
In beeld
Een droneovertreding, en dan?
Hoe moet het OM handelen bij droneovertredingen? Dat staat in de ‘factsheet Drones OM’, die half mei is opgesteld door het Expertisecentrum Luchtvaart OM, samen met het Team Militaire zaken van arrondissementsparket Oost-Nederland, het Landelijk Parket en het Functioneel Parket.
Beeld: © Paul Voorham
Regels voor het vliegen met drones (zie rijksoverheid.nl) worden nogal eens overtreden. Zoals bij het uitvoeren van een vlucht, terwijl de eigenaar van de drone zich niet als exploitant heeft geregistreerd bij de RDW. Of vliegen terwijl de bestuurder van de drone niet beschikt over het vereiste vliegbewijs voor drones vanaf 250 gram. Er wordt ook boven de maximale hoogte van 120 meter gevlogen; bestuurders hebben niet altijd zicht op hun drones; drones vliegen niet altijd op veilige afstand van mensen. Sommige vliegen zonder ontheffing of vrijstelling in een civiel of militair luchtverkeersleidingsgebied, dan wel in een aangewezen verboden zone zoals een havengebied of een beveiligde zone. Of ze vliegen in een gebied waarin een noodhulpdienst actief is (zonder ontheffing of vrijstelling). Of buiten de daglichtperiode.
Tegen ongeautoriseerde droneactiviteiten treden Politie, Koninklijke Marechaussee en Defensie op. Dat kan via het aanspreken van de dronepiloot na visuele waarneming, of via bijzondere detectieen interventiemiddelen. Dat laatste is normaal gesproken voorbehouden aan de CUAS- en andere droneteams van de opsporingsdiensten (CUAS staat voor Counter Unmanned Aircraft Systems). Zij handelen daarbij op grond van bestaande bevoegdheden.
Duidelijkheid over bevoegdheden is cruciaal. In potentie kan met een ‘bestrijdingsmaatregel’ tegen drones een strafbaar feit gepleegd worden, door de inzet zelf of door het veroorzaken van letsel doordat een drone na een counterdrone-maatregel op iemand valt. In beginsel is geen sprake van strafbaar handelen indien de ambtenaar die een bestrijdingshandeling heeft uitgevoerd, handelde in overeenstemming met de regels.
Iedere ongeautoriseerde dronevlucht zonder bijbedoelingen, zo leert de factsheet, is een ‘luchtvaartzaak’, die wordt beoordeeld en afgedaan door het Expertisecentrum Luchtvaart van het parket Noord-Holland, onder gezag van de Landelijke coördinerend luchtvaartofficier. Maar er zijn ook ongeautoriseerde dronevluchten met vermoedens van kwade intenties. Denk aan spionage, sabotage en terrorisme. Die vluchten moeten worden gemeld aan de rechercheofficier van het arrondissement waar de drone is gesignaleerd (of via de SGBO-officier indien sprake is van een Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden). De rechercheofficier leidt de triage waarin wordt besloten of het gezag over het onderzoek bij het betreffende arrondissementsparket blijft, overgaat naar het Landelijk Parket, of naar de officier militaire zaken van parket Oost-Nederland. Hierbij spelen de beleidsbrief Terrorisme en overige landelijke beleidsafspraken een rol. Bij signalering boven de Noordzee dient ook contact te worden gelegd met de Noordzee-officier van het Functioneel Parket. Als blijkt dat geen sprake is van een commuun strafbaar feit, maar uitsluitend van een luchtvaartdelict, dan ligt het gezag bij de Landelijk coördinerend luchtvaartofficier.
Verder bevat de factsheet onder meer regels voor journalisten die met drones vliegen, en regels voor inbeslagname van drones en telefoons van dronegebruikers.