
Race naar gerechtigheid
De vervolging van een bejaarde femicide-verdachte
In de atypische femicide-zaak Buxes draait het om een 80-jarige man die op een avond in de echtelijke sponde zijn 72-jarige vrouw van het leven berooft. Na zijn aanhouding gaat hij direct in hongerstaking, waardoor zijn gezondheid in rap tempo achteruitgaat. Wat volgt is een race tegen de klok waarin officier Broekstra en parketsecretaris Van der Meulen alles op alles zetten om de zaak zo snel mogelijk voor de rechter te brengen. “Het mocht niet zo zijn dat de verdachte de regie in handen had. Er móést een vonnis komen.”
Op maandag 25 augustus 2025, net na het middaguur, komt bij de politie Assen een melding binnen van de vermissing van de 72-jarige Ida, moeder van drie kinderen, oma van meerdere kleinkinderen. De melding wordt gedaan door een van haar zoons. Even later bellen agenten bij de woning van Ida aan. Haar man Epko doet open. Hij bevestigt de vermissing van zijn echtgenote. De vorige avond was ze, nadat ze de hond had uitgelaten, zonder duidelijke reden de deur uitgegaan en sindsdien is er niets meer van haar vernomen. De politie kijkt rond in de woning. Opvallend: het bed is half afgehaald, het molton hangt te drogen en de wasmachine draait.
Diezelfde middag blijkt dat er eerder die dag met Ida’s pinpas nog een betaling is gedaan bij de plaatselijke Jumbo. De agenten bezoeken de supermarkt en bekijken de camerabeelden. Daarop is niet Ida te zien, maar wel haar echtgenoot. Terwijl die even daarvoor nog vertelde zijn woning sinds de vorige avond niet meer te hebben verlaten. Opnieuw bellen de agenten bij hem aan. Ze confronteren Epko met hun bevindingen en nemen nu ook een kijkje in de schuur en in de auto van het echtpaar. In de kofferbak liggen vuilniszakken gevuld met bebloed beddengoed. Niet veel later zit de 80-jarige Epko in een politiecel, als verdachte van poging doodslag op de vrouw met wie hij ruim vijftig jaar lang zijn leven deelde.
Let's go!
Nadat ze noodgedwongen enige tijd uit de roulatie is geweest, is officier van justitie Sus Broekstra die maandag voor het eerst weer aan het werk bij het parket Noord-Nederland. Wanneer de zaak van Ida daar binnenkomt, steekt ze direct haar hand op. “Ik dacht meteen: kom maar door. Let’s go,” zegt ze, terugblikkend op de zaak in de kantine van de Groningse rechtbank. Collega’s proberen haar nog te temperen. Hoewel er nog veel onbekend is, lijkt dit een heftige zaak. Misschien niet de meest geschikte zaak om weer rustig aan te beginnen. Maar ze dringen niet aan. Ze kennen Broekstra langer dan vandaag. Rustig aan komt niet in haar woordenboek voor.
Dan gaat het snel. Inmiddels is er ook een tweede melding. In het Noord-Willemskanaal ter hoogte van Tynaarlo, een dorp even boven Assen, is het levenloze lichaam van een vrouw gevonden. Een verband tussen de twee meldingen ligt voor de hand, maar toch houdt officier Broekstra, om ‘tunnelen’ te voorkomen, de twee onderzoeken aanvankelijk nog strikt gescheiden. “1 en 1 is pas 2 als de som gemaakt is.”
Beeld: © Persbureau Meter
De politie doet onderzoek langs het Noord-Willemskanaal bij Tynaarlo, waar een lichaam is gevonden
Dat gebeurt in de loop van de avond, wanneer het plastic en de meters tape waarin het gevonden lichaam deels gehuld is, zorgvuldig zijn verwijderd en vast is komen te staan dat het inderdaad het lichaam van Ida betreft. Het nieuws bereikt officier Broekstra om tien uur ’s avonds wanneer ze een kijkje neemt in de woning van Ida en Epko, waar het forensisch onderzoek nog in volle gang is. Daarbij zijn ook camerabeelden veiliggesteld die zijn gemaakt in de parkeergarage van het wooncomplex. Daarop is te zien hoe Epko rond kwart voor drie ’s nachts met ‘iets groots’ op een karretje naar zijn auto loopt en even later met een leeg karretje weer terugkomt. Kort daarna loopt hij ook nog met een visfoedraal richting zijn auto, waarna hij de parkeergarage uitrijdt, en drie kwartier later, tegen het ochtendgloren, weer terugkeert.
