
Rijksrecherche
Overheid en ambtenaren hebben eerlijk en integer te handelen
Als burger moet je kunnen vertrouwen op de overheid en haar ambtenaren. Overheid en ambtenaren hebben eerlijk en integer te handelen in al hun taken en verantwoordelijkheden. Wanneer er signalen zijn van mogelijk strafbaar gedrag, zoals omkoping, het lekken van vertrouwelijke informatie of valsheid in geschrifte, is het belangrijk dat dit zorgvuldig wordt onderzocht. De Rijksrecherche is de opsporingsinstantie die ernstige vormen van ambtelijke corruptie onderzoekt. Daarnaast onderzoekt de Rijksrecherche ook schietincidenten en ander geweldgebruik door opsporingsambtenaren, waarbij zwaargewonde of dodelijke slachtoffers zijn gevallen.
Ambtelijke corruptie
In 2025 heeft de Rijksrecherche 65 oriënterende, feiten- en opsporingsonderzoeken uitgevoerd, tegenover 88 in 2024. 25 onderzoeken richtten zich op ambtelijke omkoping (ook wel ambtelijke corruptie genoemd) en 20 op schending van de geheimhoudingsplicht door ambtenaren.
Een grote verscheidenheid aan oorzaken en omstandigheden maakt dat corruptie zich voordoet. Soms vloeit het voort uit persoonlijk gewin of belangenverstrengeling, bijvoorbeeld in de vorm van verduistering van overheidsgeld of het lekken van vertrouwelijke informatie bij een vergunningsverstrekking of een burgemeestersbenoeming. Ook komt het voor dat ambtenaren worden gecorrumpeerd door private partijen of dat ambtenaren zelf private partijen benaderen. Daarnaast zijn er gevallen waarin ambtenaren door criminelen worden verleid of onder druk worden gezet om bepaalde zaken geregeld te krijgen. Bijvoorbeeld om partijen drugs naar of binnen Nederland te transporteren of het achterhalen van persoonsgegevens van rivalen om geweld tegen hen (of naasten) te plegen. In sommige gevallen wordt de informatie die criminelen daarvoor nodig hebben door de corrupte ambtenaar geleverd aan een zogeheten informatiemakelaar. Dit zijn criminele tussenpersonen die zich hebben toegelegd op het verkrijgen van overheidsinformatie en zodoende een schakel vormen tussen criminele organisaties en de corrupte ambtenaren.
Niet alleen criminelen hebben interesse in overheidsinformatie, ook buitenlandse mogendheden zijn geïnteresseerd in allerlei gevoelige informatie. Met de uitbreiding van het Wetboek van Strafrecht in mei 2025 zijn meerdere vormen van spionage strafbaar geworden. Wanneer Nederlandse ambtenaren daarbij betrokken zijn, raakt dit het werkterrein van de Rijksrecherche.
Hoewel het van alle tijden is dat criminelen mensen die voor de overheid werken corrumperen, vinden criminelen steeds beter hun weg naar ambtenaren binnen verschillende overheidsinstanties. Zo heeft een informatiemakelaar vaak meerdere bronnen binnen de overheid en biedt deze tussenpersoon zijn diensten aan verschillende criminele netwerken aan. Ook is er lang niet altijd sprake van een persoonlijke link tussen de informatiemakelaar en de corrupte ambtenaar; de werving via sociale media en in appgroepen speelt in toenemende mate een rol.
Dat het niet gaat om onschuldige informatiedeling blijkt wel uit de verstrekkende gevolgen van het delen van informatie uit overheidssystemen waar veel ambtenaren dagelijks mee werken. Onderzoeken wijzen op een directe link tussen het lekken en het voorbereiden en plegen van geweldsmisdrijven, waaronder poging moord, poging doodslag, ontvoering, het laten afgaan van explosieven en het beschieten van woningen en voertuigen, afpersing en bedreiging. In dit soort ernstige zaken werkt de Rijksrecherche ook samen met de Nationale Politie, waarbij de Nationale Politie zich veelal richt op de aanslagplegers en de informatiemakelaars, en de Rijksrecherche zich richt op de betrokken ambtenaren.
