Beslissing: 8 december 2021 AP Noord-Holland
Categorie luchtvaartzaak: Grote luchtvaart
Formele relaties: Nieuwsbericht OM d.d. 21 april 2022; Nieuwsbericht rechtbank Noord-Holland d.d. 21 april 2022
Inhoudsindicatie: Dagvaarding gezagvoerder voor weigering alcoholonderzoek om, naast geldboete, vliegontzegging te vorderen.
Beslissing OM
in de zaak tegen een gezagvoerder van een buitenlandse luchtvaartmaatschappij, hierna de verdachte.
Aanleiding onderzoek
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een melding van de station manager van de buitenlandse luchtvaartmaatschappij. Deze manager had gehoord dat de cockpitbemanning de avond ervoor in het hotel de nodige alcoholhoudende dranken had genuttigd.[1]
Verdenking strafbaar feit
Overtreding van 11.6 lid 9 Wet luchtvaart (Als lid van het boordpersoneel medewerking aan bloedonderzoek weigeren).
Feiten en omstandigheden
Op grond van het proces-verbaal van de luchtvaartpolitie kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2021, omstreeks 10.10 uur, als gezagvoerder van een buitenlandse luchtvaartmaatschappij aanstalten maakte om werkzaamheden aan boord van een vliegtuig te verrichten.
De verdachte werd gevorderd om mee te werken aan een voorlopige blaastest. Het resultaat van die blaastest gaf een alcoholindicatie boven de wettelijk vastgestelde limiet aan. De verdachte is daarom door de luchtvaartpolitie verzocht mee te gaan om een ademanalyse uit te voeren.
De verdachte is op de kazerne van de Koninklijke Marechaussee (KMar) onderworpen aan een ademanalyse. Er zijn drie pogingen gedaan om een voltooid onderzoek te doen. Bij de eerste twee pogingen stopte de verdachte, ondanks de gegeven aanwijzingen, te vroeg met blazen. Bij de derde poging werd er geen lucht geblazen in het apparaat. Hoewel dit mogelijk als weigering van medewerking kan worden gezien, staat vast dat géén sprake was van een voltooid ademonderzoek.
Er is vervolgens voor gekozen om de procedure niet te stoppen. De verdachte is, ter meerdere zekerheid, bevolen zijn medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek. Er is daarbij rekening gehouden met de verklaring van de verdachte dat hij om medische redenen niet goed kon blazen. Een verdachte mag een ademanalyse op grond van medische redenen namelijk weigeren. Als iemand zich hierop beroept, zal een opsporingsambtenaar een arts moeten inschakelen, tenzij het beroep hem aanstonds ongerechtvaardigd voorkomt.[2]
De verdachte is vervolgens gevraagd zijn medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek op grond van art. 11.6 lid 4 Wet luchtvaart. Ondanks herhaalde vragen heeft de verdachte zijn medewerking daaraan niet verleend. Daarom is op enig moment de verdachte krachtens artikel 11 lid 5 Wet luchtvaart bevolen zijn medewerking te verlenen. De verdachte heeft zijn medewerking ook toen niet verleend. De verdachte heeft meerdere keren gezegd dat hij pas wil meewerken na een advocaat te hebben geconsulteerd. De verdachte is door de hulpofficier van justitie te kennen gegeven dat hij geen voorwaarden kon stellen aan het bevel en dat alleen het antwoord ‘ja’ of ‘nee’ kon geven. Toen de verdachte aan zijn ‘ja’ opnieuw toevoegde ‘maar ik wil eerst een advocaat spreken’, werd herhaald dat alleen ‘ja’ of ‘nee’ kon worden geantwoord. Daarbij werd opgemerkt dat niet meewerken een misdrijf oplevert. De verdachte verhief toen zijn stem en schreeuwde op zeer luide toon dat hij wilde meewerken, maar dat hij eerst met een advocaat wilde spreken. Een bloedonderzoek heeft niet plaatsgevonden.
De verbalisanten van de luchtvaartpolitie hebben vastgesteld dat het selectieapparaat voor de voorlopige blaastest een uitslag van 320 µg/l had geregistreerd.
Overwegingen omtrent het bewijs
Gelet op hetgeen hiervoor beschreven kan worden bewezen dat de verdachte zijn medewerking aan het bloedonderzoek heeft geweigerd. Een bloedonderzoek mag alleen worden geweigerd in geval van een bijzondere geneeskundige reden. De door verdachte naar voren gebrachte medische omstandigheid zou in theorie een beletsel kunnen zijn voor de ademanalyse, maar niet voor het bloedonderzoek. De verdachte heeft deze reden ook niet aangevoerd voor zijn weigering. Hij heeft telkens gezegd dat hij alleen wilde meewerken nadat hij met een advocaat had gesproken.
