Beslissing: 14 juli 2022 AP Noord-Holland

Categorie luchtvaartzaak: Kleine bemande luchtvaart

Formele relaties: -/-

Inhoudsindicatie: Sepot voor vliegen verkort circuit. Mogelijk gewoonte onder vliegers vliegveld. Gewoonte moet worden doorbroken en is belangrijker dan bestraffing van één overtreding, die geen gevaar heeft veroorzaakt.    

Beslissing OM

in de zaak tegen een gezagvoerder van een propellervliegtuig, hierna de verdachte.

Aanleiding onderzoek

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een waarneming van de luchtvaartpolitie.  

Verdenking strafbaar feit

Overtreding paragraaf SERA.2005 Bijlage Uitvoeringsverordening 923/2012 (bediening luchtvaartuig niet in overeenstemming met de toepasselijke lokale bepalingen, zoals de bepalingen die in de AIP zijn gepubliceerd).

Feiten en omstandigheden

Op grond van het onderzoek kan worden vastgesteld dat de verdachte op [datum in het jaar] 2021 als gezagvoerder van een vliegtuig (kort gezegd) op vliegveld [vliegveld] niet het standaard luchtverkeerscircuit heeft gevolgd.

Uit de verklaring van de verdachte valt op te maken dat hij die dag op vliegveld [vliegveld] een ‘klein circuit’ heeft gevlogen op 500 voet en dat zo’n circuit altijd op die hoogte wordt gevlogen: ‘Een normaal circuit is op [vliegveld] 700 voet, maar een klein circuit wordt altijd op 500 voet gevlogen. Een klein circuit staat niet aangegeven in het AIP maar dit is gebruikelijk en er zijn meerdere vliegers die dit doen.’

Beslissing

Deze gewoonte is in strijd met de regels van het standaard luchtverkeerscircuit, die ook in de luchtvaartgids zijn opgenomen (ENR 1.2 par. 8). Deze regels beschrijven hoe het standaard luchtverkeerscircuit moet worden gevlogen. De verdachte is daarvan op de hoogte, want het klopt dat dit circuit op een hoogte van 700 voet moet worden gevlogen.[1]

Er is voldoende bewijs dat de verdachte deze bepaling heeft overtreden.[2] Dat levert een strafbaar feit op en de verdachte is daarvoor ook strafbaar. Niettemin heeft de luchtvaartofficier van justitie besloten de strafzaak te seponeren. Daarbij spelen twee factoren een rol. In de eerste plaats was verdachtes handelen die dag niet zodanig dat het gevaar voor anderen heeft veroorzaakt. In de tweede plaats neemt zij in haar beoordeling mee dat het mogelijk zo is dat niet alleen de verdachte deze overtreding heeft begaan. Als het werkelijk zo is dat er op vliegveld [vliegveld] onder meerdere vliegers een gewoonte is ontstaan om een verkort circuit te vliegen, dan is het belangrijkste dat die gewoonte wordt doorbroken.

Dit laatste vindt de luchtvaartofficier van justitie van belang omdat deze regels niet voor niets zijn vastgesteld. Een lagere circuithoogte vliegen kan meerdere gevaren opleveren. Bij een noodlanding kan het dan lastiger zijn om objecten op de grond te ontwijken. Ook is de ruimte om uit te wijken beperkter. Daar komt bij dat de mogelijkheid zich kan voordoen dat meerdere vliegtuigen op verschillende hoogtes in het circuit vliegen, waarop de gezagvoerders van die vliegtuigen onvoldoende bedacht zijn. Voorspelbaar vlieggedrag kan onveilige situaties voorkomen en naleving van de regels van het standaard luchtverkeerscircuit zorgt voor die voorspelbaarheid.

De luchtvaartofficier van justitie zou het toejuichen wanneer de verdachte het voorgaande ook op het vliegveld [vliegveld] uitdraagt. De luchtvaartpolitie zal de luchtvaartpolitie vragen om deze boodschap (in geanonimiseerde vorm) ook te delen met het vliegveld [vliegveld], zodat het in staat is dit te delen met vaste gebruikers van het vliegveld. Het spreekt vanzelf dat bij een volgende overtreding van de regels van het standaard luchtvaartcircuit in beginsel wel een strafrechtelijke sanctie op zijn plaats is. Maar de luchtvaartofficier van justitie vertrouwt erop dat het zo ver niet hoeft te komen.

[1] De regels in de luchtvaartgids zijn te herleiden tot art. 3 en 5 van de Regeling standaard luchtverkeerscircuit. Art. 3 schrijft o.a. voor dat het volgen van het standaard luchtverkeerscircuit geschiedt overeenkomstig de andere bepalingen. Art. 5 beschrijft hoe het circuit moet worden gevolgd. Daarbij is o.a. bepaald dat op het startbeen naar 700 voet moet worden geklommen. Om binnen het circuitgebied te blijven is een klimmende bocht naar het dwarswindbeen toegestaan. Maar vervolgens moet horizontaal op 700 voet worden gevlogen en die hoogte moet ook worden gehandhaafd op het rugwindbeen.

[2] Naast de eigen verklaring van de verdachte bevindt zich in het dossier de waarneming van een verbalisant, die inschatte dat de verdachte op 500 voet of lager vloog. Die inschatting werd kennelijk gedeeld door de havenmeester, omdat deze desgevraagd liet weten daarvoor geen toestemming te hebben gegeven (overigens mag de havenmeester hiervoor ook geen toestemming geven). Verder bleek de verdachte niet zichtbaar op de radarbeelden, wat erop kan duiden dat er zelfs beneden de 400 voet is gevlogen of dat de transponder niet heeft aangestaan. De verdachte heeft verklaard dat zijn transponder altijd aanstaat.