Opkroppings
Al bij zijn eerste verhoor bekent Epko zijn betrokkenheid bij de dood van zijn echtgenote. Zij het mondjesmaat, en met een minimaal aantal woorden. Bij het naar bed gaan was ruzie ontstaan, waarbij hij haar twee keer met de hand tegen het hoofd had geslagen. Tot zijn grote schrik, zo beweert Epko, stelde hij daarna vast dat Ida niet meer leefde. In paniek had hij daarna geprobeerd de sporen uit te wissen.
“Gelet op het letsel dat bij Ida was vastgesteld, leek ons dat op z’n zachtst gezegd slechts een klein deel van de waarheid,” zegt Marleen van der Meulen, die als parketsecretaris aan het onderzoek verbonden was. “Bovendien vonden wij het beeld dat de politie van Epko schetste moeilijk te rijmen met alles wat we op dat moment al wisten. Tijdens het verhoor zou hij een erg verwarde en fragiele indruk hebben gemaakt. Maar diezelfde oude man had nog geen 24 uur eerder met een zwaar lichaam gesjouwd, het kilometers verderop in een kanaal gedumpt, thuis het bed afgehaald, de wasmachine aangezet, noem maar op. Allemaal heel bewuste handelingen om zoveel mogelijk sporen uit te wissen. Om pas daarna de kinderen te bellen en hen wijs te maken dat hun moeder vermist was. Dat doe je niet als je echt verward bent.”
“Ik ga altijd uit van wat de politie zegt,” vult officier Broekstra aan, “maar in sommige zaken wil ik daarnaast ook mijn eigen oordeel kunnen vellen. Epko was een atypische verdachte. Een man van 80 die, na vijftig jaar samen te zijn geweest, zijn vrouw om het leven brengt. Zo’n verdachte wil je met eigen ogen zien. Wat is dat voor een man? Je houdt wel eens een bejaarde aan voor een winkeldiefstal of iets dergelijks, maar voor een levensdelict? Ik had dat nog nooit meegemaakt.”
Om die reden besluiten Broekstra en Van der Meulen om de volgende dag zelf aanwezig te zijn tijdens het tweede verhoor. Daar blijkt opnieuw dat hun verdachte geen prater is.
“Wat een ander met drie woorden zegt, zei hij met twee,” herinnert Broekstra zich. “Weinig emotie ook. Maar op mij maakte hij geen verwarde indruk. In tegendeel. Eerder berekenend. Hij leek zich heel bewust van wat hij allemaal wel en niet zei.”
Epko blijft bij zijn verhaal dat hij Ida slechts twee klappen gaf. Met zijn blote handen. Wel vertelt hij iets meer over de aanleiding van de echtelijke ruzie. Een verhaal dat de zaak nog atypischer maakt dan hij al was.
“Opkroppings,” zegt Broekstra. “Zo noemde hij het: opkroppings.”
“Wat hij bedoelde was dat hij al langere tijd geen seksuele omgang meer had met zijn vrouw,” verduidelijkt Van der Meulen. “Dat frustreerde hem. Die avond had hij daar naar eigen zeggen nogmaals op aangedrongen, maar tevergeefs.”
