‘Velen hebben geen benul van het gevaar’

De nautische zaken van adjunct-officier Max van Vilsteren

De rechtbank Amsterdam, de middag van 22 juli. Op de publieke tribune zien waterhandhavers adjunct-CVOM-officier Max van Vilsteren straffen eisen in een themazitting nautische zaken. Oog in oog met een verdachte, verzilvert de officier direct wat hij luttele uren eerder waarnam op patrouille met de Waterpolitie. “U zegt dat het bord ‘verboden in te varen’ niet goed zichtbaar was? Ik voer er vanmorgen toevallig zelf langs. Ik kon het prima zien.”

Nadat de verdachte de rechtszaal is binnengelopen, stokt halverwege de route richting het verdachtenbankje zijn tred. In het middenpad kijkt hij naar links. Daarna naar rechts. De in Velsen geboren zestiger heeft zijn bril op zijn voorhoofd staan, maar ziet het scherp genoeg: allemaal onbekenden lieden op de publieke tribune. “Zó. Wat veel publiek, zeg,” mompelt hij een tikje geschrokken.

De rechter doet zijn best de man op zijn gemak te stellen. “Vandaag zijn een aantal handhavers aanwezig op deze themazitting nautische zaken. Ze komen niet speciaal voor u, maar omdat ze eens willen zien wat er met hun controles en processen-verbaal op zitting gebeurt.” Daarna komt de rechter, die vandaag zo’n tiental zaken moet zien af te doen, ter zake. “U heeft een boete thuisgekregen wegens te hard varen met uw rondvaartboot op de Binnen Amstel, het gedeelte tussen Muntplein en Blauwbrug. En omdat u daar verbaasd over bent, heeft u verzet ingesteld, nietwaar?”

Verdachte: “Jazeker. Ik heb deze week een filmpje opgenomen. Daarop is te zien hoe de situatie daar ter plekke is.”

Rechter: “En wat blijkt daaruit?”

Verdachte: “Dat het op dat punt heel druk is. En daar moet ik als schipper rekening houden met mijn passagiers, schepen, woonboten. Dan kun je niet elk moment op de maximumsnelheid letten. Ja, ik versnelde iets, maar dat was juist om mijn passagiers en gids ter wille te zijn. Terwijl ik al bezig was een hoek te maken, heb ik dus een correctie gemaakt, daarbij rekening houdend met de anderen.”

Rechter: “De maximumsnelheid daar is 6 kilometer per uur. U trok de aandacht van een verbalisant, omdat u een boeggolf veroorzaakte. Verder is uw snelheid geverifieerd met vier metingen met een lasergun vanaf de weg. Na correctie is uw snelheid steeds vastgesteld op 9 kilometer per uur. En de verbalisant gaf aan dat hij niets waarnam dat het voor u noodzakelijk maakte om hard te varen.”

Verdachte: “6 is inderdaad de max. Op dat ene stukje in de bocht ben ik iets harder gegaan. Maar ik vraag me echt af of ik daar 10 kilometer per uur heb gevaren.”

Rechter: “Ik begrijp dat u 500 euro een enorm bedrag vindt? Dat u dat gematigd zou willen zien?”

Verdachte: “Ja, als zzp’er moet ik zo’n boete zelf betalen. Ik heb net mijn vaarbewijs gehaald en krijg natuurlijk liever geen aantekening. Voor zo’n ministukje iets te hard varen. Ik heb nog nooit een boete gehad, en nog nooit over de marifoon zelfs maar een waarschuwing gehad dat ik te hard voer.”

Beeld: © OM

Adunct-officier van parket CVOM Max van Vilsteren op het plein voor rechtbank Amsterdam

Schatting

Voor adjunct-officier Max van Vilsteren is het geen overtuigend verweer. Ja, erkent hij, op het water is het meten van snelheid een grotere uitdaging dan op de weg. “Op het water kun je niet beschikken over geijkte meetmiddelen zoals de flitspaal en de mobiele radar. Het vaststellen van de snelheid gebeurt daarom grotendeels door middel van een schatting van verbalisanten. Maar wel een schatting op basis van hun ervaring en kennis van de scheepvaart. Waar mogelijk wordt deze schatting dan ondersteund door andere constateringen, zoals via het gebruik van een lasergun, door de vergelijking met de GPS-snelheid die het vaartuig van de verbalisant zelf weergeeft, en via tijd-afstandsberekeningen. In uw geval zag de verbalisant nadat u de snelheid verhoogde de boeggolf aanzienlijk toenemen. Daaruit leidde hij af dat uw snelheid te hoog was. Uit de verificatie met een lasergun die op de naastgelegen weg werd gebruikt, blijkt dat u vier keer 10 kilometer per uur voer. Met een pieksnelheid van 10,5. Na correctie is dat steeds teruggebracht tot 9 kilometer per uur. De apparatuur is geijkt, de verbalisant goed opgeleid.”

