Beslissing: 20 mei 2021 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Transactie voor niet nagaan of vliegplan voor internationale vlucht is goedgekeurd. Waarschuwing luchtvaartpolitie voor laagvliegen was genereus, maar opgewekt vertrouwen zal niet worden geschaad. Onderzoek naar derde verdenking tussentijds afgebroken.
Beslissing OM
in de zaak tegen een gezagvoerder van een helikopter, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van een militaire luchtverkeersleidingseenheid.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding SERA.4001 onder b en 5 Uitvoeringsverordening 923/2012 (niet indienen van een vliegplan vóór de exploitatie van een vlucht over internationale grenzen) en art. 5.8 Wet luchtvaart (als gezagvoerder niet voor aanvang van de vlucht kennisnemen van alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van de vlucht van belang zijn).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte op [een datum 1 in het jaar] 2020 met zijn helikopter (die voorzien is van het buitenlandse nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [XX]-[XXX]) vanuit Duitsland Nederland is binnengevlogen zonder het hiervoor vereiste vliegplan te hebben ingediend, althans zonder te zijn nagegaan of het vliegplan was goedgekeurd.
Bij een internationale vlucht, zoals verdachtes vlucht van Duitsland naar Nederland is te beschouwen, wordt op grond van het voorschrift SERA.4001 onder b en 5 van Uitvoeringsverordening 923/2012 de indiening van een vliegplan vereist. De verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij een vliegplan heeft ingediend bij Westfalica Airport. Hoewel het onderzoek dat niet heeft aangetoond, laat dat onverlet dat een goede vluchtvoorbereiding ook behelst of het ingediende vliegplan is goedgekeurd en dus actief is. Aldus is in ieder geval artikel 5.8 van de Wet luchtvaart overtreden.
Beslissing
Het uitgangspunt voor het niet indienen van een vliegplan – en dat is naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie gelijk te stellen met het niet voorafgaand aan de vlucht nagaan of een ingediend vliegplan is goedgekeurd – is volgens de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetgeving bij het type luchtvaartuig van de verdachte een geldboete van € 800,--.
Het spreekt in verdachtes nadeel dat het niet de eerste keer is dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een luchtvaartovertreding. Ter zake van het laag boven een festival vliegen is in 2016 een transactie overeengekomen van € 1.600,--. Uit het onderzoek in deze zaak volgde bovendien opnieuw een verdenking van laagvliegen, een overtreding die de verdachte tegenover de luchtvaartpolitie heeft toegegeven. De luchtvaartpolitie heeft echter te kennen gegeven dat ten aanzien hiervan wordt volstaan met een waarschuwing omdat de radarbeelden niet geijkt en daardoor niet geheel betrouwbaar waren. Dat opgewekte vertrouwen zal het OM uiteraard niet schaden, maar de luchtvaartofficier van justitie tekent hierbij aan dat het slechts geven van de waarschuwing zeer genereus was van de luchtvaartpolitie. Uit het proces-verbaal blijkt immers dat de verdachte dermate laag heeft gevlogen dat de overtreding zelfs met inachtneming van een veilige marge had kunnen worden vastgesteld. Mocht in toekomst opnieuw worden geconstateerd dat de verdachte te laag vliegt, kan dus niet op dezelfde coulante houding worden gerekend.
Het onderzoek naar een derde verdenking – het onderzoek dat aanleiding was om de beslissing in deze zaak tijdelijk op te schorten – heeft de luchtvaartofficier van justitie laten afbreken. De verdenking in dat onderzoek was dat de verdachte op [datum 2 in het jaar] 2020 een landing heeft gemaakt op de [weg] te [plaats], terwijl de verdachte daarvoor niet beschikte over een ontheffing in de zin van art. 8a.51 van de Wet luchtvaart. Uit het nadere onderzoek begrijpt de luchtvaartofficier van justitie evenwel dat de verdachte van de Gedeputeerde Staten van de provincie [provincie] een generieke ontheffing heeft gekregen en dat navraag aldaar leerde dat deze landing zou zijn toegestaan als dit van tevoren was aangemeld via het e-mailadres [e-mailadres 1]. De verdachte blijkt het te hebben aangemeld op het e-mailadres dat hiervoor voorheen werd gebruikt: [e-mailadres 2]. Deze vergissing rekent de luchtvaartofficier van justitie de verdachte niet aan, temeer niet nu de verdachte tegenover de luchtvaartpolitie spijt heeft betoond en beterschap heeft beloofd.
Resumerend betekent dit dat naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie alleen een sanctie dient te volgen voor de gebrekkige vluchtvoorbereiding van de verdachte op [datum 1 in het jaar] 2020. In aanmerking genomen dat de verdachte enerzijds een gewaarschuwd man was vanwege zijn eerdere aanraking met justitie (het laagvliegen boven het festival) en anderzijds dat hij het verkeerde van zijn handelen lijkt te beseffen (gebaseerd op het laatste contact met de luchtvaartpolitie), heeft de luchtvaartofficier van justitie besloten het te houden op een transactievoorstel conform het uitgangspunt in de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetgeving. Dat houdt met andere woorden een transactievoorstel van € 800,-- in.
De verdachte heeft dit voorstel aanvaard.