Broekstra: “Zie je de krantenkoppen al voor je, met van die dikke chocoladeletters? En de impact ervan op de nabestaanden. Je moet er toch niet aan denken… Maar een motief kun je niet verzwijgen. Hoe vertel je zoiets aan de kinderen en kleinkinderen? Hoe verwerk je zoiets in je requisitoir zonder het voor hen onnodig pijnlijk te maken? Zonder de sensatiezucht aan te wakkeren? Ik zat daar nog tijdens het verhoor al over te dubben. Gelukkig viel de landelijke media-aandacht voor deze zaak, en de toon van de berichtgeving, achteraf alles mee. Dat is voor alle betrokkenen goed geweest.”
“Vermoedelijk was het motief overigens breder dan dat,” zegt Van der Meulen. “We weten het niet zeker, maar er zijn meerdere signalen dat Ida al langere tijd bij hem weg wilde. Zo had ze zich vrij recent ingeschreven bij een woningbouwvereniging en zocht ze online regelmatig naar beschikbare huurwoningen. Deskundigen hebben later ook vastgesteld dat er al zeker tien jaar sprake was van relatieproblemen. Jaren eerder had Epko haar bijvoorbeeld al eens achtergelaten op een parkeerplaats in het buitenland.”
Beeld: © OM
Parketsecretaris Marleen van der Meulen: 'Waaraan Ida daadwerkelijk is overleden is nooit vast komen te staan'
Metalen sier-eend
Kort na het tweede verhoor bevinden Broekstra en Van der Meulen zich in totale duisternis in de woning van Epko en Ida. Ze zien geen hand voor ogen. Elk raam en elke kier is zorgvuldig afgeplakt ten behoeve van het luminol-onderzoek dat door het team Forensische Opsporing zojuist is afgerond. Daarbij zijn bloedsporen aangetroffen die met het blote oog niet waarneembaar zijn. Omdat officier Broekstra en parketsecretaris Van der Meulen toch in de buurt zijn, is het een uitgelezen kans om eens met eigen ogen te zien, voor zover de duisternis dat toelaat, hoe zo’n onderzoek in z’n werk gaat.
“Dat was nog een hachelijke onderneming,” herinnert Van der Meulen zich. “Ik was doodsbang om iets om te stoten. Ida hield nogal van snuisterijtjes. Het hele huis stond vol beeldjes, potjes, flesjes, fotolijstjes en andere tierelantijntjes. Ik durfde nauwelijks een stap te zetten.”
Schuifelend door het huis tonen de leden van het opsporingsteam hun bevindingen. Door het chemische goedje luminol te spuiten op objecten en oppervlakten lichten bloedsporen kort op. Een van die objecten is een metalen sier-eend op het nachtkastje, wat onmiddellijk de interesse van Broekstra wekt.
“Toen het licht weer aanging ben ik daar nog eens goed naar gaan kijken. Uit het dossier wist ik dat een wond op het hoofd van Ida een opmerkelijk patroon vertoonde. Een soort puntjes. Iets dat niet te rijmen viel met een klap met een blote hand, zoals Epko beweerde. Het is niet bewezen, en dat was ook niet nodig, maar dat die metalen eend een rol heeft gespeeld in dit verhaal, daar ben ik van overtuigd. Ik herkende die puntjes.”
“Waaraan Ida daadwerkelijk is overleden is nooit vast komen te staan,” zegt Van der Meulen. “Zeker is dat ze geslagen is, hoogstwaarschijnlijk ook met een of meerdere voorwerpen. Omdat haar tongbeen gebroken was is er wellicht ook sprake geweest van verwurging, al kan het ook gebroken zijn bij het strak aantrekken van het plastic om haar hals. We weten het niet.”
Beeld: © OM
Officier van justitie Sus Broekstra: 'Met welk doel zou hij nog geresocialiseerd moeten worden? Voor het bejaardentehuis? Voor het kerkhof?'
Hongerstaking
Twee dagen later krijgt de zaak opnieuw een wending. Met gillende sirenes wordt Epko vanuit de PI Leeuwarden naar het penitentiair ziekenhuis in Scheveningen gebracht. Al vanaf het moment van zijn aanhouding weigert hij te eten en te drinken. Ook zijn medicatie neemt hij niet meer, waardoor zijn toch al broze gezondheid in rap tempo achteruitgaat.
