Tien jaar FAST

‘Het vonnis is niet het sluitstuk, dat is de executie’

Iemand die onherroepelijk is veroordeeld tot een celstraf, zal die straf ook moeten uitzitten. Een grotere open deur is nauwelijks denkbaar. Toch heeft men bij het Fugitive Active Search Team (FAST) van politie en OM niet het idee dat de executie alle zorg en aandacht krijgt die het verdient. Ook niet binnen het OM. “Als je er aan de achterkant niet alles aan doet om een vonnis ten uitvoer te leggen, dan is alle energie die je er aan de voorkant in steekt voor niets geweest.”

‘Maffiabaas aangehouden in Tilburg’

‘Voortvluchtige Pool die in Limburg een opa, oma en hun kleinkind doodreed aangehouden in Engeland’

‘Tot acht jaar cel veroordeelde Belg (poging tot moord) aangehouden in Almere’

‘Voortvluchtige TBS-er opgepakt in Spanje’

Zomaar een greep uit de verdiensten van het Fugitive Active Search Team, kortweg FAST, het samenwerkingsverband van politie (FASTNL) en het Landelijk Parket van het OM dat zich fulltime bezighoudt met het opsporen en aanhouden van voorvluchtige veroordeelden in binnenen buitenland. En het palmares dijt nog wekelijks verder uit. “Gisteren nog,” zegt Stef de Jonge, teamleider van FASTNL. “Collega’s waren bezig met het plaatsen van een observatie-auto toen hun doelwit doodleuk de straat in kwam fietsen. Dan is het snel schakelen. Dat maakt ons werk zo ongelooflijk spannend en leuk. Het is puur boeven vangen. Je weet nooit wat de dag zal brengen. Het ene moment sta je in de tuin te werken, en een uur later ben je met je collega’s op weg naar een aanhouding. Onze mensen doen bovendien alles zelf. Het tappen, het observeren, de OSINT (open source intelligence: het doorzoeken van openbare bronnen online, red.), de aanhouding, alles. Je moet van alle markten thuis zijn. Goed met computers, maar ook fysiek fit genoeg om een interventie te kunnen doen. Want je krijgt vaak maar één kans.”

Beeld: © Politie

Teamleider Stef de Jonge: ‘Dat maakt ons werk zo leuk: het is puur boeven vangen.’

Het belang van executie

In de tien jaar dat het team bestaat vielen er talloze successen te vieren, maar dat is niet de reden waarom De Jonge samen met officier van justitie Yolande Oosterhof en parketsecretaris Robert Jansen (beiden van het Landelijk Parket, waar het OM-deel van FAST is ondergebracht) vandaag bij het interview is aangeschoven.  Net als de twee OM’ers grijpt hij de gelegenheid liever aan om het belang van de tenuitvoerlegging van opgelegde straffen, en daarmee het belang van hun werk, nog maar eens te onderstrepen. Hoe vanzelfsprekend dat ook lijkt. “Wij proberen dingen recht te zetten die krom zijn,” zegt De Jonge. “Een veroordeelde hoort zijn straf uit te zitten. Punt. Dat hoef je niemand uit te leggen.”

“Toch merk ik binnen het OM dat dat besef er niet altijd voldoende is,” zegt officier Oosterhof. “We leggen onze hele ziel en zaligheid in de opsporing en vervolging van een verdachte, en zodra er een veroordelend vonnis ligt, of een arrest van het hof, dan leunen we een moment voldaan achterover en storten ons vol overgave op de volgende zaak. Maar het vonnis is niet het sluitstuk. Dat is de executie. Een straf die wel wordt opgelegd, maar niet wordt uitgevoerd is uiteindelijk niets waard.”

Parketsecretaris Jansen: “Als je er aan de achterkant niet alles aan doet om een vonnis ten uitvoer te leggen, dan is alle energie die je er aan de voorkant in steekt voor niets geweest.”

“Om het belang van executie echt op waarde te schatten,” zegt politieman De Jonge, “zou je eigenlijk met de slachtoffers in zo’n zaak moeten praten. Ik doe dat regelmatig. Hun leven staat stil zolang de dader niet achter slot en grendel zit. De opluchting op het moment dat ze van ons te horen krijgen dat de veroordeelde alsnog is opgespoord en aangehouden, is met geen pen te beschrijven.”

