‘We zullen zichtbaar handhaven’
Guus Schram en Digna van Boetzelaer over OM-optreden bij hybride en militaire dreiging
Het OM bereidt zich voor op militaire en hybride dreigingen. Als de nood aan de man komt, zijn zes principes leidend. Interview met procureur-generaal Guus Schram en hoofdofficier van Noord-Holland Digna van Boetzelaer. “Als er schaarste ontstaat, zullen we scherpe keuzes maken.”
“Bij hybride dreigingen of een gewapend conflict zal ook het OM geconfronteerd worden met schaarste op alle vlakken. Schaarste aan mensen, opsporingscapaciteit, transportmiddelen, opsporingsmiddelen, communicatiemiddelen. Bij grote dreiging vraagt Defensie ondersteuning en krijgen politie en Koninklijke Marechaussee andere taken. Die situatie vraagt om het maken van scherpe keuzes, omdat onze reguliere zaakstroom dan ondergeschikt zal worden. Het eerste leidende principe dat we voor die situatie hebben geformuleerd, is:
1. Het OM stelt collectieve veiligheid dan boven individuele veiligheid
Dat zegt Digna van Boetzelaer, hoofdofficier van arrondissementsparket Noord-Holland en landelijk OM-portefeuillehouder weerbaarheid tegen deze dreigingen. Vandaag is ze aangeschoven in de Haagse werkkamer van procureur-generaal Guus Schram, waar de twee de contouren schetsen van OM-handelen in dreigingstijd.
“Zelfs bij bewaken en beveiligen,” zegt Guus Schram, “waar we nu al best sterk leunen op de Koninklijke Marechaussee, kan het collectieve belang dan boven het individuele gaan. Dan kan de prioriteit komen te liggen bij mensen die een vitale of symbolische functie in onze rechtsstaat hebben, zoals journalisten en bestuurlijke en militaire gezagsdragers. Tegen criminelen bij wie hun verzoek om beveiliging is veroorzaakt door hun eigen handelen, zullen we juist ‘nee’ moeten zeggen. Voor de opsporing kan het betekenen dat het moeilijk wordt slachtoffers van bijvoorbeeld vermogenscriminaliteit recht te doen. En dat je geen politiecapaciteit inzet op particuliere verkeersongevallen. Maar dat we wel optreden bij strafbare belemmeringen van militaire transporten, die natuurlijk een militair target zijn.”
Beeld: © OM
Procureur-generaal Guus Schram en hoofdofficier van justitie van parket Noord-Holland Digna van Boetzelaer
Drie kwartier eerder. Schram en Van Boetzelaer verlaten het Parket-Generaal voor een fotosessie buiten. Aan het einde van de gang op de vierde verdieping passeren ze een beeldscherm met Teletekstpagina 101. Met bovenaan een bericht over branden op militaire oefenterreinen. Opportuun, fan van old school TT, reageert. “Tegenwoordig denk ik dan óók: Zouden de Russen achter de branden kunnen zitten?” Wat overigens al snel niet het geval bleek.
Als het interview begonnen is, komt PG Guus Schram terug op die ‘Teletekstopmerking’. “Ik vond dat een mooie vraag: ‘Zouden de Russen misschien…?’. Want die weerspiegelt precies de mindshift die we binnen het OM maken. Drie jaar geleden zou ik het overdreven hebben gevonden als voor een paar van die brandjes de Koninklijke Marechaussee een onderzoek zou starten. In de huidige geopolitieke situatie, met hybride en militaire dreiging, denk ik anders. Want het zou best slim kunnen zijn om daar brand te stichten. Het gevolg kan immers zijn dat Defensie de hele zomer niet meer oefent omdat iedereen dat in droog weer gevaarlijk vindt. Op die manier de boel te verstoren kost ze helemaal niks. En waarom ik het ook een goede vraag vind: bij militaire dreiging ben je snel geneigd te denken in zware scenario’s. Zoals, wat als de Russen NAVO-land Estland binnenvallen en Nederland daardoor direct betrokken raakt bij de gevechten? Als je het scenario zo groot maakt, ben ik bang dat de discussie snel doodslaat en mensen denken: Nou, als artikel 5 van de NAVO – een aanval op één is een aanval op allen – ooit in werking treedt, dan horen we het wel. Maar als je het vertrekpunt kleiner maakt, zoals bij die heidebranden, kun je beter een discussie over weerbaarheid tegen militaire en hybride dreiging voeren. Ook omdat de dreiging, en vooral de hybride varianten daarvan, nú al speelt. Dan moet je nadenken over een situatie dat bijvoorbeeld 72 uur de stroom uitvalt. Dat is een scenario waar politie en OM mee werken.”
Beeld: © OM / Koos en Hans Heemskerk
Als aan de oostgrens van het NAVO-gebied gevechten uitbreken, zal militair materieel massaal daarnaartoe worden getransporteerd.
