Straf met zorg

Een witte jas onder de toga?

De misverstanden over de rol van officier van justitie (OvJ) in de zorgwetten moeten de wereld uit. Dat is het doel van de columns die ik de komende tijd wil schrijven. Zo is het van de gekke dat het soms normaal gevonden wordt dat een officier van justitie uren bezig is om een geschikte plaats in de zorg te vinden voor een persoon met psychische problematiek. Laat ik meteen duidelijk zijn: daar is de OvJ niet voor.

Maar wat zijn dan wel taken van de OvJ? Ik was benieuwd of het juiste antwoord te vinden is op internet. Ik vroeg Google: ‘Wat zijn de taken van het OM?’ Tegenwoordig krijg je een door AI gegenereerd antwoord: ‘Het OM is de ‘aanklager’ in het Nederlandse rechtssysteem die ervoor zorgt dat de wet wordt gehandhaafd, verdachten worden berecht en gerechtigheid wordt gebracht.’ Dit antwoord klopt op zich wel, maar is helemaal niet volledig. Het antwoord ziet namelijk uitsluitend op de werkzaamheden vanuit de kerntaak van opsporen en vervolgen. Aangezien AI voor het antwoord alle informatie op internet verzamelt, betekent dit antwoord dat er op het wereldwijde web weinig te vinden is over andere taken van het OM, zoals diverse civiele (wettelijke) taken. Ook als je een doorsnee Nederlander vraagt wat de taken zijn van het OM, verwacht ik niet dat dan snel de civiele taken van het OM naar voren komen. Onderbelicht blijft dus steeds dat er ook taken zijn buiten het strafproces. Niet raar dat er dan snel misverstanden ontstaan over de taak van de OvJ in zorgzaken.

De officier van justitie heeft uitdrukkelijk niet een zorgtaak

Ook al is er minder aandacht voor, het OM heeft een belangrijke taak in de civiele zorgwetten; dan heb ik het met name over de taak in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het is een taak waar meer dan honderdzestig OM-collega’s landelijk zich dagelijks keihard voor inzetten. De OvJ heeft in de Wvggz een regisserende en juridische rol, de OvJ wordt met een mooi woord ‘procesregisseur’ genoemd. Dat betekent dat de OvJ de schakel is tussen de ggz en rechter. De OvJ beslist of de procedure voor de voorbereiding voor een zorgmachtiging op grond van de Wvggz wordt gestart. Vervolgens wordt de medische noodzaak van verplichte zorg door de ggz onderzocht en worden de benodigde medische stukken voorbereid. Als uit deze voorbereiding blijkt dat een zorgmachtiging noodzakelijk is, dan verwerkt de OvJ de informatie uit deze voorbereiding in een verzoekschrift en dient dat in bij de rechtbank, met onder meer de medische stukken vanuit de ggz als bijlagen daarbij. De taak van de OvJ houdt dus in dat hij regie houdt op de voorbereiding van een zorgmachtiging, dat hij zorgt dat de rechter beschikt over een volledig dossier en dat hij de juridische vertaalslag maakt in het verzoekschrift dat bij de rechter wordt ingediend. De OvJ heeft daarmee uitdrukkelijk niet een zorgtaak. De OvJ is niet degene die over het verlenen van de geestelijke zorg gaat of degene die kan regelen dat zorg daadwerkelijk wordt verleend. De officier heeft dus niet een witte jas onder de zwarte toga aan.

Helaas wordt soms toch de OvJ een soort van witte jas toegedicht, met name in strafzaken. De afgelopen jaren is het geregeld voorgekomen dat bij de OvJ verzoeken of zelfs opdrachten zijn neergelegd die daar niet thuis horen, zoals dus ook het zoeken naar een geschikte plaats voor een betrokkene. Hoe verantwoordelijk collega’s zich ook voelen, ook een OvJ is geen duizenddingendoekje dat maar alles kan uitzoeken en oplossen. Al langer bestaande problemen zoals wachtlijsten, te weinig geschikte verblijfplekken, te veel schijven en versnipperde financiering worden met de regierol van de OvJ in het kader van de Wvggz niet opgelost. De OvJ moet intussen wel een ingewikkelde balanceeract opvoeren tussen de witte jas en de zwarte toga.

Aan mij de eer om u in komende edities van Opportuun mee te nemen in deze balanceeract en dus in de ‘verwarrende’ wereld van zaken die spelen op het snijvlak tussen straf en zorg. Boeiende materie, maar helaas dus een onderwerp waarover veel misverstanden bestaan. Het gaat om zaken waarin al snel sprake kan zijn van onjuiste veronderstellingen of zelfs wensdenken, waardoor soms juristen de neiging hebben op de stoel van de psychiater te gaan zitten (en andersom natuurlijk ook). Een goed voorbeeld daaraan is de kreet die we zo vaak horen: ‘Deze hoort echt in de zorg thuis’. Ik eindig voor nu met de cliffhanger dat ik hierop in mijn eerstvolgende column zal ingaan.