Beslissing: 11 juni 2021 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Zes vluchten zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid. Aanvankelijk wilde verdachte daarover geen verklaring afleggen en werd besloten tot dagvaarding. Beslissing herzien na toelichting advocaat en daaropvolgend onderhoud. Sepot voor vliegen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid. Voorwaardelijk sepot voor gebrekkige vluchtvoorbereiding. Voorwaarde betreft organiseren informatiebijeenkomst om geleerde lessen te delen met clubleden.
Beslissing OM
in de zaak tegen een gezagvoerder van een eenmotorig propellervliegtuig, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van de afdeling toezicht van de ILT. Een inspecteur van de ILT zag een vliegtuig zodanig laag vliegen dat hij de registratie kon lezen: PH-[XXX]. Drie dagen later zag deze inspecteur bij toeval dat een collega voor dit vliegtuig een nieuw bewijs van luchtwaardigheid had afgegeven. Het vorige bewijs was afgelopen op [datum 1 in het jaar] 2020. Het nieuwe bewijs was geldig vanaf [datum 2 in het jaar] 2020. In die tussenliggende periode had hij de PH-[XXX] zien vliegen.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding art. 3.8 lid 1 onder b Wet luchtvaart (uitvoeren van een vlucht met vliegtuig zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid) dan wel art. 5.8 Wet luchtvaart (gebrekkige vluchtvoorbereiding).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte in de periode van [tien dagen in] 2020 als gezagvoerder zes binnenlandse vluchten heeft gemaakt met het vliegtuig met registratienummer PH-[XXX], terwijl het bewijs van luchtwaardigheid niet meer geldig was. Tijdens vier van deze vluchten vloog hij met een passagier. Het vliegtuig staat op naam van [exploitant], waarvan de verdachte de enige aandeelhouder, bestuurder en directeur is.
Dagvaarding
De verdachte is door de luchtvaartpolitie diverse malen uitgenodigd voor verhoor, maar hij wilde daarop niet ingaan. Hij heeft per mail te kennen gegeven dat hij geen verklaring wenste af te leggen. De luchtvaartofficier van justitie zag daarom geen aanleiding af te wijken van het uitgangspunt in de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetgeving om de verdachte te dagvaarden voor het vliegen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid. De verdachte is daarom gedagvaard voor de luchtvaartzitting van 19 mei 2021.
Intrekking dagvaarding en uitnodiging onderhoud
Bij brief van 8 mei 2021 heeft de raadsman van de verdachte gemotiveerd verzocht om intrekking van de dagvaarding. De luchtvaartofficier van justitie heeft dit verzoek bij brief van 10 mei 2021 gehonoreerd, zij het op andere gronden dan door de raadsman bepleit.
Anders dan de raadsman meende, is directe dagvaarding van de verdachte in een geval als dit niet in strijd met de Aanwijzing opsporing en vervolging bij voorvallen in de burgerluchtvaart. Onder de in het uitgangspunt genoemde ‘ernstige gevaarzetting’ zijn ook ernstige abstracte gevaarzettingsdelicten te scharen. Het vliegen zonder geldig Bewijs van Luchtwaardigheid betreft een dergelijk delict. Het is als misdrijf strafbaar gesteld. In dit verband wees de luchtvaartofficier van justitie ook op het uitgangspunt in de Richtlijn strafvordering voor luchtvaartwetgeving: dagvaarden in verband met een te vorderen ontzegging van de vliegbevoegdheid.
De luchtvaartofficier van justitie hield bovendien staande dat uit de bewijsmiddelen valt af te leiden dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet. De door de raadsman verstrekte informatie waaruit blijkt dat het onderhoud aan het vliegtuig was afgerond, laat onverlet dat er nog geen nieuw bewijs van luchtwaardigheid was afgegeven. Het verwijt dat de verdachte werd gemaakt, is niet dat hij met een niet-luchtwaardig toestel heeft gevlogen; het verwijt is dat hij niet met een geldig bewijs van luchtwaardigheid heeft gevlogen. De verdachte had op de afgifte van een nieuw bewijs van luchtwaardigheid moeten wachten. Door met een verlopen bewijs van luchtwaardigheid te gaan vliegen, heeft hij naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie minst genomen bewust de aanmerkelijke kans op de koop toe genomen dat hij zich schuldig zou maken aan het misdrijf van art. 3.8 lid 1 aanhef onder b Wet luchtvaart.
Terzijde merkte de luchtvaartofficier van justitie op dat de melding van medewerker van de ILT niet een melding is die door de Aanwijzing opsporing en vervolging bij voorvallen in de burgerluchtvaart nader wordt gereguleerd. In deze aanwijzing gaat het over de verplichte en vrijwillige meldingen die krachtens EU-Verordening 376/2014 zijn gedaan, anders gezegd over de meldingen die bij een voorval betrokken personen en/of organisaties doen aan het Analyse Bureau Luchtvaartvoorvallen. Van het doorgeven van een dergelijke melding is geen sprake.
