Beslissing: 1 oktober 2021 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart
Formele relaties: -/-
Inhoudsindicatie: Dagvaarding voor verrichten luchtwerk met paramotortrike en vliegen zonder geldig speciaal bewijs van luchtwaardigheid.
Beslissing OM
in de zaak tegen een gezagvoerder van een paramotortrike, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding vanuit de KNVvL op [een datum in het jaar] 2020. De melding houdt in dat de verdachte de regels aan zijn laars lapt. Hij zou ondanks een eerdere waarschuwing van de luchtvaartpolitie commercieel vliegen met een paramotortrike.
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van art. 7 lid 1 aanhef en onder a Regeling MLA’s, MLH’s en schermvliegtuigen (verrichten van luchtwerk met een paramotortrike) en art. 3.8 lid 1 aanhef en onder b Wet luchtvaart (uitvoeren van vluchten met een luchtvaartuig dat niet is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte op [een datum in het jaar] 2020 twee keer als gezagvoerder van een paramotrotrike in [plaats] is opgestegen.[1] Dit is waargenomen door een verbalisant van de regionale politie, die op de betreffende dag een controle uitvoerde. Bij de eerste vlucht ging er een mannelijke passagier mee en bij de tweede een vrouwelijke. Ter plaatse hoorde de verbalisant van omstanders dat de man de vrouw ten huwelijk ging vragen. Op het moment dat de vrouw de lucht in ging, was er in het weiland een hart gevormd, dat vanuit de lucht zichtbaar was. De verbalisant zag dat toen de paramotortrike geland was, een huwelijksaanzoek werd gedaan.
Tijdens de controle vertelde een andere man aan de verbalisant dat hij vaker was meegevlogen met de verdachte om foto’s te maken. Hieruit is een algemene verdenking ontstaan dat de verdachte luchtwerk met een paramotortrike heeft verricht.[2]
Uit het onderzoek blijkt dat de verdachte op [datum in het jaar] 2019 een vlucht heeft gemaakt met freelance fotograaf [A]. Volgens een nieuwsbericht [kop nieuwsbericht] van [datum in het jaar] 2019 heeft [A] met [bedrijf van de verdachte] een luchtfotorapportage van meerdere delen van [plaats] gemaakt. [A] wilde geen verklaring tegenover de luchtvaartpolitie afleggen. De eindredacteur vertelde dat de foto’s vrijwillig waren aangeleverd door de fotograaf. [A] had op zijn website nog meer luchtfoto’s geplaatst. De verdachte heeft hierover tegenover de luchtvaartpolitie geen verklaring afgelegd, omdat hij het verhoor uit boosheid heeft afgebroken.
De verdachte heeft verder volgens het onderzoek in ieder geval in de periode van [datum in het jaar] 2019 tot en met [datum in het jaar] 2020 met zijn paramotortrike gevlogen zonder speciaal bewijs van luchtwaardigheid. De verdachte beschikt over een Duitse paramotortrike (D-[XXXX]. De verdachte heeft verklaard dat hij over een Duits luchtwaardigheidsbewijs beschikt. Daaruit kan worden afgeleid dat de paramotortrike niet in Nederland is ingeschreven. Van tijdelijk gebruik in Nederland lijkt geen sprake te zijn. Het onderzoek wijst erop dat de paramotortrike permanent in [plaats in Nederland] is gestationeerd.
Beslissing
De verdachte is uitgenodigd om de zaak tijdens een onderhoud met de luchtvaartofficier van justitie te bespreken op het parket, maar op die uitnodiging is hij niet ingegaan. Bij deze stand van zaken heeft de luchtvaartofficier van justitie besloten de verdachte te dagvaarden voor de luchtvaartzitting van 27 januari 2022.
De verdachte is op deze zitting verschenen en heeft een verklaring afgelegd.
Die verklaring heeft de luchtvaartofficier van justitie op andere gedachten gebracht voor zover het gaat over het vliegen zonder geldig bewijs van luchtwaardigheid. De verdachte heeft verklaard dat zijn trike gestationeerd was bij zijn woning in Duitsland, net over de grens van Nederland. Hij zou ofwel vanuit Duitsland vliegen, ofwel de trike opladen en meenemen naar Nederland. Er is geen bewijs dat dit tegenspreekt en daarom heeft de luchtvaartofficier van justitie de verdachte het voordeel van de twijfel gegeven. Daar komt bij dat het aantal vluchten in de onderzochte periode niet meer dan 28 dagen was, die in de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen worden genoemd. De luchtvaartofficier van justitie heeft daarom ter zake van dit feit vrijspraak gevorderd.
Ter zake van het verrichten van luchtwerk heeft de luchtvaartofficier van justitie een geldboete van € 425,-- geëist. De rechter heeft de verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 350,--. Daarbij overwoog de rechter dat zij rekening hield met het grotere tijdsverloop.
[1] Het onderzoek heeft de aanvankelijke verdenking dat de verdachte hiermee is opgestegen van en geland op een terrein dat geen luchthaven is, tegengesproken. Navraag leerde dat een andere persoon voor het betreffende terrein een verklaring van geen bezwaar heeft gekregen. Dat maakt dat het terrein als een luchthaven is te beschouwen, hoewel het volgens de voorwaarden van de verklaring van geen bezwaar niet toegestaan is om de luchthaven te gebruiken voor vluchten met een paramotortrike. Zie Hof Amsterdam 4 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:631 en ECLI:NL:GHAMS:2021:630.
[2] Waar en wanneer dat precies is geweest, is niet vastgesteld. Een concrete verdenking kan daaruit niet worden afgeleid. Een blog van een fotograaf op het internet spreekt van een vlucht met de verdachte op [een datum in het jaar] 2017. Als daarmee een overtreding zou kunnen worden vastgesteld, is die overtreding inmiddels verjaard. Navraag bij [reisbureau], dat in 2020 heeft geadverteerd voor betaalde rondreizen met [bedrijf van de verdachte], leerde dat klanten van het reisbureau geen vluchten hadden geboekt.