Digna van Boetzelaer knikt: “Ja, nú hebben we al te maken met hybride dreigingen, zoals cyberaanvallen, drones en desinformatie. Lees bijvoorbeeld het Jaarverslag van de AIVD dat een aparte paragraaf wijdt aan de activiteiten van Rusland. Denk ook aan de woorden die NAVO-baas Mark Rutte begin 2025 in het Europarlement uitsprak: ‘We hebben geen oorlog, maar we hebben ook geen vrede.’ Hoe we nu bijvoorbeeld naar de Noordzee kijken is anders dan hoe we dat anderhalf jaar geleden deden. Inmiddels houden alle landen rond de Noordzee, inclusief organisaties als Kustwacht, Defensie, OM, Infrastructuur & Waterstaat, scheepsbewegingen nauwlettend in de gaten. Want aan het eventueel kapottrekken van datakabels en het saboteren van windmolenparken gaat spionage vooraf. Weerbaarheid is daarbij niet alleen een handhavingstaak. Het is voor burgers, bedrijven en vitale infrastructuur: voor de samenleving als geheel.”
Hoe ben je als samenleving weerbaar bij militaire en hybride dreiging? Voor een belangrijk deel is dat een vraagstuk buiten de taak van het OM, zegt Van Boetzelaer. De hoofdofficier wijst op de noodzaak van een parate defensie, waar nu veel geld naartoe gaat. En op afspraken die defensie met de civiele infrastructuur maakt. Want als aan de oostgrens van het NAVO-gebied gevechten uitbreken, zal militair materieel massaal daarnaartoe worden getransporteerd. Via havens als Vlissingen en Rotterdam, via Schiphol en over de weg richting Arnhem en de Eemshaven. Overheid en bedrijven zullen de vitale infrastructuur beschermd moeten hebben. Kwetsbaarheid voor sabotage van bijvoorbeeld datacenters, havens, luchthavens, water en energie moet worden verminderd. En als daar schade ontstaat, moet Nederland snel weer kunnen opstaan, zegt Van Boetzelaer.
Beeld: © OM
'In oorlog en crisis kunnen niet 18 miljoen Nederlanders zich tot de overheid wenden, en ‘help-help’ roepen.'
“Onze economie moet ook kunnen blijven doordraaien. Ook hier zie je een verandering in denken. Namelijk dat je de economie niet alleen op efficiëntie moet organiseren – daar is ons land heel goed in – maar óók op voldoende voorraden en met back-ups voor als zaken uitvallen. Het vraagt ook iets van burgers. In oorlog en crisis kunnen niet 18 miljoen Nederlanders zich tot de overheid wenden, en ‘help-help’ roepen. Daarom hebben we allemaal die folder in de brievenbus gekregen, zodat we een noodpakket kunnen samenstellen waarmee we in elk geval 72 uur voor onszelf kunnen zorgen. Zelf ben ik onder de indruk van de Finse aanpak. Hun website 72tuntia.fi laat heel toegankelijk zien hoe burgers zich kunnen voorbereiden tegen uitval van energie, water en voedsel. Het bevat tips voor cybersecurity, voor het voorkomen van infectieziekten, voor mentale gezondheid en voor het krijgen van betrouwbaar nieuws in tijden van dreiging. En naast economie, vitale infrastructuur en weerbare burgers, is er ook nog de rechtsstaat die moet kunnen blijven doordraaien. Dan kom je bij het OM.”
De OM-brede werkgroep ‘Weerbaarheid tegen Hybride en Militaire Dreigingen’ (WHMD) heeft op basis van menige brainstormsessie uitgewerkt welke keuzes het OM moet maken bij deze dreigingen en schaarste. Zes ‘leidende principes’ moeten dan bijdragen aan het prioriteren en aan het draaiend houden van de OMorganisatie.
Guus Schram: “Die keuzes zijn moeilijk en vaak ronduit pijnlijk. Maar dát het OM die leidende principes nu heeft, helpt zeer bij het maken van die keuzes. Ook voor het College, dat naar uniformiteit kijkt. Het helpt uiteindelijk al onze OM-onderdelen, want vooral daar zal het werk worden gedaan en de beslissingen uiteindelijk genomen worden.”
Eén leidend principe is al besproken. Opportuun loopt langs de volgende vijf, met aan de procureur-generaal en de hoofdaanklager de vraag die toe te lichten.
2. Het OM geeft prioriteit aan de taken die exclusief zijn voorbehouden aan het OM
Guus Schram: “Dan gaat het om opsporing en vervolging van strafbare feiten, bewaken en beveiligen van personen, en om enkele overige wettelijke taken zoals verplichte zorg. Zoals net gezegd, bij schaarste zal alles wat niet direct tot de kerntaak behoort worden stopgezet, afgeschaald of overgedragen. Bij bewaken en beveiligen kijken we naar aanscherping van het beleid van ‘gelaagde verantwoordelijkheid’. Dat betekent dat je een groter beroep doet op werkgevers, private partijen en maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld op het gebied van huiselijk geweld.”
3. Het OM gaat uit van een weerbare samenleving
Digna van Boetzelaer: “Dat is dus dat noodpakket-verhaal, zodat burgers 72 uur zelfredzaam kunnen zijn. En het OM kijkt hoe het samen met private partijen opsporing en vervolging van sabotage en cyberaanvallen zo efficiënt mogelijk kan organiseren. Bijvoorbeeld door beleid te formuleren waarmee het voor private partijen toegestaan wordt om digitale sporen veilig te stellen, en om aanvalsinformatie te delen. Dat draagt bij aan de weerbaarheid tegen en het stoppen van zo’n aanval.”
