
In de ban van Sara
De zaak van officier van justitie Trudy Kolman
Eind november 2023 wordt in het IJ het levenloze lichaam aangetroffen van een jonge vrouw. Ernstig letsel verraadt een niet-natuurlijke dood, maar aanknopingspunten voor het vaststellen van haar identiteit zijn er nauwelijks. Toch wordt binnen vier dagen een verdachte opgespoord en aangehouden. Samen met de recherche blikt officier van justitie Trudy Kolman terug op een bijzonder onderzoek: “Een hele afvalcentrale stil laten leggen, dat doe je waarschijnlijk maar één keer in je leven.”
“Nee, vanaf hier kun je de plek net niet zien,” stelt officier van justitie Trudy Kolman vast.
Vanaf de achtste verdieping van het AP Amsterdam tuurt ze in westelijke richting over het IJ. ‘De plek’ is de aanlegsteiger van het pontje aan de Distelweg, aan de overkant van het water in Amsterdam- Noord. Daar haalt de brandweer op woensdag 29 november 2023, rond een uur ’s middags, het stoffelijk overschot van een jonge vrouw uit het water. Haar ontklede lichaam is gewikkeld in stucloper, een soort geplastificeerd karton, dat bij elkaar wordt gehouden door schilderstape. Persoonlijke bezittingen of documenten waaruit haar identiteit kan blijken worden niet aangetroffen. Omdat ze enige tijd in het water heeft gelegen zijn haar vingertoppen te poreus om vingerafdrukken te kunnen afnemen. Haar identiteit zal pas de volgende dag worden vastgesteld. Wel is duidelijk dat de vrouw geen natuurlijke dood is gestorven. De schouwarts stelt meerdere verwondingen vast, met name in de schaamstreek. Ook heeft de vrouw een aantal gebroken ribben en een gebroken tongbeen.
Die middag rond vijf uur wordt Kolman door de rechercheofficier gebeld met de vraag of ze ruimte in haar agenda heeft om leiding te geven aan een Team Grootschalige Opsporing. Bij de Amsterdamse politie zijn dan al twintig rechercheurs met de zaak bezig. Mogelijke sporen worden veiliggesteld, camerabeelden worden opgevraagd en uitgekeken, en foto’s van het gevonden lichaam worden intern verspreid in de hoop dat iemand binnen de politie de vrouw herkent. “Er waren op dat moment geen vermissingszaken waaraan we het lichaam konden linken,” zegt Marcel, leidinggevende bij de Amsterdamse recherche (die zijn achternaam in dit artikel liever onvermeld laat). Net als Kolman is hij vandaag naar het IJdok gekomen om op de zaak terug te blikken. “Op dat moment hadden we nog heel weinig aanknopingspunten,” herinnert hij zich. “Wel had de gevonden vrouw een opvallende tatoeage, een portret van een vrouw met een hondje.”
Beeld: © AT5/Martin Damen
De plaats in Amsterdam-Noord waar Sara's lichaam uit het IJ werd gehaald.
Seksafspraak
Die vrouw blijkt achteraf de moeder van het slachtoffer te zijn. Een Italiaanse. Elf jaar geleden verhuisde haar dochter naar Amsterdam om daar als kok te gaan werken. Sindsdien ging er geen dag voorbij zonder dat moeder en dochter elkaar belden. Wanneer dat die dinsdag en woensdag niet lukt, besluit de moeder een dag later de beste vriendin van haar dochter in Amsterdam te bellen. Is er misschien iets aan de hand? De vriendin belooft poolshoogte te gaan nemen. Eenmaal bij de woning vertrouwt ze het niet en belt ze de politie. Kort daarna betreedt een aantal agenten de woning. Daar is op diverse foto’s een vrouw te zien die zij herkennen van de mail die een dag eerder binnen de politie is verspreid. De opvallende tatoeage laat er geen twijfel over bestaan: het gevonden lichaam is dat van de 35-jarige Sara. Een Italiaanse die al enige tijd niet meer als kok werkt, maar als sekswerker.
“Van de vriendin kregen we het telefoonnummer van Sara,” zegt Marcel. “Dat nummer hebben we direct onder de tap gezet. Ook hebben we bij de telecomprovider de historische gegevens opgevraagd, maar dat leverde niet direct aanknopingspunten op. Later die avond bleek dat Sara nog een tweede telefoon had. Haar werktelefoon. Dat toestel bleek uit te staan. In de historische gegevens zagen we dat ze er die dinsdag voor het laatst gebruik van had gemaakt. Het nummer waarmee ze toen voor het laatst contact had, hebben we gelijk onder de tap gezet.”