Het voorgaande neemt niet weg dat de luchtvaartofficier van justitie in de door de raadsman verstrekte informatie aanleiding zag om de dagvaarding in te trekken. In de beslissing tot dagvaarding van de verdachte heeft een belangrijke rol gespeeld dat hij de luchtvaartpolitie heeft laten weten geen verklaring te willen afleggen. Had hij dat wel gedaan en daarbij de uitleg gegeven zoals via de raadsman is gegeven, dan was voorgesteld om de zaak via een andere weg af te doen. Die kans heeft de luchtvaartofficier van justitie de verdachte alsnog willen bieden. Om die reden is besloten de dagvaarding in te trekken en de verdachte voor een onderhoud op het parket uit te nodigen om de zaak met de luchtvaartofficier van justitie te bespreken, in het bijzijn van zijn advocaat.
Onderhoud
Op 8 juni 2021 heeft het onderhoud met de verdachte en de raadsman plaatsgevonden. De verdachte heeft de context van het gebeuren goed over het voetlicht gebracht. Hij maakte een positievere indruk op de luchtvaartofficier van justitie dan uit het politiedossier was op te maken.
Beslissing
Het onderhoud heeft voor de luchtvaartofficier van justitie een nieuw licht op de strafzaak geworpen. Na kennis te hebben genomen van de door de verdachte afgelegde verklaring, oordeelt de luchtvaartofficier van justitie dat sprake is van onvoldoende bewijs voor overtreding van art. 3.8 lid 1 aanhef onder b Wet luchtvaart. Er is wel voldoende bewijs voor overtreding van art. 5.8 Wet luchtvaart. Daartoe is het volgende overwogen.
Ten aanzien van het vliegen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid
Het vliegen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid is een misdrijf. Voor een bewezenverklaring daarvan is vereist dat de verdachte heeft gehandeld met opzet, eventueel in voorwaardelijke zin; dat laatste wil zeggen dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans moet hebben aanvaard dat hij zonder bewijs van luchtwaardigheid vloog. Uit de specifieke omstandigheden van dit geval concludeert de luchtvaartofficier van justitie dat geen sprake is geweest van ‘vol’ opzet van verdachtes kant en evenmin van opzet in voorwaardelijke zin. Daarbij heeft de luchtvaartofficier van justitie in aanmerking genomen dat de verdachte indertijd in het bezit was van twee vliegtuigen waarvoor wat betreft de verlenging van het bewijs van luchtwaardigheid twee verschillende regimes gelden en dat de verdachte zich hierin heeft vergist.
De verdachte is er ten onrechte van uitgegaan dat het bewijs van luchtwaardigheid van het vliegtuig waarmee de verdachte in de periode [tussen datum 1 en datum 2 in het jaar] 2020 vluchten heeft gemaakt, automatisch was verlengd toen het vliegtuig na het onderhoud en de BvL-verlengingsinspectie door [onderhoudsbedrijf] was vrijgegeven. De verlengingsaanvraag voor het vliegtuig is gedaan door een medewerker van [onderhoudsbedrijf]. De luchtvaartofficier van justitie gelooft verdachtes verklaring dat hij de aanvraag, die dateert van [datum 1], pas naderhand heeft gezien. Dat is belangrijk omdat het aanvraagformulier waarschuwt dat het niet tijdig indienen van de aanvraag ertoe kan leiden dat een vliegtuig niet langer beschikt over een geldig bewijs van luchtwaardigheid. De conclusie van de luchtvaartofficier van justitie is dat de verdachte er onterecht op heeft vertrouwd dat de geldigheid van het bewijs van luchtwaardigheid na de vrijgave door het onderhoudsbedrijf was verlengd. Dat betekent dat zij niet wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte met (voorwaardelijk) opzet heeft gehandeld. Op die grond is de zaak voor wat betreft het vliegen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid geseponeerd.
Ten aanzien van de gebrekkige vluchtvoorbereiding
Het voorgaande neemt niet weg dat de verdachte bij de vluchtvoorbereiding van de verschillende vluchten heeft nagelaten om te verifiëren of het bewijs van luchtwaardigheid nog geldig was. Voor iedere vlucht moet een gezagvoerder, zoals de verdachte weet, kennisnemen van alle gegevens en inlichtingen die voor de uitvoering van de vlucht van belang zijn (zie art. 5.8 Wet luchtvaart). Wanneer dat niet wordt gedaan, levert dat een overtreding op. Naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie kan worden bewezen dat de verdachte zich, bij elk van de vluchten in de periode [tussen datum 1 en datum 2 in het jaar] 2020 met de PH-[XXX], aan deze overtreding schuldig heeft gemaakt.
