
Voorwoord
Hoop
In de vijf jaar dat ik liaison-magistraat in Italië was, maakte ik veel mooie dingen mee. Maar afschuwelijke verhalen en beelden waren er ook. Rijen met anonieme graven op de begraafplaats van Palermo. Koeltrucks die moesten worden aangerukt omdat mortuaria uitpuilden. Honderden mensen die week na week arriveerden op de kades van Sicilië; vernederd, mishandeld, uitgebuit door criminele smokkelorganisaties. Zwangere vrouwen en meisjes. Martelvideo’s waarmee families in Europa werden afgeperst. Littekens en trauma’s. Druk en blijvende impact op Europa en onze samenleving.
Beeld: © OM
Hester van Bruggen
De bootramp bij Lampedusa in 2013, waarbij 266 mensen van voornamelijk Eritrese afkomst verdronken, werd aanvankelijk gezien als een Italiaanse aangelegenheid. Die naïviteit verdween snel. In de jaren erna werden honderdduizenden mensen van de Hoorn van Afrika, via Libië, naar Italië gesmokkeld. Met meer dan 33.000 doden op de Middellandse Zee. Uit alle hoeken klonk de roep om de verantwoordelijken op te sporen en te berechten. Maar hoe? Niemand wist wie hierachter zaten en hoe die organisaties werkten. Hoe traceer je relevante getuigen? Hoe onderzoek je misdrijven in Libië? Hoe kom je verder dan de kleine vissen in Europa? Welke instanties kunnen informatie delen? Wie heeft rechtsmacht? Terwijl de boten week na week bleven binnenkomen, en het aantal doden dramatisch doorsteeg, was de taak waarvoor officieren van justitie en opsporingsinstanties in Europa zich zagen gesteld overweldigend. Bijna verlammend.
Bijna, want niemand is onschendbaar, of zou dat mogen zijn. En dus werden gezamenlijk de mouwen opgestroopt, de misverstanden uitgepraat en de obstakels opgeruimd. Op Sicilië openden officieren van justitie de eerste strafrechtelijke onderzoeken. Overlevenden werden gehoord, telefoons uitgelezen, eerste taps gezet. Zo werden de lijnen naar Noord- Europa zichtbaar. En waar veel landen aanvankelijk terughoudend waren om in te gaan op de noodkreet van Italië om samen te werken, stapte Nederland naar voren en nam het besluit een liaison-magistraat te sturen. In de warme kantoortjes van de Procura in Palermo, aan de kades van Pozzallo en in de vergaderzalen in het Paleis van Justitie in Catania begonnen we samen met het leggen van de puzzel en de zoektocht naar de juiste partners. De KMAR, Europol en het Brits National Crime Agency (NCA) haakten aan; het ICC en de Spaanse Guardia Civil volgden. Samen werd kennis opgebouwd en maakten we het beeld completer. De routes. De kampen. De uitbuiting. De ontsnappingen. De verkrachtingen. De Libische milities. De afpersingen in Noord-Europa.
Daarmee kwam ook zicht op het handjevol kopstukken dat straffeloos de scepter zwaaide over de smokkelorganisaties. Het leed dat zij toebrachten en de schade die zij aanrichtten, bleken niet onder te doen voor dat van grote drugszaken en oorlogsmisdrijven die we in Nederland vervolgen. Nederlandse OM’ers stonden op. Een informatie-officier met visie, een energieke beleidsmedewerker, een gedreven zaaksofficier, kundige parketsecretarissen, en ga zo maar door. In 2017 kwamen voor Nederland voorbereiding en gelegenheid samen: collega Petra Hoekstra zag in de rest- en zijtakinformatie van een onderzoek Libische telefoonnummers opduiken die ze niet goed kon plaatsen. Ze dook erin en begon te bellen. En deze keer waren we niet overweldigd en onwetend. Haar informatie paste naadloos in de bekende modus operandi, bij specifieke kampen en incidenten.
In dit nummer blikt officier van justitie Petra Hoekstra uitgebreid terug op die bijzondere zaak die mondiaal met grote belangstelling werd gevolgd. En die hoop geeft.
Hester van Bruggen, landelijk officier van justitie Internationale Samenwerking