Net als bij het OM ligt ook bij de politie logischerwijs de nadruk meer op de voorkant - het oplossen van misdrijven en het aanhouden van verdachten - dan op de achterkant, het opsporen van veroordeelden. Binnen de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies van de politie vormt FASTNL met een formatie van 35 leden een relatief klein team. “Aan de voorkant heeft men alle denkbare specialismen in huis,” zegt De Jonge. “Digitale rechercheurs, data-analisten, financiële rechercheurs, noem maar op. In het executiedomein is dat minder vanzelfsprekend. Terwijl dat soort expertise voor ons van cruciaal belang is, want de boef van vandaag staat niet meer achter een boom. Op het gebied van digitale opsporing zijn we daarom sterk afhankelijk van andere afdelingen binnen de politie. Daarnaast werken we goed samen met het CJIB en andere overheidsinstanties. Dat alles heeft de pakkans van voortvluchtigen flink vergroot.”

Ook het belang van internationale samenwerking is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Zo maakt FASTNL deel uit van ENFAST, een samenwerkingsverband van andere FAST-eenheden binnen Europa. De Jonge: “Daardoor kunnen we internationaal veel sneller handelen en hebben we ook een beter zicht op het grotere plaatje. Criminele netwerken beperken zich allang niet meer tot de eigen landsgrenzen.”

Beeld: © OM

Parketsecretaris Robert Jansen en officier van justitie Yolande Oosterhof: ‘Het aantal FAST-zaken groeit. Er zitten zware zaken tussen met forse openstaande celstraffen.’

Daarnaast maakt FASTNL dankbaar gebruik van cybervrijwilligers en andere vormen van burgerparticipatie. Sinds 2020 worden regelmatig hackatons georganiseerd waarbij OSINTexperts van verschillende instanties met FAST-dossiers aan de slag gaan op zoek naar onlinesporen van de gezochte voortvluchtigen. Dat soort initiatieven leidt regelmatig tot concrete aanhoudingen. “Het is elke keer weer fantastisch om te zien hoeveel mensen ons belangeloos willen helpen,” zegt De Jonge. “Gewoon omdat ze willen bijdragen aan de goede zaak.”

Dankzij de nationale en internationale samenwerkingsverbanden, de expertise en toewijding van de eigen mensen, en de hand- en spandiensten van hulpvaardige buitenstaanders ziet FAST het aantal aanhoudingen nog elk jaar stijgen. Daar staat tegenover dat ook de instroom van nieuwe zaken een stijgende lijn vertoont, waardoor de voorraad zaken eerder groeit dan slinkt. Jarenlang schommelde het aantal door FAST gezochte voortvluchtigen rond de duizend, inmiddels zijn het er zo’n 1150. Het gros daarvan, zo’n 700 zaken, wordt aangeleverd door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), een instantie die officieel geen deel uitmaakt van FAST, maar wel een belangrijke ketenpartner is. Parketsecretaris Jansen: “Dat zijn voortvluchtigen die door een Nederlandse rechtbank onherroepelijk zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen of meer. Dat aantal groeit, en er zitten zware zaken tussen met forse openstaande celstraffen. Hetzelfde geldt voor opsporingsverzoeken die we vanuit het buitenland krijgen. Ook dat aantal neemt toe.”

Internationale verschillen

Veel van de gezochte voortvluchtigen verblijven vermoedelijk in het buitenland. Van een aantal van hen weet men bij FAST zelfs vrij nauwkeurig waar zij zich schuilhouden, maar dat betekent lang niet altijd dat zij ook kunnen worden aangehouden. “Dat zijn frustrerende zaken,” vindt parketsecretaris Jansen. “Met landen als Egypte en Libië heeft Nederland geen uitleveringsverdrag. Daar kunnen we dus weinig doen. Ook met een land als Marokko, dat geen eigen onderdanen uitlevert, blijft het lastig. Veroordeelde Nederlandse Marokkanen met een dubbel paspoort zitten daar in principe safe. Bovendien kunnen we ook de straf niet overdragen. Dat laatste kan in Turkije bijvoorbeeld wel.”

“Dichterbij huis kunnen verschillen in wet- en regelgeving het lastig maken om veroordeelden te laten aanhouden,” vult Oosterhof aan. Ook binnen Europa. Zo gelden er in Nederland andere verjaringstermijnen voor de executie van straffen dan bijvoorbeeld in België. Ook zijn er feiten die hier wel strafbaar zijn, maar in andere landen niet. Bepaalde vormen van fraude bijvoorbeeld, of het onttrekken van een kind aan het ouderlijk gezag.”

