Mensensmokkel van de gruwelijkste soort: 20 jaar cel

Uitgelichte strafzaak

Met een strafrechtelijk onderzoek van bijna acht jaar, zo’n 200 getuigenverklaringen en een dossier van ruim 30.000 pagina’s was de zaak Pearce misschien wel de grootste mensensmokkelzaak die ooit in Nederland plaatsvond. Hoofdverdachte W., een 42-jarige Eritreeër, werd door de Rechtbank Overijssel veroordeeld tot 20 jaar cel.

Elk jaar ontvluchten tienduizenden Eritreeërs hun land in een poging te ontsnappen aan de heersende dictatuur en de mensenrechtenschendingen die in Eritrea aan de orde van de dag zijn. In ruil voor grote sommen geld beloven mensensmokkelaars hen naar Europa te brengen. De meesten maken daarbij gebruik van de Centraal Mediterrane Route, die via Soedan, de Libische woestijn, en de Middellandse Zee, naar het zuiden van Italië leidt. Een levensgevaarlijke route die jaarlijks talloze mannen, vrouwen en kinderen fataal wordt.

“Je hoort dat er in de Sahara heel veel kan gebeuren. Je weet dat je in de zee kunt verdrinken. Je weet dat vrouwen verkracht kunnen worden in Libië. Je weet dat mannen gemarteld worden. Dat weet je van tevoren. Maar je hebt een doel en je denkt: Misschien overleef ik dat wel. Je wilt alleen maar je reis voortzetten.”

Het is slechts een van de vele getuigenverklaringen die het OM in de zaak Pearce verzamelde. Andere getuigen verklaarden ijzingwekkend gedetailleerd over hun ervaringen in Libische gevangenenkampen. Daar werden zij in opdracht van mensensmokkelaars vaak maanden lang vastgehouden en stelselmatig uitgehongerd, gemarteld en verkracht. Net zo lang tot hun familie hen vrijkocht en zij hun reis naar Europa konden voortzetten. Familieleden van de slachtoffers werden daarbij onder de druk gezet door hen tijdens de martelingen te bellen, zodat zij live getuige waren van het lijden van hun dierbaren. Van alle mensensmokkelaars op de Centraal Mediterrane Route, was hoofdverdachte W. volgens veel getuigen jarenlang de wreedste.

Nederland rechtstreeks betrokken

Hoewel de misdaden in een ver buitenland werden gepleegd, en noch de slachtoffers, noch de verdachte destijds de Nederlandse nationaliteit hadden zag het Openbaar Ministerie toch voldoende grond om W. in ons land te vervolgen. Op zitting stelde de officier van justitie van het Landelijk Parket dat de feiten zó ernstig zijn dat geen enkel land zich kan permitteren niets te doen. Bovendien was Nederland wel degelijk rechtstreeks betrokken bij de gepleegde feiten. “Het gevolg van de mensensmokkel openbaart zich zo ook in Nederland, want na toegang tot het Schengengebied heeft een migrant toegang tot alle bijbehorende landen. Daarmee ondermijnt de criminele organisatie ook het Nederlandse asielbeleid,” betoogde de officier van justitie. Daarnaast  werden ook in Nederland woonachtige familieleden van gesmokkelden vanuit Libië telefonisch afgeperst.

Op zitting beriep W. zich  grotendeels op zijn zwijgrecht. Hoewel hij door tientallen getuigen als W. werd herkend, ontkende hij de persoon in kwestie te zijn. Er zou sprake zijn van een persoonsverwisseling. Het OM sloot dat uit. Volgens de officier van justitie kon wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de man was die leiding gaf aan een criminele organisatie met het oogmerk tot het plegen van de misdrijven mensensmokkel, gijzeling, afpersing, geweldsdelicten en seksuele delicten:

“Hij ontnam de slachtoffers hun vrijheid en hun waardigheid. Hij hield hen vast in erbarmelijke omstandigheden, hongerde hen uit, martelde hen en onthield hen noodzakelijke medische zorg. Hij heeft ze blootgesteld aan levensgevaarlijke situaties in de woestijn, in kampen en in overvolle oude en lekke boten op zee, zonder voedsel, brandstof of motor. Tienduizenden mensen hebben hun vlucht op de Centraal Mediterrane Route de afgelopen jaren niet overleefd.”

Het OM vond daarom alleen de maximumstraf die geldt voor dit soort misdrijven passend: 20 jaar cel. In januari 2026 deed de Rechtbank Overijssel uitspraak. Hoewel het OM op een aantal punten niet-ontvankelijk werd verklaard, werd W. conform de eis veroordeeld tot 20 jaar cel. Niet veel later kondigde W. aan tegen de uitspraak in hoger beroep te gaan. Daarop liet het OM weten een vervolgappèl in te stellen. Ook na acht jaar is de zaak dus nog niet ten einde.