‘Zet Forensische Opsporing aan de voorkant’

Hoe parket Noord-Holland tot betere, efficiëntere onderzoekskeuzes kwam

Forensische expertise werd voorheen nauwelijks betrokken bij beslissingen over opsporingsonderzoeken. Nu krijgt het de plek die het verdient. Aan de voorkant. Bij deze aardverschuiving in opsporingsland lopen parket Noord-Holland en het Landelijk Forensisch Bureau voorop. Vier pioniers over de nieuwe werkwijze, waarin alleen nog sporen worden ingestuurd als vaststaat dat met hits ook iets gedáán wordt. 

Specialismen dragen bij aan waarheidsvinding. Althans, kunnen dat doen. Want weeg je specialistische kennis van forensische opsporing niet mee bij de keuze om strafrechtelijke onderzoeken te starten of stoppen, dan mis je kansen en doe je veel werk voor niks.

Die bevinding stond in mei 2023 al in de notitie ‘FO aan de voorkant’ van het Landelijk Forensisch Bureau (LFB) van het OM. Onder meer in de volgende passage:

De forensische opsporing wordt dikwijls geconfronteerd met verspilde inzet van mensen en middelen. Het FO-onderzoek is dan volledig opgetuigd, onderzoek is uitgevoerd en ingestuurd, dure capaciteit van het Nederlands Forensisch Instituut of een ander extern onderzoeksinstituut is ingezet en FO wacht op de resultaten hiervan. En dan komt het geregeld voor dat de zaak in een overleg tussen OvJ en tactiek al wordt opgelegd of geseponeerd, zonder het resultaat van het FO-onderzoek af te wachten of zonder dat zij überhaupt op de hoogte zijn van ingezette FO-capaciteit. Terwijl bijvoorbeeld met een DNA-hit vaak slechts het afhoren van een verdachte nodig was geweest om de zaak bewijsbaar te maken en daarmee af te kunnen ronden. Ook komt het voor dat na het bekendmaken van het onderzoeksresultaat wordt aangegeven dat de tactiek de zaak niet verder in behandeling kan of wil nemen. Verspilde inzet dus.

Die notitie was opgesteld door Titia van Kleffens en Caecilia van Venrooij. Van Kleffens is van origine bioloog. Na een dienstverband van 16 jaar bij de politie is ze inmiddels drieënhalf jaar strategisch adviseur innovatie bij het LFB. Van Venrooij was ten tijde van de notitie forensisch officier van arrondissementsparket Noord-Holland. Inmiddels is zij bij datzelfde parket rechercheofficier. Vandaag worden de twee in een vergaderzaal van het OM in Haarlem geflankeerd door Pauline van Lennep en Rose Funke Küpper, respectievelijk gebiedsofficier opsporing en forensisch officier in parket Noord-Holland. Hun boodschap? Zet forensische opsporing aan de voorkant, want dat geeft veel voordelen.

Beeld: © OM

Van links naar rechts: Caecilia van Venrooij, Pauline van Lennep, Titia van Kleffens en Rose Funke Küpper. ‘Politie en OM werken alleen nog aan lopende zaken; er liggen geen lijken meer in de kast.’

Capaciteitsproblemen

Eerst terug in de tijd. De herkomst van de vernieuwing, zegt innovatieadviseur Titia van Kleffens, ligt in 2015 toen de commissie-Hoekstra een onderzoek presenteerde naar aanleiding van de doodslag op voormalig minister Els Borst. “Daaruit bleek dat het DNAwerkproces niet waterdicht was geweest. In Noord-Holland hebben OM en politie – daar werkte ik toen – vervolgens het werkproces rond DNAhits onder de loep gelegd. Daaruit is een mooie samenwerking voortgekomen, mede omdat de districtsrecherche (DR) van Kennemerland met fikse capaciteitsproblemen kampte. Die moest echt keuzes maken. Ik had toen een gesprek met de chef van de DR Kennemerland. Ik vroeg:

'Hoe prioriteren jullie dan?’

‘Onder andere op kansrijkheid van een zaak en van sporen,’ antwoordde de chef.

‘Maar hoe beoordelen jullie dat dan?’

‘Nou ja, we kijken gewoon vanuit de tactiek naar die resultaten.’

‘Maar waarom laat je een táctisch rechercheur de kansrijkheid van een FO-resultaat beoordelen?’

Vanaf dat moment zijn ‘tactiek’ en ‘techniek’ meer gaan samenwerken.”

FO-officier Rose Funke Küpper springt drie jaar vooruit. In 2018 kwam de minister van Justitie & Veiligheid met een visie op forensische opsporing. FO moest meer volume, snellere resultaten en meer duiding leveren. Er volgden programma’s en projecten die de technologische ontwikkeling versnelden. Met als gevolg dat DNA-hits niet meer maanden na het insturen van sporen kwamen, maar al na een week. Een luxeprobleem. “Toen zeiden wij: Ga je al die hits dan zonder duiding over de schutting naar de tactiek gooien? Het vroeg om duidelijkheid en commitment. Áls FO met onderzoek aan de slag gaat en met hits terugkomt, moet ze erop kunnen rekenen dat die resultaten ook opvolging krijgen. Zonder commitment gaat FO ook niet meer met die sporen aan de slag, inclusief de inschakeling van dure onderzoeksinstituten.”

