‘Het Dreigingsbeeld is bedoeld om indringend te zijn’
Suzanne Hensels-van Straaten, directeur Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit
Als officier zocht ze al naar de verbinding tussen actie en beleid. Nu, als directeur van het SKC Ondermijnende Criminaliteit, probeert ze nog meer om met de operationele kennis van tal van organisaties dreigingen die CSV's veroorzaken te identificeren. “Ons Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland (DON) moet ook politie en OM kunnen ontlasten.”
“Mijn hart gaat nog steeds sneller kloppen bij elk resultaat dat geboekt wordt in de opsporing en vervolging. Maar met mijn dertig jaar ervaring bij het OM kan ik het zeggen: de strafrechtketen alléén gaat het verschil niet maken tegen de ondermijnende criminaliteit. Een vonnis als ultieme oplossing waarmee iedereen is geholpen? Dat is een illusie.”
Dat zegt Suzanne Hensels-van Straaten, sinds begin 2024 directeur van het in Vlissingen gevestigde Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit (SKC), dat in mei het ‘DON’ presenteerde, het eerste Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland.
Beeld: © SKC-OC
Als officier van justitie in de parketten Rotterdam en Zeeland – West-Brabant leidde Hensels-van Straaten jarenlang strafrechtelijke onderzoeken. Daarin stond ze vol in de actie. Schouder aan schouder met rechercheurs. In rechtszalen keek ze honderden verdachten in de ogen, van jeugdige first offenders tot doorgewinterde criminelen. Daar bracht ze rechtstreeks rechtvaardigheid voor daders en slachtoffers.
En nu? Gedetacheerd bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Directeur van het SKC dat volgens het colofon van het DON als doel heeft ‘informatie en kennis bijeenbrengen en duiden voor een probleemgerichte aanpak van ondermijning’ en ‘bij te dragen aan stelselbrede strategievorming en beleidsopvolging voor de integrale aanpak’ daarvan. Het contrast tussen officier en SKC-directeur kan nauwelijks groter. Waardoor Opportuun er een weinig neutrale vraag uitfloept.
Van parket naar ambtelijke analyseclub. Waar is het fout gegaan?
Suzanne Hensels-van Straaten geeft geen krimp. De glimlach en goesting waarmee ze het vraaggesprek begon, gaan niet van het gezicht. “Ik ben een prachtige uitdaging aangegaan. Een mooi vervolg op wat ik bij het OM deed. En van een contrast merk ik weinig. Want bij het OM, waar ik ook teamleider was en me bezighield met ondermijning bij Beleid & Strategie, zocht ik al naar de koppeling tussen enerzijds opsporen en vervolgen en anderzijds beleidsmatige uitdagingen. Waar kunnen we dingen efficiënter en beter doen? Wat dragen we bij als OM? Hoe kun je als schoenmaker bij je eigen leest blijven én met anderen in de keten en maatschappij van toegevoegde waarde zijn? Dus toen deze directeursfunctie voorbijkwam, dacht ik: dit is een kans om alles bij elkaar te brengen.”
Beeld: © OM
Suzanne Hensels-van Straaten: ‘Een vonnis als ultieme oplossing waarmee iedereen is geholpen? Dat is een illusie.’
In het verleden zagen we ‘criminaliteitsbeelden’. Jullie komen nu met een ‘dreigingsbeeld’. Is dat hetzelfde?
“Ons dreigingsbeeld is anders. Het Nationale Dreigingsbeeld Georganiseerde Criminaliteit werd tussen 2004 en 2018 vier keer gemaakt door de politie in opdracht van het College van PG’s op basis van openbare en niet-openbare bronnen. Dat beschreef de georganiseerde criminaliteit en de gehanteerde modus operandi. Ons dreigingsbeeld is breder. Het is een maatscháppelijk dreigingsbeeld, waarbij de informatie van politie en OM, maar ook van FIOD, Belastingdienst, Douane en Kmar en vele andere samenwerkingsverbanden zoals de RIECs en andere organisaties, verder wordt verrijkt door eigen onderzoek vanuit veel invalshoeken: demografisch, economisch, ecologisch, sociaal, politiek, technisch.”
Wat is, ook voor het OM, de meerwaarde van jullie Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland?