Samenwerken
Ook internationaal draagt de Rijksrecherche in 2025 bij aan de strijd tegen corruptie. In bilateraal verband met verschillende zusterorganisaties, als ook in multilateraal verband, bijvoorbeeld in het kader van het Internal Criminal Investigations Network (ICIN). Samenwerken is ook van belang bij Rijksrechercheonderzoeken naar grensoverschrijdend politieoptreden, bijvoorbeeld bij een achtervolging die (met ernstig geweld) eindigt in een buurland.
Vergroten weerbaarheid
Naast opsporingsonderzoeken draagt de Rijksrecherche ook bij aan het versterken van de weerbaarheid van overheidsorganisaties tegen ambtelijke corruptie. In 2025 heeft de Rijksrecherche inzichten uit opsporingsonderzoeken actief onder de aandacht gebracht bij gemeenten, provincies en overheidsorganisaties. Dit gebeurde onder meer via adviesgesprekken en het delen van signaalkaarten, door het geven van workshops en door medewerking te verlenen aan wetenschappelijke onderzoeken. Hiermee is in 2025 de bekendheid van de Rijksrecherche en daarmee de bekendheid van het steun- en adviespunt waar overheidsorganisaties terecht kunnen voor advies en het delen van signalen vergroot.
Geweldgebruik door opsporingsambtenaren
In Nederland zijn opsporingsambtenaren bevoegd en getraind om met geweld in te grijpen als de situatie daarom vraagt. Het gebruikte geweld moet altijd in verhouding staan tot de ernst van de situatie en het misdrijf. Als door het gebruikte politiegeweld burgers ernstig of dodelijk gewond raken, start de Rijksrecherche een onderzoek. Dat is bij wet geregeld.
Het Team Spoedeisende Inzet (TSI) van de Rijksrecherche heeft in 2025 37 onderzoeken (in 2024 waren het er 32) uitgevoerd naar incidenten met vuurwapengebruik of andere vormen van politieoptreden waarbij zwaargewonde of dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Bijvoorbeeld een achtervolging met dienstvoertuig of het overlijden in een politiecel. In de 37 onderzoeken waren in totaal 22 dodelijke slachtoffers en 21 gewonden. 13 van deze 37 onderzoeken betroffen schietincidenten, waarbij 5 dodelijke slachtoffers vielen en 11 mensen gewond raakten. Over 2024 waren die cijfers: 1 dodelijk slachtoffer en 13 gewonden.
37 TSI-onderzoeken zijn in 2025 ter beoordeling ingestroomd bij het OM. Daarvan zijn 7 onderzoeken in overleg met het OM stopgezet of overgedragen aan de politie, omdat deze bij nader inzien niet voldeden aan de criteria voor een Rijksrechercheonderzoek. In 9 van de ingestroomde TSI-zaken loopt het Rijksrechercheonderzoek nog. In 21 zaken is het Rijksrechercheonderzoek afgerond.
15 afgeronde onderzoeken zijn door het OM beoordeeld en voorzien van een afdoeningsbeslissing. In 6 zaken is de OM-beoordeling nog niet gereed. In 2 zaken heeft het OM een vervolging ingesteld en in 13 zaken heeft het OM besloten geen vervolging in te stellen. In het overgrote deel van de zaken waarin geen vervolging werd ingesteld heeft het OM geoordeeld dat het optreden van de betrokken opsporingsambtenaar rechtmatig was (in overeenstemming met de geweldsinstructie) of dat de opsporingsambtenaar een beroep op een strafuitsluitingsgrond toekwam.
| Soort delict | Aantal |
|---|---|
| Ambtsmisdrijven omkoping | 25 |
| Ambtsmisdrijven schending geheimhoudingsplicht | 20 |
| Ambtsmisdrijven overig | 13 |
| TSI overig | 11 |
| TSI schietincidenten | 13 |
| TSI vrijheidsbeneming | 13 |
| Overige misdrijven | 7 |
| Overige onderzoeken | 0 |