Backspace

Kan vrijheidsbeneming ook anders?

“We kweken op deze manier onze eigen volwassen criminelen,” zegt Nationaal Kinderombudsman Margrite Kalverboer eind juli in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur over de gevolgen van de personeelstekorten in de justitiële jeugdinrichtingen, oftewel jeugdgevangenissen. Daardoor zitten gedetineerde jongeren soms 22 uur per dag op hun kamer (cel), terwijl deze detentie juist bedoeld is om hen voor te bereiden op hun terugkeer in de samenleving. Uitgangspunt van het jeugdstrafrecht is dat jongeren de zorg, behandeling en scholing krijgen die zij nodig hebben. Zowel in hun eigen belang als dat van de samenleving, om recidive te voorkomen. Dat de Kinderombudsman stelt dat in de jeugdgevangenissen zonder twijfel kinderrechten worden geschonden, is dan ook niet verwonderlijk.

Beeld: © OM

Rianne de Back, landelijk jeugdofficier van justitie

Zorgwekkende omstandigheden

Helaas zijn wij als jeugdofficieren maar al te bekend met deze zorgwekkende situatie. Jongeren vertellen op zitting dat zij ’s ochtends regelmatig te horen krijgen dat hun programma met behandeling, sport en scholing wéér niet doorgaat. Dat betekent dat zij hun kamer niet af mogen. Ook ouders en advocaten maken zich hierover zorgen. Vanuit de landelijke jeugdportefeuille van het Openbaar Ministerie is dit dan ook een steeds terugkerend onderwerp van gesprek met de Dienst Justitiële Inrichtingen.

Toch is de situatie niet verbeterd. Zelfs niet nadat drie rijksinspecties een jaar geleden in een alarmerende brief waarschuwden voor de zorgwekkende omstandigheden in de jeugdgevangenissen. En wat wij als jeugdofficieren soms op zitting zien, baart zorgen. Jongeren komen kort na afloop van hun straf opnieuw in beeld wegens een ernstig delict, waarvoor inmiddels het volwassenenstrafrecht geldt. Soms lijkt het erop dat zij meer verhard zijn dan toen zij voor het eerst in een jeugdgevangenis terechtkwamen.

Hoop

Het ziet er dus bepaald niet rooskleurig uit voor jongeren in detentie. Toch is er hoop. Juist in de maand juli waarin de Kinderombudsman haar sombere voorspelling deed, kreeg ik een uitnodiging voor de viering van het tienjarig bestaan van de Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (KVJJ) in Amsterdam. Een vernieuwende vorm van kleinschalige, lokaal ingebedde vrijheidsbeneming op maat, waarvan er inmiddels vijf zijn in Nederland.

Elke KVJJ biedt plaats aan acht gedetineerde jongeren. Zij verblijven in een huiselijke setting en volgen overdag hun eigen programma. De gedachte is om datgene wat goed gaat in hun ‘gewone leven’ zoveel mogelijk voort te zetten, inclusief het contact met familie. ’s Avonds wordt er samen gekookt en gegeten, waarna de deur van ieders kamer op slot gaat. Professionals zijn er getraind in relationele beveiliging: door te investeren in het contact met jongeren wordt gewerkt aan vertrouwen en daarmee aan veiligheid.

Internationale belangstelling

Vanuit het OM ondersteunen wij deze vorm van kleinschalige vrijheidsbeneming en vragen wij aandacht voor een meer landelijke dekking. Ook internationaal bestaat er belangstelling voor deze aanpak. Het VN-Kinderrechtencomité spreekt er zelfs waardering voor uit.

Helaas wordt slechts ongeveer de helft van de totale capaciteit benut. Natuurlijk kan niet iedere jongere in zo’n kleinschalige voorziening worden geplaatst. Toch rijst de vraag of de bestaande plekken wel voldoende worden benut. En belangrijker: heeft iedere jongere die in een jeugdgevangenis wordt geplaatst wel dezelfde vorm van beveiliging nodig?

Misschien ligt een deel van de oplossing voor de problemen rondom onze jeugdgevangenissen niet alleen in méér personeel en capaciteit. Misschien moeten we ook beter kijken naar waar, hoe en op welke schaal we jongeren van hun vrijheid beroven.