
Op een Steenworp
Carnaval!
Hoewel hij tijdens het jaarlijkse carnaval nog vooral toeschouwer is, voelt Ronald Steen zich op Curaçao als een vis in het water. Een jaar lang hard werken en hard genieten onder de Caribische zon hebben van hem een completere officier van justitie gemaakt.
Ik sta aan de kant van de Roodeweg in Otrabanda Curaçao op een balkon van lieve vrienden met een stuk barbecuevlees in mijn ene hand en een biertje in mijn andere. We kijken naar de carnavalsoptocht. Halfnaakte collega's komen blij dansend voorbij tussen duizenden andere mensen uit Curaçao. Wat een feest! En de vraag wordt gesteld: volgend jaar jij ook, toch?
Ik weet het niet. Ik ben een houten klaas en kan niet dansen. En die onbeperkte rum gaat me nekken. Het stoort me bovendien dat de politie al een paar weken met maar één ding bezig is en dat is met het Carnaval. Rechercheurs lopen langs de route en doen alles behalve een dossier afronden. Ieder politiemens heeft dienst tijdens Carnaval. De week erna moeten ze uitrusten. Dat zou ik mij, gelet op het werk, niet kunnen permitteren. Een op maat gemaakt carnavalspak kost bovendien meer dan duizend gulden, heb ik mij laten vertellen. En de meeste zijn zo niets-verhullend dat ik minimaal een half jaar intensief zou moeten sporten om ze met goed fatsoen in het openbaar te durven dragen…
Maar toch, het is wel de ultieme Curaçao-beleving. Voor OM en politie is het elk jaar weer een uitdaging: hoe hou je al die duizenden feestgangers, in meer en mindere mate van dronkenschap, een week lang zo goed mogelijk in het gareel? Dat gebeurt met veel lik op stuk, met stringentere controles en met het bewaken van een goede informatiepositie, zodat je zicht houdt op rivaliserende bendes die van de feestelijkheden gebruikmaken om elkaar lastig te vallen. Gelukkig lijkt het dit jaar allemaal goed te gaan.
Beeld: © OM
Soms voelt het alsof het amper een jaar geleden is dat we met onze koffers huilend op Schiphol stonden. Toch wonen we al ruim een jaar op het eiland. Wat is er veel gebeurd. Mijn zoon Lionel heeft in plaats van stage te lopen op Curaçao, besloten een bedrijf te starten met zijn vrienden. Mijn dochter Mia is een volleerd huisbaas en een echte studente met nog steeds een bizar grote vriendinnenkring. De dochter van mijn vriendin, Loes, woont inmiddels bij ons in huis en loopt stage op Mambo Beach. Mijn vriendin zit in het bestuur van de golfvereniging en is halverwege met haar studie tuinarchitectuur. Ondertussen zijn de eerste vrienden die we hebben gemaakt hun spullen aan het pakken. Het is het lot van uitzendelingen. Dat stemt verdrietig maar het schijnt te wennen.
Een completere officier
De grote Sky-zaken over drugsbootjes zijn inmiddels succesvol afgerond. Met over het algemeen mooie veroordelingen met dubbele cijfers. Wat ook dubbele cijfers heeft zijn de aantallen verkeers- en liquidatieslachtoffers. Er liggen nog een paar grote zaken te wachten maar er is ook ruimte voor nieuwe. Nog meer drugs, bendeoorlogen en corruptie? De toekomst zal het leren. In het kader van de collegiale ondersteuning, een project dat ik al aankondigde te willen opstarten hier, heb ik bijna alle collega’s geïnterviewd over hoe ze hun werk ervaren. Wat daarbij opvalt zijn de overeenkomsten met Nederland. De eenzaamheid die soms gevoeld wordt in ons vak. De eenzame vrijdagmiddagzittingen waarbij de officier alleen op zitting staat en de rest van het eiland bij een happy hour zit. De opstapeling van visueel heftige beelden van lijken (denk bijvoorbeeld aan de verkeersofficier die bij ieder slachtoffer naar het ongeval toekomt) en het gebrek aan compassie en interesse bij extreme werkdruk of heel spannende zaken. De combi werk/privé die elkaar soms in de weg zit. Er kan duidelijk nog veel gewonnen worden op de ‘softe’ kant van ons werk.
Ik word hier op Curaçao wel een steeds completere officier. Ik heb net een zaak afgerond met jeugdige daders en bijpassende extreem lage straffen en ben tegelijkertijd bezig met de voorbereiding van een grote en ingewikkelde witwaszaak. Gelukkig doe ik die laatste met een lieve collega die meer van cijfers en dit soort zaken houdt dan ik. Als je hier komt werken moet je alles een beetje kunnen en niet zeuren als dingen anders uitpakken of niet gaan zoals je gepland of afgesproken hebt. Dat is de Caribische charme. Daar selecteren we ook op. Laatst moest ik via de video een aantal solliciterende officieren ondervragen. In korte tijd een goed beeld krijgen van iemand is via een videoverbinding toch moeilijker dan bij een ontmoeting in persoon, maar overvliegen is te duur. Iedere officier in eerste aanleg (die niet te druk is met leidinggeven, met beleid maken, met informatie verzamelen of met het voorzitten van stuurgroepen – ja, ook wij hebben een waterhoofd…) moet eigenlijk alle soorten zaken kunnen en doen. Dat maakt het werk afwisselend, maar soms best lastig. Ook omdat de politie hier vrij autarkisch is en niet gewend is om alles in overleg te doen. Liever houden ze zelf de regie. Aan de andere kant zijn het stoere mannen en vrouwen die met een enorme onderbezetting keihard werken. En uiteindelijk hebben we hetzelfde doel.
Leef nu
Ondertussen volg ik vanaf Curaçao de ontwikkelingen bij het Openbaar Ministerie in Nederland. Toen ik daar ruim een jaar geleden vertrok stond de parketleiding nog net niet bij de deur om mij tegen te houden. Nu moet er bezuinigd worden. Het kan snel gaan. Soms vraag ik mij af hoe dat over een paar jaar zal zijn, wanneer ik terugkeer. Ben ik dan nog welkom? Zijn er dan überhaupt nog vacatures? Maar op die momenten roep ik mijzelf zo snel mogelijk weer tot de orde en herinner ik mijzelf aan die ene levensles die ik hier inmiddels wel geleerd heb: leef nu, in het moment. Want ja, het is hard werken hier, maar het is ook genieten. Van de betoverende strandjes van Marie Pampoen en Boca Sami. Van een spontane barbecue en een ijskoude Bright of Brasa na een warme, drukke werkdag. En oh, het is alweer vier uur geweest. Ik moet beach-tennissen.
Ayoooooo!