Beeld: © OM

Forensische kennis wordt nu direct benut bij het kiezen van onderzoeken en onderzoeksrichtingen.

Gebiedsofficier Pauline van Lennep, die onder mandaat van de rechercheofficier de regie voert op alle DR-onderzoeken binnen de regio Noord-Holland, zag in de afgelopen jaren vanuit een iets ander perspectief min of meer hetzelfde. “Lange tijd stuurde het parket eigenlijk niet op de DR. Maar omdat ook de districtschef graag met het OM de juiste onderzoeken wilde kiezen, startten we een districtelijk sturingsoverleg (DSO) op, waarin alle lopende zaken tweewekelijks werden besproken, en later hebben we dat uitgebreid met een ‘Cockpit’ waarin wekelijks alle nieuwe zaken worden besproken.”

Vliegende start

Het meest nieuwe aan DSO en Cockpit is dat de Forensische Opsporing – en andere specialismen als Intel en Digitaal – direct meedoet en dat deze kennis wordt benut bij het kiezen van de meest kansrijke onderzoeken en onderzoeksrichtingen. De forensisch rechercheur denkt vanuit zijn expertise mee hoe een onderzoek zo effectief en efficiënt mogelijk is uit te voeren. Dan wordt schaarse onderzoekscapaciteit zorgvuldig ingezet. “Onze belangrijkste eyeopener,” zegt Van Lennep, “was dat je dus niet de zaaksofficier en de rechercheur samen laat beslissen, maar dat je het een niveau hoger trekt. Dan voelt de rechercheur zich gedekt door zijn teamchef, bijvoorbeeld, om bepaalde zaken juist wel of juist niet te doen. Vroeger kon de combinatie van een enthousiaste rechercheur en een officier die de smaak te pakken had, leiden tot enorme onderzoeken en megazittingen jaren later. Dat is, na aanvankelijk enig gemopper – ‘We mogen niks meer’ – wel verdwenen. Nu schuiven in de overleggen de FO-coördinator, teamchefs en operationeel experts uit de districten aan. Dat zijn daar mijn gesprekspartners, niet de zaaksverantwoordelijken. Pas nadat die keuzes zijn gemaakt, worden aan op te starten onderzoeken zaaksofficieren gekoppeld, die een vliegende start kunnen maken omdat een zaaksplan vaak dan al klaarligt.”

“Omdat FO daar ook aan tafel zit,” zegt FO-officier Funke Küpper, “is er dan al een antwoord op vragen. Hoe kansrijk zijn de veiliggestelde sporen? Welke sporen sturen we in voor onderzoek en welke vragen kan dat beantwoorden? Hoeveel capaciteit kost dat?”

De helikopterview uit de Cockpit leverde een compleet, maar soms confronterend beeld op. Naar veel onderzoeken die ooit met veel vuur waren gestart, bleek inmiddels niemand meer te kijken – ook niet als die dossiers wel sporen en DNAhits bevatten. Want de onderzoeken waren inmiddels ondergesneeuwd door nieuwe onderzoeken. En omdat de tijd zijn ‘werk’ deed en teamleden vertrokken, raakten ze feitelijk uitgedoofd. Pauline van Lennep: “We zijn die oude zaken gaan opschonen. Veel onderzoeken hebben we gestopt. Maar in onderzoeken met DNA-hits waaraan niet veel meer hoefde te gebeuren, hebben we alsnog verdachten kunnen aanhouden, met veroordelingen tot gevolg. Sinds de opruimingsactie werken politie en OM alleen nog met lopende zaken. Er liggen geen lijken meer in de kast.”

De nieuwe overleg- en sturingswijze is een forse breuk met het verleden. Die vereist gedisciplineerde deelnemers die elke keer hun huiswerk over alle nieuwe zaken gedaan hebben, en die samenwerken – binnen tactiek en specialisme, binnen OM en politie – in de genen hebben. Politie en OM hebben eigenlijk betrekkelijk rimpelloos ‘FO aan de voorkant’ omarmd, en de vier snappen heel goed waarom. “Dat de politie zo goed meedoet, is ook de kwaliteit van Pauline geweest,” deelt rechercheofficier Caecilia van Venrooij maar eens een pluim uit aan de gebiedsofficier opsporing. “Zij is stevig op de inhoud en ook buitengewoon goed in de relaties. Daardoor voelt de politie zich gelijkwaardig. En ze voelen zich gesteund omdat Pauline ook beslist dat de opsporing sommige dingen gewoon niét hoeft te doen. Dan krijgen ze ineens gewoon lucht. Dat helpt bij een opsporing die volgens mij op veel plekken behoorlijk onder water staat omdat jaren geleden vooral in ‘blauw’ is geïnvesteerd en minder in de opsporing. Zelfs bij zware onderzoeken moeten we kiezen welke we oppakken en welke niet. Geen makkelijke keuze, maar het helpt dát die keuzes duidelijk gemaakt worden en dat die gebaseerd zijn op een helder beeld aan de voorkant. Welke onderzoeken zijn kansrijk en welke niet. Welke onderzoeken vinden we als OM belangrijk om op te pakken. We moeten slimmer opsporen en gebruik maken van expertise, anders – en dat geldt ook voor digitale opsporing – zijn we de wedstrijd aan het verliezen.”