Dat nummer is van Bas W., een 39-jarige Amsterdammer die een eenmansklusbedrijf runt. Die dinsdag was hij aan het werk op een woonboot achter het Scheepvaartmuseum toen hij Sara belde voor een seksafspraak. In de maanden daarvoor had hij dat vaker gedaan. Kort na het gesprek van die dinsdagmiddag had zijn telefoon zich verplaatst richting Amsterdam-West. Ook de telefoon van Sara had zich rond diezelfde tijd in die richting verplaatst, tot de beide telefoons zich in hetzelfde dekkingsgebied bevonden.
Bezemkast
Officier Kolman heeft ’s avond een teamuitje van haar werk. In een restaurant in de binnenstad is het een gezellige boel, maar Kolman is er met haar hoofd niet bij. Op zoek naar een plek waar ze rustig kan bellen, belandt ze uiteindelijk in een bezemkast van het restaurant. Zittend op de grond, tussen de schoonmaakspullen, wordt ze door de patholoog en de forensisch coördinator bijgepraat over de bevindingen van de radiologische scan en de sectie op het lichaam van Sara. “Dat was een heftig verhaal vol gruwelijke details,” herinnert Kolman zich. “Na dat gesprek ben ik nog heel even aangeschoven bij mijn collega’s in het restaurant, maar al snel dacht ik: wat doe ik hier eigenlijk?”
Ze besluit vroegtijdig te vertrekken. Op weg naar huis, lopend door de stad, langs het uitgaansvolk en de bomvolle kroegen, wordt ze door de politie gebeld. Anders dan de werktelefoon, blijkt Sara’s privételefoon nog altijd aan te staan. En het gekke is: de telefoon heeft zich die avond verplaatst. Van Amsterdam-West naar het westelijk havengebied. Om precies te zijn: naar het Afval Energie Bedrijf (AEB). De politie vermoedt dat het toestel in een vuilcontainer is gegooid, en dat die container zojuist is geleegd.
“De politie wilde het bedrijf doorzoeken in de hoop de telefoon tussen het afval te vinden,” zegt Kolman. “Omdat het geen woning betrof, hoeft een dergelijk verzoek niet langs de rechter-commissaris. Als officier van justitie heb ik de bevoegdheid tot zo’n doorzoeking te besluiten. Dat zou waarschijnlijk wel betekenen dat het hele bedrijf voor langere tijd moest worden stilgelegd en ik had geen idee wat de implicaties daarvan zouden zijn voor bijvoorbeeld de stadswarmte. Voor de zekerheid heb ik daarom de rechercheofficier in kennis gesteld, die vervolgens de hoofdofficier heeft geïnformeerd. Die liet al snel weten dat hij het een goed plan vond.”
Beeld: © OM
Een beeld van de 'niet al te frisse klus': 40 duizend kilo afval uitpluizen.
40.000 kilo afval
Rond half elf ’s avonds wordt het afvalverwerkingsproces bij het AEB stilgelegd en begint de zoektocht naar Sara’s telefoon. Officier Kolman kijkt toe hoe shovels en vuilniswagens enorme hoeveelheden afval verplaatsen naar een plek waar het door politiemensen zorgvuldig wordt uitgeplozen.
Marcel: “In de loop van die nacht hebben collega’s ruim 40 duizend kilo afval doorzocht. Een tijdrovende en niet al te frisse klus.”
Kolman: “Dat waren spannende uren. En een hele afvalcentrale stil laten leggen, dat doe je waarschijnlijk maar één keer in je leven.”
De zoektocht gaat de hele nacht door. In de kleine uurtjes besluit officier Kolman toch maar naar bed te gaan. De volgende ochtend rond half zeven wordt ze gebeld. Na bijna acht uur zoeken is Sara’s telefoon gevonden. En niet alleen de telefoon. De vuilniszak waarin het toestel wordt aangetroffen zit vol met bebloed beddengoed, een toilettas, dameskleding en een zwart koord.
“Dat is allemaal met spoed bemonsterd voor DNA-onderzoek,” zegt Kolman. “De uitslag daarvan liet een paar dagen op zich wachten. Wat wel gelijk opviel, behalve al het bloed, was dat alles onder de kattenharen zat.”
