Beslissing: 5 juni 2020 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: ELOM:2020:015, ELOM:2020:016; Persbericht rechtbank Noord-Holland
Inhoudsindicatie: Sepot vanwege geringe rol met betrekking tot feiten, ontbreken van directe betrokkenheid bij organiseren activiteiten verdachte [A] en reflecterende houding.
Beslissing OM
in de zaken tegen twee gezagvoerders van MLA’s (Micro Light Aeroplanes), hierna de verdachten [C] en [D].
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding op 19 maart 2019 van de afdeling toezicht van de ILT.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 7 lid 1 onder a en c, en art. 8 Regeling MLA’s MLH’s en Schermvliegtuigen.[1]
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat op [datum in het jaar] 2018 met drie MLA’s van de verdachte [A] vluchten zijn uitgevoerd voor het televisieprogramma ‘Het Perfecte Plaatje’. In totaal ging het om vier vluchtuitvoeringen met één MLA is twee keer gevlogen). De verdachte [B] was bij twee van die vluchtuitvoeringen betrokken als gezagvoerder. De verdachten [C] en [D] waren beide bij een vluchtuitvoering betrokken. De conclusie van de luchtvaartofficier van justitie was dat bij deze vluchtuitvoeringen luchtwerk is verricht tegen vergoeding, met baat en/of voor commerciële doeleinden. Zowel het verrichten van luchtwerk met een MLA als het gebruik van een MLA tegen vergoeding, met baat en/of voor commerciële doeleinden is verboden (art. 7 lid 1 onder a respectievelijk c van de Regeling MLA’s MLH’s en Schermvliegtuigen). Dit zijn normen die zich zowel tot de gebruiker (exploitant) als tot de bestuurder (gezagvoerder/piloot) van de MLA richten.
Op [datum in het jaar] 2019 waren de verdachten [C] en [D] naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie beide opnieuw betrokken bij een vluchtuitvoering waarbij luchtwerk met een MLA is verricht; ditmaal in het kader van een fotocursus die door [bedrijf] werd verzorgd. Ten aanzien van die vluchtuitvoeringen bleek ook dat het maximaal startgewicht van de MLA’s was overschreden (art. 8 van de Regeling MLA’s MLH’s en Schermvliegtuigen). Ook dat is een norm die zich zowel tot de gebruiker als de bestuurder richt.
Beslissing
De luchtvaartofficier van justitie heeft besloten om de verdachten [C] en [D] voor deze strafbare feiten niet te vervolgen. Ten aanzien van het luchtwerk en de commerciële vluchtuitvoeringen met een MLA stelt de luchtvaartofficier van justitie vast dat de verdachten [C] en [D] geen enkele vergoeding hebben ontvangen en dat zij, anders dan de verdachte [B], evenmin betrokken zijn geweest bij het organiseren van de activiteiten. Bovendien heeft de luchtvaartofficier van justitie de indruk gekregen dat de verdachten [C] en [D] de normen niet bewust hebben overtreden. Hun aandeel in het geheel schat zij in als gering en daarom zijn de strafbare feiten op die grond geseponeerd.
De overtreding van het overschrijden van het maximaal startgewicht van de MLA is om een andere reden geseponeerd. De luchtvaartofficier van justitie neemt daarbij de hiervoor omschreven situatie in aanmerking en weegt in het voordeel van verdachten [C] en [D] mee hoe zij hierop naderhand hebben gereageerd (kort gezegd: schuldbewust en lerend).
[1] Deze regeling is op 1 oktober 2020 vervangen door de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen, waarin dezelfde bepalingen zijn opgenomen (art. 46 en 47). Omdat geen sprake is van een gewijzigd inzicht van de wetgever inzake de strafwaardigheid, is de tenlastelegging gebaseerd op de oude regeling.