Beslissing: 8 september 2020 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Transactie voor uitvoeren elf vluchten zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een eenmotorig vliegtuig, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een reguliere controle.

Verdenking strafbaar feit

Primair overtreding van art. 3.8 lid 1 onder b Wet luchtvaart (uitvoeren van een vlucht met vliegtuig zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid), subsidiair van art. 5.8 Wet luchtvaart (niet voor aanvang van de vlucht kennisnemen van alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van de vlucht van belang zijn).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte in de periode van [periode van ongeveer 4 maanden in 2019 en 2020] als gezagvoerder van zijn vliegtuig met registratienummer PH-[XXX] elf vluchten heeft uitgevoerd, terwijl dat vliegtuig niet was voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid.

Beslissing

Het uitgangspunt bij overtreding van art. 3.8 lid 1 Wet luchtvaart is volgens de Richtlijn strafvordering voor luchtvaartwetgeving het dagvaarden van de verdachte in verband met een te vorderen ontzegging van de vliegbevoegdheid.

De omstandigheden van dit geval zijn voor de luchtvaartofficier van justitie aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken. Daartoe is het volgende overwogen. De verdachte heeft zijn vliegtuig op [datum in het jaar] 2019 in verband met Brexit overgeschreven van een Engelse registratie naar een Duitse registratie; daardoor was de verdachte in afwachting van een nieuw bewijs van luchtwaardigheid (naar zij begrijpt, is de verdachte dat nog steeds). Ter verkrijging van dit nieuwe bewijs van luchtwaardigheid moeten testvluchten worden uitgevoerd. De Duitse autoriteiten hebben met het oog daarop een zogenaamde ‘Permit to Fly’ afgegeven. De verdachte heeft tegenover de luchtvaartpolitie verklaard dat hij meende daarmee te mogen vliegen. Dat is niet het geval. In de Permit to Fly is opgenomen dat het een ontheffing betreft voor ‘vluchten door luchtvaartonderhoudsbedrijven en voor inspecties ten behoeve van de blijvende luchtwaardigheid’. De ontheffing was bovendien slechts geldig in de periode van [datum in het jaar] 2019 tot en met [datum in het jaar] 2020 en de verdachte heeft ook na deze periode vluchten met het vliegtuig uitgevoerd (zeven van de elf vluchten). Bij goed vliegerschap hoort een goede vluchtvoorbereiding, waarbij onder andere de vereiste documenten worden gecontroleerd. Dat heeft de verdachte kennelijk bij elf vluchten niet gedaan. Naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie dient een serieuze sanctie te volgen. Een ontzegging van de vliegbevoegdheid acht de luchtvaartofficier van justitie onder de gegeven omstandigheden echter niet aangewezen.

Bij het bepalen van de hoogte van de sanctie heeft de luchtvaartofficier van justitie meegewogen dat de verdachte bij zijn laatste vlucht, de vlucht op [datum in het jaar] 2020, een ongeval heeft gehad en dat hij daarbij schade heeft geleden. Na een en ander te hebben afgewogen, is de luchtvaartofficier van justitie tot de slotsom gekomen dat een transactievoorstel van € 2.000,-- een passende reactie is.