Backspace

De hoogste tijd

Moet de 16-jarige Danny langer in voorlopige hechtenis blijven, in de justitiële jeugdinrichting (jeugdgevangenis)? Die vraagt ligt voor bij een recente raadkamerzitting. Danny is aanwezig en ik ook, als jeugdofficier.

Danny zit vast omdat hij ervan verdacht wordt politieagenten met een mes te hebben bedreigd en bij zijn aanhouding een van de agenten te hebben gebeten in zijn arm. Aanleiding voor de aanhouding is een melding van duidelijk geschrokken buurtbewoners, dat een verwarde jongen op klaarlichte dag met een mes in zijn hand zomaar via een openstaande deur hun woning is binnengelopen. En dat, als vervolgens een van de bewoners hem probeert tegen te houden, hij wegrent via de tuin en op een balkon klimt van een buurhuis. De politie, die snel ter plaatse is, krijgt nauwelijks contact met deze jongen, die later Danny blijkt te zijn. Hij blijft wild met een mes zwaaien en weigert van het hoge balkon af te komen. Uiteindelijk wordt hij overmeesterd en aangehouden, waarbij een van de agenten de genoemde bijtverwonding oploopt.

Beeld: © OM

Rianne de Back, landelijk jeugdofficier van justitie

Gesloten jeugdzorg

Uit het dossier van Danny blijkt dat de kinderrechter al twee maanden geleden, in zijn jeugdbeschermingszaak, een machtiging heeft afgegeven voor een gesloten uithuisplaatsing. Danny komt uit een gebroken gezin, heeft last van een onverwerkt trauma en kampt met een ernstige verslaving. Hij heeft een stabiele woonomgeving nodig, waar hij structuur ervaart en niet in de verleiding komt tot middelengebruik. Deze gewenste omgeving kan alleen geboden worden in een gespecialiseerde, gesloten jeugdzorginstelling, aldus de kinderrechter.

Daar is Danny nooit terechtgekomen, zo wordt op de zitting duidelijk, doordat er een tekort aan gesloten jeugdzorgplekken is. En bij de open jeugdinstelling, waar hij formeel nog staat ingeschreven, lukt het de medewerkers niet Danny binnen te houden. Hij zwerft al geruime tijd op straat met als gevolg dat zijn middelengebruik is toegenomen, evenals zijn verwardheid. Buurtbewoners zien dat hij regelmatig drugs gebruikt in een garagebox, dat hij op straat zoekt naar deels opgerookte joints en dat hij etensresten uit prullenbakken haalt. Bij de politie bestaat verder het vermoeden dat Danny een openstaande schuld heeft bij een groep jongeren, die zijn drugsgebruik faciliteert.

Geen verbetering

Hoe nu verder? Idealiter zou in een dergelijke jeugdstrafzaak de 16-jarige verdachte zo snel mogelijk vanuit de voorlopige hechtenis geschorst worden zodat hij niet langer in de jeugdgevangenis hoeft te blijven. Maar de noodzakelijke plek voor Danny in de gesloten jeugdzorg is er nog steeds niet. Op de zitting wordt de vordering gevangenhouding toegewezen voor de duur van 30 dagen, in de verwachting dat er dan wel een gesloten jeugdzorgplek voor Danny beschikbaar is. In alle eerlijkheid, dat betwijfel ik. Evenals mijn collega’s. Want samen moeten wij constateren dat de zaak van Danny helaas nog steeds geen uitzondering is. Twee jaar geleden vestigde ik in een column al de aandacht op dit probleem. Kort geleden hebben de kinderrechters dit probleem ook onder de aandacht gebracht in een persbericht van de Raad voor de rechtspraak met als titel: Kinderrechters zien geen verbetering in de tekortschietende jeugdhulp en jeugdbescherming. Helaas zien wij als jeugdofficieren ook nog geen verbetering. Het is de hoogste tijd dat wij als jeugdofficieren opnieuw sterk aandringen op voldoende jeugdhulp en zorg voor kwetsbare jongeren. Niet alleen voor hun eigen bescherming maar ook voor de samenleving.