Bas W. is dan nog niet als verdachte aangemerkt, maar de politie houdt hem wel nauwlettend in de gaten. Die vrijdag wordt onder valse voorwendselen zijn klusbus in beslag genomen, in de hoop daarin sporen aan te treffen die zouden duiden op zijn betrokkenheid bij Sara’s dood. Ook staat zijn telefoon nog altijd onder de tap. Zo luistert de politie mee wanneer Bas op zaterdagochtend, vanuit een woning in Oud-West, met zijn vriendin belt. Het gesprek gaat over handdoeken die weg zijn en moeten worden vervangen, over beddengoed dat onder de verf zit, en over katten die eten moeten hebben. Ook heeft Bas het over een vies matras dat weg moet.
Kolman: “Toen heb ik gezegd: nu gaan we niet langer wachten. Voordat dat matras verdwijnt, moeten we die woning binnen. Dat hebben we diezelfde dag gedaan. De woning werd verbouwd. Er lag stucloper op de vloer. Bas was druk bezig met schoonmaken. Hij is toen gelijk aangehouden.”
‘Voor de ouders van Sara is het onverteerbaar om niet te weten wat er in die laatste uren voor haar dood met hun dochter is gebeurd’
Bloed
Bas is een hardwerkende man zonder noemenswaardig strafblad, maar met de nodige problemen. Zijn relatie verkeert in zwaar weer en dagelijks gebruikt hij flinke hoeveelheden cocaïne en sterke drank. Slapen doet hij her en der. Dan weer bij zijn vriendin, dan weer bij een vriend of kennis, en dan weer in een tijdelijk leegstaand huis van een van zijn opdrachtgevers. Stuk voor stuk zaken waar Bas tijdens de politieverhoren openlijk over vertelt. Want hoewel hij een grotendeels ontkennende verdachte is, is hij allesbehalve een zwijgzame verdachte. De uitgewerkte verslagen van alle verhoren die over een periode van anderhalf jaar worden afgenomen, beslaan samen 265 pagina’s.
“Wat opviel tijdens die verhoren,” zegt Kolman, “was dat hij het ene moment enorm geëmotioneerd kon zijn, en een paar tellen later weer helemaal het mannetje. Dan leek ineens alles van hem af te glijden. Op zitting was dat net zo.”
Van de dag zelf weet Bas zich opvallend veel te herinneren. Vaak tot in de kleinste details. Wat Sara gedronken had, wat ze gezegd had, hoe ze naakt voor het raam had staan dansen en welke muziek ze daarbij draaiden. Maar zodra de vragen over de mogelijke doodsoorzaak gaan, over het vastgestelde letsel en hoe Sara dat heeft opgelopen, herinnert Bas zich zo goed als niets meer. Sterker nog, of ze die dag seks met elkaar hadden durft hij niet met zekerheid te zeggen. Gaandeweg stelt hij zijn verklaringen meerdere keren bij, maar tot een bekentenis komt het nooit. Hij heeft haar niet mishandeld en haar ook niet om het leven gebracht, houdt Bas vol. Het was een ongeluk. Sara was onwel geworden op het bed. Ineens zag hij bloed tussen haar benen. In een poging haar weer bij bewustzijn te brengen legde hij haar in een warm bad. Daar was ze inderdaad bijgekomen, waarna ze in paniek raakte en uit het bad was gesprongen. In een poging haar te kalmeren had Bas haar vastgepakt, maar Sara spartelde hevig tegen. Toen was ze gevallen. Voorover, met haar hals op de badrand. Dat zou het gebroken tongbeen verklaren. Bas had nog geprobeerd haar te reanimeren, maar tevergeefs. Vandaar waarschijnlijk de gebroken ribben.
Over de gebeurtenissen die volgden verklaart Bas wel grotendeels bekennend. Hij was het huis ontvlucht en had hulp gezocht bij een vriend. Daar was ook zijn broer. Die had de beschikking over een boot. Bas was teruggegaan naar de woning en wikkelde Sara’s lichaam daar in een stuk stucloper. Hij had haar in zijn bus gelegd en was naar de plek gereden waar hij met zijn broer had afgesproken. Daar had hij het roer van zijn broer overgenomen en was hij met Sara’s lichaam het IJ op gevaren, waar hij haar in het water had laten glijden.
Onverteerbaar
Dat laatste deel van zijn verklaring lijkt grotendeels te kloppen. Camerabeelden en andere bronnen ondersteunen dat, hoewel zijn broer tot op de dag van vandaag alle betrokkenheid ontkent. Maar het eerste deel kan niet kloppen. Sara is overleden door strangulatie, zo luidt de conclusie van de patholoog stellig. Doordat de bloedtoevoer naar haar hersenen werd afgekneld. Ook na aanvullend onderzoek bestaat daar geen enkele twijfel over. Zoals er ook geen twijfel bestaat over de volgordelijkheid. Al het letsel - de gebroken ribben, het gebroken tongbeen, de ernstige verwondingen in de genitale zone - is volgens de onderzoeksrapporten toegebracht voordat Sara overleed. Niet erna.
