Beslissing: 26 oktober 2020 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: ELOM:2020:006; ELOM:2020:016; Persbericht rechtbank Noord-Holland
Inhoudsindicatie: Dagvaarding na niet aanvaarden transactievoorstel voor overtredingen met MLA’s: luchtwerk, commercieel vliegen en overschrijden startgewicht.
Beslissing OM
in de zaak tegen een luchtvaartexploitant (rechtspersoon), hierna de verdachte [A].
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding op 19 maart 2019 van de afdeling toezicht van de ILT.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 7 lid 1 onder a en c, en art. 8 Regeling MLA’s, MLH’s en Schermvliegtuigen.[1]
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat op [datum in het jaar] 2018 met drie MLA’s (Micro Light Aeroplanes) van de verdachte [A] vluchten zijn uitgevoerd voor het televisieprogramma ‘Het Perfecte Plaatje’. In totaal ging het om vier vluchtuitvoeringen (met één MLA is twee keer gevlogen), waarbij de conclusie van de luchtvaartofficier van justitie was dat luchtwerk is verricht tegen vergoeding, met baat en/of voor commerciële doeleinden. Zowel het verrichten van luchtwerk met een MLA als het gebruik van een MLA tegen vergoeding, met baat en/of voor commerciële doeleinden is verboden (art. 7 lid 1 onder a respectievelijk c van de Regeling MLA’s, MLH’s en Schermvliegtuigen).
Op [datum in het jaar] 2019 is naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie wederom met drie MLA’s luchtwerk verricht; ditmaal in het kader van een fotocursus die door [bedrijf] werd verzorgd. Ten aanzien van de vraag of deze vluchten als commercieel waren aan te merken, heeft de luchtvaartofficier van justitie de verdachte [A] het voordeel van de twijfel gegeven. De reden daarvoor is dat [vertegenwoordiger] van verdachte [A] heeft verklaard dat de vergoeding, die met [bedrijf] was afgesproken, niet in rekening is gebracht omdat het gebeuren na de eerste vlucht is afgebroken vanwege de controle door de luchtvaartpolitie; het tegendeel blijkt niet uit het bewijs. Tijdens die controle bleek wel dat met de drie MLA’s ook een andere overtreding was begaan, namelijk het overschrijden van het maximaal startgewicht van die MLA’s (art. 8 van de Regeling MLA’s, MLH’s en Schermvliegtuigen).
Beslissing
Naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie bestaat voldoende wettig en overtuigend bewijs om vast te stellen dat de verdachte [A] op [datum in het jaar] 2018 en [datum in het jaar] 2019 strafbare feiten heeft gepleegd. De luchtvaartofficier van justitie heeft de verdachte [A], met toestemming van de hoofdofficier van justitie, een transactie aangeboden van in totaal € 10.000,--, als volgt verdeeld over de verschillende overtredingen:
1. € 4.000,-- voor het vier keer verrichten van luchtwerk op [datum in het jaar] 2018;
2. € 2.000,-- voor het feit dat deze vier vluchten commercieel van aard waren (deze overtredingen zijn in samenhang bezien);
3. € 3.000,-- voor het drie keer verrichten van luchtwerk op [datum in het jaar] 2019;
4. € 1.000,-- voor het daarbij overschrijden van de startgewichten van de MLA’s.
Het transactievoorstel werd niet aanvaard. De verdachte [A] werd gedagvaard om voor de economische politierechter te verschijnen op de luchtvaartzitting van 7 januari 2021.
Vordering ter zitting, pleidooi raadsvrouwe en beslissing rechter
De luchtvaartofficier van justitie heeft gerekwireerd tot een veroordeling tot geldboetes overeenkomstig de voorgestelde transacties. De raadsvrouw van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van feit 1, 2 en 3. Ten aanzien van feit 4 is een schuldigverklaring zonder oplegging van straf bepleit. In subsidiaire zin is een strafmaatverweer gevoerd.
