‘Gebruik ook de Geneesmiddelenwet’

Een e-learning moet de onwennigheid ermee wegnemen

In veel onderzoeken worden zowel drugs als geneesmiddelen aangetroffen. Waar officieren de Opiumwet graag toepassen, heerst nog onwennigheid bij gebruik van de Geneesmiddelenwet. Zonde, menen officier van justitie Anja Janssen-de Boer en Hans Heuvelmans, voormalig adviseur bij de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd. De twee zien het liefst dat alle officieren, parketsecretarissen en strafrechters de e-learning Geneesmiddelenwet van de SSR volgen.

“We zien in uitspraken dat zowel het OM als de rechtsprekende instanties niet echt gewend zijn aan vervolgen en berechten op grond van de Geneesmiddelenwet.” Dat stelt Anja Janssen-de Boer, senior officier van justitie bij het expertisecentrum synthetische drugs en precursoren van het Landelijk Parket.

Naast haar zit Hans Heuvelmans. De voormalig senior adviseur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), die nu als zelfstandige zijn bedrijf Medcrad bestiert, onderkent met die onwennigheid ook de effecten ervan: “Daarom is het ons doel om de rechterlijke macht en hun medewerkers vertrouwd te maken met het terrein van de Geneesmiddelenwet en hun expertise daarop te verbeteren.”

Beeld: © OM

Officier van justitie Anja Janssen-de Boer en Hans Heuvelmans van Medcrad: 'Complete pallets met fabrieksverpakkingen medicijnen verdwijnen het illegale circuit in.'

Vandaag zijn de twee naar Utrecht gereisd. In een vergaderzaal in de ‘samenwerkingshub’ van het Landelijk Parket doen ze hun drievoudige oproep. Gebruik zo mogelijk de Geneesmiddelenwet bij de aanpak van illegale handel in geneesmiddelen. Doe de e-learning Geneesmiddelenwet die Hans Heuvelmans voor SSR Studiecentrum Rechtspleging (het opleidingsinstituut voor de Rechtspraak en het OM) heeft samengesteld. En schroom niet hen te benaderen als je ondersteuning nodig hebt bij je strafzaak.

Die hulp geven ze maar wat graag. Ze wachten niet eens op belletjes. “Als wij horen over een inbeslagname van grote partijen geneesmiddelen of een werkzame stof als ketamine,” zegt officier Janssen-de Boer, “zoeken we zelf vaak even contact en laten we weten dat we met onze kennis graag meedenken, bijvoorbeeld voor een goede tenlastelegging. Dat valt altijd goed. Geen officier die dan roept ‘Waar bemoei jij je mee!’” Adviseur Heuvelmans: “Bij mij hangt het er een enkele keer tegenaan, maar verreweg de meesten reageren positief: ‘Gelúkkig. Steun!’”

Opiumwet

Dat aanklagers niet allemaal thuis zijn in de Geneesmiddelenwet, snappen Janssen-de Boer en Heuvelmans wel. De Opiumwet, díé kennen OM’ers van haver tot gort, want die gebruiken ze soms zelfs dagelijks in hun verdovendemiddelenonderzoeken. Dat was lange tijd anders bij regelgeving voor illegale geneesmiddelen – of beter gezegd: illegale hándel in geneesmiddelen die op zichzelf van legale afkomst kunnen zijn. Heuvelmans: “Toen ik in 2007 bij de IGJ begon met Bureau Opsporing en Boetes, werden slechts af en toe geneesmiddelen aangetroffen. Vooral dopinggerelateerde geneesmiddelen. Dat werd toen door BOA’s in dienst van de inspectie afgehandeld. Je moest in die tijd stad en land afreizen om bij politie en OM mensen te vinden voor assistentie bij de opsporing en vervolging ervan. Dat is geheel veranderd. In hun onderzoeken naar bijvoorbeeld drugs, wapens, vuurwerk of witwassen, struikelden politie en FIOD steeds vaker over steeds grotere hoeveelheden geneesmiddelen. Dat gaat over soms honderdduizenden eenheden aan geneesmiddelen. Tabletten, capsules, flacons of wat dan ook. Dan kwamen de opsporingsambtenaren bij de inspectie, want wat konden ze ermee?”

