
Mag het licht uit?
Op expeditie met drie duurzaamheidsadviseurs
In de OM-panden groeit het duurzaamheidsdenken met de dag. Dat denken wordt gekoppeld aan daden, en behelst meer dan papieren voortgangsrapportages. In het hoofdkantoor van het OM liep Opportuun een ochtend achter drie groene goeroes aan die spraken over klimaat, kantoormeubelen en kamelenbulten.
“Zie je bijna alle deuren hier openstaan?” Op de derde verdieping van het Parket-Generaal, het hoofdkantoor van het OM, wijst Francis Mathijssen naar werkkamers aan beide zijden van de brede gang. “Dat is heel transparant en prettig voor collega’s, maar puur voor het energieverbruik is dat niet goed.” Rogier Rompen: “En kijk naar de lichten in kamers die nu even niet gebruikt worden, die blijven op het ‘PaG’ vaak gewoon aanstaan.”
Francis Mathijssen: “Dat komt mede doordat het licht in dit gebouw handmatig bediend wordt. Zo blijft er soms ook licht branden in een lege ruimte. In de toiletten is dat ook zo. Ook daar geen sensoren die elektriciteit besparen, maar lichtknoppen.”
“Hier zien we de papieren doekjes.” Door de gang stapt Gerben van der Schrier naar de pantry, waar een koelkast staat en waar OM’ers hun handen kunnen wassen en met milieuonvriendelijke papieren handdoekjes kunnen drogen. “Wij zijn ook voor prettig werken, dus hier lijkt het me gewoon heel logisch om toch papieren doekjes te gebruiken. Want je wil ook weleens een appeltje afdrogen. Als je hier luchtdrogers gaat plaatsen, is dat niet heel hygiënisch. Maar zeker in sanitaire ruimtes zijn lúchtdrogers geschikt; elektrisch handdrogen is 95 procent duurzamer en ook nog eens de helft goedkoper dan de papieren doekjes. Dus het advies luidt: elektrisch handdrogen waar het kan, papieren doekjes waar het moet.”
Op een meter afstand van de doekjes staan twee afvalemmers. Een oranje voor PMD: plastic, metaal en drinkpakken. En een rode voor ‘other waste’. Keurig toch? Maar dat kan beter worden ingericht volgens de drie. “Het is jammer dat er in Nederland niet één standaard is voor welke kleur voor welk afval is. Mensen besluiten in een split second in welke bak ze hun houten roerstaafje weggooien. Dan krijg je snel vervuiling in de bakken en dan wordt alles als restafval verbrand.” Rogier Rompen: “Eigenlijk is het beter als je bij een afvalbak eerst een klep moet openen. Dan krijg je net even twee seconden meer voor het nemen van een duurzame beslissing.”
Beeld: © OM
Van links naar rechts: Gerben van der Schrier, Francis Mathijssen en Rogier Rompen. ‘We zijn nu echt meters aan het maken.’
Op zijn kop
Opportuun loopt vandaag mee met Francis Mathijssen (specialisme: duurzaamheidscommunicatie), Rogier Rompen (specialisme: data) en Gerben van der Schrier (coördinator). Deze adviseurs duurzaamheid binnen de directie Facility Management, Duurzaamheid, Huisvesting en Inkoop (FDHI) van de Landelijke Bedrijfsvoering OM (LBOM) zijn geen klassieke, notities-spuwende overheidsdienaren die pakken papier door de printer jagen. Wat drijft hen?
“Ik heb voor duurzaamheid mijn leven op zijn kop gegooid,” glimlacht Francis. “Want de master in duurzaamheidscommunicatie had je in Nederland niet, dus ben ik daarvoor naar Zweden gegaan. Ik wil onze duurzaamheidsboodschap verspreiden, zodat bewustwording tot gedragsverandering leidt. En dan wil ik geen schoneschijnprojecten doen voor bedrijven die in werkelijkheid helemaal geen voorbeeldbedrijven blijken te zijn.”
Rogier Rompen: “Pfoe, zo veel passie, daar kan ik moeilijk overheen. Maar ik herken veel. Ik kom zelf ook uit het bedrijfsleven, maar ik weet inmiddels dat in de nonprofit wereld veel meer mijn hart ligt, zeker als dat duurzaamheid betreft. Thuis ben ik ook duurzaam. We wonen in een jarendertigwoning die wat energie betreft zo lek als een mandje was. In de loop der jaren hebben we al heel veel in verduurzaming van ons huis gestoken.”
Gerben van der Schrier: “Toen ik van de middelbare school kwam, waren er nog helemaal geen duurzaamheidsopleidingen. Ik heb een achtergrond in huisvesting en facilitymanagement en heb lang voor commerciële organisaties gewerkt. Toen ik later voor de politie ging werken, deed dat wat met me. Ik voelde ineens maatschappelijke meerwaarde: dat het allemaal niet voor niks was wat ik deed. Dat voelde ik opnieuw toen ik bij het OM kwam en daar een rol mocht spelen in het programma Duurzaamheid. Samen met Yvonne Vijverberg, binnen het OM portefeuillehouder duurzaamheid en het hoofd van onze directie, merkten we dat het OM bij duurzaamheid iets achterliep op andere J&V-organisaties. Vervolgens hebben we met allerlei bevlogen collega’s best mooie stappen kunnen maken. En nu we met Francis en Rogier op sterkte zijn, zijn we echt meters aan het maken.”