“Hetzelfde geldt voor het politiewerk,” zegt De Jonge. “De bevoegdheden die wij in Nederland hebben bij het opsporen van een voortvluchtige veroordeelde zijn dezelfde als die voor het opsporen van een verdachte. Dat is in het Wetboek van Strafvordering zo vastgelegd. In veel andere landen is dat niet zo. Daar zijn de bevoegdheden om een veroordeelde op te sporen veel beperkter dan de bevoegdheden om een verdachte op te sporen. Dat is niet handig. Het harmoniseren van die wetgeving, in elk geval binnen Europa, is daarom een van de topprioriteiten van ENFAST.”

Beeld: © OM

Officier van justitie Yolande Oosterhof: ‘Internationale verschillen in wet- en regelgeving kunnen het moeilijk maken een veroordeelde te laten aanhouden.’

Ook de manier waarop FAST is georganiseerd is niet in alle landen gelijk. Zo is de manier waarop dat in Nederland is geregeld, met een politietak en een OM-tak, uniek in de wereld. Groot voordeel van die structuur is dat er onderling razendsnel kan worden geschakeld. Alle FAST-zaken uit het hele land zijn bij het OM ondergebracht op één plek: bij het FAST-team van het Landelijk Parket in Zwolle. Behalve officier van justitie Oosterhof zitten daar vijf parketsecretarissen en vijf administratief medewerkers die zich fulltime met deze zaken bezighouden en die de dossiers en de procedures door en door kennen. “Van collega’s uit andere landen hoor ik regelmatig dat ze daar jaloers op zijn,” zegt officier Oosterhof. “Daar is FAST puur een politieaangelegenheid, en is hun aanspreekpunt bij het Openbaar Ministerie telkens een andere, afhankelijk van de regio waar een zaak speelt. Met als gevolg dat zo’n zaak op het bord belandt van iemand die daarvoor meestal niet over de vereiste kennis en ervaring beschikt.”

“Executiezaken zijn een totaal andere tak van sport,” beaamt parketsecretaris Jansen. “Dat doe je er niet even bij. Het bundelen van kennis en ervaring is daarom cruciaal. Je kunt een veroordeelde wel in het buitenland laten aanhouden, maar dan? Wordt hij uitgeleverd? Hoe werkt dat dan? Wordt de straf overgedragen? Hoe dan? Bovendien verschilt dat per land. Maar ook: hoe stel je een Europees Aanhoudingsbevel op? Dat is geen kennis die elke OM’er zomaar paraat heeft. Wij wel.”

Beeld: © OM

Parketsecretaris Robert Jansen: ‘Executiezaken zijn een totaal andere tak van sport.’

Vluchtgevaar

Hoe kan het dat onherroepelijk veroordeelden überhaupt in de gelegenheid worden gesteld hun straf te ontlopen?

“Omdat je simpelweg niet iedereen in voorlopige hechtenis kunt houden,” zegt officier Oosterhof. “Mede door een gebrek aan zittingsruimte bij de rechtbanken duurt het vaak lang voordat zaken op zitting worden ingepland. Je kunt niet iedereen al die tijd vasthouden. Zeker niet met het huidige cellentekort in het gevangeniswezen.”

Jansen: “Als het gaat om een juiste inschatting maken van het vluchtgevaar valt er nog wel veel te winnen, denk ik. Heeft een verdachte een vast adres in Nederland, dan schatten sommige rechters het vluchtgevaar al snel lager in. Maar als er sprake is van een dubbele nationaliteit, dan zegt zo’n adres niet zoveel. Dan vluchten ze na hun schorsing naar hun land van herkomst en kunnen ze vervolgens niet meer worden uitgeleverd. Zeker bij verdachten in grote drugszaken is dat eerder regel dan uitzondering.”

Oosterhof: “Daarom is het belangrijk dat officieren die met zo’n verdachte op zitting staan, daar de rechtbank nog nadrukkelijker op wijzen. Dat dat is wat de ervaring leert. Er is overigens ook een ander middel om het vluchtgevaar mee te beperken: de borgsom, maar daar wordt weinig gebruik van gemaakt. Misschien zouden we dat vaker moeten doen, hoewel dat verdachten in de grotere zaken er vermoedelijk niet van zal weerhouden om te vluchten.”

Jansen: “In grote drugszaken zeker niet. Zo’n verdachte betaalt lachend de borgsom en gaat er dan alsnog vandoor. Vooraf een betere inschatting maken van het vluchtgevaar is een stuk effectiever.”