Beeld: © OM

In hun onderzoeken naar drugs, wapens, vuurwerk of witwassen, struikelden politie en FIOD steeds vaker over steeds grotere hoeveelheden geneesmiddelen.

De afgelopen twee decennia bleef de illegale handel niet beperkt tot dopingproducten. De erectiepillen kwamen erbij. In eerste instantie de blauwe Viagra-pillen van de Amerikaanse firma Pfizer. Door het succes brachten andere bedrijven vergelijkbare pillen op de markt. Tegelijk startte ook de illegale productie van erectiepillen. Het is nog steeds de grootste groep geneesmiddelen die wordt aangetroffen, weet Heuvelmans. En de derde groeiende groep is die van de Opiumwetgeneesmiddelen. Slaap- en kalmeringsmiddelen als oxazepam, diazepam en temazepam, die op lijst II van de Opiumwet staan. Zware pijnstillers zoals morfine, oxycodon en fentanyl; substanties die staan vermeld op lijst I van de Opiumwet. Of methylfenidaat, die onder merknamen als Ritalin en Medikinet door artsen worden voorgeschreven bij onder meer de behandeling van ADHD. Methylfenidaat staat ook op lijst I van de Opiumwet.

Vanwege de verslavende effecten probeerde de overheid het massale gebruik ervan in te dammen. Dat had tijdelijk succes: artsen schreven minder voor, legale apotheken verstrekten minder. Maar het duurde niet lang voordat illegale apotheken in het gat sprongen. Via internet en het donkere deel daarvan vonden de geneesmiddelen ongecontroleerd hun weg naar gebruikers die niet meer zonder konden.

Farmaceutische keten

De criminaliteit nam een grote vlucht. Anja Janssen-de Boer: “We zien al een tijd het aantal zaken enorm toenemen. Want met geneesmiddelen verdient de crimineel soms meer dan met drugs, terwijl hij minder risico loopt. De crimineel komt vaak makkelijk aan die geneesmiddelen of aan de werkzame stoffen ervoor. Ketamine, bijvoorbeeld. Bestel je gewoon rechtstreeks bij de fabriek in India. En dan is het: invoeren en afzetten. Allemaal veel makkelijker dan wanneer je zou besluiten om MDMA te gaan produceren. Dan moet je veel meer doen, veel meer investeren, en loop je veel meer risico dan wanneer je illegaal handelt in geneesmiddelen.”

Hans Heuvelmans: “Daarbij onderschatten mensen de ondermijnende gevolgen voor de reguliere keten enorm. Wie in de farmaceutische keten werkt en zich één keertje inlaat met dit soort misdrijven, kan nauwelijks meer terug. Die hangt.” Janssen-de Boer: “Ik vind dat de hele farmaceutische keten – van fabrikant, via groothandelaar, tot apotheek – een behoorlijke deuk oploopt door wat hier gebeurt. Er lekken veel legale geneesmiddelen het illegale circuit in, en dan hebben we het niet over hier en daar een pilletje.” Heuvelmans: “Compléte pallets met fabrieksverpakkingen verdwijnen het illegale circuit in.”

De aard van het probleem vraagt volgens de officier en de adviseur ook om preventie en bewustwording. Bij artsen bijvoorbeeld. Janssen-de Boer: “Die kunnen patiënten met pijn niet zomaar wegsturen met: ‘U krijgt dit geneesmiddel niet meer, en nog een fijne dag’.”

Opsporen en vervolgen op farmaceutisch gebied is even wennen. Op het eerste oog vrij ingewikkelde materie. Dat de Geneesmiddelenwet liefst 134 artikelen bevat en er ook nog een Regeling Geneesmiddelenwet en een Besluit Geneesmiddelenwet bestaat, schrikt af. Dus als je bij Opiumwetgeneesmiddelen kunt kiezen of je vervolgt met de Geneesmiddelenwet of met de Opiumwet, lonkt die laatste. Janssen-de Boer: “We zien regelmatig dat collega’s niet weten waar ze moeten beginnen in de Geneesmiddelenwet. En ja, dan gaat het helaas niet altijd goed.”

