Straf met zorg

‘Deze hoort echt in de zorg thuis’

Hoe vaak hoor ik niet een collega zuchten: ‘Deze hoort echt in de zorg thuis’. En het zijn niet alleen collega’s die dit verzuchten, ook strafrechters of advocaten hoor je deze kreet regelmatig gebruiken op zitting. Te pas en te onpas. Of beter: alleen maar te ónpas. Ook de media doen hieraan mee, er is steeds meer aandacht voor ‘verwarden’ en vaak wordt impliciet of expliciet gesteld dat met de juiste zorg er geen overlast zou zijn van verwarden. Is het stiekem niet erg makkelijk om dit te zeggen, om zo een ander te belasten? Het maakt jou dan niet verantwoordelijk voor die persoon.

Licht feit, grote zorgen

Maar zo simpel ligt het natuurlijk ook weer niet. In een tijd waarin problemen met personen met ‘onbegrepen’ gedrag – tot voor kort ook aangeduid met de term ‘verwarden’ – meer dan ooit negatieve belangstelling krijgen, is het soms lastig om het hoofd koel te houden als je een strafzaak moet beoordelen van een verdachte die in jouw ogen onbegrepen gedrag vertoont. OM-collega’s krijgen regelmatig te maken met zaken op het grensvlak tussen de domeinen van zorg en veiligheid. Indien sprake is van een ernstig strafbaar feit is de keuze voor de route niet lastig, dan gaan ze voor het strafrecht. Maar wat nu, als sprake is van ‘licht feit, grote zorgen’ en de strafrechtroute niet echt een optie is? Dat zijn nu juist zaken waarin OM’ers verantwoordelijkheid en buikpijn voelen en waarin onbegrip heerst als de verplichtezorgroute niet mogelijk is.

Een chirurg regelt toch ook geen woonruimte voor iemand wiens been hij heeft geopereerd?

Maar wat wordt dan bedoeld met ‘de zorg’ als wordt gezegd dat iemand daar thuis hoort? Het begrip ‘DE zorg’ moet je dan volgens mij heel breed zien, als zorg vanuit verschillende instanties voor een persoon, zorg die zo veel mogelijk randvoorwaarden voor een zinvol bestaan schept. Voor wat wij in onze samenleving als een zinvol bestaan beschouwen zijn in ieder geval drie zaken van belang : 1. Een dak boven je hoofd, 2. Brood op tafel en 3. Iets zinnigs te doen hebben overdag. Zorg wil dus zeggen: zorg voor huisvesting, inkomsten, dagbesteding, opleiding etc. Gek genoeg wordt bijna altijd als wordt geroepen dat iemand in de zorg thuishoort, ‘de’ GGZ bedoeld. Dat is dus ten onrechte. De GGZ is er immers voor de geestelijke gezondheidszorg van een betrokkene, de GGZ is er niet om bepaalde randvoorwaarden voor een zinvol bestaan van die betrokkene te creëren, zoals bijvoorbeeld het bieden van onderdak. Een chirurg regelt toch ook geen woonruimte voor iemand wiens been hij heeft geopereerd? Waarom wordt dit dan wel van een psychiater verwacht?

Verschillende begrippen

Hoe begrijpelijk sommige frustraties in een strafzaak ook zijn, het is nu eenmaal niet zo dat GGZ-zorg standaard dé oplossing is waar het strafrecht ophoudt. En evenmin dat strafrecht dé oplossing is waar zorg ophoudt. Zorg en veiligheid zijn verschillende begrippen, het zijn geen synoniemen van elkaar. Toch worden deze termen te makkelijk op een hoop gegooid. Het is dus van groot belang dat binnen de verschillende domeinen wordt samengewerkt om tot de beste oplossing voor een betrokkene te komen, alle ketenpartners hebben elkaar hard nodig. Laten we, op het moment dat we vinden dat iemand in de zorg hoort, dan ook vooral benoemen welke zorg we menen dat ontbreekt. Vaak zal het een ontbreken van een combinatie van randvoorwaarden zijn en zijn er meerdere factoren die dit veroorzaken. Mijn hartenkreet is hopelijk helder: Slaak niet meer de zucht die de titel van deze column is.