Backspace

Meer ‘kindertaal’ in de rechtszaal

Kind centraal in recht en taal. Dat is de titel van de verhalenbundel die de Raad voor de Rechtspraak onlangs presenteerde tijdens een feestelijke bijeenkomst. Ik mocht daar namens het OM bij aanwezig zijn. De verhalen zijn geschreven door acht schrijvers van kinderboeken die alle acht waren gekoppeld aan een kinderrechter. De opdracht was om van een rechterlijke beslissing over een kind een verhaal te maken dat ‘verstaanbaar’ is voor kinderen. De rechterlijke beslissingen lopen uiteen van een contactregeling met een ouder en een uithuisplaatsing tot twee ernstige jeugdstrafrechtzaken: een liquidatie en een poging tot doodslag.

Beeld: © OM

Rianne de Back is landelijk jeugdofficier van justitie

Op deze bijeenkomst vertelden de schrijvers hoe zij te werk gingen bij de opdracht. Een van hen herschreef eerst het hele vonnis om te begrijpen wat de beslissing inhield. Een ander wilde voor zij begon te schrijven eerst ervaren hoe het is om als kind door een rechtbank te lopen en plaats te nemen in een zittingszaal. Welke spanning brengt dat met zich mee? Ook wisselden de schrijvers uitgebreid van gedachten met de kinderrechters over hun werk en de vraag hoe rechters een kind willen bereiken met hun beslissing. Daarin waren zij eensgezind: voor kinderrechters is het van groot belang dat een kind de beslissing begrijpt en zich gezien en gehoord voelt.

In een van de verhalen staat een 16-jarige jongen centraal die is veroordeeld voor het medeplegen van een liquidatie. In een ander gaat het over een meisje dat haar vriend tijdens een ruzie met een mes heeft gestoken. De vonnissen verbloemen niets. Zij beschrijven zorgvuldig wat er is gebeurd, welke bewijzen er zijn, wat deskundigen hebben gerapporteerd en waarom een bepaalde sanctie passend is. Precies wat van een vonnis mag worden verwacht. En toch klinken hun verhalen geschreven door de schrijvers anders doordat zij tot de jongere spreken en niet over de jongere. Hoewel de jongen in het vonnis wordt omschreven als berekenend en gesloten spreekt de schrijver hem toe met de woorden: ‘Praat jongen, praat,’ en ‘Zwijgen is een recht. Maar zwijgen geeft geen zuurstof’. Het meisje bij wie volgens de deskundigen sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling, krijgt uitgelegd wat er met haar gebeurde aan de hand van één begrijpelijk beeld: kortsluiting.

Taal geeft een kind betekenis. Is het kind afgeschreven? Of ziet de rechter ondanks alles nog iemand die kan veranderen?

Heel opvallend in de verhalen is dat de schrijvers de feiten nergens verzachten. Bij de liquidatie is door de jongen gemoord, zijn mensen in gevaar gebracht en bestaat de kans dat hij opnieuw gaat doden als er niets verandert. Maar tegelijkertijd wordt ook een beeld geschetst van de jongere om wie het gaat. Die heeft niet alleen iets verschrikkelijks gedaan, maar kan ook nog veranderen. Voor hem wordt de wens uitgesproken dat hij ooit een betrouwbare buurman mag worden! Tot het meisje klinken de woorden: ‘Wij kijken naar wie je bent en naar wie je kunt worden!’

De verhalenbundel laat zien dat taal voor een kind meer kan zijn dan een verpakking of verwoording van een uitspraak. Taal kan ook betekenis geven aan de beslissing en laten zien welk verhaal aan een jongere kan worden meegegeven wanneer hij de rechtszaal verlaat. Ben ik vooral degene die iets verschrikkelijks heeft gedaan? Ben ik een gevaar voor anderen? Ben ik afgeschreven? Of ziet de rechter ondanks alles nog iemand die kan veranderen?

Kortom, de verhalenbundel is een prachtig en hoopvol project van de Raad voor de Rechtspraak. En geen eindresultaat, zo bleek tijdens de feestelijke middag. De rechtspraak wil er meer rechters mee bereiken. Wat mij betreft kan de betekenis verder reiken. Ook officieren van justitie en andere professionals in het jeugdrecht kunnen hiervan leren. De woorden die we kiezen bij het normeren van strafbaar gedrag, het goed uitleggen van een beslissing en het bieden van perspectief, doen ertoe. Want juist in het jeugd(straf) recht kunnen jongeren niet alleen worden aangesproken op wat zij hebben gedaan, maar ook op wat zij nog kunnen worden!