
‘Niemand is onschendbaar, waar ter wereld dan ook’
De mensensmokkelzaak van officier van justitie Petra Hoekstra
Acht jaar lang beet officier van justitie Petra Hoekstra van het Landelijk Parket zich vast in een zaak die volgens veel anderen weinig kans van slagen had. Want hoe dacht ze het ooit voor elkaar te krijgen om een Eritrese mensensmokkelaar, die zijn misdaden voornamelijk in Libië pleegde, door een Nederlandse rechtbank veroordeeld te krijgen? Maar ze kréég het voor elkaar. “Ik hou ervan om mij ergens in vast te bijten. Zeker als het onrecht betreft. Daar kan ik zó slecht tegen.”
‘Je hoort dat er in de Sahara heel veel kan gebeuren. Je weet dat je in de zee kunt verdrinken. Je weet dat vrouwen verkracht kunnen worden in Libië. Je weet dat mensen daar gemarteld worden. Dat weet je allemaal van tevoren. Maar je hebt een doel dat je wilt bereiken en je denkt: misschien overleef ik dat wel. Je staat er niet bij stil.’
‘Je wordt naar buiten gebracht en dan moet je in de rij staan. Als het jouw beurt is moet je een telefoonnummer geven. De bewaker belt dan dat nummer en zet de telefoon op speaker (…) Dan word je geslagen met een zweep of waterslang. Dan ga je schreeuwen en huilen. Je gaat alles zeggen wat ze willen. Je zegt tegen je familie aan de andere kant van de lijn: ‘ik word geslagen, jullie moeten betalen, dan pas stopt het.’
‘We hadden dorst. Iemand zei: ik ga wel water vragen. Dat deed hij. Toen hebben ze met een wapen direct geschoten. Hij was dood en we hebben hem daar begraven.’
‘Een meisje deed een poging om te ontsnappen. Toen ze door de bewakers was gepakt, werd ze naar Walid gebracht. Daarna hebben ze haar met elektrische schokken en waterslangen bewerkt. Uiteindelijk hebben ze haar handen en voeten vastgebonden en moest ze de hele dag in de zon zitten. Walid zat er gewoon bij te lachen.’
Wie het requisitoir in de zaak Pearce leest, en de gruwelijke getuigenverklaringen waarmee het doorspekt is, die waant zich al snel in de hel op aarde. Voor zover mensen die ’s nacht in een comfortabel bed slapen, en zich overdag afvragen of de thermostaat misschien toch niet een graadje hoger moet, zich überhaupt een voorstelling kunnen maken bij de lotgevallen van Eritrese vluchtelingen op weg naar Europa. Ondanks alle gevaren ontvluchten jaarlijks tienduizenden Eritreeërs hun land in de hoop om met behulp van mensensmokkelaars via de zogenaamde Centraal Mediterrane Route uiteindelijk Zuid-Europa te bereiken. Van de drie routes die Afrikaanse migranten gebruiken om Europa te bereiken, is die via Soedan, de Libische woestijn en de Middellandse Zee de belangrijkste, maar ook veruit de meest dodelijke. Mannen, vrouwen en kinderen sterven onderweg aan ondervoeding, uitdroging en ziekte, of verdrinken in de Middellandse Zee. Anderen overlijden aan de gevolgen van martelingen en ander fysiek geweld tijdens hun verblijf in provisorische gevangenenkampen waarin zij door mensensmokkelaars zijn opgesloten.
Libische telefoonnummers
Een van de meest beruchte smokkelaars was jarenlang een man die onder migranten bekendstaat als Walid. Jarenlang besliste hij over leven en dood in verschillende detentiecentra in de Libische woestijn, waar hij vluchtelingen net zolang liet martelen totdat familieleden in het Westen hem via een systeem van ondergronds bankieren duizenden euro’s betaalden om hun geliefde vrij te kopen. Om zijn eisen kracht bij te zetten liet Walid de telefoon tijdens het martelen op speaker zetten. Inmiddels staat vast dat ook tientallen in Nederland verblijvende Eritreeërs dat soort horrortelefoontjes vanuit Libië ontvingen, en ook daadwerkelijk geld overmaakten om de martelingen te doen stoppen.
“Acht jaar? Acht?!? Nee toch… ja inderdaad… acht jaar. Goh, da’s lang.” Zelf had ze er nog niet bij stilgestaan maar officier van justitie Petra Hoekstra was ruim acht jaar bezig met de zaak Pearce, een van de grootste mensensmokkelzaken in Nederland ooit.
