Beslissing: 16 juli 2020 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Opdracht instructeur aan leerling tijdens circuittraining om verkort circuit te vliegen vanwege langzamer vliegend toestel in circuit. Inhalen en veroorzaken mogelijk gevaar voor andere toestel. Beroep op overmacht.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een tweemotorig vliegtuig, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte tegen de verdachte.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding van art. 4 Regeling Standaard luchtverkeerscircuits (inhalen in circuit) en art. 5.3 Wet luchtvaart (zodanig deelnemen aan het verkeer dat daardoor personen of zaken in gevaar worden of kunnen worden gebracht).

Feiten en omstandigheden        

Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat op [datum in het jaar] 2019 een instructievlucht is uitgevoerd met het tweemotorige vliegtuig met registratienummer PH-[XXX]. De verdachte was de instructeur en gezagvoerder, zijn leerling [A] was de pilot flying. Ze waren bezig met een circuittraining op vliegveld [naam vliegveld].

Toen de verdachte en [A] in het circuit vanuit het dwarswindbeen (crosswind) het rugwindbeen (downwind) opdraaiden, voegde een ander vliegtuig het circuit halverwege het rugwindbeen in. Dit vliegtuig was een eenmotorig vliegtuig, waarin aangever [B] en de gebrevetteerde passagier [C] zaten. [B] stelde via de radio te hebben gehoord van een vliegtuig met het callsign P-[XX] (een vliegtuig wordt er doorgaans aangeduid met de eerste en de laatste twee letters) en er daarom van te zijn uitgegaan dat het ging om de PH-[YXX] die op vliegveld [naam vliegveld] is gestationeerd. Van dat vliegtuig wist [B] dat het een eenmotorig vliegtuig is. [B] kwam er pas achter dat het om de tweemotorige PH-[XXX] ging, toen het vliegtuig rechts naast hem vloog. Dit zorgde voor een schrikreactie bij [B] en [C].

De verdachte heeft verklaard dat de situatie om een oplossing vroeg, omdat hij met zijn leerling sneller vloog dan het eenmotorige vliegtuig dat was ingevoegd. Hij heeft daarom [A] de opdracht gegeven om een verkort circuit te vliegen, dat wil zeggen de bocht eerder te nemen en scherper in te draaien. Volgens hem was dit niet onveilig, omdat zowel hij als [A] het andere vliegtuig constant in het zicht hebben gehouden. Er was een andere mogelijkheid, die [A] had voorgesteld: het circuit uitvliegen aan het einde van het rugwindbeen en het circuit vervolgens weer opnieuw aanvliegen. Volgens de verdachte kan dat echter ook gevaarlijk zijn, omdat er daar ook vliegverkeer kan zijn. 

Overwegingen omtrent het bewijs

Door op deze manier een verkort circuit te vliegen, is een ander vliegtuig – het vliegtuig waarin aangever zich bevond – ingehaald. Door die manoeuvre veranderde namelijk de vliegvolgorde. Dat betekent dat art. 4 van de Regeling standaard luchtverkeerscircuits is overtreden.

Dit gebeurde echter niet zonder reden. De verdachte werd voor een probleem gesteld toen aangever de snelheid van het vliegtuig van de verdachte verkeerd inschatte en besloot het circuit in te vliegen (een vliegtuig wordt via de radio doorgaans aangeduid met de eerste en de laatste twee letters: aangever hoorde P-[XX] over de radio en nam op basis daarvan aan dat het de aldaar gestationeerde PH-[YXX] was, waarvan hij weet dat het een eenmotorig vliegtuig is, terwijl het vliegtuig van de verdachte, de PH-[XXX], een tweemotorig vliegtuig betreft en daardoor met een hogere snelheid kwam aanvliegen). De verdachte liep daarom in op het vliegtuig van aangever en zag daarin aanleiding voor een verkort circuit. Uit het onderzoek is niet gebleken dat dit gevaar heeft veroorzaakt. Wel is gebleken dat daardoor gevaar kon ontstaan. Het heeft ook voor een schrikreactie gezorgd bij aangever en de andere inzittende. De verdachte en zijn leerling hebben echter continu zicht gehouden op het andere luchtvaartuig en ervoor gezorgd dat afstand werd bewaard. Dat neemt niet weg dat de leerling van de verdachte een aantal keren heeft gevraagd of het niet beter was om het circuit uit te vliegen aan het einde van downwind. Volgens de luchtvaartpolitie en een getuigenverklaring van de eigenaar van een vliegschool was dat ‘netter’ geweest. Tegelijkertijd zou ook dat niet zijn toegestaan en kennelijk evenmin zonder gevaar zijn geweest vanwege het vliegverkeer dat uit andere richtingen kon komen.

De luchtvaartofficier van justitie meent dat een beroep op overmacht de verdachte onder de gegeven omstandigheden niet kan worden ontzegd. Voldoende aannemelijk is geworden dat het verkorte circuit een corrigerende maatregel was met het oog op de vliegveiligheid. Hoewel een andere maatregel mogelijk beter was geweest, gaat het volgens de luchtvaartofficier van justitie te ver om de genomen maatregel te diskwalificeren.

Beslissing

Het geslaagde beroep op overmacht betekent dat de verdachte niet strafbaar is. De luchtvaartofficier van justitie heeft de zaak om die reden geseponeerd.