De verdachte spreidt beide armen. “10,5 kilometer per uur? Waar dan?!”

De adjunct-officier: “Dat is niet exact vast te stellen. Maar door de transponder van het automatisch identificatiesysteem was het wel te zien. Ik voeg eraan toe dat een overschrijding met 3 kilometer per uur misschien niet veel lijkt, maar het is een overschrijding van vijftig procent. Met als gevolg een kwadratische toename van de hoogte van de golven, een grotere aanzuigende werking, onveiligheid, schade en overlast voor omwonenden. De boete is best hoog, maar gerechtvaardigd omdat u een professioneel schipper bent.”

De verdachte tracht twijfel te zaaien, zich daarbij ook wat tegensprekend: “Waar hééft die boeggolf dan plaatsgevonden; die is wellicht door een ander schip veroorzaakt? En in die bocht móeten we nu eenmaal extra gas geven.”

De rechter heeft genoeg gehoord. “Ik kan in deze zaak wel tot een bewezenverklaring komen. Niet eens op basis van de boeggolf. Maar op basis van de meerdere metingen die zijn gedaan, waarbij ik ervan uitga dat die correct zijn. Wat is dan een passende straf? 500 euro is de standaard. Juist een professional moet weten wat hij doet. Maar ik begrijp dat u het zelf moet betalen en u heeft verder geen enkele documentatie op dit vlak. Daarom kom ik tot die 500 euro, maar daarvan maak ik 200 voorwaardelijk.”

Klip en klaar

Een half uur later zit een Amsterdamse veertiger, in een marineblauw colbert en een lichtblauwe jeans, voor de rechter, samen met zijn vriendin. Hij erkent de feiten die hem worden voorgehouden. Met zijn vriendin had hij gegeten bij restaurant Loetje aan het IJ, in de kop van jachthaven Amsterdam Marina. “Toen we na het eten wegvoeren, zagen we aan de overkant van het water een groot schip liggen. Dat wilden we wel eens van dichtbij bekijken, daarom zijn we inderdaad de Mercuriushaven in gevaren.”

De rechter, die tijdens zijn zitting enige vertraging heeft opgelopen, lijkt snel to the point te willen komen: “En dan is uw verweer: Die havenmond is heel breed, terwijl het bord ‘verboden in te varen voor pleziervaart’ klein is en moeilijk zichtbaar?”

Verdachte: “Klopt. Ik heb nog even op Google Earth gekeken. Dáárop kun je het verbodsbord wel zien, maar voor ons gold dat niet. Varend vanaf Loetje staken wij recht over en dan zie je het bord niet.” Hoe meer de verdachte spreekt, hoe meer hij rechtop gaat zitten en zijn stem verheft. “Ik héb het niet gezien en ik heb het niet kúnnen zien.”

De rechter: “Maar misschien wel móeten zien?”

De verdachte pakt er een foto bij. “Kijk, op deze foto.”

De rechter lijkt die eerder als bewijs voor zijn schuld te zien: “Ja, u zou dat toch moeten kunnen zien?”

Verdachte: “Nee, dat kon niet. Daarom was ik me ook van geen kwaad bewust. Daarom zit ik nu hier.”

De rechter gooit het over een andere boeg. “Het boetebedrag dat op uw strafbeschikking staat, 430 euro, is hoog. Maar het is wel een industriehaven waar u in voer, hè?”

Verdachte: “Zo voelde het niet.”

Rechter: “U heeft geen documentatie, zie ik. Vaart u eigenlijk nog met de boot?”

Verdachte: “Sinds deze boete durven we dat niet meer. Nee hoor: geintje, haha! Maar nogmaals. We konden de borden echt niet zien. En dat hebben wij” – de verdachte kijkt even opzij naar zijn vriendin – “later ook helemaal kunnen reconstrueren.”