Klimaatneutraal en circulair
Bij het maken van die meters koerst het OM af op de doelen die de Nederlandse overheid, in lijn met het Klimaatakkoord uit 2019, heeft bepaald. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal en volledig circulair zijn. Als tussendoel wil de overheid, dus ook het OM, in 2030 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 2019.
Vandaag worden de meters in het Parket- Generaal gemaakt. Als de Duurzame Drie, terug van een rondje fietsen, door de draaideur van de hoofdingang zijn gegaan, blikken ze even naar rechts. Daar hangt al maanden een circulaire toga, samengesteld uit stoffen van inbeslaggenomen namaakkledingstukken. Daarna laten ze de lift rechts liggen, en pakken ze links de trap naar de derde verdieping.
Lopend door de gang waar de afdeling Mens & Organisatie huist, stelt Gerben van der Schrier de interviewer een vraag. “Als jij een leeg flesje nagellak hebt en een gebroken theeglas, welke van de twee mag dan in de glasbak?”
Opportuun twijfelt: “Het gebroken theeglas?”
“Fout. Een glasbak is alleen voor verpakkingsmateriaal. Dat moet een lege fles zijn waar iets ingezeten heeft, zoals een flesje nagellak, ondanks de chemische substantie daarin. Ja, het is best ingewikkeld. Daarom willen we collega’s juist inspireren en laten zien hoe het ook kan. Net als ons mantra: Minder, slimmer, groener, leuker.”
Wie er oog voor heeft, ziet overal duurzaamheid. Nog geen vijf meter bij de pantry vandaan staat een oranje tafel, met daarop, naast een exemplaar van Opportuun (gedrukt op papier van gerecycled materiaal, FSC C003606), een kleurrijke bos bloemen. Droogbloemen. Rogier Rompen: “Binnen het OM worden veel bossen bloemen geschonken. Voor lief en leed, professioneel en persoonlijk. Maar bloemen zijn niet duurzaam. Denk aan de pesticide die bij de teelt wordt gebruikt, het transport en de energie die ervoor nodig is. En uiteindelijk staan ze er maar tijdelijk. Dus we dachten, kunnen we ook geschenken zoeken die mooi en duurzaam zijn? In een net gestarte pilot experimenteren we met duurzame alternatieve geschenken. Veel OM’ers vinden dat het flink wat minder kan met echte bloemen als geschenk. Ze geven of ontvangen liever een alternatief geschenk. Een directe vervanger is een biologisch geteelde plant voor thuis. De thuiswerkplant, zeg maar. Bij geschenken op het gebied van eten en drinken kiezen we nu voor CO2-negatieve chocoladerepen of lokaal geteelde theepakketten. We hebben OM-sokken van gerecycled garen laten maken, in de kleuren van het OM en voorzien van de tekst ‘stevig in je schoenen’. Parket Limburg geeft nieuwe medewerkers laptop-sleeves van gerecycled vilt, in plaats van de polyester tasjes die nieuwe OM’ers vaak krijgen. En we hebben nog een verzorgingspakket, waarbij een deel van de omzet wordt gedoneerd aan duurzame waterprojecten.”
Gerben van der Schrier: “En parket Den Haag geeft bamboe telefoonhouders aan nieuwe mensen, in combinatie met een lokale duurzame lekkernij. Dus wie de komende jaren duurzaam wil schenken, heeft veel keuze. Zo verwerken we duurzame uitgangspunten in de lief-en-leedregeling.”
Bijna een sauna
Op weg naar Café Moraal – de naar voormalig procureur-generaal Han Moraal vernoemde bedrijfskantine – vallen vanuit openstaande werkkamers zonnestralen binnen. Het is eind februari maar het doet zomers aan. “Hoe meer daglicht er binnenkomt,” zegt Francis Mathijssen, “hoe minder lampen aan hoeven.”
“En door binnenvallend zonlicht aan deze kant,” vult Rogier Rompen aan, “warmt de ruimte heel goed op. Doe je in een kamer de deur dicht, dan waan je je bijna in een sauna. Dan moet je, in een tijdsbestek van twee dagen, van flink stoken ineens overgaan naar koelen. Hoe efficiënt is dan je energiesysteem om dat op te vangen? En omdat iedereen ’s ochtends rond dezelfde tijd begint, gaat iedereen begrijpelijk tegelijkertijd aan knoppen draaien. Het energieverbruik krijgt een piek, terwijl het stroomnet dat door congestie steeds minder goed aankan. Dat kan beter gemanaged worden. Daar kan je een handje helpen, door deuren dicht of open te doen en zelf de verwarming op goede momenten aan of uit te zetten.”
