Beslissing: 3 februari 2012 AP Haarlem
Categorie luchtvaartzaak: Grote luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Sepot zaak naar aanleiding van voorvalmelding. Purser onder invloed op staande voet ontslagen en in bijstand beland.
Beslissing OM
in de zaak tegen een purser van een Nederlandse luchtvaartmaatschappij, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een voorvalmelding van een Nederlandse luchtvaartmaatschappij over een purser. Volgens de melding had een collega tijdens het boarden het vermoeden dat de purser onder invloed van alcohol was. Een alcohollucht zou duidelijk te ruiken zijn geweest. Verder viel het ongecontroleerde gedrag van de purser op. De purser was ermee geconfronteerd, maar ontkende na 22.00 uur alcohol te hebben genuttigd.
De voorval melding is bij het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL) binnengekomen en vervolgens door de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat aan het OM doorgegeven. De luchtvaartpolitie heeft in opdracht van de luchtvaartofficier van justitie een onderzoek ingesteld.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 2.12 lid 1 en 3 Wet luchtvaart.
Feiten en omstandigheden
Uit dit onderzoek bleek dat de verdachte de purser was waarop de voorvalmelding betrekking had. De verdachte had zich op [datum in het jaar] 2011 gemeld om als purser van een Nederlandse luchtvaartmaatschappij een vlucht uit te voeren naar Istanbul. Door een collega purser werd bij hem een alcohollucht geroken. De verdachte zou daarnaast met een dubbele tong hebben gesproken en een afwezige indruk maken. Toen de verdachte door de gezagvoerder van de vlucht werd aangesproken, deelde hij mede dat hij na 22.00 uur de vorige avond geen alcohol meer had gedronken. De verdachte werkte vervolgens tweemaal mee aan het afnemen van een ademanalysetest. Om 10.14 uur blies hij een waarde van 370 microgram en om 10.34 uur een waarde van 340 microgram. De verdachte is op staande voet ontslagen.
Beslissing
Na afronding van het onderzoek heeft de luchtvaartofficier van justitie geconcludeerd dat geen veroordeling kon volgen ten aanzien van de verdenking van overtreding van art. 2.12 lid 3 Wet luchtvaart (dat wil zeggen dat uit onderzoek blijkt dat het ademalcoholgehalte hoger is dan 90 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht). De reden daarvoor was gelegen in het feit dat bij het onderzoek naar het alcoholgebruik van de verdachte aanvankelijk niet is beoogd de zaak strafrechtelijk op te pakken en daarom geen met rechtswaarborgen omklede procedure is gevolgd. Zo is de ademanalysetest niet uitgevoerd door een opsporingsambtenaar, is er geen uitdraai van de meetresultaten, is de cautie niet gegeven, is voorafgaand aan het afleggen van een verklaring niet gewezen op het recht om een advocaat te consulteren en heeft verdachte – desgewenst – geen tegenonderzoek kunnen uitvoeren. De kans bestaat dat de uitslagen van de ademanalysetest bij een strafrechtelijke weging buiten beschouwing moeten worden gelaten, aldus de officier van justitie.
Dat lag anders ten aanzien van overtreding van art. 2.12 lid 1 en 2 Wet luchtvaart (het algemene verbod om werkzaamheden onder invloed uit te oefenen en het verbod om binnen tien uur voorafgaand aan de vlucht alcoholhoudende drank te gebruiken). Het onderzoek van de luchtvaartpolitie heeft volgens de officier van justitie voldoende bewijs opgeleverd voor deze verdenkingen. Op grond van de verklaringen van de collega purser, de gezagvoerder, de medewerker van security en de verdachte zelf kan worden bewezen dat de verdachte art. 2.12 lid 1 en 2 Wet luchtvaart heeft overtreden.
Volgens de strafvorderingsrichtlijn van het OM is een transactievoorstel van € 1.000,-- passend. De officier van justitie heeft echter gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte besloten om de zaak tegen hem te seponeren. In dat verband wees de officier van justitie op de financiële situatie van de verdachte, die na het ontslag in de bijstand terecht is gekomen.