Beslissing: 26 januari 2021 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Transactie voor laagvliegen boven gebied evenement waar veel mensen aanwezig zijn. Verdachte wil geen verklaring afleggen. Groot tijdsverloop meegewogen in hoogte transactie.
Beslissing OM
in de zaak tegen een gezagvoerder van een Micro Light Aeroplane (MLA), hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van bevindingen van een agent van de regionale politie.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van SERA.5005 onderdeel f Bijlage Verordening 923/2012 (vlucht uitvoeren beneden minimum vlieghoogte).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte als gezagvoerder van het luchtvaartuig met registratienummer PH-[XXX] in de middag van [datum in het jaar] 2019 boven [stad] twee vluchten heeft gemaakt. Er is vastgesteld dat tijdens de eerste vlucht werd gevlogen op hoogtes variërend van 402 tot 660 voet en tijdens de tweede vlucht op hoogtes van 361 tot 665 voet. De hoogteligging van het gebied waar de verdachte overheen bent gevlogen, was 63 voet. De aldaar geldende minimale vlieghoogte is 1.000 voet.
Beslissing
De verdachte heeft aanzienlijk lager gevlogen dan is toegestaan. Bij deze overtreding, met een type luchtvaartuig als dat van de verdachte, geldt volgens de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetging als uitgangspunt een geldboete van € 800,--. De verdachte heeft deze overtreding twee keer gepleegd en hierover tijdens zijn politieverhoor geen verklaring willen geven. De overtredingen werden bovendien gepleegd boven een gebied waar op dat moment het evenement [evenement] plaatsvond en veel mensen aanwezig waren.
Normaal gesproken zijn dat omstandigheden waarvan een strafverhogende werking kan uitgaan. De luchtvaartofficier van justitie weegt dit echter af tegen het tijdsverloop. Inmiddels zijn een jaar en zeven maanden verstreken. Hoewel de redelijke termijn (twee jaar) nog niet is overschreden, is het langer dan gewenst en wil de luchtvaartofficier van justitie er daarom in de afdoening van de zaak rekening mee houden. Na een en ander te hebben afgewogen, is zij tot de slotsom gekomen dat onder deze omstandigheden een transactievoorstel van € 800,-- een passende reactie is (in plaats van € 1.600,--).
De verdachte heeft het transactievoorstel aanvaard.