Het is 2017 wanneer ze bij het Landelijk Parket in Zwolle aan de slag gaat met de portefeuille mensensmokkel. Omdat er niet direct zaken zijn waar ze haar tanden in kan zetten, besluit ze aan te schuiven bij een overleg waarbij een zojuist afgerond migratieonderzoek wordt geëvalueerd. Daarbij komen ook wat losse eindjes ter sprake. Restinformatie waarnaar geen verder onderzoek is gedaan. Een van die losse eindjes is een lijst van Libische telefoonnummers waarmee in betrekkelijk korte tijd contact is gezocht met Nederlandse nummers. Het zijn er meer dan honderd.
“Daar sloeg verder niemand echt op aan,” herinnert Hoekstra zich, “maar als nieuw binnengekomen officier vond ik dat gek. Vanuit Libië? Hoezo dan?”
Diezelfde week staat er een kennismakingsgesprek op het programma met Hester van Bruggen, liaisonmagistraat te Rome, waar zij zich vooral bezighoudt met de migratiestroom vanuit Afrika. Met haar deelt Hoekstra haar verwondering over de Libische telefoonnummers. Van Bruggen lijkt minder verbaasd. Ze wijst Hoekstra op een aantal internationale rapportages over mensensmokkel op de CMR-route.
“Ik wist niet wat ik las,” zegt Hoekstra. “Wanhopige mensen die met duizenden tegelijk werden opgesloten in kippenschuren. Maanden lang. Verhalen over martelingen, verkrachtingen, vernederingen… En dus ook de verhalen van mensen die gedwongen werden hun familie in Europa te bellen, zodat zij door de smokkelaars konden worden afgeperst. Die rapporten waren er al jaren. We wísten het dus. Waarom deed niemand dan iets? Dat men dat in een land als Libië niet deed, dat verbaasde me niets. Maar waarom stak hier in Europa niemand zijn nek uit? Ik kon daar heel slecht mee leven.”
Opnieuw neemt ze contact op met Van Bruggen. Ze heeft een idee. Ze hebben de lijst met telefoonnummers. Als ze er daarvan nou eens een paar onder de tap lieten zetten… Gewoon, kijken wat het oplevert. Het was het proberen waard, toch? Bovendien sloot het mooi aan bij de doelstelling van het Landelijk Parket om zich meer te richten op de zogenaamde ‘level drie pluszaken’: zaken gericht op de aanpak van zware, internationaal georganiseerde migratiecriminaliteit, met name op de Centraal Mediterrane Route. Ook de Koninklijke Marechaussee had zich bij die doelstelling aangesloten en had daar een klein team voor beschikbaar gesteld.
Beeld: © OM
De Centraal Mediterrane Route, waarop jaarlijks duizenden vluchtelingen om het leven komen.
Nadat een aantal nummers onder de tap is geplaatst is het vrijwel direct raak. Te horen is hoe een Eritrese vrouw hier in Nederland rechtstreeks onderhandelt over de vrijlating van haar broer. Er moet betaald worden. Duizenden euro’s.
“Bizar,” vindt Hoekstra nog altijd. “Dat kon bijna geen toeval zijn. Vervolgens hebben we geprobeerd om met mensen van Eritrese afkomst, aangekomen binnen een bepaalde periode in Nederland, contact te leggen om een getuigenverklaring af te nemen. Dat ging helaas niet zo makkelijk. Telkens stuitten we op een muur van wantrouwen en frustratie. Sommigen waren met hun verhaal al eerder naar de politie gestapt, maar dat had tot niets geleid. Niet onbegrijpelijk ook. Stel: je bent agent in Friesland, en er stapt een Afrikaanse vrouw het politiebureau binnen en die zegt in gebroken Nederlands: mijn zus wordt vastgehouden en gemarteld in een kamp in Libië, en nu word ik afgeperst... Wat moet je daar als agent mee? Daar komt nog bij dat mensen uit Eritrea van jongs af aan opgroeien met een enorm wantrouwen richting alles wat overheid is. Ze zijn de dictatuur in hun land niet voor niets ontvlucht. Dat de Nederlandse overheid wél aan hun kant staat, dat wij het wél voor hen opnemen wanneer hen onrecht wordt aangedaan, dat konden ze zich gewoon niet voorstellen.”
Vertrouwen winnen
Een doorbraak volgt wanneer wordt besloten een cultural mediator in te huren. Iemand die de Eritrese gemeenschap, de Eritrese cultuur en de Eritrese omgangsvormen door en door kent. Dan blijkt dat alle brieven en e-mails die tot dan toe zijn verstuurd, en alle telefoontjes die zijn gepleegd, verspilde moeite waren. Om als buitenstaander contact te leggen met een Eritreeër, moet je onaangekondigd bij hem aanbellen en gewoon kennismaken.
