wet Straffen en Beschermen is de wettelijke regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling ingrijpend gewijzigd. Het College van procureurs-generaal heeft bijvoorbeeld het Adviescollege Voorwaardelijke Invrijheidstelling (AVI) ingesteld om de Centrale Voorziening voorwaardelijke invrijheidstelling (CVv.i.) te adviseren in zware en complexe zaken. Het AVI levert met zijn advies een onafhankelijke bijdrage aan het interne beraad van de CVv.i. Het adviseert de betrokken advocaten-generaal over zowel de toekenning van de v.i. als de eventueel hieraan te verbinden bijzondere voorwaarden. Bij de advisering zijn de wettelijke criteria en het beleid van het OM leidend. Het advies van het AVI is niet bindend. De advocaten-generaal bij de CVv.i. komen zelfstandig tot een beslissing. Het aantal zaken waarin het AVI adviseert, neemt ieder jaar toe omdat er steeds meer zaken onder de nieuwe v.i.-regeling vallen. In 2025 heeft het AVI 75 adviezen uitgebracht. In 2024 waren dat er nog 45. In het merendeel van de zaken wordt het advies van het AVI gevolgd.

Extern

Verschillende organisaties houden toezicht op het functioneren van het OM. De procureur-generaal bij de Hoge Raad (PGHR) is sinds 1999 de wettelijk toezichthouder van het OM en kan de minister informeren als naar zijn oordeel het OM bij de uitoefening van zijn taak de wettelijke voorschriften niet goed handhaaft of uitvoert.

Zo verscheen in 2025 het rapport “Afgezien van vervolging. Over de naleving van de wet door het Openbaar Ministerie bij het nemen van sepotbeslissingen” van de PGHR. Een belangrijk deel van de conclusies en aanbevelingen ging over de kwalitatieve kant van de sepotbeslissing: een onjuiste of onbegrijpelijke keuze van sepotgronden en ontoereikende motivering. De PGHR adviseerde om het aantal sepotcodes terug te brengen. Dat maakt het voor de praktijk werkbaarder en ook overzichtelijker. Het OM deelt dit standpunt van de PGHR en zal het aantal sepotgronden terugbrengen. Ketenpartners zullen goed meegenomen worden in dit proces. Daarnaast zal binnen het OM meer aandacht worden besteed aan informatie richting verdachten en slachtoffers, zodat zij begrijpen waarom en op welke grond een zaak wordt geseponeerd. De aandachtspunten van de PGHR zijn verwerkt in een bijbehorend plan van aanpak. Ook zijn ze meegenomen in het strafvorderlijk kader voor sepot (waarin de verantwoordelijkheden van het OM bij het seponeren en de bijbehorende minimumvereisten in wet- en regelgeving zijn beschreven). Een aantal verbeterpunten wordt meegenomen in het ontwerp van het nieuwe processysteem (Emma). Het verbetertraject zal nog enige tijd in beslag nemen.

Ook de Nationale ombudsman en de Algemene Rekenkamer rapporteren regelmatig over het functioneren van het OM. Van de Nationale ombudsman kreeg het OM in 2025 in enkele tientallen zaken het verzoek om een interventie te plegen. De ombudsman vraagt het OM dan om met een reactie te komen. Dit betreft vooral gevallen waarin mensen, die nog geen reactie van het OM hebben gehad op hun verzoek of klacht, zich tot de ombudsman wenden. Soms ziet de ombudsman reden om een onderzoek te starten. In 2025 is de Nationale ombudsman in een aantal zaken een onderzoek gestart. Een van deze zaken heeft inmiddels geleid tot een rapport. Naast onderzoeken naar specifieke zaken, kan de Nationale ombudsman ook een onderzoek uit eigen beweging starten naar een specifiek onderwerp. Dat was in 2025 het geval met betrekking tot het onderwerp ‘demonstratierecht’. Van dit onderzoek is nog geen rapport verschenen.

In mei 2025 verscheen het Verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer (AR) over de financiële staat van alle departementen. Onderdeel van dit rapport was een onderzoek naar hoe het OM slachtofferrechten uitvoert. De AR concludeerde dat het OM in de onderzochte periode in 12 procent van de strafzaken niet alle wettelijke informatieplichten nakwam, zoals het (juist) melden van de zittingsdatum aan het slachtoffer, het delen van een afschrift van een OM-strafbeschikking of tenlastelegging met het slachtoffer en het informeren over de opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis. Ook kwam door dit onderzoek aan het licht dat er verschillende werkwijzen bestaan op de parketten.

