Beslissing: 28 september 2012 AP Haarlem

Categorie luchtvaartzaak: Grote luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Overbelading lijnvliegtuig tijdens taxiën vermoedelijk al gecompenseerd. Strafrechtelijk onderzoek niet geïndiceerd. Eventueel ingrijpen werkgever of inspectie prevaleert.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een verkeersvliegtuig, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een voorvalmelding dat een gezagvoerder van een Nederlandse luchtvaartmaatschappij die de opdracht had gegeven om het besluit van de beladingsofficier om 16 koffers niet te beladen in verband met het overschrijden van het beladingsgewicht met 158 kg, terug te draaien. De 16 koffers waren niet opgenomen in de stukken die nodig zijn voor de berekening van de vliegprestaties van het vliegtuig. Deze melding is bij het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL) binnengekomen en heeft de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat aan het OM doorgegeven. De luchtvaartpolitie heeft in opdracht van de luchtvaartofficier van justitie een onderzoek ingesteld.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 225 Wetboek van Strafrecht.[1]

Feiten en omstandigheden

Een loadsheet is een beladingsdocument dat nodig is voor de uitvoering van een verkeersvlucht. In een loadsheet staat informatie als het gewicht, het aantal en de verdeling van de passagiers, brandstof, vracht, cabinebezetting, drinkwater en catering.

Voor iedere vlucht wordt een loadsheet berekend. Met gebruikmaking van een loadsheet wordt bepaald hoe het vliegtuig beladen is en waar het zwaartepunt ligt.

Door de Flight Safety Manager van de betreffende luchtvaartmaatschappij was aangegeven dat er weliswaar op het moment van belading van de 16 koffers sprake was van een (theoretisch) overgewicht van het maximum startgewicht (ongeveer 0,3%), maar dat de gezagvoerder daarbij in overweging had genomen dat dit overgewicht door het verbranden van brandstof tijdens het taxiën (ruimschoots) werd gecompenseerd. Hij merkte daarbij op dat dat weliswaar niet gebruikelijk was, maar dat dit wel vaker voorkwam.

Beslissing

De luchtvaartpolitie heeft de gezagvoerder in overleg met de luchtvaartofficier van justitie niet als verdachte gehoord. De officier van justitie was van oordeel dat verder strafrechtelijk onderzoek naar deze melding niet was geïndiceerd, omdat eventueel ingrijpen, zo daartoe zou worden besloten door de werkgever van betrokkene of door de Inspectie Leefomgeving en Transport op gronden van billijkheid en doelmatigheid prevaleert. Het onderzoek is aldus afgesloten.  

[1] De luchtvaartofficier van justitie overwoog dat de Hoge Raad in de zaak over de Transavia-tailstrike (uitspraak van 11 augustus 2010, LJN BL2853) oordeelde dat het naleven van gebruiksbeperkingen van een vliegtuig, zoals ten aanzien van de belading, niet (mede) bepalend is voor de luchtwaardigheid van het vliegtuig. Van een verdenking zoals bedoeld in art. 3.8 Wet luchtvaart is in deze casus dan ook niet uitgegaan.