Beeld: © OM

Max van Vilsteren en CVOM-beleidsmedewerker Sander Hugen, op de steiger achter het aan het IJdok gevestigde parket Amsterdam

Voor officier van justitie Max van Vilsteren is het een klip en klare zaak. “Dat verdachte heeft gevaren waar dat niet mag, staat buiten kijf. Dat erkent hij zelf ook. Er is eigenlijk maar één relevante vraag: waren de borden zichtbaar? De verdachte zegt: het was niet goed zichtbaar. Als ik naar de foto’s in het dossier kijk, vind ik dat de borden niet te missen zijn. En eh…,” de officier pauzeert twee seconden, waarin héél even de mondhoeken omhoog gaan, “toevallig voer ik vanmorgen zelf de Mercuriushaven in. Die verbodsborden zijn goed te zien. Borden overigens, die er staan om u te beschermen. Grote schepen kunnen gevaarlijk zijn, ook omdat de schippers ervan een grote dode hoek hebben. De hoogte van de boete is passend bij de overtreding. Dus het bedrag op uw strafbeschikking is ook het bedrag dat ik nu eis.”

Verdachte is nog niet uit het veld geslagen: “Ik ben het met u eens dat het gevaarlijk kan zijn, maar dan moet je het wel weten. U kijkt vanuit het dossier. En gaat ervan uit dat je tien meter van de kant vaart. Maar hoe wij voeren? Dan kun je het niet zien.”

De rechter heeft genoeg gehoord. “Vaststaat dat u de voor pleziervaart verboden Mercuriushaven invoer. Ik ben het niet met u eens dat u het verbodsbord niet kon zien. U heeft het bord niet gezien – dat geloof ik – maar u had het bord kúnnen zien en het bord móéten zien. Dat hoort tot de verantwoordelijkheid van de schipper. Omdat u niet eerder met justitie in aanraking bent geweest, veroordeel ik u tot die 430 euro, maar daarvan is 130 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.”

Beeld: © OM

Snelheid, vaarbewijzen, gevaarlijke situaties in de machinekamer, de hoeveelheid bemanning, hun kwalificaties, het aantal uren werk dat de tachograaf registreert, het dragen van reddingsvesten. Er valt een hoop te controleren op het water.

Cruise Terminal

Een halve dag eerder. Op de politiepatrouilleboot – van scheepsbouwer Damen – is operationeel expert Tom Bras de hele tijd aan het wijzen en praten. Bij elke haven, sluis, brug, schip en bedrijfsterrein heeft hij een verhaal en Max van Vilsteren, CVOM-beleidsmedewerker Sander Hugen en Opportuun hangen aan zijn lippen.

“Hier op het IJ in Amsterdam,” zegt hij, nadat de Waterpolitie vanaf het IJdok, direct achter de vestiging van arrondissementsparket Amsterdam, langs CS is gevaren, “is een van de drukst bevaren stukken vaarwater. Met zeevaart - kijk, daar zie je de Cruise Terminal, waar een cruiseschip van driehonderd meter wordt aangemeerd. Altijd begeleid door de Havendienst, omdat zo’n schip allemaal manoeuvres moet maken en dat qua diepgang allemaal maar nét kan. Veel beroepsvaart ook, want dit deel van het IJ ligt op de route van het Amsterdam-Rijnkanaal naar Rotterdam en Antwerpen. Een heel belangrijke containerlijn. Daarnaast hebben we veel vervoer van bulk: graan, goederen, soja dat hier wordt overgeslagen. Tussen al die scheepsbewegingen door heb je dan ook nog de pleziervaart. Dan gaat het wel eens fout. Er geldt de stuurboordwalverplichting, waardoor mensen zoveel mogelijk rechts moeten houden om het overige vaarverkeer niet te hinderen. Dat betekent wel dat als je hier links vanuit de Sixhaven komt, je moet oversteken om je route richting de Oranjesluizen te vervolgen, en daarna moeten ze vaak weer oversteken. Nou, dat gaat hier heel vaak mis.”

Beeld: © OM

'Nuttig om deze handhaving te zien. Daardoor besef je echt hoe gevaarlijk bepaalde situaties zijn.' (Het schip op de foto is overigens geen object van onderzoek)

Sander Hugen weet dat ook. De CVOM-beleidsmedewerker, die een netwerk vol waterhandhavers heeft en officieren in heel Nederland adviseert in hun nautische zaken, kan erover meepraten. “Mede door corona, nietwaar? Mensen die het konden, kochten toen massaal een bootje. Omdat ze gewoon lekker willen recreëren. Ondertussen hebben velen volgens mij geen benul van de regels op het water.”

