Beslissing: 16 juli 2020 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: ELOM:2020:005

Inhoudsindicatie: Transactie voor niet afbreken eindnadering terwijl daartoe aanleiding was.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een Micro Light Aeroplane (MLA), hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een waarneming van een politieagent.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding art. 6 van de Regeling standaard luchtverkeerscircuits (niet de eindnadering afbreken terwijl daartoe aanleiding bestaat).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2019 met zijn luchtvaartuig is geland op vliegveld [vliegveld], terwijl dat vliegveld was gesloten vanwege een ongeval van een ander luchtvaartuig. Dat luchtvaartuig lag op de kop op de landingsbaan. Op de landingsbaan liepen bovendien een aantal personen. Een en ander had voor de verdachte aanleiding moeten zijn om uit te wijken naar een ander vliegveld of desnoods naar een nabijgelegen weiland. Andere gezagvoerders hebben dat gedaan en dat ook via de radio laten weten.

Tijdens uw verhoor heeft de verdachte verklaard dat hij motorproblemen heeft gehad, dat hij via de radio had gehoord dat er niemand op de baan was, dat niet via de radio is gezegd dat het vliegveld was gesloten en dat hij zich ervan heeft vergewist dat hij voldoende ruimte voor de landing had. Deze verklaring valt niet helemaal met de onderzoeksbevindingen te rijmen. De luchtvaartofficier van justitie trekt niet in twijfel dat de verdachte die dag motorproblemen had, zeker niet nu dat bevestiging vindt in het feit dat de bougies de volgende dag zijn vervangen. De vraag is echter of die motorproblemen zo ernstig waren dat het op dat moment noodzakelijk was om de landing door te zetten. Uit de bevindingen leidt de luchtvaartofficier van justitie af dat dit niet het geval was. Zij merkt in dat verband op dat is gebleken dat de verdachte, ondanks die motorproblemen, vier circuits heeft gevlogen en dat hij geen pan pan- of mayday-melding heeft gedaan.

Er is verder tijdens het onderzoek geen bevestiging gekomen van verdachtes verklaring dat via de radio is gezegd dat zich niemand op de landingsbaan bevond. Het tegenovergestelde bleek het geval te zijn. Er liepen op dat moment vijf personen, waaronder twee politieagenten, op de landingsbaan. Kijkend ook naar de overige onderzoeksbevindingen concludeert de luchtvaartofficier van justitie dat er geen rechtvaardiging is voor het overtreden van genoemde regel.

Beslissing

Bij het bepalen welke reactie hierop passend is, heeft de luchtvaartofficier van justitie eerst de Richtlijn strafvordering voor luchtvaartwetgeving in aanmerking genomen. Deze overtreding wordt niet genoemd in de richtlijn, maar voor een enigszins vergelijkbare overtreding wordt als uitgangspunt een geldboete van € 800,-- gehanteerd. De luchtvaartofficier houdt echter rekening met strafverminderende omstandigheden, zoals dat de verdachte motorproblemen had en dat zijn vliegervaring op dat moment beperkt was tot 126 uur waarvan 66 uur met instructeur. Verder neemt de luchtvaartofficier van justitie in aanmerking dat de luchtvaartpolitie van de verdachte, mede op basis van een andere controle, een positieve indruk heeft gekregen. Gelet daarop heeft de luchtvaartofficier van justitie besloten dat een transactievoorstel van € 500,-- passend en geboden is.

De verdachte heeft dit transactievoorstel aanvaard.