Heuvelmans: “Die Geneesmiddelenwet is een lex specialis die vrijwel niemand kent. En dan is de strafbaarstelling ook nog eens geregeld in de Wet op de economische delicten. Dus zit het helemaal niet in het voorhoofd van mensen dat als ze geneesmiddelen of werkzame stoffen aantreffen, ze de Geneesmiddelenwet uit de kast kunnen trekken. Wie wel door alle 134 artikelen van de Geneesmiddelenwet gaat bladeren, raakt snel het spoor bijster. Maar gelukkig: voor de aanpak van illegale handel heb je er in beginsel slechts vijf nodig: artikel 18, eerste lid; 38, eerste lid; 40, tweede lid; 61, eerste lid; en 67a, eerste lid. Overtreding van elk verbod in die artikelen levert een economisch delict op.”

Janssen-de Boer: “De eerste vraag die je moet stellen bij werken met de Geneesmiddelenwet is deze: Heb ik in mijn zaak te maken met een geneesmiddel of met een werkzame stof? Bij een werkzame stof, heb je in die wet eigenlijk maar met één artikel te maken: artikel 38, eerste lid. Makkelijker kan ik het niet maken. De Geneesmiddelenwet is bij nader inzien helemaal niet zo ingewikkeld. En zeker niet met hulp van Hans en mij of van OM’ers als André de Bruin (Landelijk Parket) of Marjolein Verwiel en Timon van der Kraats (beiden van het Functioneel Parket).”

Bijzondere opsporingsbevoegdheden

In veel opzichten is werken met de Geneesmiddelenwet fijn, benadrukken de twee. Heuvelmans: “Omdat het om een economisch delict gaat, geeft die wet wat makkelijker bevoegdheden. Dan hoef je niet uit te gaan van een verdenking van een strafbaar feit. Een aanwijzing is vaak al voldoende. De delictsbestanddelen zijn ook vrij eenvoudig te bewijzen. Je hebt er meestal maar drie nodig. Allereerst moet je een van de activiteiten hebben gepleegd die in de wet staan, zoals invoeren, uitvoeren, of in voorraad hebben. Dus iemand met een grote partij geneesmiddelen in zijn schuurtje? Dan heb je ‘in voorraad hebben’ al te pakken. Ten tweede moet je vaststellen of er sprake is van een geneesmiddel. Dat kan redelijk eenvoudig worden beoordeeld; meestal door de IGJ. En ten derde: is een verdachte bevoegd om bedrijfsmatig met de geneesmiddelen om te gaan? Dat is ook makkelijk na te gaan, want daar zijn openbare registers voor. In menig opzicht is werken via artikel 10a Opiumwet veel moeilijker.”

Janssen-de Boer: “Bovendien zet de Geneesmiddelenwet zes jaar celstraf op illegale activiteiten met geneesmiddelen en werkzame stoffen. Dat opent de deur voor toepassing van bijzondere opsporingsbevoegdheden. De Wet op de economische delicten geeft je daarnaast een scala aan andere mogelijkheden, zoals controle, bedrijfsbezoek en eventueel sluiting van het bedrijf. Veel meer dan wat je met het Wetboek van Strafvordering kunt. Dus wij promoten die wet enorm.”

Het Landelijk Parket en het Functioneel Parket hebben specifieke expertise, maar 95 procent van de geneesmiddelenzaken start gewoon bij de arrondissementsparketten. Veel officieren en parketsecretarissen zullen ermee te maken krijgen. “Als je dan een klein beetje vertrouwd bent met die Geneesmiddelenwet, maak je je werk een stuk makkelijker. En maak je bewustere keuzes,” zegt Anja Janssen-de Boer.

“Dat is precies het doel van de e-learning,” zegt Hans Heuvelmans. “De e-learning fungeert bovendien als naslagwerk. Regels, geneesmiddelen en werkzame stoffen, spelers, bevoegdheden, jurisprudentie, cijfers, bronnen en literatuur: het staat er allemaal in. En kom je er niet uit? Dan helpen wij graag.”  

Voor OM'ers is de e-learning Geneesmiddelenwet hier te vinden.