“Daar was men bij de Marechaussee niet zo blij mee,” grijnst Hoekstra. “Het team had Schiphol als uitvalsbasis. Veel Eritreeërs in dit onderzoek wonen in Friesland. Bovendien weet je vooraf niet of je er welkom bent. Je weet niet eens of ze thuis zijn. Als je dan drie keer die kant op bent geweest, en drie keer voor niets… Laat ik zeggen dat het soms de nodige overredingskracht heeft gekost om ze toch elke keer weer in die auto te laten stappen.”
‘Achteraf denk ik dat er geen Eritrese familie in Nederland is die niet met deze problematiek te maken heeft gehad’
Het duurt zeker anderhalf jaar, maar dan is het toch de aanhouder die wint. En wanneer de eerste Eritreeër het aandurft zijn verhaal te vertellen, volgen er meer. Een naam die daarbij veel wordt genoemd is die van ene Kidane H.. Hij zou een van de machtigste en meest beruchte mensensmokkelaars zijn. Het is een naam die Hoekstra herkent uit de internationale rapporten die ze eerder las. Besloten wordt om hem op de nationale opsporingslijst te laten plaatsen. Dat nieuws wordt gebracht in Opsporing Verzocht, met daarbij de oproep aan slachtoffers en getuigen om zich te melden. Hoekstra: “Daarmee lieten we aan de Eritrese gemeenschap zien dat het ons echt menens was. Zo hoopten de verhalen en verklaringen zich steeds verder op. Achteraf denk ik dat er geen Eritrese familie in Nederland te vinden is die niet op een of andere manier met deze problematiek te maken heeft gehad.”
Rechtsmacht
Ondertussen is naar aanleiding van de gruwelijkheden op de CMR-route een internationaal project opgestart waarbij het Nederlandse OM, het Britse National Crime Agency, het Internationaal Strafhof ICC en het Italiaanse OM onderling alle relevante informatie met elkaar uitwisselen over zogenaamde High Value Targets: criminelen die op grote schaal mensenrechten schenden. “Dergelijke internationaal georganiseerde zware criminaliteit kun je niet alleen aanpakken,” weet Hoekstra. “Daar zal je de handen voor ineen moeten slaan en de samenwerking moeten zoeken met andere landen en partners. Het project is een continue aanjager geweest voor dit onderzoek. De contacten die daarin gevormd werden, bleken onmisbaar voor het succes van onze zaak. Met name de samenwerking met het parket in Palermo waar een Joint Investigation Team mee was opgezet en waar ook meerdere zaken draaiden was goud waard.”
Mede door die intensieve internationale samenwerking wordt duidelijk dat Kidane H., op wie het Nederlandse onderzoek zich in eerste instantie richt, nauw samenwerkt met ene Walid, een andere mensensmokkelaar, die net als Kidane H. van Eritrese komaf is. De twee maken gebruik van elkaars faciliteiten en delen ook regelmatig boten waarmee de vluchtelingen vanuit Libië naar Europa worden overgezet. Over het verzamelen van voldoende wettig en overtuigend bewijs tegen de beide mannen maakt officier Hoekstra zich dan al geen zorgen meer. Dat is er in overvloed. Veel spannender vindt ze de vraag waarvan ze dan al weet dat die in de rechtbank een prominente rol zal gaan spelen. De hamvraag: heeft Nederland in deze zaak wel rechtsmacht? Mag een Nederlandse rechtbank oordelen over een niet-Nederlander die in Libië misdaden pleegt tegen mensen die evenmin de Nederlandse identiteit hebben?
Beeld: © ANP/Jason Florio/MOAS/Redux
Hoekstra: “Vanuit menselijk perspectief is het natuurlijk heel simpel: mensen die dit soort misdaden op hun geweten hebben, moeten daarvoor gestraft worden. Gebeurt dat niet in Libië, dan moeten wij het maar doen. Het kan niet zo zijn dat ze hier mee wegkomen. Maar het moet juridisch wel kunnen. Kan het niet, dan hoef je zo’n onderzoek ook niet te doen. Daarom zijn we in 2018 al met een aantal knappe koppen bij elkaar gaan zitten.”