Het recht op consultatiebijstand is echter niet aan de orde bij het afnemen van een bloedonderzoek, zo heeft de Hoge Raad bevestigd: ‘(…) Dit betekent dat een verdachte aan voornoemde rechtspraak geen recht kan ontlenen op het raadplegen van een advocaat alvorens hij besluit al dan niet zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als hiervoor bedoeld op bevel van de hulpofficier van justitie.
In de onderhavige zaak is de verdachte aangehouden. Nadat hij zijn toestemming tot het verrichten van een bloedonderzoek niet had verleend, heeft de hulpofficier van justitie zijn medewerking tot het voornoemde onderzoek bevolen. Onder die omstandigheden bestaat geen recht op het raadplegen van een raadsman alvorens al dan niet zijn medewerking te verlenen aan een vordering tot het zich onderwerpen aan een bloedonderzoek (…)’[3]
Aan de verdachte is meermalen duidelijk gemaakt dat hij geen voorwaarde kon stellen. Desondanks heeft hij telkens een gesprek met een advocaat als voorwaarde gesteld. Door die voorwaarde, die juridisch niet mogelijk is, te stellen heeft verdachte het onderzoek geweigerd. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat iemand die voorafgaand aan een bloedonderzoek zijn medewerking afhankelijk stelt van een door hem gestelde voorwaarde, als weigeraar wordt beschouwd.[4]
Geconcludeerd dient te worden dat door het stellen van de voorwaarde en het uiteindelijk niet meewerken, het bloedonderzoek werd geweigerd door de verdachte.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de KMar en de luchtvaartpolitie ruim zeven uur bezig zijn geweest met het onderzoek naar het alcoholgebruik van de gezagvoerder. De arts die voor het bloedonderzoek naar de kazerne was gekomen, is weer weggegaan nadat hij van de weigering op de hoogte was gebracht. In dat licht moet ook worden bezien dat uiteindelijk niet meer is gereageerd op de vraag van verdachte tijdens het verhoor of hij niet alsnog kan meewerken aan het bloedonderzoek. De weigering was toen ook al definitief. Een verdachte die aanvankelijk weigert maar zich dan bedenkt, wordt namelijk nog steeds als weigeraar behandeld.[5]
Beslissing
Het OM heeft de verdachte gelet op het voorgaande gedagvaard teneinde, naast een geldboete, een vliegontzegging te vorderen.
Uitgaande van de 320 µg/l die bij het voorlopige ademonderzoek werd gemeten, zou het uitgangspunt volgens de Richtlijn strafvordering vliegen onder invloed een geldboete van € 5.000,-- zijn en een ontzegging van de vliegbevoegdheid voor de duur van 31 weken. Voor het weigeren mee te werken aan een alcoholonderzoek (of dat nu de ademanalyse is of het bloedonderzoek), is het uitgangspunt een geldboete van € 7.000,- en een vliegontzegging van 59 weken. Net als in het reguliere wegverkeer krijgt een weigeraar normaal gesproken een hogere straf dan de straf die hij voor het alcoholgebruik zou krijgen.
Luchtvaartzitting 21 april 2022
De officier van justitie heeft ter zitting een geldboete van € 7.000,-- euro en een vliegontzegging van 59 weken gevorderd. De rechter veroordeelde de verdachte tot een geldboete van € 5.000,-- en een vliegontzegging van 59 weken, waarvan 28 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
[1] De luchtvaartpolitie is ter plaatse gegaan en heeft in de luchtbrug, buiten het zicht van de passagiers, de drie leden van de cockpitbemanning onderworpen aan een voorlopige blaastest. De uitslag van de blaastest van de first officer gaf eveneens een alcoholindicatie boven de wettelijk vastgestelde limiet aan, maar bij de ademanalyse viel het resultaat er net onder. Uit de uitslag van de blaastest van de andere copiloot volgde dat hij niet onder invloed van alcohol was.
[2] Kamerstukken II 1983/84, 18195, 3, p. 7 en 8.
[3] HR:2012:BY1220.
[4] NJ 1979/208; NJ 2007, 156 en JWR 2007/29.
[5] NJ 1979/208.