Beslissing: 6 januari 2020 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: ELOM:2019:006; Hof Amsterdam 4 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:630 en ECLI:NL:GHAMS:2021:631.

Inhoudsindicatie: Dagvaarding na weigering transactie voor opstijgen van en landen op andere plaats dan luchthaven, gebruik luchtvaartuig dat niet is voorzien van geldig nationaliteits- en inschrijvingskenmerk en niet meevoeren documenten.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een paramotortrike, hierna de verdachte [B].

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van de waarneming van een verbalisant.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 8.1a lid 1 Wet luchtvaart (met een luchtvaartuig opstijgen of landen anders dan van of op een luchthaven), art. 3.1 lid 1 Wet luchtvaart (als eigenaar of houder een luchtvaartuig gebruiken dat niet is voorzien van een geldig nationaliteits- en inschrijvingskenmerk) en art. 4.8 Wet luchtvaart (niet meevoeren van de in de Regeling vluchtuitvoering genoemde documenten).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte [B] op [datum in het jaar] 2019 met paramotortrike is geland op een weiland bij een perceel in [plaats]. Kort daarvoor landde ook medeverdachte [A] een voetstart-paramotor (gemotoriseerd schermvliegtuig) op dit weiland.

De verbalisant herkende medeverdachte [A] van een eerdere controle op hetzelfde weiland, waarbij was vastgesteld dat medeverdachte [A] geen verklaring van geen bezwaar had voor het opstijgen van en landen op deze locatie. De verbalisant had hem toen gewaarschuwd dat bij herhaling verbaliserend zou worden opgetreden. De medeverdachte [A] had ook ditmaal geen verklaring van bezwaar.

De verbalisant vorderde de verdachte [B] om de verplicht mee te voeren documenten en een geldige verklaring van geen bezwaar of ontheffing te tonen. De verdachte had een bewijs van inschrijving bij zich, maar niet het bewijs van luchtwaardigheid en het journaal van de paramotortrike. De verdachte had evenmin een verklaring van geen bezwaar of een ontheffing voor tijdelijk uitzonderlijk gebruik. De verbalisant zag verder dat de paramotortrike van verdachte [B] niet was voorzien van een nationaliteits- en inschrijvingskenmerk.

De verdachte verklaarde dat een groep kennissen al 25 jaar vanaf deze locatie vliegt en dat hij er daarom van uitging dat het wel goed zat. Hij had zelf ongeveer 80 vlieguren gemaakt met een paramotor, voornamelijk met een paramotortrike, maar ook enkele uren met een voetstart-paramotor. Hij was zich er niet van bewust dat hij niet alle documenten bij zich had. Het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk moest hij nog op zijn scherm aanbrengen. Hij verklaarde de letters al te hebben, maar nog niet in de gelegenheid te zijn geweest om ze aan te brengen.

Beslissing

Het OM acht de verdenkingen wettig en overtuigend bewezen. Aan de verdachte is zowel voor het opstijgen van en landen op een niet-luchthaven, als het gebruiken van een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig nationaliteits- en inschrijvingskenmerk een transactie van € 800,-- aangeboden. Voor het niet meevoeren van de documenten is een transactie van € 200,-- aangeboden. De verdachte heeft deze transactievoorstellen niet aanvaard en werd daarom gedagvaard.

Luchtvaartzitting 19 mei 2021

De verdachte is ter zitting verschenen. De door hem ter zitting afgelegde verklaring heeft de officier van justitie de indruk gegeven dat de verdachte zich door de medeverdachte heeft laten meeslepen. Afgezet tegen de transactie met de verdachte, die achteraf gezien mild was, heeft de officier van justitie zijn strafeis aangepast. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 800,-- voor het opstijgen van en landen op een niet-luchthaven, een geldboete van € 800,-- waarvan € 300,-- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar voor het gebruiken van het luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, en een geldboete van € 200,-- waarvan € 100,-- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De rechter heeft anders beslist. De verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 800,-- (subsidiair 16 dagen vervangende hechtenis) met een proeftijd van 1 jaar voor het opstijgen van en landen op een niet-luchthaven. Daartoe werd overwogen dat dit in dit specifieke geval passend werd gevonden, omdat de medeverdachte voor de diezelfde dag gepleegde overtreding een transactie van € 800,-- heeft gekregen en hij eerder was gewaarschuwd. Een proeftijd van 1 jaar werd passend gevonden, omdat het inmiddels een oud feit was. Ten aanzien van het gebruiken van het luchtvaartuig, terwijl het niet is voorzien van een geldig nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, sloot de rechter aan bij de strafmaat van het Amsterdamse Gerechtshof in een soortgelijke zaak: € 250,-- (subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis). Voor het niet meevoeren van de vereiste documenten werd volstaan met een geldboete van € 100,-- (subsidiair 2 dagen vervangende hechtenis).