
Femicide in Roosendaal
Uitgelichte strafzaak
Op de avond van 27 juli 2024 neemt een vrouw contact op met de politie. Ze maakt zich zorgen over het leven van haar broers vriendin en hun zoontje. Er zou een incident hebben plaatsgevonden in hun huis en de vriendin zou niet meer in leven zijn.
Een half uur later stapt de man , met zijn zoon op de arm, het politiebureau van Roosendaal binnen. Hij bevestigt dat hij ruzie had met zijn vriendin en dat zij niet meer in leven is. De politie gaat naar de woning en vindt daar het zwaar toegetakelde lichaam van de 23-jarige vrouw.
Al snel wordt duidelijk dat er in de woning van verdachte en zijn gezin vreselijke dingen hebben plaatsgevonden, waarbij het slachtoffer en haar zoontje veel fysiek geweld hebben moeten doorstaan. De man zou haar in blinde razernij hebben geschopt en geslagen en met spullen hebben bekogeld tot hij zelf buiten adem raakte. Het zoontje was hiervan getuige. De vrouw leefde vermoedelijk nog toen hij haar thuis achterliet met hun zoontje om naar een coffeeshop te gaan. Hij ontdekte naar eigen zeggen pas later dat ze aan haar verwondingen was overleden.
De dag daarop heeft hij veel contact met zijn moeder en vertelt hij haar dat zijn vriendin dood is. Hij dreigt echter zichzelf en zijn zoontje iets aan te doen als de politie erbij wordt gehaald.
De officier van justitie: “Het is hartverscheurend en schokkend als duidelijk wordt dat het zoontje bij al dat geweld en ook het fatale geweld aanwezig was geweest, maar ook nog zelf mishandeld is. Dat hij naast zijn moeder lag, toen zij uiteindelijk overleed als gevolg van dat brute geweld.”
Uit onderzoek blijkt dat de relatie tussen verdachte en slachtoffer ooit liefdevol begon, maar geleidelijk veranderde in een relatie met veel en fors fysiek geweld. De vrouw raakte daarbij meerdere malen gewond. In haar requisitoir gebruikt de officier van justitie nadrukkelijk de term femicide: vrouwen die worden vermoord, vaak door hun partner of ex-partner, vanwege hun vrouw-zijn. Bijna altijd omdat de vrouw niet doet wat de (ex-)man van haar wil en verwacht. “Deze zaak staat niet op zich. Er is al een geschiedenis van isolatie, intimidatie, psychologische manipulatie, controle en ernstig fysiek geweld aan vooraf gegaan. Dat noemen we intieme terreur.”
Het slachtoffer leed binnen haar relatie met de verdachte een geïsoleerd bestaan en had in de laatste maanden van haar leven nauwelijks contact met anderen. In het vervuilde appartement waar ze met verdachte en hun zoon woonde, kwam nooit bezoek.
De vrouw zat in de greep van de man, die zelf geen werk had en leefde van het geld dat de vrouw met haar werk bij een callcenter verdiende. Op de fatale avond hadden de twee ruzie en werd de vrouw (zoals vaker) mishandeld.
Volgens deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC) kampt de verdachte met een ernstige narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis en zou hij zelfs voldoen aan de criteria van een psychopaat. Op basis van het profiel dat door het PBC is opgemaakt concludeert de officier van justitie dat het gedrag van de verdachte binnen het gezin moet zijn gekenmerkt door “structurele controle, dominantie, psychologische manipulatie, isolatie en ernstig fysiek geweld”.
Op 20 november 2025 eist het OM veertien jaar cel en tbs tegen de 30-jarige man uit Roosendaal. De rechtbank gaat hierin mee. In het vonnis staat te lezen: ‘Het in blinde razernij gewoonweg compleet in elkaar slaan en trappen van zijn vriendin tot het moment dat verdachte zelf letterlijk buiten adem was, omvat naar het oordeel van de rechtbank in zichzelf de aanvaarding op de dood. Daarbij weegt ook mee dat verdachte ondanks het zichtbare letsel bij zijn vriendin als gevolg van eerdere mishandelingen toch opnieuw extreem geweld op haar heeft toegepast en dat hij haar ondanks dat zij medische hulp nodig had in zorgwekkende toestand heeft achtergelaten met hun vijfjarige zoontje.’
Daarnaast wordt hij veroordeeld voor het meermalen mishandelen van zijn vriendin en mishandeling van zijn zoontje.