“Vanaf dat moment werd het een race tegen de klok,” zegt Broekstra. “Bij een levensdelict wordt normaal gesproken altijd nader onderzoek gedaan naar de persoon van de verdachte. In deze zaak werd door Pro Justitia geadviseerd om hem te laten observeren in het Pieter Baan Centrum. Mijn eerste reactie was: ja daag! De gemiddelde wachttijd voor zo’n observatie is 24 weken. Stel dat ik hem inderdaad op de wachtlijst zou laten zetten, en hij zou in de tussentijd overlijden, dan zouden we de nabestaanden dus nooit dat stuk gerechtigheid kunnen geven waar ze recht op hadden. Een dode kun je niet vervolgen. Ik wilde er alles aan doen om dat scenario te voorkomen. Het mocht niet zo zijn dat hij de regie in handen had. Ik wilde zo snel mogelijk naar zitting. Er móést een vonnis komen. Dan maar zonder een PBC-onderzoek. En dan was ik best bereid om bij mijn eis rekening te houden met een verminderde toerekeningsvatbaarheid. Dat is misschien ongebruikelijk, maar dat geldt voor deze hele zaak. Zo’n observatie is bovendien vooral gericht op een eventuele tbs-eis. Op het resocialisatietraject. Dat was hier wat mij betreft helemaal niet aan de orde. Die man was tachtig. Als hij tot tien jaar cel veroordeeld zou worden, zoals ik toen al van plan was te eisen, dan zou hij op zijn negentigste vrijkomen. Met welk doel zou hij dan geresocialiseerd moeten worden? Voor het bejaardentehuis? Voor het kerkhof?”
Op het parket Noord-Nederland leidt het voorstel, om het onderzoek naar de persoon van de verdachte in deze zaak achterwege te laten, tot interessante discussies, maar uiteindelijk ook tot groen licht. De volgende stap is om het idee voor te leggen aan de verdediging. Die gaat er na enig nadenken niet mee akkoord. Tijdens de eerste pro-formazitting, begin december, doet Broekstra, met een knoop in haar maag, dus toch de vordering observatie door het Pieter Baan Centrum. In de wetenschap dat een inhoudelijke behandeling van de zaak daardoor nog wel een jaar op zich kan laten wachten. Als het überhaupt ooit zover komt.
“En wat denk je?” lacht Broekstra. “Tot mijn stomme verbazing kregen we kort daarna bericht dat de verdachte al in februari geplaatst kon worden. Vraag me niet hoe, maar het kon.”
“Vervolgens hebben we gelijk een zittingsdatum laten vastleggen bij de rechtbank,” zegt Van der Meulen. “In mei. Dat was krap, want zo’n opname duurt zeven weken en dan moet het PBC ook nog de tijd krijgen om het rapport te schrijven, en ook de reclassering moest nog rapporteren, maar dat is allemaal gelukt. De hele zaak heeft nog geen tien maanden geduurd.”
Levenslang
Tijdens de inhoudelijke behandeling geeft Epko, die inmiddels weer is gaan eten en drinken, nauwelijks antwoord op de hem gestelde vragen. Zuchten en steunen doet hij des te meer.
Broekstra: “Hij deed zich in mijn ogen veel zwakker voor dan hij was. Hij leek het vooral allemaal heel erg te vinden voor zichzelf.”
Drie weken later doet de rechtbank uitspraak. Conform de eis wordt de dan 81-jarige Epko veroordeeld tot tien jaar cel vanwege de doodslag op zijn vrouw Ida.
“Dat is in zijn geval niet wezenlijk anders dan levenslang,” zegt Broekstra. “Dat besef ik heel goed. Maar moet een vergevorderde leeftijd altijd strafverlagend werken? Is het minder erg, of minder verwijtbaar wanneer een 80-jarige iemand van het leven berooft, dan wanneer een 40-jarige dat doet? Ik vind van niet. In deze zaak in elk geval niet.”
De verdachte ging niet in hoger beroep.