“Het is de bedoeling dat het DON voor OM en politie wat verlichting geeft. Tot op heden wordt bij alles wat over de aanpak van georganiseerde criminaliteit gaat naar de repressieve kant gekeken. Naar OM en politie. In het DON is dat anders. Daarin worden eindelijk de spotlights niet alleen op die repressieve aanpak gericht. Nu gaat het ook om de bredere samenleving en alle andere maatschappelijke vraagstukken die achter ondermijning wegkomen en waarbij juist anderen aan zet zijn. Resultaat bereik je alleen als je uit je eigen koker en ivoren toren komt. Weg met versnippering en op zoek naar die 1 + 1 = 3. Wat mij nu nog weleens opvalt, is dat iedereen zelf overal maar op gaat rennen. Soms kun je beter eerst een pas op de plaats maken en samen de vraag stellen: Wie heeft uiteindelijk de doorslaggevende stem, de bevoegdheid of mogelijkheid om iets te doen? In het SKC zitten zes liaisons van een aantal deelnemende organisaties, zoals Roger van den Sigtenhorst van het OM. Die liaisons hebben bij elkaar meer dan 100.000 ambtenaren in hun slipstream. Zij zijn gepokt en gemazeld, want zij hebben in de uitvoering gezeten, waardoor we met de liaisons binnen het SKC goede verbinding naar tal van experts kunnen leggen.”
Ook anderen zijn dus aan zet. Wat moeten die doen?
“Traditioneel denk je dan aan nieuwe wet- en regelgeving. Dat zijn echter langlopende trajecten, waarvan we weten dat op het moment dat die regels in werking treden, de criminele samenwerkingsverbanden al alternatieven hebben verzonnen waarmee ze door de mazen van de wet glippen. Soms kun je beter kiezen voor simpele, dichtbijoplossingen. Zoals: maak van de Kamer van Koophandel een betere poortwachter. Nu kan iedereen zich zomaar inschrijven, maar het zou goed zijn als de KvK, of andere toezichts- of toelatingsinstituten, kan checken of, bijvoorbeeld, zorgaanbieders wel gekwalificeerd zijn. Of denk aan Preventie met Gezag: daarin wordt geprobeerd om bij jongeren criminele carrières te voorkomen. Dan zijn juist ook niet-strafrechtelijke partners, zoals gemeenten en scholen, betrokken. Meer in zijn algemeenheid zou ik zeggen: wie de bedreigingen wil tegengaan, moet zien waar in onze samenleving systeemkwetsbaarheden zitten.”
Eh… systeemkwetsbaarheden? Geef eens voorbeelden?
Denk aan havens waarin containers staan. Als je bij het plaatsen en verplaatsen van die containers niet werkt volgens de afgesproken aanpak, dan veroorzaak je eigenlijk zelf een lek in je sluitende veiligheidsaanpak. Of denk aan beleid dat geen rekening houdt met criminogene factoren, zoals bij de privatisering en liberalisering van markten is gebeurd. Denk aan beleid dat criminele waterbedeffecten veroorzaakt. Denk ook aan de houding in de maatschappij. Hoe normaal vinden we het dat bij festivals pillen worden gebruikt? Daar bepaalt de vraag wel het aanbod. En dan moet je daar niet alleen als politie en OM optreden, daar moet je met verschillende instanties en zelfs interdepartementaal naar kijken. Of denk aan screening van personeel op cruciale posities. ‘Ja, moeten we doen,’ zeggen we dan. Maar doen we het ook écht, goed en herhaald? En houden we er rekening mee dat de screening in bijvoorbeeld een Belgische haven streng is, maar mensen zo aan een baan kunnen komen als ze twintig minuten verderop de grens passeren? Of denk aan overheidsfacilitering. Het Functioneel Parket maakt zich ernstig zorgen over het substantiële misbruik van overheidsgeld. Daar moet je bij het maken van wetten en beleid al over nadenken, want zeker van subsidieverstrekking wordt razendsnel misbruik gemaakt. Je moet ook oog voor mondiale ontwikkelingen hebben. De handgranaten die in Oost- Europa gebruikt worden, zijn ook de explosieven die in Nederland geplaatst worden. Die enorme hoeveelheden handgranaten kunnen naar Nederland komen, als daar ooit vrede komt. Dat zijn allemaal systeemkwetsbaarheden.”