Tom Bras bevestigt het. De Waterpolitie ziet vaak onkunde en zelfoverschatting bij schippers op kleine bootjes. Ze hebben hun marifoon uitstaan waardoor ze niet horen dat een naderend schip van koers wil veranderen. “Dan zit de tegemoetkomende binnenvaartschipper zich schor te schreeuwen dat hij de IJ-haven in wil, en dan besluit de bestuurder van een bootje doodleuk dat ie vlak daarvoor nog wel even kan oversteken. Met het gevaar dat het bootje onder de kop verdwijnt. Want die binnenvaartschepen gaan dan niet hard, ze hebben wel enorme massa’s. En achteromkijken doen de bestuurders van kleine bootjes vaak nog minder. Ze kijken vooral vooruit, waar ze naartoe moeten en waar de sluis is. Ondertussen hebben ze geen idee dat van achteren dat binnenvaartschip nadert. De binnenvaartschipper heeft een flinke dode hoek, zeker als zijn schip ongeladen, dus hoog in het water ligt. Die kan alleen maar hopen dat zo’n pleziervaarder even over zijn schouder kijkt voordat hij oversteekt. Anders zit die Long Beach bij die recreant in zijn nek, en is die laatste wat eerder op het strand dan gepland.”

Pannenkoekenboot

Op de een of andere manier zien mensen op het water minder gevaar. Waar op de weg bijna niemand zonder zijn gordels vast te klikken zijn auto start, wordt met een stukje varen vaak alleen zorgeloze pret geassocieerd. “Zelfs bij ketenpartners,” zegt Bras, “denken mensen regelmatig dat ze ons wel kunnen inschakelen omdat ze hun leuke teamdagje weleens op het water willen meemaken. Dan wijzen wij hen vriendelijk op het bestaan van de Pannenkoekenboot.”

Voor het OM maakt ‘blauw op het water’ graag een uitzondering. Want zoals OM’ers graag hebben dat rechtshandhavers af en toe op zitting zien hoe juristen naar de bewijswaarde van PV’s kijken, zo ziet de Waterpolitie graag dat OM’ers ‘beeld en geluid’ bij die PV’s hebben. Daar vindt de Waterpolitie in Max van Vilsteren een geïnteresseerd adjunct-officier. “Ik vind het nuttig om deze handhaving te zien. Voor de kennis en de contacten. Zodat ik weet waarover ik het in de rechtszaal heb. Dingen in het echt zien, geeft een beter beeld dan wanneer je het alleen maar van het papier moet hebben. Dan besef je echt hoe gevaarlijk bepaalde situaties zijn. En nee, vandaag heb ik niet het gevoel dat ik hier, varend op het water, het gezag sta te hebben. Die rol komt eventueel pas in beeld als er bevoegdheden moeten worden ingezet na vermoedens van strafbare feiten.”

Reddingsvest

Snelheid, vaarbewijzen, gevaarlijke situaties in de machinekamer, de hoeveelheid bemanning, hun kwalificaties, het aantal uren werk dat de tachograaf registreert, het dragen van reddingsvesten. Er valt een hoop te controleren op het water. Omdat de politie dan tijdens het varen overstapt – een risicovolle handeling die vanaf verschillende hoogtes vanaf de politieboot mogelijk is – kunnen de gecontroleerde schipper en zijn bemanning gewoon door blijven varen en werken. De waterpolitie wil niet ‘kapotcontroleren’ en heeft oog voor de economische belangen van bedrijven die hun normale bedrijfsactiviteiten moeten kunnen blijven verrichten.

Als de politieboot in het Westelijk Havengebied de Coenhaven invaart, wijst Tom Bras op een deels gezonken duwbak waarvan de bovenkant schuin boven het water uitsteekt. “Die duwbak is afgelopen zondag in tweeën gebroken,” zegt hij, “en op dat moment stond net een medewerker van die duwbak op de verkeerde plaats. Die ging, met drieduizend ton stenen, mee de kelder in en heeft het niet gehaald. Hem hebben we pas om twee uur ’s nachts uit het gezonken schip kunnen bergen. Naar het ongeluk is een onderzoek ingesteld. Daarbij proberen we ook te achterhalen of er een stuk verwijtbaarheid meespeelt. Voordat we die vraag kunnen beantwoorden moet eerst dat schip worden leeggeknepen, want al die stenen liggen nu op de bodem. Vanmiddag gaan we wel een collega van het slachtoffer spreken. Want bij het bergen bleek het slachtoffer weliswaar een reddingsvest te dragen, maar dat was toen niet opgeblazen. We willen dus ook uitzoeken of de gebruikte veiligheidsvesten aan de voorschriften voldeden.” Omdat het onderzoek nog loopt, gaat Bras er niet over speculeren. Maar in algemene zin, zegt hij, merk je dat op het water kleine fouten grote gevolgen kunnen hebben.