De rechter oordeelde dat het onder 1 en 3 laste gelegde luchtwerk wettig en overtuigend was bewezen. Luchtwerk met een MLA is verboden op grond van art. 7 Regeling MLA’s, MLH’s en Schermvliegtuigen. In art. 1.1 Besluit vluchtuitvoering is een definitie gegeven en volgens de rechter staat in die definitie duidelijk dat daaronder mede wordt verstaan een vlucht die wordt gebruikt voor fotografie. Er werd overwogen dat geen onderscheid is gemaakt tussen de objecten die kunnen worden gefotografeerd, zoals bijvoorbeeld het aardoppervlak of de lucht. Verder werd overwogen dat het erom gaat of fotografie een doelstelling van de vlucht is. De rechter stelde vast dat daarvan sprake was, zowel bij de vluchten voor het programma ‘het perfecte plaatje’, als bij de cursus fotografie. Het programma en de cursus waren gericht op fotografie: het doel van de vluchten was om de passagiers in staat te stellen tot het maken van foto’s. Daarom zijn de vluchten als luchtwerk aan te merken. Het beroep op verontschuldigbare dwaling werd, onder verwijzing naar de definitie, verworpen. De rechter verduidelijkte nog: het is belangrijk om te kijken naar het doel van de vlucht. Het is niet zo dat er nooit een foto mag worden gemaakt, maar het mag niet een doel van de vlucht zijn.
De rechter sprak de verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit, dat betrekking had op het gebruik van de MLA’s ‘tegen vergoeding, met baat of voor commerciële doeleinden’ in het kader van het programma ‘het perfecte plaatje’. De rechter overwoog dat weliswaar een vergoeding is gevraagd en betaald, maar zij vond de verklaring van de (mede)verdachte [B] aannemelijk dat die vergoeding niet meer dan de kostprijs was om het vliegtuig in de lucht te houden. Die prijs was € 250,-- per uur. De rechter achtte aannemelijk dat deze prijs de kostprijs vertegenwoordigde en dat, zoals ter zitting opnieuw werd aangegeven, de eerder gehanteerde prijs van € 180,-- beneden de kostprijs lag. Voor die € 250,-- is een redelijke, aannemelijke verklaring gegeven. Het berekenen van de kostprijs is geen vergoeding in de zin van de regeling. Volgens de rechter is ook geen sprake van ‘baat’. Er was ‘exposure’ berekend, wat in het algemeen mogelijk als reclame zou kunnen worden aangemerkt. Uit de feitelijke gang van zaken heeft de rechter echter afgeleid dat er geen sprake was van reclame. Er is niet geadverteerd voor producten of diensten die kunnen worden geleverd. Het ging er puur om dat te zien was wie de vluchten heeft uitgevoerd. Het was niet gericht op grote naamsbekendheid. Dat was de reden voor de rechter om het niet als ‘baat’ aan te merken.
De onder 4 ten laste gelegde overschrijding van het maximale startgewicht van de MLA’s werd wettig en overtuigend bewezen verklaard. De rechter overwoog daartoe dat in het handboek, dat in Nederland geldig is, een startgewicht staat en dat dit startgewicht is overschreden. Dat de regelgeving op dit punt in ontwikkeling is, acht zij alleen van belang voor de strafmaat.
De rechter overwoog ten aanzien van de rechtspersoon nog dat de gedragingen daaraan kunnen worden toegerekend, omdat het handelingen zijn die in de sfeer van de rechtspersoon liggen. Het doel was het maken van vluchten met MLA’s.
De rechter kwam tot een andere strafoplegging dan de officier van justitie had geëist. De verdachte [A] werd voor feit 1 veroordeeld tot een geldboete van € 2.000,-- waarvan € 1.000,-- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, voor feit 3 tot een geldboete van € 1.500,-- waarvan € 750,-- voorwaardelijk en voor feit 4 tot een geheel voorwaardelijke geldboete van € 750,--.
De verdachte [A] en het OM hebben afgezien van hoger beroep.
[1] Deze regeling is op 1 oktober 2020 vervangen door de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen, waarin dezelfde bepalingen zijn opgenomen (art. 46 en 47). Omdat geen sprake is van een gewijzigd inzicht van de wetgever inzake de strafwaardigheid, is de tenlastelegging gebaseerd op de oude regeling.