Uitgangspunt volgens Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetgeving
De Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetgeving (Stcrt. 2018, 341420) vermeldt als uitgangspunt voor deze overtreding met verdachtes type luchtvaartuig een geldboete van € 425,--. Wanneer de overtreding meerdere keren is gepleegd, ligt een hoger uitgangspunt normaal gesproken voor de hand. Na de beoordeling van de omstandigheden van het geval wordt doorgaans op grond van de Aanwijzing opsporing en vervolging bij voorvallen in de burgerluchtvaart (Stcrt. 2020, 7947) een afgewogen transactievoorstel gedaan.
Afwijking van uitgangspunt: sepot onder voorwaarde van organiseren informatiebijeenkomst
In dit geval ziet de luchtvaartofficier van justitie echter aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Zoals overwogen, maakte de verdachte een positieve indruk op de luchtvaartofficier van justitie. De verdachte gaf zijn fout toe, heeft deze van de nodige duidelijke context voorzien en lijkt ook van zijn fout te hebben geleerd.
De verdachte heeft verklaard dat hij als instructeur actief is voor de vliegclub [vliegclub] en dat hij zijn leerlingen meegeeft dat open communicatie over fouten belangrijk is. Dat heeft de verdachte zelf aanvankelijk niet gedaan toen hij besloot niet in te gaan op de uitnodiging van de luchtvaartpolitie om (al dan niet in het bijzijn van zijn raadsman) een verklaring afgelegd. De luchtvaartofficier van justitie begrijpt dat de verdachte was geschrokken en was teruggedeinsd omdat hem werd medegedeeld dat het om een verdenking van een misdrijf ging en hij als verdachte zou worden gehoord. Zoals de luchtvaartofficier van justitie tijdens het onderhoud heeft aangegeven, is het wel jammer dat het zo is gelopen aangezien zijn verklaring – zoals die tijdens het onderhoud is afgelegd – ook in een eerder stadium zonder meer in zijn voordeel was meegewogen.
Tegen deze achtergrond en in het licht van Just Culture heeft de luchtvaartofficier van justitie besloten de zaak ten aanzien van de gebrekkige vluchtvoorbereiding voorwaardelijk te seponeren. De enige voorwaarde die daarbij werd gesteld, is dat de verdachte op de vliegclub een informatiebijeenkomst zou organiseren om met de overige clubleden te delen hoe de verdachte dit voorval en de afhandeling daarvan door het OM heeft ervaren en welke lessen de verdachte daaruit heeft getrokken. Aan deze bijeenkomst zaten verder geen voorwaarden: de verdachte mocht deze naar eigen inzicht inkleden en indien andere leden de verdachte daarbij wilden ondersteunen, was dat zonder meer akkoord. De luchtvaartofficier van justitie had aangegeven het op prijs stellen als het OM voor de bijeenkomst zou wordden uitgenodigd, maar dat was geen verplichting zolang van de bijeenkomst maar een terugkoppeling zou worden gegeven (voor het OM kan dat immers ook leerzaam zijn). De achterliggende gedachte is puur gelegen in het feit dat de andere clubleden hun voordeel kunnen doen met de door de verdachte geleerde lessen.
Informatiebijeenkomst
De verdachte, inmiddels betrokkene, heeft de informatiebijeenkomst kort daarna georganiseerd en gevraagd of het OM niet alleen aanwezig wilde zijn, maar ook een presentatie zou willen verzorgen. Hiermee stemde het OM in.
De informatiebijeenkomst heeft op 6 oktober 2021 plaatsgevonden. De betrokkene gaf een presentatie over Just Culture in de luchtvaart en het achterliggende belang om voorvallen te melden en daarvan te leren. Hij verwees naar onderzoeken waaruit blijkt dat in de kleine luchtvaart nog onvoldoende meldingen worden gedaan. Vervolgens presenteerde hij zijn analyse van het voorval, waarbij hij de feiten chronologisch besprak en inging op de verantwoordelijkheden van de gezagvoerder, de verschillende regimes wat betreft de verlenging van het bewijs van luchtwaardigheid en de rol van human factors. Hij plaatste dit vervolgens in een breder perspectief met het Dirty Dozen-model om het bewustzijn rond menselijke factoren bij voorvallen te vergroten.
Aansluitend hebben de luchtvaartofficier van justitie en de beleidsadviseur luchtvaartzaken een presentatie gegeven over het vervolgingsbeleid van het OM en de wijze waarop Just Culture daarin is meegenomen.