'Stel je voor dat een schip, gevuld met miljoenen liters brandstof, met hoge snelheid het Paleis van Justitie binnenvaart'

Enigszins paradoxaal: in de haven loert ook vaak brandgevaar. Want daar links, zegt Bras, ligt een enorme berg schroot. “Daarin zitten vaak gastanks, chemicaliën of accu’s. Als die door zo’n kraan kapot worden geknepen, vat het vaak vlam en is het verdraaid lastig om uit te krijgen. Afgelopen weekend kon zo’n brand snel geblust worden. Maar vorig jaar hadden we een brand op een zeeschip. Bij het blussen kwam zoveel bluswater het ruim in, dat het schip begon te kantelen en er een stoomexplosie aan boord van het schip ontstond. Als zo’n brand gepaard gaat met een gifwolk die over Amsterdam CS heen de binnenstad in drijft, staat ineens het gewone leven in de stad stil.”

En dan is er ook nog criminaliteit van de zwaarste categorie. Drugs- en mensensmokkel via de haven. Of, sinds 9/11, het risico van terrorisme. “Plekken waar zeeschepen liggen, zijn altijd locaties die vallen onder ISPS, dat staat voor International Ship and Port Facility Security Code. Met een schip met miljoenen liters brandstof kun je een aanslag plegen. Stel je maar eens voor wat er gebeurt als je daarmee met hoge snelheid het Paleis van Justitie binnenvaart. Om dergelijke incidenten te voorkomen is er heel veel toezicht op schepen, locaties en toeleveringsbedrijven die in de haven actief zijn.”

Beeld: © OM

Krap bij kas

Terug naar de rechtbank Amsterdam. Waar aanmerkelijk kleinere zaken voor de rechter komen. Zoals de schipper die wordt verweten dat hij aan de Weesperzijde op de Amstel heeft afgemeerd, op een plek waar met borden staat aangegeven dat dat niet is toegestaan. Opnieuw zien de handhavers op de publieke tribune een verdachte die zich sportief toont tegen de vertegenwoordigers van de staande en zittende magistratuur. Direct erkent hij de kern van het hem verweten strafbare feit.

Tot op zekere hoogte dan, want hij heeft natuurlijk niet voor niets verzet ingesteld tegen de strafbeschikking. “Ja, ik was daar inderdaad, ik lag tegen een boot aan. Maar A, het was slechts een korte stop; B, ik vind dat ik helemaal geen hinder heb veroorzaakt; en C, het was niet duidelijk dat ik daar niet mocht liggen, want er lagen ook andere boten.”

De rechter: “U moet niet naar andere boten kijken, hè? Het gaat nu om uw gedrag.”

Verdachte: “Iets verderop was het duidelijker, daar lagen tenminste boeien.”

Rechter: “Er stonden wel borden, toch?” Klikt even in zijn systeem. “Ja, ik zie hier in het dossier dat met borden staat aangegeven waar het verbod begint en eindigt.”

Verdachte erkent: “Ja, ik weet dat er borden staan. We gingen er héél even liggen, omdat er een feestje was, en daarna weer door. Wel een gezellig feestje trouwens.”

Rechter: “Ik zie dat u geen documentatie heeft. Zou u een eventuele boete kunnen betalen?”

Verdachte: “Dat is nog even een ding. Ik zit momenteel wat krap bij kas.”

Dan krijgt adjunct-officier Van Vilsteren het woord. De officier houdt het kort. “Het is daar geen ligplaats. Uit het proces-verbaal blijkt dat uw vaartuig met een touw aan een ander schip lag. Dus is er afgemeerd op een plek waar dat niet mocht. Daarmee acht ik het feit al wettelijk en overtuigend bewezen. De verdachte zegt dat hij geen hinder heeft veroorzaakt, maar uit een recente bewonersenquête blijkt dat de buurt in elk geval heel blij is met het daar ingestelde afmeerverbod: het draagt bij aan de beheersbaarheid van de overlast. Ik vorder dat de strafbeschikking wordt vernietigd, maar eis dat verdachte het bedrag daarop, 250 euro boete, moet betalen.”

De verdachte, verongelijkt: “Op dat feestje op de plek waar ik aanmeerde maakten hónderd man herrie, en dan word ík nu gezien als dé feestvierder. Ik had zelf niet eens muziek bij me.”

De rechter doet uitspraak: “Ik acht bewezen dat u daar afmeerde, op een plek waarbij met borden duidelijk was aangegeven dat afmeren niet mocht. En u lag er langer dan een heel korte tijd. Of u wel of niet geluidsoverlast veroorzaakte speelt voor mij geen rol, ik kijk slechts naar het verweten strafbare feit.” Gelet op de financiële situatie van de verdachte houdt de rechter het op een boete van 150 euro.