4. Het OM draagt bij aan het handhaven van de democratische rechtsstaat en de legitimiteit van het militair optreden van de Nederlandse krijgsmacht
Van Boetzelaer: “In een democratische rechtsstaat is het van belang dat sterke instituties elkaar controleren. Dus zorgt het OM ervoor dat het ook onder moeilijke omstandigheden in staat is om militairen die van het plegen van strafbare feiten worden verdacht, op te sporen en te vervolgen. In een oorlogssituatie is het misschien niet handig om verdachte Nederlandse militairen direct uit het buitenland terug te halen om hier te berechten. Maar het OM moet in elk geval informatie kunnen verzamelen voor zaken die later bij de Militaire Kamer in arrondissement Oost-Nederland kunnen worden gehouden.”
5. Het OM zet zich in voor een zichtbare normhandhaving
Schram: “Bij grote dreiging en in die 72 uur dat water, elektriciteit, telefonie platligt, kiezen we voor zichtbare handhaving en tijdige vervolging voor delicten die de samenleving het meest raken. De kern van het bestaan van het OM is dat wetteloosheid en eigenrichting voorkomen moeten worden. Als het OM en de overheid de rechtsorde niet overeind kunnen houden, zullen burgers niet meer op ons vertrouwen. Dus zullen we bijvoorbeeld direct en zichtbaar moeten optreden bij plunderingen.”
Van Boetzelaer: “Een goed voorbeeld daarvan zagen we in Sint-Maarten. Toen door orkaan Irma alles plat viel, volgden plunderingen. Het OM daar heeft toen heel snel besloten om dat aan te pakken. De politie is daar direct alle gloednieuwe geplunderde ijskasten uit tuinen en van balkons gaan halen. Een krachtig signaal dat dat echt niet kon. Dat het daarna soms lastig is om er een strafzaak van te maken, is dan maar vers twee, maar zichtbaar optreden wás het.
In tijden van dreiging zal je andere zaken zichtbaar moeten oppakken. Stel dat er een opkomstplicht komt voor dienstplichtige militairen. Dan moet voorkómen worden dat mensen die daar het geld voor hebben, met een gekochte valse medische verklaring daar onderuit kunnen komen. Dan laat je drugszaken liggen en ga je strafzaken over fraude met medische verklaringen ineens prioriteit geven.”
6. Het OM creëert een veerkrachtige organisatie voor het uitoefenen van zijn taak in tijden van hybride en militaire dreigingen
Schram: “Bij militaire en hybride dreiging moet je snel kunnen schakelen. Hoe doe je je werk? Waar doe je je werk: op het parket, thuis of misschien op het politiebureau? En doe je dan je normale taken, of ga je dan iets anders doen? Hoe prioriteer en besluit je? Zijn er back-up plannen en wat pak je op? Al die vragen kunnen spelen in de situatie dat 72 uur lang het land platligt door sabotage. Zonder stroom kan ook het College niet met mails en telefoontjes de organisatie aansturen. Door de inspanningen van de werkgroep WHMD, hebben we in de voorbereiding van het weerbaar zijn in zo’n situatie al flinke stappen gemaakt. Maar ik wil me ook graag richten op de individuele OM’ers. Bereid je, in je team en afdeling, erop voor. Praat er samen over. Doe samen die denkoefening waarin tal van vragen opkomen: Kun je in die genoemde 72 uur met je auto naar je werk? Is er benzine? Doen stoplichten, bruggen, sluizen en verlichting het? Doet je toegangspasje van je werk het? Wat en wie tref je op je werk aan, en wat ga je op je werk doen? Wat gebeurt er als zo’n crisis eens veel langer voortduurt? Heb je het thuis op orde om op andere tijden en plekken naar je werk te komen? Die vragen beantwoorden helpt de hele organisatie. Daar kun je dan je shifts op maken. Dat we, onder aanvoering van Digna, nu al die stappen zetten, maakt dat ik ook met rust naar de toekomst kan kijken. Wéét dat in onze organisatie, en ook overheidsbreed, nu al heel veel mensen met het thema bezig zijn. We kúnnen ons voorbereiden. En we zíjn ons aan het voorbereiden.
Van Boetzelaer: “Onze werkgroep trekt dit thema. Maar we doen het met velen en uiteindelijk raakt het iedereen. En dan vind ik het wel fijn om te merken dat ook het College dit heel belangrijk vindt. Want ha, we zijn natuurlijk ook wel weer zo’n hiërarchische organisatie dat als alleen onze werkgroep binnen het OM met deze boodschap nu op pad gaat, OM’ers al snel denken: ‘Wie is die Van Boetzelaer dan wel, hoepel effe op!’ Dat het College zich zo uitspreekt, legt gewicht in de schaal bij het brengen van onze boodschap aan elke OM’er: Ga hiermee aan de slag.”