Beslissing: 27 oktober 2021 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Sepot voor aanvangen vlucht met onvoldoende brandstof. Onnodig tijdsverloop en openhartige verdachte.

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een eenmotorig vliegtuig, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van een noodlanding.

Verdenking strafbaar feit

Overtreding art. 3 lid 1 aanhef en onder a Regeling vluchtuitvoering (vlucht niet uitvoeren met inachtneming van voorschriften deel II Bijlage 6 Verdrag van Chicago) juncto norm 2.2.3.6.1 Deel II Bijlage 6 Verdrag van Chicago (vlucht niet aanvangen tenzij het vliegtuig voldoende brandstof aan boord heeft om de vlucht veilig te kunnen voltooien; bij een VFR-vlucht moet niet alleen voldoende brandstof aanwezig zijn om het luchtvaartterrein van de voorgenomen landing te kunnen bereiken, maar ook reservebrandstof voor ten minste 30 minuten op normale kruishoogte).[1]

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2020 als gezagvoerder van een vliegtuig met registratienummer PH-[XXX] is vertrokken vanaf vliegveld [vliegveld].

Na circa anderhalf uur vliegen vloog de verdachte terug naar [vliegveld] en begon de motor te stotteren. Hij voerde de voorgeschreven motorchecks aan. Aan de hand van het brandstofniveau (iets minder dan een kwart van de brandstoftank) besloot verdachte dat doorvliegen naar [vliegveld] geen optie meer was. Daarom heeft hij een nabijgelegen veld uitgezocht om een noodlanding te maken. Hij heeft mayday call gemaakt en gezegd dat hij een noodlanding zou maken.

De luchtvaartpolitie heeft geconstateerd dat er geen brandstof aanwezig was in de brandstoftanks. Er waren geen aanwijzingen dat sprake was van een lekkage.

De verdachte verklaarde onder meer dat de brandstofmeter aangaf dat net iets minder van de helft van de tanks was gevuld, maar dat hij dat niet fysiek heeft gecheckt. Hij ging ervan uit dat het voldoende was voor twee uur vliegen, gezien de brandstofmeter.

Uit onderzoek bleek dat de brandstofmeters niet de juiste aanwijzingen gaven.

De luchtvaartpolitie heeft erop gewezen dat door luchtvarenden en eigenaren van vliegtuigen doorgaans een te groot vertrouwen wordt gesteld in de aanwijzingen van de brandstofmeters. Tijdens de vliegopleiding wordt hieraan aandacht besteed. Daarom wordt vliegers geleerd om het brandstofniveau ook zelf na te gaan door middel van peilstokken.  

Onderhoud

De luchtvaartofficier van justitie heeft de verdachte uitgenodigd voor een onderhoud op het parket om de zaak met hem te bespreken. Daarbij speelde mee dat het bijna anderhalf jaar heeft geduurd voordat het proces-verbaal bij het OM is binnengekomen. De verdachte is op die uitnodiging ingegaan.

Tijdens het onderhoud op 27 oktober 2001 heeft de verdachte verklaard dat hij op [datum in het jaar] 2020 een rondje ging vliegen en daarvoor een toestel had gehuurd bij een bedrijf waar hij vaker vliegtuigen huurt. Tijdens de vluchtvoorbereiding bleek dat de motor niet goed functioneerde. De verdachte heeft daarover met de eigenaar van het verhuurbedrijf gesproken en kreeg toen het vliegtuig met registratienummer PH-[XXX] toegewezen. Hij deed opnieuw allerlei checks. Hij zag dat de brandstofmeters aangaven dat beide tanks ongeveer half vol waren en dat de tankdop er goed op zat. Alleen heeft hij niet met de peilstok fysiek gemeten of het brandstofniveau klopte, wat hij normaal gesproken altijd doet. Hij had die dag ook helemaal geen haast. Door de wisseling van het vliegtuig heeft hij dat blijkbaar overgeslagen. Het was een pijnlijke les voor zijn ‘pride’. Hij heeft er met veel mensen over gesproken. Goed vliegerschap is, zo verklaarde hij, ook dat er over fouten wordt gesproken.[2]

Beslissing

De luchtvaartofficier van justitie heeft de zaak na afloop van dit onderhoud geseponeerd. Een eerste reden voor deze beslissing is dat het onderzoek zo lang op zich heeft laten wachten. Na het voorval op [datum in het jaar] 2020, waarbij de verdenking ontstond dat de verdachte met onvoldoende (reserve)brandstof was vertrokken, is hij nog dezelfde dag gehoord. Tot het moment dat deze zaak op het parket binnenkwam, had de verdachte niets meer van de zaak vernomen. Daarvoor zijn geen bijzondere omstandigheden aan te wijzen. Mede in aanmerking genomen dat het hier om een overtreding gaat (geen misdrijf), is naar het oordeel van de luchtvaartofficier van justitie alleen al dit tijdsverloop aanleiding om de zaak te seponeren.

In dit geval bestaat echter ook een tweede, meer inhoudelijke reden. Die reden is dat de verdachte tijdens het onderhoud bijzonder openhartig over zijn ‘fout’ heeft gesproken. De verdachte heeft de situatie helder uitgelegd en ook verantwoordelijkheid genomen. Daarbij onderstreepte hij zelf nog eens het belang van de vliegveiligheid. Hij heeft bovendien verklaard dat u hierover met veel andere mensen heeft gesproken om te voorkomen dat zij mogelijk in de toekomst iets vergelijkbaars meemaken. In de context van Just Culture kan het OM dat alleen maar toejuichen.

[1] De Regeling vluchtuitvoering is mede gebaseerd op art. 7 lid 2 Besluit vluchtuitvoering. Volgens art. 8 van dat besluit is handelen in strijd met art. 7 lid 2 een strafbaar feit. Het Besluit is gegrond op art. 4.6 lid 1 Wet luchtvaart. Overtreding daarvan is een economisch delict als bedoeld in art. 1 onder 4° WED (zie ook art. 2 lid 1 en 4 WED).

[2] De verdachte heeft na het onderhoud ook zijn melding aan de OvV met het OM gedeeld.