Het OM hecht er groot belang aan dat het zijn informatieplicht aan slachtoffers correct uitvoert en was vóór het verschijnen van het rapport al aan de slag met het invoeren van verbeteringen, waaronder het versturen van betere slachtofferbrieven. Het OM stelt met de AR vast dat het ingezette verbeterproces nog niet af is en gaat hiermee verder.

Klachten

Kwaliteit in het werk van het OM staat voorop. Alle OM’ers streven ernaar hun werk en de zaken zo goed mogelijk af te doen. Dat lukt niet altijd. Soms zijn mensen niet tevreden over de snelheid of de wijze van afhandeling van zaken en dienen zij daarover een klacht in. De klachten worden behandeld door klachtbehandelaars op de parketten. Op grond van een beoordeling van de klacht of, in geval van een sepotcodeklacht, op grond van een herbeoordeling van de zaak, komen zij tot een oordeel dat aan de klager kenbaar wordt gemaakt.

In het geval de oplossing niet tot tevredenheid leidt, kan een rol weggelegd zijn voor de Nationale ombudsman. De betrokkenheid van de Nationale ombudsman is soms beperkt, bijvoorbeeld door een korte interventie. Andere zaken vragen om meer aandacht en resulteren in een onderzoek waaruit aanbevelingen aan het OM kunnen volgen. Ook dergelijke onderzoeken en aanbevelingen kunnen waardevolle bijdragen leveren aan de professionalisering van klachtbehandeling.

Tabel 3: Klachten
AantalPercentage t.o.v. totaalGegrondOngegrondDeels gegrondGeen Oordeel
Sepot12222,9546224
Bejegening70131235221
Niet tijdig/laat optreden9417,63326134
Informatieverstrekking7113,31836116
Overig17633598928
Totaal5331762486103

Klachten zijn zaken waarvan geleerd kan worden. Om deze reden wordt ernaar gestreefd om klachten, waar mogelijk, niet alleen formeel af te doen, maar te kijken of bijvoorbeeld een gesprek de aanleiding voor de klacht kan wegnemen. Gesprekken met klagers kunnen relevante informatie opleveren voor de ontwikkeling en verdere professionalisering van de klachtbehandeling, maar van groter belang is dat ze informatie kunnen opleveren over hoe klachten voorkomen kunnen worden. Net als in 2024 heeft ook in 2025 de Nationale ombudsman zijn kennis en expertise ingebracht op een dag voor klachtbehandelaars van het OM. Bij deze bijeenkomst lag de nadruk op de wijze van omgang met notoire klagers, nu het OM daar in toenemende mate mee wordt geconfronteerd. Zo blijft het OM inzetten op de verbetering van zijn werkwijze.

Duurzaamheid

Het OM zet zich in voor het behalen van de rijksbrede klimaatdoelen. De afgelopen jaren heeft het zijn CO₂-uitstoot teruggedrongen: ten opzichte van het referentiejaar 2019 is er een CO₂-reductie van ruim 55% behaald. In het kader van klimaatadaptie is er onderzoek verricht naar de weerbaarheid van de vastgoedportefeuille. De kantoren van het OM hebben gemiddeld energielabel A en maken gebruik van hernieuwbare elektriciteit van Nederlandse oorsprong. Verder heeft het OM zijn energieverbruik verminderd en elektrificeert het zijn wagenpark.

In 2025 zijn verdiepende rapportages opgesteld om meer inzicht te krijgen in de CO₂-uitstoot van het OM. Daaruit blijkt dat mobiliteit met 57% het grootste aandeel heeft in de totale CO₂-uitstoot. Op basis van deze resultaten is er een onderzoek opgestart gericht op gedragsinterventies voor duurzame mobiliteit.

Bij het inkopen en het (opnieuw) aanbesteden van contracten wordt steeds vaker expliciet aandacht geschonken aan verduurzamingseisen. Bij de aanbesteding voor warme dranken wordt kritisch gekeken hoe de milieu-impact van de koffie- en theeautomaten geminimaliseerd kan worden. Daarnaast is met de pilot Alternatieve geschenken een start gemaakt met het verduurzamen van de attenties.  

Met de resultaten van 2025 als vertrekpunt geeft het OM in het vervolgtraject invulling aan drie prioritaire thema's: mobiliteit, duurzaam inkopen en energie. Via de bedrijfsvoering, het primair proces en de individuele bijdragen van elke OM-medewerker wordt er stap voor stap gebouwd aan een circulair en klimaatneutraal OM.