Pauline van Lennep: “Wat ook meehielp was dat vrij snel de eerste positieve resultaten merkbaar waren. Mede doordat we de strenge afspraak hebben gemaakt dat áls je een spoor inzet en er komt een hit op – dat we die kostbare FO-capaciteit dan ook gebruiken. Vroeger werd een hele bubs aan sporen maar gewoon ingezonden. Dan volgden regelmatig hits waar je niks aan had, omdat het dan bijvoorbeeld ging om een sigarettenpeuk die 300 meter van een woninginbraak was aangetroffen. Nu worden alleen echt kansrijke sporen ingezonden. En dan is het juichen bij een hit, want aan die hit heb je wat voor je onderzoek.”

Forensic intelligence

Titia van Kleffens: “In het verleden kozen we minder, hadden we geen overzicht, en overkwam ons te veel. Toen ik nog bij de politie zat, stroomde op enig moment het FO-lab elke vrijdag zó vol met sporen, dat alles daarvoor ‘on hold’ moest, zelfs ondermijningsonderzoeken. Waar komen al die sporen vandaan, vroeg ik me af. Ik bellen met het OM. Bleek dat er een project was gestart om via een bestuurlijke maatregel panden te sluiten van waaruit drugs gehandeld zou worden. Omdat de burgemeester vond dat de inbeslaggenomen drugs onderzocht moesten worden, kwam onze FO-straat voor de verdovende middelen helemaal vast te zitten. Dus, doe je dit soort projecten, maak dan aan de voorkant afspraken met de FO.”

Rose Funke Küpper: “Want vergis je niet in hoeveel werk erin gaat zitten om sporen goed te onderzoeken. Je moet het administratief verwerken, bemonsteren en insturen. In de Cockpit wordt nu gelukkig onnodig werk voorkomen. Eenheidsbreed wordt bewaakt dat de goede sporen worden ingestuurd. Er is één uitzondering op het devies ‘insturen is opsporen’ en dat zijn de sporen die we bewust insturen voor forensic intelligence. Ook dat wordt in de Cockpit besproken. Met forensic intelligence kunnen fenomenen in beeld worden gebracht en het kan je ook de verbanden tussen zaken laten zien. Voorbeelden hiervan zijn onderwerpen als vuurwapens, explosies of overvallen.”

Van Lennep: “Een verbetering is ook dat de forensisch coördinator in de overleggen veel aan kennisoverdracht doet en verkeerde aannames direct de wereld uit helpt. Zo werd vroeger vaak gezegd: ‘We zien op de camerabeelden dat de verdachte handschoenen draagt. Nou, dan heeft FO-inzet geen zin.’ Dan corrigeert de ‘FoCo’ direct: ‘Maar verdachten zitten met hun handschoenen ook aan hun gezicht, dus er zijn wel kansen’.”

Van Kleffens: “De toegenomen gevoeligheid van de techniek heeft die kansen nu ook gecreëerd.”

Van Venrooij: “Een aantal jaren geleden praatten mensen bij FO en tactiek alleen maar over capaciteitstekorten. Dat is niet meer zo: ze praten nu over de inhoud van het werk. Ze boeken meer resultaat, terwijl ze met meer rust naar huis gaan. Want er is samen gekozen voor de aanpak.”

Het werk wordt niet alleen efficiënter, maar ook leuker en beter, ziet Rose Funke Küpper: “Met FO aan de voorkant is samenwerking en kruisbestuiving ontstaan. Tactiek en FO leren van elkaar, weten elkaar te vinden en zijn elkaar gaan vertrouwen. Daarom werken we inmiddels met Intel aan de voorkant in de sturingsoverleggen en wordt hard gewerkt om ook digitale opsporing aan de voorkant te krijgen. Kortom, FO aan de voorkant is een vliegwiel voor de specialist aan de voorkant. Daarnaast wordt de werkwijze ‘FO aan de voorkant’ in aangepaste vorm uitgerold naar de basisteams.”

Titia van Kleffens: “Binnen het OM hebben we onze boodschap inmiddels verteld in het Landelijk overleg van rechercheofficieren, bij de hoofden Beleid & Strategie en in het OM Kernberaad Politie. De hoofdofficieren hebben zich gecommitteerd om deze beweging verder te brengen binnen de eigen onderdelen en inmiddels is een aantal andere parketten al met FO aan de voorkant aan de slag gegaan. Ons verhaal is ook omarmd door procureur-generaal Guus Schram en landelijk portefeuillehoudend hoofdofficier FO Margreet Fröberg. En zij redeneren net als wij: Dit is de ontwikkeling die we met elkaar willen voortzetten.”