Op basis van artikel 197a Wetboek van strafrecht, dat gaat over mensensmokkel, is de denktank ervan overtuigd dat Nederland wel degelijk rechtsmacht heeft. Althans, voor zover het de slachtoffers betreft die zich kort na hun aankomst in Zuid-Europa in Nederland vestigden. De vraag is dan of de betrokken mensensmokkelaar dat destijds kon weten. Had de verdachte de opzet om zijn slachtoffers wederrechtelijk naar Nederland te vervoeren? Ja, zeggen Hoekstra en haar collega’s. Er was immers vooraf naar hun familie in Nederland gebeld.
“Dat het betreffende wetsartikel gelimiteerd is tot Nederland vind ik overigens vreemd,” zegt Hoekstra. “Zodra iemand in het zuiden van Italië aan land komt, bevindt hij zich in de EU, waar we een vrij verkeer van goederen en personen kennen. Waar iemand zich daarna vestigt zou voor de rechtsmachtvraag dus helemaal niet ter zake moeten doen. Daarom hebben we in 2019 in samenspraak met het ministerie een wetsvoorstel gedaan waarbij er een uitbreiding van de rechtsmacht komt. Dat voorstel ligt nu ter beoordeling bij de Kamer na het al gegeven advies van de Raad van State. Hopelijk wordt de wet aangenomen en wordt hij snel snel van kracht. Dan is het antwoord op de vraag of een land wel of geen rechtsmacht heeft in dit soort zaken voor iedereen helder en kan er meer recht worden gedaan aan de slachtoffers.”
Stomtoevallig
Terwijl men in Nederland nog volop bezig is met het traceren en horen van getuigen en slachtoffers, krijgt Hoekstra in 2019 een telefoontje waarvan ze bijna van haar stoel valt. Walid en Kidane H. zijn aangehouden. Het is stomtoevallig. In Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië, waar ook een mensensmokkelonderzoek naar hen loopt, zijn ze door een agent op straat herkend en in de boeien geslagen. Kort daarna doet Nederland een uitleveringsverzoek, maar begrijpelijkerwijs wil Ethiopië eerst zijn eigen zaak afhandelen. Dat loopt niet zoals gepland. Door zijn bewakers om te kopen weet Kidane H. in februari 2021, tijdens een toiletbezoek, uit de rechtbank te ontsnappen. Bij verstek wordt hij veroordeeld tot levenslang. Walid krijgt 18 jaar gevangenisstraf, al vrezen de Ethiopische autoriteiten, gelet op de enorme corruptie in het land, dat ook hij vroegtijdig de benen zal nemen. In oktober 2022 wordt daarom besloten alsnog gehoor te geven aan het Nederlandse uitleveringsverzoek.
De tenlastelegging in de zaak van Walid is dan al geruime tijd klaar. Om het zo concreet mogelijk te houden, en toch de ernst, omvang en duur van de misdaden inzichtelijk te maken, is over een periode van meerdere jaren een aantal aankomsten van boten onder de loep genomen. Stuk voor stuk boten waarvan de opvarenden bij aankomst in Italië verklaarden ‘van Walid’ te zijn. Van die boten is de passagierslijst opgevraagd bij de Italiaanse vreemdelingendienst. De namen op die lijst werden vervolgens ingevoerd in de Nederlandse systemen om te kijken wie van hen zich kort daarna in Nederland hadden gevestigd. Bij elke boot waren dat er meerderen.
“Het liefst had ik nog veel meer slachtoffers op de tenlastelegging gezet,” zegt Hoekstra, “maar dat had de slagingskans kleiner gemaakt. We hebben er heel bewust voor gekozen om ons te beperken tot slachtoffers en getuigen die in Nederland verbleven, zodat zij ook betrekkelijk snel en eenvoudig gehoord konden worden door de verdediging. Het aantal slachtoffers maakte bovendien geen verschil voor de strafmaat. Als je kijkt naar wat deze mensen is aangedaan, dan zou voor het bewezen verklaren van dergelijke zware feiten bij één van hen, twintig jaar cel al gerechtvaardigd zijn.”
Beeld: © OM
Officier van justitie Petra Hoekstra: 'Het enige wat ik kan doen is zorgen dat het niet onbestraft blijft, en dat is gelukt.'
Heel de wereld keek mee
Nu Walid in Nederland vastzit vinden er regelmatig pro-formazittingen plaats om de voortgang van de zaak met alle betrokken partijen te bespreken. Dan blijkt dat het wantrouwen van de Eritrese gemeenschap jegens de Nederlandse autoriteiten inmiddels plaats heeft gemaakt voor massale steun. Vanuit het hele land komen Eritreeërs naar de rechtbank van Zwolle om de zittingen bij te wonen. In november 2025, wanneer de inhoudelijke behandeling van de zaak eindelijk begint, is dat niet anders. Lang niet alle belangstellenden passen in de zittingszaal, waar ook veel journalisten uit binnen- en buitenland zich hebben verzameld om verslag te doen van deze unieke zaak. Om toch zoveel mogelijk mensen live getuige te kunnen laten zijn, is de zitting in andere zalen van de rechtbank te volgen via een livestream. In het Nederlands, het Engels en het Tigrinya, de meest gesproken taal in Eritrea.