“Voor de strafzaak maakt zijn ontkenning uiteindelijk niet veel uit,” zegt Kolman. “Hij is veroordeeld voor doodslag, en voor zware mishandeling voorafgaand aan haar overlijden, en voor het samen met een ander wegmaken van haar lichaam. Aan die veroordeling heb ik ook geen moment getwijfeld. Wat dat betreft was dit een onderzoek uit het boekje. Een onderzoek waarbij we op korte termijn veel beslissingen hebben genomen die achteraf allemaal belangrijk en succesvol zijn gebleken. Maar voor de nabestaanden maakt het wel veel uit. Voor de ouders van Sara is het onverteerbaar om niet te weten wat er in die laatste uren voor haar dood met hun dochter is gebeurd. Met die vraag zullen ze altijd blijven zitten. Zoals zij zelf zeggen: hun hele leven is kapot. Daarom hebben we er alles aan gedaan om daar toch antwoord op te krijgen. Tot aan de inhoudelijke behandeling aan toe. Zelfs zijn eigen advocaat heeft daar nog bij Bas op aangedrongen. Maar hij heeft die antwoorden niet gegeven. Hoe goed het onderzoek ook is geweest, dat blijft steken. Ook bij mij.”
Beeld: © OM
Rechercheur Marcel en officier van justitie Trudy Kolman voor de Amsterdamse rechtbank
Een stapje extra
Ook het bijzondere contact met Sara’s ouders zal officier Kolman altijd bijblijven. Voor elke zitting, ook de pro forma’s, reisden zij vanuit hun woonplaats in de omgeving van Rome naar Amsterdam. Voor en na afloop spraken Kolman en Marcel telkens uitgebreid met hen. Ook de zaakssecretarissen, de slachtoffercoördinator, de familierechercheurs en de contactpersonen van Slachtofferhulp Nederland waren bij elke zitting en elk overleg aanwezig.
Kolman: “Ik heb best wat heftige zaken gedaan, maar het contact dat ik met Sara’s ouders had, dat heb ik bij geen enkel onderzoek zo intensief ervaren. Heel lieve, betrokken mensen. Tijdens de eerste ontmoeting, toen wij nog volop bezig waren met het onderzoek, vroeg ik aan de moeder hoe Sara als persoon was geweest. Ze liet me toen wat foto’s en filmpjes zien op haar telefoon. Beelden van een stralende, springlevende, jonge vrouw. Vanaf dat moment werd Sara voor mij ook een persoon, een mens, in plaats van alleen het slachtoffer van een vreselijk misdrijf. Ik zag ook ineens het licht weer aangaan in de ogen van moeder. Ik vond dat een heel indrukwekkend moment.”
Ook voor ervaren rechercheur Marcel was het een bijzondere zaak. “Ik zit nu een jaar of 13 bij de afdeling Zware Criminaliteit van de Regionale Recherche Amsterdam,” zegt hij. “In die tijd heb ik veel voorbij zien komen. Vooral veel liquidaties in het criminele milieu. Dat zijn vaak niet de meest bevredigende onderzoeken. Maar als je het lichaam van een jonge vrouw zo aantreft, naakt in het water, vreselijk toegetakeld, dan wil je niets liever dan degene pakken die daar verantwoordelijk voor is. Als je die puzzel dan op zo’n korte termijn kunt leggen, door goed recherchewerk, door snel te schakelen, en samen de juiste beslissingen te nemen… Dat voelt gewoon heel goed. Dit is zo’n zaak waarom je bij de recherche wil werken. Dat geldt niet alleen voor mij. Ook voor mijn collega’s. Voor zo’n zaak doet iedereen graag een stapje extra.”
Voor het mishandelen en doden van Sara, en voor het wegmaken van haar lichaam, wordt Bas W. op 30 oktober 2025 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar plus TBS. Hoewel de straf vier jaar lager uitvalt dan de eis besluit Kolman tegen het vonnis niet in hoger beroep te gaan. Ook Bas W. doet dat niet. De zaak tegen zijn broer, die onder andere wordt verdacht van het medeplegen van het wegmaken van Sara’s lichaam, loopt nog. Vooralsnog ontkent hij elke betrokkenheid.