“De OM-werkweek,” vervolgt Francis Mathijssen, “telt twee flinke ‘kamelenbulten’: de dinsdag en de donderdag die met afstand het drukst zijn. Als je de aanwezigheid op kantoor beter over de week kunt spreiden, is er een veel kleiner kantoor nodig. Met minder energieverbruik.”
Dan echt de kantine in. Daar biedt cateraar Vitam lunchers genoeg kansen voor duurzame maaltijden. Op een folder staat: ‘MAART MEER PLANTAARDIG’. Deze maand zetten we extra in op plantaardig eten. Goed voor jou en voor de planeet. Grote kans dat je dat vaker op je bord wil!’ En op een ander folder: ‘Proef de versheid. Vanaf nu eet je nog gezonder en nog lekkerder! Alle verse producten in het buffet – groente, fruit, aardappelen, zuivel, kaas, eieren en vlees(waren) komen rechtstreeks bij de boer vandaan!’
‘We willen inspireren. Vandaar ons mantra: Minder, slimmer, groener, leuker’
Eerlijke boon
In kantoorland komt duurzaamheid je niet aanwaaien, weet Gerben van der Schrier. Zonder beleid geen boost. “Als je impact wil maken, heb je beleid en speerpunten nodig voor de keuze van je cateraar. Bij de aanbesteding stellen we eisen, zoals: meer lokale en seizoensgebonden producten, meer plantaardige producten en minder voedselverspilling. Omdat we als Rijksorganisaties samen veel geld te besteden hebben, kunnen we met onze eisen een voorbeeldrol vervullen en de markt bewegen om duurzamer gedrag te vertonen. Het mooie is dat leveranciers nu zelf steeds meer stappen zetten om met een echt goed duurzaam aanbod te komen. Overigens, los van de 2050-doelen van klimaatneutraal en circulair: het is toch ook gewoon léuk om mensen kennis te laten maken met nieuwe vormen van catering?”
Zeker, maar nu eerst een ouderwetse bak koffie. Opportuun tapt er stiekem eentje met echte melk. “Wat maakt koffie en thee duurzaam?” vraagt Gerben van der Schrier. Hij wacht niet op antwoord: “Allereerst, de heerlijke, eerlijke boon. Die moet een boer onder de juiste omstandigheden en voor een eerlijke prijs hebben kunnen telen. Je wil weten waar de boon gebrand is. Je wil een transparante keten zonder onnodige schakels. In OM-panden wil je het liefst een koffie- of theeautomaat die zijn hele levensduur op zijn locatie blijft staan. Een modulair opgebouwd apparaat, zonder bepaalde kritische metalen, waarvan je kapotte onderdelen zo kunt vervangen. De afgelopen twee jaar zijn we bovendien gaan experimenteren met havermelk in de koffieautomaten. Op de meeste OM-locaties staat nu minimaal één automaat met havermelk. Dat daar behoefte aan is weten we uit een enquête onder collega’s. Het moet wel smakelijk zijn, daar gaan we geen concessies aan doen.”
Wagenpark
Na de koffie denderen de drie door. Ze wijzen op kantoormeubelen. In overheidsland werden die nog wel eens vervangen, simpelweg omdat daar budget voor was. Die tijd is voorbij. Meubelen worden gerepareerd, hergebruikt en binnen de overheid geruild.
Ze wijzen op de OM-panden die nu al gemiddeld energielabel A hebben. “En al goed op weg richting A+.” Ze wijzen op papier. Papier is geduldig, maar de drie zijn dat niet. Ze kunnen niet wachten op het moment dat de strafrechtketen honderd procent digitaal werkt. “Maar we weten allemaal dat de dag dat we honderd procent digitaal kunnen werken nog lang niet aangebroken is. Daarom streven we, rijksbreed, vooral ook naar dúúrzamer papier. Daar is onderzoek naar gedaan en daar hopen we op korte termijn gebruik van te kunnen maken.”
Ze wijzen op duurzame mobiliteit. Op meer gebruik van het OV voor dienstreizen en woon-werkverkeer. Op elektrificatie van het ‘wagenpark’ (park, een briljant frame van de vervuilende autobranche?) van het OM. Op het stimuleren van het fietsgebruik via aantrekkelijke regelingen. Want meer dan de helft van de CO2 die het OM uitstoot, hangt samen met de zakelijke reisbewegingen.
Ze wijzen op de SLLURP-campagne – dankbaar afgekeken van de Rechtspraak. SLLURP!: zet je Scherm, Laptop, Licht, Radiator en PC uit als je je werkplek verlaat.
En ze wijzen op nog zo veel meer. Uren zouden de drie duurzaamheidsadviseurs door kunnen praten over hun ambities voor het OM. Terwijl we de trap afdalen richting uitgang, merkt het trio op dat hun werk – en dat van alle medewerkers en ambassadeurs die hen ondersteunen – niet louter een groen, facilitair verhaal is. “Een opwarmende aarde waarin te land, ter zee en in de lucht de vervuiling toeslaat, leidt tot ongelijkheid, conflict en gewapende strijd. Wie aan duurzaamheid doet, werkt aan rechtvaardigheid en veiligheid.”