Beslissing: 10 september 2019 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Transactie voor veroorzaken mogelijk gevaar door tegen de vliegrichting in het circuit te volgen. Rekening gehouden met schuldbewuste verdachte en handelen na afloop van voorval. 

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een eenmotorig propellervliegtuig, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van de eigen waarneming van de luchtvaartpolitie tijdens een controle op een vliegveld.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding art. 3. Regeling standaard luchtverkeerscircuits (tegen de vliegrichting in het luchtverkeerscircuit volgen), paragraaf FCL.060 onder b Uitvoeringsverordening 1178/2011 (niet voldoen aan het vereiste van drie starts en landingen gemaakt in de voorafgaande 90 dagen voor het meenemen van passagiers) en art. 5.3 Wet luchtvaart (zodanig deelnemen aan het verkeer dat daardoor personen of zaken in gevaar worden of kunnen worden gebracht).

Feitn en omstandigheden        

Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2019 met een door hem gehuurd vliegtuig een vlucht heeft uitgevoerd van vliegveld [vliegveld 1] naar vliegveld [vliegveld 2]. Dit was een vlucht met drie passagiers, zijn gehele gezin. De verdachte beschikte over geldig bewijs van bevoegdheid en had ongeveer 1.000 uur gevlogen.

De verdachte heeft bij het aanvliegen van vliegveld [vliegveld 2] tegen de richting van het luchtverkeercircuit in gevlogen. Hij vloog een circuit met het maken van linkerbochten voor baan [baannummer 1], terwijl baan [baannummer 2] in gebruik was en daarvoor een circuit moet worden gevolgd met het maken van rechterbochten. Toen de verdachte zich op final bevond, is hij naar rechts uitgeweken en het circuit uitgevlogen. Op datzelfde moment steeg er een vliegtuig op vanaf baan [baannummer 2]. Dit vliegtuig begaf zich dus in de richting van het door de verdachte bestuurde vliegtuig en is naar rechts uitgeweken.

De verdachte bleek bij controle van zijn pilotlogboek slechts twee starts en landingen te hebben gemaakt in de 90 dagen voorafgaande aan de vlucht.

De verdachte heeft de overtredingen erkend. Hij was van zijn fouten geschrokken en gaf die fouten niet alleen toe, maar heeft het voorval ook gemeld bij de ILT, de safety commissie van zijn vliegclub en de instructeur van de vliegclub. Dit heeft hij de luchtvaartpolitie per mail laten zien. In deze mail bood hij ook zijn excuses aan.

Beslissing

Naar het oordeel van het OM kunnen de overtredingen worden bewezen. Het OM richt zich in deze zaak alleen op de mogelijke gevaarzetting, die de verdachte heeft veroorzaakt. De overtreding van het tegen de vliegrichting in het standaard luchtverkeerscircuit volgen, ligt (net als een mogelijk gebrekkige vluchtvoorbereiding) besloten in het veroorzaken van mogelijk gevaar. Het niet voldoen aan het vereiste van drie starts en landingen gemaakt in de voorafgaande 90 dagen, heeft het OM laten rusten gelet op de lerende houding van de verdachte en het feit dat de drie passagiers zijn eigen gezinsleden waren.

Voor overtreding van art. 5.3 Wet luchtvaart bevat de strafvorderingsrichtlijn geen uitgangspunt. Voor het tegen de vliegrichting in het luchtverkeerscircuit volgen, zonder dat gevaar is ontstaan, geldt voor dit type luchtvaartuig als uitgangspunt een boete van € 200,--. Enerzijds rechtvaardigt de gevaarzetting op zichzelf een aanzienlijke strafverhoging. Anderzijds is de verdachte zeer schuldbewust en heeft hij goed gehandeld na het voorval en lijkt daarvan te hebben geleerd. Dat zijn elementen waaraan in een Just Culture waarde kan worden gehecht. Alles afwegende is het OM van oordeel dat voor overtreding van art. 5.3 Wlv een transactie van € 300,-- passend is. Dit transactievoorstel heeft de verdachte aanvaard.