Je noemt je werk ‘mooi’ en een ‘prachtige’ uitdaging. Tegelijkertijd is het DON indringend
“Een dreigingsbeeld is bedoeld om indringend te zijn. In ons werk zien we vaak de slechte kant van de maatschappij. Gelukkig zijn er veel goede mensen en gaan veel dingen heel goed. Dat moet wel behouden en overeind blijven. Mijn grootste angstbeeld is dat we een nauwe verwevenheid krijgen tussen openbare bestuurders en leiders van CSV's. Dat zie je bijvoorbeeld in Latijns-Amerika. In onze internationale studies, die producten maakt het SKC ook, zie je een enorme verweven- en afhankelijkheid en het gemak waarmee de bovenwereld en de onderwereld – van dat onderscheid spreken we eigenlijk niet eens meer – met elkaar samenwerken. Criminelen werken wereldwijd als multinationals. Albanese netwerken werken samen met de Italiaanse en de Latijns- Amerikaanse kartels. Dit zijn wereldwijd verspreide kartels met tussen de tien- en honderdduizend leden. Dat moeten we ons telkens realiseren, want wat in de wereld gebeurt, vindt zijn weg naar onze wijken. En ze doen meer dan drugs. Over dezelfde lijnen en oude smokkelroutes handelen ze ook in mensen en wapens. Kunnen ze een keer niet linksom, dan gaan ze rechtsom. Voor die ‘multinationals’ is ons land interessant. Nederland is een fantastisch en goed georganiseerd land, een financiële en digitale hub die zijn distributie op orde heeft.
Ik hoop dat we met zijn allen onze waarden en onze democratische rechtsstaat stevig overeind kunnen houden. De overheid is niet onfeilbaar. Ook in Nederland worden bestuurders onder druk gezet en bedreigd. En waar de overheid onvoldoende kan zorgen voor huisvesting, zorg of leningen, daar bieden CSV's ‘hulp’, bijvoorbeeld aan ondernemers die in zwaar weer komen door overstromingen. Wij zijn geen Latijns-Amerika, maar in Nederland gebeurt ook van alles, en vaak heel dichtbij. Digitaal bijvoorbeeld. Denk aan die game-platforms, die als vindplaats fungeren voor het rekruteren van jongeren. Terwijl ouders denken dat hun zoon een leuk spelletje aan het doen is, wordt die in chats een-op-een verzocht explosieven te plaatsen of andere handen spandiensten te verrichten voor criminelen. Dan moet je als jongere stevig in de schoenen staan om nee te zeggen. Op die en andere plekken hoeven criminelen nauwelijks te leuren om personeel, zo eenvoudig werkt ‘de betonrot in de fundamenten van onze samenleving’ die ondermijning vormt. Het is vaak de gewone Nederlander – van jeugdige gamer tot volwassen festivalganger – die zichzelf aanbiedt.”
Heb je aanbevelingen voor het OM?
“Onze opdracht was het om een dreigingsbeeld ondermijning voor Nederland op te leveren. Beleidsarm en zonder aanbevelingen. Het is vooral aan onze opdrachtgever, het directoraat-generaal Ondermijning van het ministerie van Justitie en Veiligheid, en aan de organisaties die er wat mee kunnen, om tot aanbevelingen, beleid en prioriteiten te komen. Maar ik zou zeggen: lees het en verrijk je ermee. Ik denk dat veel OM’ers vanuit hun onderzoeken de dreigingen en kwetsbaarheden al zullen herkennen. Het dreigingsbeeld kan juist een antwoord geven op de vraag: En wie pakt dat dan op? Het OM hebben we keihard nodig om het DON verder te brengen. OM’ers zitten in een speelveld waarin ze goed anderen kunnen meenemen in deze complexe problematiek. In de landelijke vergadering voor informatieofficieren hebben we daarom al een appèl gedaan: Beschik je over casuïstiek waaruit blijkt dat vooral ánderen aan zet zijn om ondermijning aan te pakken? Láát het weten aan onze OM-liaison Roger. Dan draag je met je strafzaak bij aan een veiliger Nederland.”