“Heel de wereld keek mee,” herinnert Hoekstra zich. “Natuurlijk vond ik dat spannend.”
Net als tijdens de pro-forma’s trekt de verdediging ook nu de rechtsmacht van Nederland in twijfel. Ook houdt Walid vol, zoals hij al vanaf het begin doet, dat hij niet de persoon is die men denkt dat hij is. Er zou sprake zijn van een persoonsverwisseling.
“Vooral dat laatste argument was kansloos wat mij betreft,” zegt Hoekstra. “Hij was inmiddels door talloze slachtoffers en getuigen herkend en aangewezen als de beruchte mensensmokkelaar die iedereen kende als Walid. Bovendien wisten we uit tapgesprekken, opgenomen tijdens zijn detentie in Nederland, dat hij vanuit de gevangenis geprobeerd heeft om via een tussenpersoon getuigen te beïnvloeden, en hen te dwingen hun verklaringen bij te stellen of in te trekken. Als je niet degene bent over wie die verklaringen gaan, dan doe je dat niet, lijkt mij. Hoe hij precies heet, doet er overigens niet eens toe. De man die daar zat, was de man die dit op zijn geweten heeft. Zonder enige twijfel. Maar de vraag of Nederland rechtsmacht had, die bleef spannend. Er was nog nooit zo’n zaak aan een Nederlandse rechtbank voorgelegd.”
De Pitbull
Op 27 januari 2026 maakt de rechtbank Overijssel, die opnieuw tot de nok toe gevuld is met belangstellenden, aan de spanning een einde. Het vonnis is glashelder. De aankomst van deze mensen in Nederland is het gevolg van mensensmokkel, stelt de rechtbank, en iedereen die daarbij behulpzaam is geweest kan daarvoor in Nederland worden berecht. Walid wordt schuldig bevonden aan mensensmokkel en deelname aan een criminele organisatie. Wat betreft andere feiten op de tenlastelegging, waaronder de martelingen en verkrachtingen die in Libië plaatsvonden, oordeelt de rechtbank dat de vereiste rechtsmacht wel ontbreekt. Op die punten wordt het OM niet-ontvankelijk verklaard. Voor de strafmaat maakt dat geen verschil. Conform de eis veroordeelt de rechtbank Walid tot twintig jaar cel.
Meer nog dan haar eigen blijdschap, herinnert officier Hoekstra zich vooral die van alle aanwezige Eritreeërs. “Hun dankbaarheid was enorm. Na afloop, in de hal van de rechtbank, kwam een vertegenwoordiger van de Eritrese gemeenschap naar mij toe. De man kwam vlak voor mij staan, pakte mijn handen vast en zei met tranen in zijn ogen: ‘Namens de hele Eritrese gemeenschap wereldwijd wil ik u uit de grond van mijn hart bedanken voor alles wat u voor ons heeft gedaan’. Dat kwam wel even binnen. En nu ik het zo vertel eigenlijk weer. Al was dit natuurlijk niet alleen mijn zaak. Ik was maar een klein deel van een fantastisch team dat zich jarenlang met hart en ziel op deze zaak heeft gestort. Collega’s van het LP, de Marechaussee, externe specialisten, internationale partners, liaison-magistraat Hester van Bruggen, noem maar op.”
Jaren geleden, toen ze nog als advocaat werkzaam was in het noorden van Nederland kreeg Hoekstra van regionale rechtbankverslaggevers een bijnaam: de Pitbull. Ze vond het vreselijk. Maar inmiddels kan ook zij niet ontkennen dat het klopt. “Ik hou ervan om mij ergens in vast te bijten. Zeker als het onrecht betreft. Daar kan ik zó slecht tegen. Ik heb tijdens dit onderzoek nooit de illusie gehad dat ik een eind kon maken aan deze vorm van mensensmokkel en alle ellende die ermee gepaard gaat. Dat is ook nooit de doelstelling geweest. Het enige wat ik kan doen is zorgen dat het niet onbestraft blijft, en dat is gelukt. Met deze zaak hebben we een belangrijk signaal afgegeven: niemand is onschendbaar, waar ter wereld dan ook.”